Publications
Top Keywords
- AI Act (11)
- Art. 10 EVRM (25)
- Art. 17 CDSM Directive (13)
- Artificial intelligence (79)
- Big data (12)
- Constitutional and administrative law (11)
- Consumer law (11)
- Content moderation (22)
- Copyright (207)
- Cybersecurity (10)
- Data protection (29)
- Data protection law (11)
- Digital Services Act (DSA) (31)
- Digital Single Market (13)
- EU (19)
- EU law (25)
- Europe (13)
- Fake news (14)
- Freedom of expression (49)
- Fundamental rights (19)
- GDPR (22)
- Human rights (31)
- Intellectual property (30)
- Internet (24)
- Journalism (17)
- Kluwer Information Law Series (43)
- Licensing (14)
- Media law (30)
- Online platforms (20)
- Patent law (20)
- Personal data (35)
- Platforms (24)
- Privacy (327)
- Regulation (12)
- Social media (11)
- Software (10)
- Surveillance (11)
- Text and Data Mining (TDM) (21)
- Trademark law (15)
- Transparency (19)
Boekman’s Bedenkingen external link
Abstract
In 1966 publiceert Sonja Boekman (1922-2000), de advocaat van de gedaagde in de zaak "Teddy van Z., echtg. van H. Scholten te Rijswijk tegen de N.V. Overzeese Sigaretten Handelsmaatschappij, te Rotterdam" een artikel in het Bijblad voor de Industriële Eigendom waarin zij de systematiek van de rechtsbescherming van de geportretteerde op de korrel neemt. Haar bedenkingen tegen die systematiek leiden haar rechtstreeks naar de rechtvaardiging voor het 'commerciële portretrecht', en die betrek ik dan ook graag in deze bijdrage.
Auteursrecht, Intellectuele eigendom
RIS
Bibtex
Annotatie bij Rb. Breda 18 september 2009 ((Hermans / Stichting Vredesduif)) external link
Abstract
Lagere dan overeengekomen plaatsing van werk van beeldende kunst in de openbare ruimte. Primaire vordering tot hogere plaatsing reeds op contractuele basis toewijsbaar. Lagere plaatsing brengt bovendien nadeel toe aan eer en goede naam van de maker, temeer daar het kunstwerk daardoor vatbaarder wordt voor vandalisme.
Intellectuele eigendom
RIS
Bibtex
Annotatie bij College van Beroep 16 juli 2009 ((Pharma Nord / Stichting KAG)) external link
Abstract
Reclame en sluikreclame voor voedingssupplementen. Strijd met art. 20 lid 2 onder a Warenwet (verbod van medische claims voor levensmiddelen), art. 1 lid 1 onder b en 84 Geneesmiddelenwet (definitie geneesmiddel en verbod van reclame voor ongeregistreerde geneesmiddelen) en daardoor strijd met art. 2 NRC (reclame in strijd met de wet); alsmede strijd met het gebod dat reclame als zodanig herkenbaar moet zijn (art. 8.5. NRC en 11.1 NRC).
RIS
Bibtex
Klokkenluiders, interne meldregelingen, anonimiteit en privacy external link
Abstract
Van oudsher domineren de Amerikanen de markt van de 'whistleblowing'-meldlijnen. In de Verenigde Staten worden callcenters gebruikt om meldingen te ontvangen over een veilige werkomgeving. In navolging van de Corporate Sentencing Guidelines uit 1991 worden deze callcenters in het bedrijfsleven ingezet voor medewerkers om integriteitsmeldingen te ontvangen. In 2002, met de komst van Sarbanes Oxley, waarin het hebben van een anonieme meldmogelijkheid verplicht werd gesteld voor de beursgenoteerde bedrijven, groeide het gebruik van de callcenters. Toen de eerste Europese bedrijven - meestal onder externe druk - een klokkenluidersmeldlijn introduceerden, werd dit dan ook meestal geregels bij één van de Amerikaanse callcenters. Sinds 2005 bestaat er in Nederland een andersoortige oplossing ter inrichting van de meldregeling. Het in Amsterdam gevestigde bedrijf People Intouch B.V. verzorgt het SpeakUp-systeem, bestaande uit een geïntegreerd telefoon- en websysteem, dat organisaties in staat stelt om met de (anonieme) melder te communiceren over vermoedens van ernstige misstanden in de organisatie van de melder. Evita Sips heeft een achtergrond in culturele antropologie en criminologie, en is sinds 2007 werkzaam bij People Intouch als managing consultant. Jan Kabel en Elisabeth Thole gaan in gesprek met Evita over hoe zo een interne meldregeling in de praktijk werk en welke privacyaspecten daarmee gemoeid zijn.
Grondrechten, Privacy
RIS
Bibtex
Actieve openbaarmaking, bescherming van het privéleven en gegevensbescherming external link
Abstract
Lippendienst aan de privacy ten behoeve van openbaarmaking van persoonsgegevens is volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie uit den boze. Hoe nu verder met wenselijke actieve openbaarheid van subsidiegegevens?
Grondrechten, Privacy
RIS
Bibtex
Annotatie bij Vzr. Rb. Zwolle-Lelystad 14 juli 2010, external link
Annotatie bij Reclame Code Commissie 23 november 2010 external link
Abstract
Niet duidelijk als reclame herkenbaar; verboden medische claims; veroordeling van claims voor geneesmiddelen zonder handelsvergunning; veroordeling wegens afbeelding en aanbeveling van artsen en diëtist.
RIS
Bibtex
Annotatie bij Hof Amsterdam 5 juli 2011 (Maas / Armada) external link
Abstract
Het format van de Flodder-films is niet het afgeleide van de films maar het ligt integendeel daaraan ten grondslag. Dit format is een zelfstandig auteursrechtelijk beschermd werk. Scenarioschrijver is rechthebbende op het format van de filmserie. Uitleg van de verschillende overeenkomsten leidt niet tot de conclusie dat pp. beoogd hebben een volledige overdracht van de auteursrechten op het format te bewerkstelligen. Overdracht van de rechten op de films en de tv serie omvatten derhalve niet mede de rechten op het format.
Auteursrecht, Intellectuele eigendom
RIS
Bibtex
De betekenis van het arrest Luksan / Van der Let voor het Nederlandse auteursrecht: Commentaar bij Hof van Justitie EU 9 februari 2012, C-277/10 external link
Abstract
De uitspraak van het Hof geeft aan dat de hoofdregisseur als originaire maker van een filmwerk moet worden aangewezen, dat wettelijke overdracht van zijn exploitatierechten alleen mogelijk is bij wijze van een weerlegbaar vermoeden van overdracht en dat de hoofdregisseur geen afstand kan doen, via die overdracht, van de vergoeding die hij of zij behoort te krijgen voor thuiskopieën van zijn werk. Het Hof harmoniseert dus als het ware het belangrijkste gedeelte van het filmrecht. In dit commentaar ga ik in op de achterliggende redenering van het Hof en probeer ik te onderzoeken wat op basis van die redenering de verdere consequenties kunnen zijn van deze uitspraak voor het Nederlandse bestaande en komende auteurs (contracten)recht, met name voor het fictieve makerschap van de artikelen 7 en 8 Aw en voor de vergoedingsrechten buiten die voor de thuiskopie.
Auteursrecht, Intellectuele eigendom