Seminar & Inter-regional dialogue on the protection of journalists, Council of Europe

ECREA Bi-annual Conference: Communication for Empowerment: Citizens, Markets, Innovations
12.11.2014 - 15.11.2014
Lissabon, Portugal

LAPSI 2.0 Conference
Brussel, België

CPDP, 8th International Conference: Data protection on the move
21.01.2015 - 23.01.2015
Brussel, België

Recente activiteiten


In het Archief zijn meer dossiers te vinden. Deze dossiers worden niet meer bijgewerkt.

Recente Publicaties
Annotatie bij Hof Amsterdam 20 mei 2014 (Telegraaf / NPO), J.J.C Kabel, AMI, 2014-5, p. 164-168.


Private Copying and Downloading from Unlawful Sources, J.P. Quintais, Forthcoming International Review of Intellectual Property and Competition Law (IIC), 2015.

Private copying is one of the most contested areas of EU copyright law. This paper surveys that nebulous area and examines the issue of copies made from unlawful sources in light of the ECJ’s ACI Adam decision. After describing the legal background of copyright levies and the facts of the litigation, the paper scrutinizes the Advocate General’s Opinion and the Court’s decision. The latter is analyzed against the history of copyright levies, the ECJ’s extensive case-law on the private copying limitation and Member States’ regulation of unlawful sources. This paper further reflects on the decision’s implications for end-users, rights holders, collective management organizations and manufacturers/importers of levied goods. It concludes that, from a legal and economic standpoint, the decision not only fails to be properly justified, but its consequences will likely diverge from those anticipated by the Court. Most worrisome is the Court’s stance on the three-step test, which it views as a restrictive, rather than enabling, clause. In its interpretation of the test, the decision fails to strike the necessary balance between competing rights and interests. This is due to multiple factors: overreliance on the principle of strict interpretation; failure to consider the fundamental right of privacy; lack of justification of the normative and empirical elements of the test’s second condition; and a disregard for the remuneration element in connection with the test’s third condition. To the contrary, it is argued that a flexible construction of the three-step test is more suited to the Infosoc Directive’s balancing aims.


Legalizing File-Sharing: An Idea Whose Time Has Come - Or Gone? Report from the Information Influx Conference 2014, J.P. Quintais, 1 October 2014, 12 p.

On 2-4 July 2014 Information Influx, the 25th anniversary conference of the Institute for Information Law (IViR) was held in Amsterdam. Integrated in the conference, on Friday, 4 July a panel entitled “Legalizing file-sharing: an idea whose time has come – or gone?” met.
The panel’s moderator was Professor Bernt Hugenholtz (University of Amsterdam, IViR) and the panelists were scholars with groundbreaking research on the topic for the past decade: Professor Neil Netanel (University of California, Los Angeles), Professor Alexander Peukert (University of Frankfurt), Dr. Philippe Aigrain (La Quadrature du Net), Professor Séverine Dusollier (SciencesPo./École de droit).
The panel was divided into four parts, which this report reflects. First, the moderator introduced the topic and the panelists. Second, IViR member Mr. Balázs Bodó offered a short presentation of an ongoing research project on the topic of debate. Third, each panelist commented on the topic from different perspectives. The panel discussion was then opened for comments from the audience and responses from the panel.


Open legal data for Europe, O.M. Salamanca & M.M.M. van Eechoud, Workshop report, LAPSI/Openlaws workshop, 4 September 2014.

The EC funded project and the LAPSI thematic network project joined forces for a workshop on open legal data for Europe. About 25 participants from academia, government, business and civil society discussed whtat the drivers are for opening up legal data for re-use in different jurisdictions and what barriers (perceived or real) exist. The outcome of the discussion will feed into the on-going work in the LAPSI network on legal barriers to re-use, and in the vision for Big Open Legal Data that will be developed as part of


Tijd voor meer legale popcorn, J.P. Poort, Auteursrechtdebat 14 oktober 2014, IEF 14277.


Waarde verlenging 2,1 GHz-vergunningen: Onderzoek naar de mogelijkheden voor hergebruik van de methodiek uit het rapport 'Waarde verlenging mobiele vergunningen', J.P. Poort, m.m.v. Nico van Eijk, 26 september 2014.

In 2012 hebben SEO Economisch Onderzoek en het Instituut voor Informatierecht (IViR) een methodiek ontwikkeld om uit de uitkomst van de multibandveiling een prijs te berekenen voor tijdelijke verlenging van de vergunningen in de 900 en 1800 MHz-band. In die multibandveiling is onder andere 2×10 MHz spectrum geveild in de 2,1 GHz-band. Het ministerie van Economische Zaken heeft het IViR gevraagd in hoeverre de eerder ontwikkelde methodiek, en daarmee samenhangend de informatie over geboden prijzen toen, de basis kunnen vormen voor een verlengingsprijs in geval de 2,1 GHz-vergunningen tijdelijk worden verlengd.  Deze notitie geeft antwoord op die vraag.

Zie ook:


Annotatie bij Hoge Raad 7 maart 2014, E.J. Dommering, NJ, 2014-40, nr. 379, p. 4816-4818.

Klacht over een column in NJB van een Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, redacteur van NJB, over mensenrechtschendingen in Rusland in verband met de onteigening van het olieconcern Yukos. Deze column zou de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht schaden, omdat over deze onteigeningen ten tijde van de column procedures in Nederland liepen. De klacht op grond van artikel 13a RO wordt afgewezen, omdat dit een te vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting van een lid van de rechterlijke macht zou zijn. 


'Ontmoeting en debat': Bibliotheekwet versus Auteurswet in het digitale domein, V.E. Breemen, AMI, 2014-5, p. 139-145.

Begin 2014 was de bibliotheek prominent in het nieuws. Zo verdween een groot aantal bibliotheekvestigingen en werd een e-booksplatform gelanceerd. Ook ging een wetsvoorstel met plannen voor een landelijke digitale bibliotheek naar de Tweede Kamer. Het auteursrecht is buiten het voorstel gehouden, terwijl digitale bibliotheekactiviteiten wel degelijk raken aan het auteursrecht. Wat zijn de auteursrechtelijke implicaties van de nieuwe Bibliotheekwet?


Stortvloed regels moet beveiliging internet verbeteren, A.M. Arnbak, column, Het Financieele Dagblad, 30 september 2014.


Media and users: towards a new balance, oratie, N. Helberger, 19 september 2014.

In the digital media environment user attention is scarce and competition for ‘eyeballs’ is fierce. Profiling and targeting users with customized news and advertisements is widely seen as a solution, and part of a larger trend to invest in what the New York Times has called ‘smart new strategies for growing our audience’. The shift from public information intermediary to personal information service creates new dynamics but also new imbalances in the relationship between the media and their users. In my inaugural speech I will state that to restore the balance, the media and regulators in Brussels and The Hague need to develop a vision of how to deal with issues such as media user privacy, editorial integrity and more generally ‘fair algorithmic media practices’."


Het proceskostenrisico in IE-zaken: Een empirisch onderzoek naar toepassing van de indicatietarieven, W.Y.J.L. Olieslagers & S.J. van Gompel, AMI, 2014-5, p. 133-138.

De proceskostenveroordeling in IE-zaken veroorzaakt in de praktijk de nodige onrust, onzekerheid en frustratie. De rechterlijke macht heeft weliswaar indicatietarieven voor IE-zaken opgesteld, maar in de praktijk leggen rechters deze tarieven soms naast zich neer, zonder die beslissing altijd met duidelijke redenen te omkleden. Dit artikel beoogt meer inzicht te geven in de toepassing van de indicatietarieven en het proceskostenrisico in IE-zaken. Daartoe wordt empirisch onderzocht wanneer en op welke manier de indicatietarieven door rechters worden toegepast en om welke redenen deze tarieven in individuele gevallen juist niet worden nagevolgd.

Het jurisprudentieonderzoek dat ten grondslag ligt aan dit artikel is hier te downloaden.


Setting licence fees for renewing telecommunication spectrum based on an auction, J.P. Poort & M. Kerste, Telecommunications Policy, 2014, in press.

This paper presents a methodology for setting fees for the renewal or extension of spectrum licences, by using the outcome of an auction for comparable licences but with a different licence period. The methodology is a combination of market and cash flow valuation and consists of two main steps. First, prices for spectrum corresponding to that of the licences to be extended are derived from the auction outcome. Second, the relative value addition of the extension period for the new licensee, compared to the value of the licences auctioned, is derived by using a model for the development of EBITDA for an operator over time. A combination of these two is used to calculate fees that match the opportunity costs of extension. Thus, optimum alignment is achieved with the policy objective of using licence fees only to promote efficient use of spectrum, while avoiding state aid at the same time.


Elvis is Returning to the Building: Understanding a Decline in Unauthorized File Sharing, J.P. Poort & J. Weda, presentation at the 9th Annual Conference of the EPIP Association, Brussels, 4 September 2014.


Public Service Media and Cultural Diversity: European Regulatory and Governance Frameworks, T. McGonagle, in: National Conversations: Public Service Media and Cultural Diversity in Europe, Karina Horsti, Gunilla Hultén & Gavan Titley, eds., Bristol: Intellect Books 2014, pp. 61-82.

By virtue of their core philosophy, mandate and typical status in most countries, public service broadcasters (PSBs) are ideally suited to act as vectors for the promotion of cultural diversity. They are equally well-suited to provide shared forums in which a range of different cultures can interact, be explored and, indeed, contested. Notwithstanding the difficulties involved in defining the notion of cultural diversity, various promotional strategies may viably be employed by PSBs. Such strategies include the safeguarding of access for discrete cultural groups to editorial, production and other structures and processes. They could also include measures to ensure that programming and other related services targeting culturally diverse audiences correspond to the audiences’ actual needs and preferences – in qualitative and quantitative terms. In doing so, relevant approaches should seek to balance the needs and preferences of discrete societal groups against the needs and preferences of a more complex societal whole.   
The emergence of new technological and communicative possibilities and paradigms has prompted conceptual and terminological shifts within the European audio-visual sector. PSBs are nowadays expected to operate across an array of technological platforms in order to perpetuate their traditional position of prominence in a rapidly changing and already highly diversified mediascape. This is evidenced by an increasing tendency to frame relevant regulatory discussions in terms of public service media (as opposed to broadcasting in the traditional sense of the word), value(s) and governance.
The existing European regulatory framework for public service broadcasting/media is extensive and spans legal and policy instruments emanating primarily from the European Union and the Council of Europe, but also including standard-setting measures from other intergovernmental organizations (IGOs) such as UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) and, to a lesser extent, the Organization for Security and Co-operation in Europe (OSCE). Even within the European Union and the Council of Europe, differences of focus and emphasis may readily be detected across the most salient instruments. They engage with the issues highlighted in the preceding paragraphs to varying extents.
The principal aim of this chapter is to present a panorama of regulatory instruments applicable at the European level and to assess their overall coherence. The significance of selected examples of divergence in the broader regulatory approach will be explained and evaluated accordingly.


Trouver le diamant dans la mine de données ou les implications juridiques de l'exploration de données, L. Guibault, Documentaliste-Sciences de l'Information, 2014-2, p. 23-25.


Annotatie bij Hoge Raad 28 mei 2013, E.J. Dommering, NJ, 2014-34/35, nr. 350.

Afpersen van gegevens, alleen voor gegevens waarbij het oogmerk bestond er voordeel mee te behalen. Afgrenzing van het begrip 'voordeel'.


Meningsuiting of oproep tot terreur, waar ligt de grens, E.J. Dommering, Het Parool, 23 augustus 2014.


De NSA-affaire en de grenzen van de macht: Naar een wederkerig begrip van privacy, B. van der Sloot, Filosofie & Praktijk, 2014-2, p. 49-66.


Are blocking injunctions against ISPs allowed in Europe? Copyright enforcement in the post-Telekabel EU legal landscape, C.J. Angelopoulos, Journal of Intellectual Property Law & Practice, first published online August 13, 2014. 

In recent years, the national courts of the EU Member States, in an attempt to stem the flow of rampant online copyright infringement, have increasingly turned to the issuance of blocking injunctions against the intermediaries whose websites and networks are used by third parties to commit infringements. This article examines the legal framework in place at the EU level with regard to the legality of such injunctive orders, making a distinction between filtering measures, used to detect copyright infringements, and blocking measures, used to put an end to them. On the basis of that analysis, a detailed examination will be made of the latest CJEU ruling to apply this framework, Case C-314/12, UPC Telekabel Wien GmbH v Constantin Film Verleih GmbH on the lawfullness of open-ended blocking injunctions against internet access providers.


The Internet and the State: A Survey of Key Developments, N.A.N.M. van Eijk, M. van Eeten & M. Mueller, Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Den Haag, 2014, 42 p.

This paper sets out to provide a concise overview of key developments in relation to Internet-based services that may have an impact on public policies and ultimately on the state itself. It is intended to support the Netherlands Council for Societal Development (Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, RMO) in preparing its advisory report to the Dutch government on how to deal with the impact of the Internet on society and the state.


Kroniek Telecommunicatierecht, N.A.N.M. van Eijk, KwartaalSignaal 131, Ars Aequi, 2014, p. 7517-7518.


Kroniek Telecommunicatierecht, N.A.N.M. van Eijk, KwartaalSignaal 130, Ars Aequi, 2014, p. 7442-7443.


  Annotatie bij EHRM 18 december 2012 (Yildirim / Turkije), E.J. Dommering, NJ, 2014-31, nr. 320, p. 4086-4087.

Blokkering van website door Turkse overheid strijdig met artikel 10 EVRM, ook als hoster van de site buiten Turkije is gevestigd.


Annotatie bij EHRM 13 juli 2012 (Raëlien / Zwitserland), E.J. Dommering, NJ, 2014-31, nr. 319, p. 4074-4075.

Poster niet toegestaan, omdat deze verwees naar een website van een religieuze beweging met mogelijk (voor minderjarigen) zedenkwetsend materiaal. Minderheid acht dit een ongeoorloofde toegangsbelemmering van internet, meerderheid (met een stem verschil) niet.


Reintroducing Copyright Formalities: Controversies and Challenges, S.J. van Gompel, The Copyright & New Media Law Newsletter, 2014-2, p. 7-9.


Ontwikkeling innovatierecht blijft achter bij ambities, A. Tsoutsanis, Het Financieele Dagblad, 21 juni 2014, p. 13.

Artikel in het 'FD' over de huidige staat van 'innovatierecht' en intellectuele eigendomsrecht in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Hoewel er veel aandacht is voor 'innovatie', is er onvoldoende aandacht voor de juridische aspecten om die innovatie te reguleren, stimuleren en beschermen. Het artikel betoogt dat 'innovatierecht' en intellectuele eigendomsrecht achterlopen en beter moeten doen. Het artikel noemt drie uitdagingen waarvoor 'innovatierecht' en intellectuele eigendomsrecht zich vandaag gesteld zien: 1. Een gebrek aan onderzoeksubsidies voor juridisch onderzoek naar het reguleren van innovatie. 2. Rechtsonzekerheid voor gebruikers en industrie, zoals in het veld van auteursrecht t.a.v. het blokkeren van websites en in het octrooirecht inzake Aanvullende Beschermingscertificaten (ABC's). 3. Te weinig aandacht voor de juridische aspecten inzake innovatie in het hoger onderwijs.


Finding Vredo: The Dutch Supreme Court Decision on Escitalopram, A. Tsoutsanis, Berichten Industriële Eigendom, 2014-2, p. 41-45 and Journal of Intellectual Property Law & Practice, 2014-8, p. 644-649.

This article is about the pharma patent litigation sparked by Lundbeck's blockbuster drug for 'escitalopram', a drug used for treating depression and generalized anxiety disorder. The key theme is about whether patents can also protect novel substances that can be fully envisaged but cannot yet be made. The decision of the Supreme Court is compared with earlier decisions in Germany and the United Kingdom. The author criticizes the lack of explanation provided by the Supreme Court.


Jurist zelden betrokken, A. Tsoutsanis, NRC Handelsblad, 17 juni 2014, p. 18.

Ingezonden brief in NRC over het gebrek aan zichtbaarheid van de rechtswetenschappen in het debat over de hervorming van het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in Nederland.


Voorbaat of vermoeden? De rol van artikel 45d Auteurswet: Kanttekeningen bij het arrest NORMA / NLkabel, J.J.C. Kabel, AMI, 2014-3, p. 73-77.

De Hoge Raad heeft de vraag of een overdracht bij voorbaat aan NORMA zou hebben geprevaleerd boven de in art. 45d Aw (in verbinding met art. 4 WNR) bedoelde overdracht van exploitatierechten aan de producent in het midden gelaten. Doorbreekt de laatste overdracht de eerste of gaat de eerste boven de tweede op grond van het klassieke nemo plus-beginsel?


Loopholes for Circumventing the Constitution: Warrantless Bulk Surveillance on Americans by Collecting Network Traffic Abroad, A.M. Arnbak & S. Goldberg, Working Paper, presented at the Privacy Enhancing Technologies Symposium 2014.

In this multi-disciplinary paper, we reveal interdependent legal and technical loopholes that intelligence agencies of the U.S. government could use to circumvent constitutional and statutory safeguards for U.S. persons. We outline known and new circumvention techniques that can leave the Internet traffic of Americans as vulnerable to surveillance, and as unprotected by U.S. law, as the Internet traffic of foreigners.

See also:


Om niet te vergeten, N.A.N.M. van Eijk, Opinie, Mediaforum, 2014-6, p. 157.


"Alleen maar nette mensen": Consumentenonderzoek Downloadgedrag Films, J. Leenheer & J.P. Poort, CentERdata & Instituut voor Informatierecht, 14 juni 2014.

In 2013 downloadde 25,8% van de Nederlanders tussen 12 en 65 jaar wel eens een film uit illegale bron en in totaal kwam ongeveer 12% van de bekeken films uit illegale bron. Het percentage Nederlanders dat films downloadt uit illegale bron neemt toe, het sterkst binnen de groep tussen 16 en 24 jaar. Gemiddeld over een representatieve steekproef leiden elke honderd downloads uit illegale bron per saldo tot 32 minder films die uit legale bron worden gezien: 11 minder op DVD of Blu-ray, 11 minder op televisie, en 10 minder als betaalde download of via video on demand. Een negatief (of positief) saldo-effect op bioscoopbezoek is niet gevonden.


Convergence, information intermediaries and media pluralism - mapping the legal, social and economic issues at hand: A quick scan, N. Helberger, K. Kleinen-von Königslöw & R. van der Noll, Institute for Information Law, 20 januari 2014, 48 p.


Consternatie bij de afdeling Vermiste en Gevonden Telefoons, O.L. van Daalen, Opinie, Mediaforum, 2014-5, p. 133.


Gebruik klantgegevens door banken, N.A.N.M. van Eijk, Rondetafelgesprek Tweede Kamer, 21 mei 2014.

Zie ook:


Hergebruik herschikt, M.M.M. van Eechoud, Mediaforum, 2014-4, p. 106-109.

Nederland doet mee in het Open Government Partnership, een club landen die de ambitie delen om transparantie in de publieke sector te vergroten. Het recente eerste actieplan benadrukt vooral de noodzaak om meer informatie actief openbaar te maken, en dat te doen op een manier die data herbruikbaar maakt. Daar vroeg de Tweede Kamer eind 2012 al om toen het de motie-Voortman aannam. Wat draagt het wetsvoorstel open overheid daaraan bij?


Nederland als internetdokter tussen cybergrootmachten: Faciliteer een veilige en vrije IT-infrastructuur passend bij onze structurele culturele, economische en politieke belangen, A.M. Arnbak, Het Financieele Dagblad, 20 mei 2014.


Straks verwijdert Google alle oude informatie, E.J. Dommering, NRC Handelsblad, Opinie, 17 mei 2014.


Mass surveillance: the Dutch state of denial, N.A.N.M. van Eijk, openDemocracy, 16 mei 2014.


Study on sports organisers' rights in the European Union, B. van Rompuy & T. Margoni, T.M.C. Asser Instituut & Instituut voor Informatierecht, in opdracht van Europese Commissie, DG Onderwijs en Cultuur, februari 2014.

The main objectives of the study were to map the legal framework applicable to the origin and ownership of rights to sports events (sports organizers' rights) in the 28 EU Member States; to analyze the nature and scope of sports organizers' rights with regard to licensing practices in the field of the media; and to examine the possibility of establishing licensing practices beyond the media field, notably in the area of gambling and betting. Following this, the study had to formulate recommendations on the opportunity of EU action to address any problems that may be identified in the abovementioned areas of analysis.

See also the executive summary.


Privacy in the Post-NSA Era: Time for a Fundamental Revision?, B. van der Sloot, JIPITEC, 2014-1.

Big Brother Watch and others have filed a complaint against the United Kingdom under the European Convention on Human Rights about a violation of Article 8, the right to privacy. It regards the NSA affair and UK-based surveillance activities operated by secret services. The question is whether it will be declared admissible and, if so, whether the European Court of Human Rights will find a violation. This article discusses three possible challenges for these types of complaints and analyses whether the current privacy paradigm is still adequate in view of the development known as Big Data.


Privacy in het Post-NSA tijdperk: tijd voor een fundamentele herziening?, B. van der Sloot, NJB, 2014-17, p. 1172-1179.

De recente NSA-affaire heeft een brede technologische ontwikkeling blootgelegd waarin zeer grote hoeveelheden persoonsgegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt, zonder dat dit een vooraf en helder bepaald doel heeft. Alhoewel dit evidente privacyproblemen met zich meebrengt, lijken de meeste privacydoctrines, waarvan in Europa de belangrijkste artikel 8 EVRM is, niet toegesneden op deze nieuwe ontwikkeling.


De consument in het telecommunicatierecht: een update, N.A.N.M. van Eijk, Tijdschrift voor Consumentenrecht en handelspraktijken, 2014-2, p. 77-84.

De positie van de consument in het telecommunicatierecht is permanent in beweging. Het telecommunicatierecht vervult daarbij regelmatig een gidsfunctie; dat is onder meer zichtbaar bij de regulering van mobiele telefonie en internet. In deze bijdrage wordt een schets gegeven van een aantal van de belangrijkste ontwikkelingen die zich de laatste jaren hebben voorgedaan met betrekking tot de positie van de consument binnen het telecommunicatierecht. Daarbij zijn de aanpassingen van het Europese telecommunicatiekader van 2009 en de implementatie ervan in de Nederlandse Telecommunicatiewet (Tw) leidend. Aan de orde komen eerst aspecten die direct te maken hebben met de contractuele relaties tussen aanbieders en consumenten: welke adressanten kent de regulering, wat zijn randvoorwaarden in de contractuele sfeer en hoe zit het met geschilbeslechting? Vervolgens wordt nog stilgestaan bij een drietal meer specifieke onderwerpen die de positie van consumenten raken, namelijk cookies, netneutraliteit en de positionering van bepaalde informatiediensten.


Why copyright and linking can tango, A. Tsoutsanis, Journal of Intellectual Property Law & Practice, 2014-6 (forthcoming).

This article discusses the legal status of links, in connection with the pending cases before the Court of Justice of the European Union in Svensson, C More and BestWater. Hyperlinks, deep links, framed links and embedded links are discussed. It focuses on the Opinion of the European Copyright Society on the Svensson case. The ALAI Opinion is also briefly discussed. This article proposes nine angles as part of the multi-factor test to determine whether linking is actionable under European copyright law. The author concludes that properly balancing those nine factors can ensure that copyright and linking can tango, in step with existing policy goals and case-law, allowing linking in some situations, while requiring separate authorization in others. This article was also presented at the 22nd Fordham IP Conference in New York on 25 April 2014.


International Assistance and Media Democratization in the Western Balkans: A Cross-National Comparison, K. Irion & T. Jusić, Working Paper Series on International Media Assistance in the Western Balkans, Working Paper 1-2013, Sarajevo: Analitika - Center for Social Research.


Freedom of Expression of Minorities in the Digital Age: Staking Out a New Research Agenda, T. McGonagle, Special issue 'Freedom of Expression of Minorities in the Digitale Age (guest editor: T. McGonagle), Journal on Ethnopolitics and Minority Issues in Europe (JEMIE), 2013-4, p. 1-15.


Nederland veel te makkelijk met weggeven van privacy, E.J. Dommering en N.A.N.M. van Eijk, NRC Handelsblad, Opinie, 11 april 2014.

Zie ook: Met wie je belt, dat hoeft echt niet iedereen te weten, NRC Next, 11 april 2014.


The State and beyond: activating (non-)media voices, T. McGonagle, in: Media Policy and Regulation: Activating Voices, Illuminating Silences, H. Sousa et al., eds., Communications and Society Research Centre, University of Minho, Portugal, 2014.
ISBN: 9789898600202, p. 187-198.
This article explores the legal/human rights dimension of the evolving role of the State in activating not only media voices – the typical focus of media pluralism discussions – but a wider range of non-media voices that ought to be heard in public debate. European human rights law – specifically the European Convention on Human Rights and relevant case-law of the European Court of Human Rights – has developed a number of principles that could guide States in their task of activating voices. The article pays particular attention to the nature and scope of the obligation on States to take positive (policy and regulatory) measures to activate voices. The article aims to provide useful initial input into a broader, multi-stranded policy discussion on how the State can best activate a diverse range of voices in an increasingly digitized world.


Standardisation in the area of innovation and technological development, notable in the field of Text and Data Mining, I. Hargreaves, L. Guibault, C.W. Handke, P. Valcke, B. Martens, report from the Expert Group, European Commission, Luxembourg: Publications Office of the European Union, 2014.
ISBN 9789279367434.

Text and data mining (TDM) is an important technique for analysing and extracting new insights and knowledge from the exponentially increasing store of digital data ('Big Data'). It is important to understand the extent to which the EU's current legal framework encourages or obstructs this new form of research and to assess the scale of the economic issues at stake.


Trade mark applications in bad faith: righting wrong in Denmark and why the Benelux is next, A. Tsoutsanis, Journal of Intellectual Property Law & Practice, 2014-2, p. 118-122 en Berichten Industriële Eigendom, 2013, p. 254-260.


Digitale Grondrechten, E.J. Dommering, De Gids, 200 jaar Grondwet, 2014-2, Amsterdam: De Groene Amsterdammer 2014, p. 20-21.


De Mediawet moet op de schop: Pleidooi voor een platformwet, E.J. Dommering, in: Afstemmen op cultuur: Publieke omroep in een crossmediaal landschap, Boekman 98, Amsterdam: Boekmanstichting 2014, p. 23-29.


Copyright Formalities in the Internet Age: Filters of Protection or Facilitators of Licensing, S.J. van Gompel, Berkeley Technology Law Journal, 2014-3, p. 1425-1458.

This article examines how copyright formalities may aid in addressing the objectives of enhancing the free flow of information by enlarging the public domain and facilitating the licensing of copyright protected materials. For this purpose, it maps the different objectives for reintroducing copyright formalities and provides a brief overview of the types of formalities that might be imposed, including the legal consequences that can be attached to them. The article then explores in more detail which formalities, in what way, can assist in accomplishing the specific objectives of enriching the public domain and facilitating rights clearance. It concludes with a synthesis of the main findings.


Annotatie bij Hof Den Haag 16 juli 2013 (Erven Endstra / Nieuw-Amsterdam c.s.), S.J. van Gompel, AMI 2013-6, nr. 13, p. 197-203.

Zie ook:


Annotatie bij EHRM 9 februari 2012 (Vejdeland e.a. / Zweden), E.J. Dommering, NJ, 2013-51, nr. 550, p. 6403-6412.


(Stilzwijgende) licenties in het filmauteursrecht, Annotatie bij Rb. Rotterdam 13 november 2013 (Rijneke / Stichting Rotterdam Media Fonds) en Rb. Amsterdam 18 september 2013 (Holierhoek / NTR), J.J.C. Kabel, AMI, 2014-1, p. 34-35.


Annotatie bij Hof Arnhem-Leeuwarden 12 november 2013 (Gemeente Groningen / Milikowski), J.J.C. Kabel, AMI, 2014-1, p. 36.


Schilder schendt al snel auteursrecht, E.J. Dommering, De Volkskrant, 18 februari 2014.

In korte tijd beschuldigen twee fotografen kunstenaars van plagiaat. Wanneer schendt een schilder het auteursrecht?


'Privacy hoort thuis in de boardroom': Hoe ga je om met consumentendata?, N.A.N.M. van Eijk, Tijdschrift voor Marketing, 2014-1/2, p. 19-21.


The proof of the pudding is in the eating, N.A.N.M. van Eijk, Internet Policy Review, 10 februari 2014.


Annotatie bij EHRM 10 oktober 2013 (Delfi AS / Estland), B. van der Sloot, European Human Rights Cases (EHRC), 2014-1, nr. 14.

Het Estse plaatst een kritisch artikel over een bedrijf dat veerdiensten levert en L., de enige aandeelhouder. Het artikel is genuanceerd, gebalanceerd en er heeft hoor en wederhoor plaatsgevonden. De site biedt gebruikers de mogelijkheid te reageren en er volgen een kleine 200 reacties. L. schrijft de site aan om 20 van deze reacties te verwijderen en om een schadevergoeding te incasseren. De site doet het eerste, maar weigert het tweede. De vraag is: in hoeverre is de site verantwoordelijk voor de door de gebruikers geplaatste reacties, die mogelijk een onrechtmatig karakter dragen. Een langdurige nationale rechtsgang volgt waarbij op basis van diverse doctrines vrijspraken en veroordelingen volgen. De uitkomst is echter dat het platform wordt veroordeeld tot het betalen van een boete. De vraag die centraal staat is een keuze tussen twee regimes. Enerzijds is er het regime voor webhosters, die informatie opslaan die door hun gebruikers worden geleverd. Zij zijn van aansprakelijkheid uitgesloten als zij niet hebben aangezet tot het plaatsen van de informatie en geen kennis hebben van het onrechtmatige karakter van de informatie. Zodra zij deze kennis wel hebben dienen zij prompt te handelen door de informatie te verwijderen. Anderzijds is er de beschermde status van een journalistiek medium onder de vrijheid van meningsuiting-doctrine. Hierbij is juist geen passiviteit, maar activiteit vereist, onder andere in verband met redactie, kwaliteitscontrole, hoor en wederhoor en de naleving van andere journalistieke principes. Zowel in de nationale procedure als bij het EHRM wordt voor het tweede regime gekozen.


Actuele waarde van kavel A7, J.P. Poort, M. Kerste & W. Rougoor, SEO-rapport nr. 2013-78, Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek/IViR, 80 pp.

Dit rapport bepaalt de actuele waarde voor de commerciële radiovergunning voor het in 2013 geveilde kavel A7 en concludeert dat het aannemelijk is dat die actuele waarde op of zelfs onder de veilinguitkomst ligt.
In 2011 heeft SEO Economisch Onderzoek (SEO), samen met het Instituut voor Informatierecht (IViR) en TNO Informatie- en Communicatietechnologie de waarde bepaald van commerciële radiovergunningen indien deze zouden worden verlengd. Hoewel ook voor kavel A7 een waarde werd vastgesteld uitgaande van verlenging, was dit kavel ten tijde van de verlenging niet in gebruik en kon het dus niet worden verlengd.
Op basis van de analyse in dit rapport heeft EZ besloten dat er geen correctie plaatsvindt van de in 2011 aan de overige vergunninghouders opgelegde eenmalige bedragen.


Baywatch: Two approaches to measure the effects of blocking access to The Pirate Bay, J.P. Poort, J. Leenheer, J. van der Ham & C. Dumitru, Telecommunications Policy, 2014.

In the fight against unauthorised sharing of copyright protected material, Dutch Internet Service Providers have been summoned by courts to block their subscribers' access to The Pirate Bay and related sites. This paper studies the effectiveness of this approach towards online copyright enforcement, using both a consumer survey and a newly developed non-infringing technology for BitTorrent monitoring. While a small group of respondents download less from illegal sources or claim to have stopped doing so, no impact is found on the percentage of the Dutch population downloading from illegal sources. Slight changes are found on the distribution of Dutch peers, but these seem related to the awareness raised by blocking rather than the blocking itself.


De grensoverschrijdende inbreuk: Daad, plaats en norm na Football Dataco & Pinckney, M.M.M. van Eechoud, AMI, 2013-6, p. 169-178.

Het corpus uitspraken van het Hof van Justitie EU over grensoverschrijdende inbreuken op intellectuele eigendomsrechten groeit gestaag. Maar een werkelijk samenhangend antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is en welk recht toepasselijk is valt nog niet te bespeuren. De arresten Football Dataco en Pinckney – de eersten over databankenrecht en auteursrecht inbreuk op internet – getuigen van twee verschillende benaderingen. Een materieelrechtelijke bij Football Dataco, in het voetspoor van merkinbreukzaak L’Oréal/eBay. En een meer traditionele internationaal privaatrechtelijke aanpak bij Pinckney, in de lijn van Wintersteiger. Waar gaat het Hof heen?


Not for Designers: On the Inadequacies of EU Design Law and How to Fix It, T. Margoni, JIPITEC, 2013-3, p. 225-248.


Perspectives of creators and performers on the digital era, J.P. Poort, I. Akker, P. Rutten & J. Weda, post-print voor New Media & Society, 2013, 21 november 2013.


Industry Analysis on Copyright Exceptions & Limitations: Europe, J.P. Poort, presentatie voor Seoul International Copyright Conference 2013, 26 november 2013.


Delegation to independent regulatory authorities in the media sector: A paradigm shift through the lens of regulatory theory, prepublication, K. Irion & R. Radu, in: The Independence of the Media and Its Regulatory Agencies. Shedding New Light on Formal and Actual Independence Against the National Context, W. Schulz, P. Valcke & K. Irion (eds.), Bristol UK/ Chicago USA: Intellect 2013, p. 15-54.


Measuring independence: Approaches, limitations, and a new ranking tool, prepublication, K. Irion & M. Ledger, in: The Independence of the Media and Its Regulatory Agencies. Shedding New Light on Formal and Actual Independence Against the National Context, W. Schulz, P. Valcke & K. Irion (eds.), Bristol UK/ Chicago USA: Intellect 2013, p. 139-184.


Merkenopposities in de Benelux (Trade Mark Oppositions in the Benelux), A. Tsoutsanis, Tekst & Commentaar IE, 4th edition, Kluwer 2013, p. 270-283.

In dit deel uit de bekende Tekst & Commentaar serie gaat de auteur in detail in op de merkenoppositie in de Benelux. Hoe instellen, waar indienen en op welke juridische basis, zijn bijvoorbeeld een aantal vragen die in dit deel aan de orde komen. Het commentaar volgt de wettelijke structuur van het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom. Naast de Benelux oppositie vergelijkt de auteur ook andere deelterreinen: nietigheidsprocedure bij de overheidsrechter op (dezelfde) relatieve gronden, opposities tegen Internationale Merkaanvragen en de OHIM oppositie procedure.


Privacy and Piracy in Cyberspace: Justice for All, A. Tsoutsanis, Journal of Intellectual Property Law and Practice, 2013-12, p. 952-956.

This article is about how privacy and piracy lock horns in everyday practice. It outlines three challenges right holders and ISPs face every day, when piracy tries to hide behind privacy: uncertainty, costs and delay.
Apart from only balancing the right of privacy against the right of (intellectual) property, the author also introduces a third element: the right to effective remedy.
The article concludes that the challenge is not in the ‘if’ but in the ‘when’ and ‘how’ ISPs can be obliged to disclose personal data. This requires new research, with a more practice-oriented approach, focusing on two elements: (1) a robust uniform decision making model, allowing for a ‘fair balance between all fundamental rights’, of all stake holders involved, (‘when’); (2) such model needs to benefit from (cost-)effective procedures, to the benefit of all (‘how’).
The article also discusses recent developments in the field of IP enforcement, including the decisions from the European Court of Justice in Promusicae, LSG and Bonnier Audio.


The Independence of the Media and Its Regulatory Agencies, W. Schulz, P. Valcke & K. Irion (eds.), in: N. Carpentier & F. Heinderyckx (eds.) European Communication Research and Education Association (ECREA) Book Series, Bristol UK/ Chicago USA: Intellect 2013, 390 p.

Media independence is vital for democracies, and so is the independence of the regulatory bodies governing it. The Independence of the Media and its Regulatory Agencies explores the complex relationship between media governance and independence of media regulatory authorities within Europe, which form part of the wider framework in which media’s independence may flourish or fade. Based on research in more than forty countries, the contributions analyse the independence of regulators and draw links between social, financial, and legal frameworks. The contributing authors offer theoretical perspectives that combine law and public policy; review research methods; and offer a set of case studies that explore how the national socio-political context influences local institutions. As a whole, the book offers an accessible and relevant account of research into regulatory independence as applied to the audiovisual media sector in Europe.

The book is based on research carried out in the context of the INDIREG and MEDIADEM projects.
More information about the book:

See here the front and back cover of the book.


Freedom of Expression, the Media and Journalists: Case-law of the European Court of Human Rights, T. McGonagle &  F.J. Cabrera Blázquez (ed.), in collaboration met D. Voorhoof, IRIS Themes - Vol. III, Strasbourg: European Audiovisual Observatory, 2013, 403 p.

This e-book provides valuable insights into the European Court of Human Rights' case-law on freedom of expression and media and journalistic freedoms. It summarises over 200 judgments or decisions by the Court and provides hyperlinks to the full text of each of the summarised judgments or decisions (via HUDOC, the Court's online case-law database).
For an optimal navigational experience, one should download the e-book and read the technical tips on p. 3.


Safe to be open: Study on the protection of research data and recommendations for access and usage, L. Guibault & A. Wiebe, ed., OpenAIRE+, Universitätsverlag Göttingen, 2013, 168 p.

See also the summary of findings.


RTL-Véronique: toegang commerciële omroep tot de Nederlandse markt, N.A.N.M. van Eijk, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 9-14.


Handeldrijvende middenstand tegen Grijpgraag Grootkapitaal: markt intern Verlag GmbH en Klaus Beermann tegen Bondsrepubliek Duitsland, J.J.C. Kabel, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 15-24.


Het einde van het omroepbladenmonopolie nadert nog steeds (maar doet er weinig meer toe), P.B. Hugenholtz, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 40-44.

Vrijheid van meningsuiting, groepsbelediging en haatzaaien, A.J. Nieuwenhuis, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 142-150.

De toegang tot overheidsinformatie, A.W. Hins, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 151-159.


Féret en daarna, E.J. Dommering, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 160-167.


Bronbescherming (Ressiot / Frankrijk): de Echternachprocessie naar nog onbekende wetgeving, G.A.I. Schuijt, in: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Otto Cramwinckel Uitgever: Amsterdam 2013, p. 198-209.


Doellijntechnologie, P.B. Hugenholtz, in: Het Beste Idee van 2013, J. Baijens (red.), Tilburg: Uitgeverij De Wereld 2013.


Annotatie bij Hoge Raad 29 maart 2013 (Broeren / Duijsens), P.B. Hugenholtz, NJ, 2013-46, nr. 504, p. 5927-5929.


Annotatie bij Hoge Raad 22 februari 2013 (Stokke / H3 Products), NJ, 2013-46, nr. 501, Hoge Raad 12 april 2013 (Stokke / Fikszo), NJ, 2013-46, nr. 502, Hoge Raad 12 april 2013 (Hauck / Stokke), P.B. Hugenholtz, NJ, 2013-46, nr. 503, p. 5896-5900.


De zakelijke gebruiker, een juridische fictie, N.A.N.M. van Eijk, Column, BTG-Magazine, 2013-83, p. 33.


Over koekjes en muren, N.A.N.M. van Eijk, Column, BTG-Magazine, 2013-82, p. 34.


Form matters: informing consumers effectively, N. Helberger, Study commissioned by BEUC, the European Consumer Organisation, september 2013, 51 pp.

This study examines what lessons can be learned from behavioural research for the form in which consumer information is being presented. The argument that this study makes is that the form in which information is presented and the effective communication of such information is at least as important as its content, and that this is an aspect that is still generally neglected in information and consumer law. The study is particularly interested in the potential of digital technologies in making consumer information more effective, and new approaches to form requirements in  areas in which the importance of effective communication has already been acknowledged, such as in communications law. The study  concludes with concrete suggestions for the future design of transparency requirements in information law and policy.


Annotatie bij EHRM 14 februari 2012 (Romet / Nederland), E.J. Dommering, NJ, 2013-45, nr. 484.


On the prospects of raising the originality requirement in copyright law: Perspectives from the Humanities, E. Lavik & S.J. van Gompel, Journal of the Copyright Society of the USA, 2013-3, p. 387-443.

In 1903, in Bleistein v Donaldson Lithographing, Justice Holmes famously concluded that judges are ill-suited to make merit judgments when determining the eligibility for protection of works. Subsequent courts and commentators have generally followed his caution. Yet, no one has thought through how the copyright system would work were Justice Holmes not heeded. What if courts were called upon to determine the aesthetic merit of a work? How would they go about it? And would they be able to separate the gold from the dross by drawing upon an aesthetic evaluation of such kind?
These questions inevitably arise upon reading some recent proposals to raise the originality threshold. Though it is rarely explicitly recognized, the reconfiguration that these proposals entails would effectively bring originality’s meaning in copyright law more into line with how the term is used in aesthetics, where it is considered a function of the work’s level of creativity, measured by its degree of departure from conventional expression.
Drawing on the concept of domain from sociocultural studies of creativity, we explain just why it would be so enormously problematic for courts to identify and to apply a stricter originality criterion that would require them to make decisions on the basis of merit. By comparing the domain of copyright law to the domain of patent law, we argue that it is the latter’s relative coherence and orderliness that enables patent examiners to get traction when assessing an invention’s degree of non-obviousness. The cultural domain, by contrast, is less rule-bound, and therefore non-obviousness is much harder to establish and validate. Aesthetics – both as a set of cultural practices and products and as an academic discipline – are simply too heterogeneous to provide adequate toehold for the legal analysis of higher degrees of originality.
Exploring the reasons and reasoning behind the ban on aesthetic merit in copyright law from a humanities perspective, this article offers a more detailed and nuanced account of Justice Holmes’ conclusion. Contrary to conventional wisdom we argue that the inherent subjectivity of aesthetic preferences does not in itself make it any harder to pinpoint an objective standard of aesthetic merit, though it does make it harder to provide justification for any such standard. Furthermore, the article questions the premise on which the proposal to raise the originality threshold rests, namely that it will cause the undeserving bottom of works to fall out, leaving only aesthetically worthy and socially valuable works protected. Before introducing a stricter originality criterion we need a more careful and empirically based analysis of just what the problems are, what areas of copyright law are affected, and exactly how and why a higher threshold would improve the situation.


Over KPN en het algemeen belang, N.A.N.M. van Eijk, Opinie, Mediaforum 2013-9, p. 209.


Annotatie bij Hof van Justitie EU 7 maart 2013 (ITV Broadcasting Ltd e.a. / TVCatchup Ltd), P.B. Hugenholtz, NJ, 2013-42, nr. 444, p. 5083-5089.


How to address current threats to journalism?: The role of the Council of Europe in protecting journalists and other media actors, T. McGonagle, Expert paper, MCM 2013(009), the Council of Europe Conference of Ministers responsible for Media and Information Society, 'Freedom of Expression and Democracy in the Digital Age: Opportunities, Rights, Responsibilities', Belgrade, 7-8 November 2013.


The Council of Europe against online hate speech: Conundrums and challenges, T. McGonagle, Expert paper, MCM 2013(005), the Council of Europe Conference of Ministers responsible for Media and Information Society, 'Freedom of Expression and Democracy in the Digital Age: Opportunities, Rights, Responsibilities', Belgrade, 7-8 November 2013.


Beyond the Safe Harbours: Harmonising Substantive Intermediary Liability for Copyright Infringement in Europe, C.J. Angelopoulos, Intellectual Property Quarterly, 2013-3, p. 253-274.


European Union Competence in the Field of Copyright, A.B. Ramalho, Report Commissioned by the UK Intellectual Property Office,  August 2013.

Executive Summary


Annotatie bij Hof van Justitie EU 1 december 2011 (Koninklijke Philips Electronics / Lucheng Meijing Industrial Company e.a. en Nokia Corporation / Her Majesty's Commissioners of Revenue and Customs), P.B. Hugenholtz, NJ, 2013-38/39, nr. 408, p. 4605-4617.


Youtube onder de loep: Is er plaats voor UGC platforms in de veilige havens van de e-commerce richtlijn?, V.E. Breemen & J.M. Breemen, Amsterdam: deLex 2013, 112 pp.
ISBN 9789086920402.

In ‘YouTube onder de loep’ onderzoeken Vicky Breemen en Kelly Breemen de positie van platformbeheerders onder de E-Commerce Richtlijn met betrekking tot auteursrechtschendende user-generated content. In het onderzoek, dat een functiegerichte benadering voorstelt, wordt het immuniteitsregime geanalyseerd en toegepast op de rollen en functies van het platform YouTube.

Het boek is voor € 22,50 te verkrijgen bij uitgeverij deLex.


The Levy Runs Dry: A Legal and Economic Analysis of EU Private Copying Levies, J.P. Poort & J.P. Quintais, preprint, forthcoming in JIPITEC, 2013-3.

This article provides a legal and economic analysis of private copying levies in the EU, against the background of the Copyright Directive (2001/29), a number of recent rulings by the European Court of Justice and the recommendations presented by mediator Vitorino earlier this year. It concludes that notwithstanding these rulings and recommendations, there remains a lack of concordance on the relevance of contractual stipulations and digital rights management technologies (DRM) for setting levies, and the concept of harm. While Mr. Vitorino and AG Sharpston (in the Opinion preceding VG Wort v Kyocera) use different lines of reasoning to argue that levies raised on authorized copies would lead to double payment, the Court of Justice’s decision in VG Wort v Kyocera seems to conclude that such copies should nonetheless be levied. If levies are to provide fair compensation for harm resulting from acts of private copying, economic analysis suggests one should distinguish between various kinds of private copies and take account of the extent to which the value said copies have for consumers can be priced into the purchase. Given the availability of DRM (including technical protection measures), the possibility of such indirect appropriation leads to the conclusion that the harm from most kinds of private copies is de minimis and gives no cause for levies. The user value of copies from unauthorised sources (e.g. from torrent networks or cyber lockers), on the other hand, cannot be appropriated indirectly by rightholders. It is however an open question in references for preliminary rulings pending at the Court of Justice whether these copies are included in the scope of the private copying exception or limitation and can thus be be levied for. If they are not, as currently happens in several EU Member States, legal and economic analysis leads to the conclusion that the scope of private copying acts giving rise to harm susceptible of justifying levies is gradually diminishing.

Artikel ook verschenen op SSRN.


Media Literacy: No Longer the Shrinking Violet of European Audiovisual Media Regulation?, T. McGonagle, Media Law & Policy (Media Center, New York Law School), 2013-2, p. 187-212.

Media literacy is very much in the ascendant in European regulatory and policy-making circles at the moment, prompting the suggestion that it has now lost its erstwhile shrinking-violet status in the European audiovisual media sector. The article will commence with a brief exploration of selected theories surrounding media literacy. More precisely, it will canvas the main rationales for promoting media literacy, definitional issues, and the groups centrally implicated in media literacy initiatives – both as target groups and as other stakeholders. The article will then identify, contextualise and scrutinise the key reference points for the promotion of media literacy in the European audiovisual regulatory and policy frameworks. Both the EU and the Council of Europe have adopted a number of legally binding and policy instruments that aim to improve media literacy levels across Europe. Finally, the article will consider the prospects for the future development of media literacy within European regulatory structures.

Article is a revised and updated version of Media Literacy: No Longer the Shrinking Violet of European Audiovisual Media Regulation?, in: S. Nikoltchev, ed., Media Literacy, IRIS plus, 2011-3.


Quality, merit, aesthetics and purpose: An inquiry into EU copyright law's eschewal of other criteria than originality, S.J. van Gompel & E. Lavik, Revue Internationale du Droit d'Auteur (RIDA), 2013-236, p. 100-295.

This article examines the rule that no other criteria than originality shall be applied to determine the eligibility for protection of works, as contained in a few EU Directives on copyright (i.e. the Computer Programs Directive, the Term Directive and the Database Directive). While aimed to preclude criteria such as quality, merit, aesthetics and purpose from the subject-matter definition of copyright, the legal significance and practical implications of this rule is not entirely clear. Analysing the legislative history of the ‘no other criteria’-clause in EU copyright law and its equivalent in the national laws of four EU Member States (i.e. France, Germany, the Netherlands and the United Kingdom), the article observes that the objective of the rule is to prevent the grant or refusal of copyright by the courts from being dependent on subjective evaluative judgments about a work’s intrinsic value or worth. Judges are not supposed to assess whether a work aesthetically or commercially stands out, but only need to determine whether it meets the originality threshold. In practice, however, while the courts practically always refrain from using the lack of success, merit or quality as an argument to withhold copyright from a creation, they do not necessarily ignore a work’s success, merit or quality when granting protection to it. Moreover, the article finds that genres and categories of works are not always definable on formal properties alone and that judges sometimes cannot escape making qualitative or aesthetic considerations when determining the eligibility for protection of low original works. The article concludes that, since judges sometimes cannot make a clear distinction between protectable and non-protectable subject-matter on the basis of the originality criterion alone, copyright law’s concept of originality would fail to adequately serve its discriminatory function, should the ‘no other criteria’-clause always be taken literally.


Minder recente publicaties van IViR-mederwerkers zijn elders beschikbaar gerangschikt naar onderwerp en naar auteur.
Tevens kan men zoeken op deze site.