Projects

Activities

Gerard Schuijt

Publications

Mijn mediarecht 1984-2014: Deel 1: Het vrije woord als melodie

Schuijt, G.

Amsterdam: deLex 2014.
ISBN: 9789086920471.

Opstellen gebundeld ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Gerard Schuijt.

03-06-2014

Mijn mediarecht 1984-2014: Deel 2: De noten op mijn zang

Schuijt, G.

Amsterdam: deLex 2014.
ISBN: 9789086920495.

Annotaties gebundeld ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Gerard Schuijt.

02-06-2014

Bronbescherming (Ressiot / Frankrijk): de Echternachprocessie naar nog onbekende wetgeving

Schuijt, G.

In: 25 jaar Mediaforum. Een vooruitblik door de achteruitkijkspiegel, M.J. Geus e.a. (red.), Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever 2013, pp. 198-209.

06-12-2013

Kroniek van het Nederlandse mediarecht 2006-2011

Hins, A.

Schuijt, G.

Analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in Nederland voor in de eerste plaats een Belgisch publiek.

23-11-2011

Gijzeling van een journalist die weigert zijn bron te noemen

Schuijt, G.

Op 22 september 2000 besloot het Gerechtshof Amsterdam de journalist Koen Voskuil, van het gratis verspreide dagblad Sp!ts, te gijzelen, omdat hij weigerde de bron te noemen van door hem gepubliceerde informatie. Dat besluit vormde een inbreuk op de in artikel 10 EVRM gegarandeerde informatievrijheid, die naar het oordeel van het EHRM niet werd gerechtvaardigd door de beperkingsclausules van artikel 10, tweede lid, EVRM. De door het gerechtshof aangevoerde reden, het waarborgen van een eerlijk proces aan de verdachte Mink K en twee medeverdachten, was niet relevant. De andere reden die het gerechtshof noemde, de integriteit van de politie (en dus het achterhalen van de identiteit van de politiebeamte die de bron van de journalist was geweest) was niet voldoende om het belang van de bronbescherming opzij te zetten. Het EHRM is er verbaasd over hoe ver men in Nederland bereid is te gaan om de identiteit van een klokkenluider te achterhalen en de mogelijkheden waarover de autoriteiten daarvoor beschikken. Dat heeft niet alleen een afschrikkend effect op de vrije journalistiek, maar óók op iedereen die met misstanden in zijn omgeving naar buiten wil komen door die ter kennis van de media te brengen. Het EHRM constateert tevens een schending van artikel 5 EVRM.

07-02-2008

De scoop van Hendrik Arie Lunshof, journalist

Schuijt, G.

We zouden het tegenwoordig een 'scoop' noemen. In de naoorlogse periode van strijd tussen voor- en tegenstanders van dekolonisatie publiceerde Elseviers Weekblad van 11 januari 1947 grote stukken uit de geheime notulen van de conferentie in Linggadjati. Die onthulling zou de Nederlandse onderhandelaars, onder wie Luitenant-Gouverneur-Generaal Huib van Mook en oud-minister-president Willem Schermerhorn, als verraders en verkwanselaars van de Kroon moeten ontmaskeren. Hendrik Arie (Henk) Lunshof, hoofdredacteur van het weekblad, had de notulen één nacht mogen inzien en had ze als een gek zitten overschrijven. Hij schreef daarmee persgeschiedenis, want een dergelijke spectaculaire onthulling was nog zelden vertoond. Lunshof schreef ook persgeschiedenis doordat zijn weigering de naam te noemen van wie hij de notulen toegespeeld had gekregen, leidde tot een arrest van de Hoge Raad, waarin zijn beroep op een journalistiek verschoningsrecht werd afgewezen. Dat arrest was een halve eeuw bepalend voor de rechtspraak in Nederland op dit punt. In deze bijdrage wordt dit stukje persgeschiedenis én een stukje persrechtsgeschiedenis wat nader onder de loep genomen. Ik besluit met enkele lijnen naar het heden en weer terug.

18-01-2008

Vrijheid van nieuwsgaring

Schuijt, G.

Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2006, 418 pp.
ISBN: 9054546727.

01-09-2006

Kroniek van het Nederlandse mediarecht 2001-2006

Schuijt, G.

Analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in Nederland voor in de eerste plaats een Belgisch publiek.

28-04-2006

Het portret van Mohammed B

Schuijt, G.

De media moeten zich bij de bepaling van hun beleid door journalistieke overwegingen laten leiden en hoeven niet (altijd) bevreesd te zijn gerechtelijke procedures te gaan verliezen. Toegespitst op de zaak-Mohammed B. wordt hier betoogd, dat de rechtspraak van zowel de Hoge Raad als die van het EHRM voldoende aanknopingspunten biedt voor het standpunt dat publicatie (in de context van een zakelijke berichtgeving) van een portret van een verdachte in een strafzaak die de samenleving zeer ernstig heeft geschokt, niet onrechtmatig zal zijn jegens de verdachte, sterker dat een verbod in strijd zou zijn met de informatievrijheid die in artikel 10 EVRM is gegarandeerd. Dit geldt ook met betrekking tot uitzendin via televisie van de rechtszaak die straks tegen Mohammed B. zal plaats hebben.

17-05-2005

Inzoomen op De Eikenhorst: Over maken en openbaar maken

Schuijt, G.

Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004.
ISBN: 9054544732.

College, gegeven bij het afscheid als bijzonder hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden op 15 juni 2004.

22-06-2004

Laat de klok maar luiden. En andere korte stukken over vrijheid van meningsuiting

Schuijt, G.

Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004.
ISBN: 9054544481.

22-06-2004

Vrijheid van nieuwsgaring en toegang tot informatie

Schuijt, G.

In: Van ontvanger naar zender, Opstellen aangeboden aan prof. mr. J.M. de Meij, A.W. Hins & A.J. Nieuwenhuis (red.), Amsterdam: Otto Cramwinckel 2003, p. 341-356.

08-01-2004

Het censuurverbod in de Nederlandse grondwet en de rechtspraak

Schuijt, G.

In: Censures/Censuur, Larcier, 16 mei 2003.
Bundel naar aanleiding van het congres Censures/Censuur op 16 mei 2003, Universitaire Stichting Brussel.

25-07-2003

Annotatie bij Hoge Raad 2 mei 2003 (Storms en SBS / Niessen en IPA)

Schuijt, G.

De Hoge Raad acht geen grond aan te nemen dat het in artikel 7 Grondwet neergelegde verbod van censuur - het voorafgaande toezicht op een voorgenomen uiting - in de weg zou staan aan de bevoegdheid van de rechter met het oog op een effectieve rechtsbescherming een uiting die jegens een ander onrechtmatig is, te verbieden. Wel moet deze beperking getoetst worden aan artikel 10 lid 2 EVRM. De noodzakelijkheid van deze beperking in een democratische samenleving kan worden vastgesteld indien met voldoende mate van nauwkeurigheid vaststaat wat de inhoud van het desbetreffende programma-onderdeel is.

25-07-2003

Portretrecht voor iedereen

Schuijt, G.

Visser, D.

Amsterdam: Mets & Schilt 2003.
ISBN: 9053303618.

Wanneer kunnen bekende Nederlanders bezwaar maken tegen publicatie van hun portret in krant, tijdschrift of op televisie? En hoe zit het met 'gewone' Nederlanders? In een tiental verhalen zetten Gerard Schuijt en Dirk Visser op luchtige wijze uiteen wat het portretrecht inhoudt. De verhalen zijn levensecht. Zij zijn allemaal ontleend aan bekende, voor de rechter uitgevochten conflicten. Een aansprekend en telkens weer actueel onderwerp wordt op een heldere manier voor iedereen toegankelijk gemaakt.

01-04-2003

Van Open Barend Biesheuvel tot Worldwide Wallage

Schuijt, G.

De Commissie-Wallage is revolutionair bezig geweest in haar rapport over de toekomst van de overheidscommunicatie. De overheid zou een proactief communicatiebeleid met betrekking tot niet aanvaard beleid moeten aanmoedigen in ‘de slag om het publieke vertrouwen’. Gevreesd moet worden dat een dergelijk voorlichtingsbeleid op zijn best verzandt in politiek gekrakeel en op zijn slechtst in ordinaire propaganda. Maar de commissie deed ook een aantal verstandige voorstellen…

13-01-2002

Kroniek van het Nederlandse mediarecht 1998-2001

Schuijt, G.

Analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in Nederland voor in de eerste plaats een Belgisch publiek.

07-10-2001

Kroniek van het Nederlandse mediarecht 1995-1998

Schuijt, G.

Analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in Nederland voor in de eerste plaats een Belgisch publiek.

17-04-2001

Le droit d'auteur des journalistes

Schuijt, G.

14-02-2001

Nogmaals artikel 7 Auteurswet en de wetenschappelijke werknemers

Schuijt, G.

Dit artikel in het augustus/septembernummer van Informatierecht/AMI heeft nogal de aandacht getrokken. Schuijt rakelt een oude discussie op, houdt een aantal in die discussie gebruikte argumenten tegen het licht en schrijft hij deze te licht bevonden te hebben. Anders dan door velen tot nu toe is gesteld, berust volgens Schuijt het auteursrecht op in het kader van hun dienstverband gemaakte werken niet bij de medewerkers maar bij de universiteiten. Toch hoeft dit volgens hem geen gevaar op te leveren voor de academische vrijheid. Mede vanwege omdat bij de overeengekomen cao voor de universiteiten is afgesproken dat er over het auteursrecht van de wetenschappelijke werknemers afzonderlijk gesproken zal worden, heeft Schuijt enkele uitgangspunten voor dat overleg neergezet.

12-10-1999

Hoge Raad niet meer bang voor de uitingsvrijheid?

Schuijt, G.

Een kroniek van de rechtspraak van de Hoge Raad terzake van onrechtmatige publicaties, afgezet tegen de jurisprudentie van het EHRM over artikel 10 EVRM over de jaren 1990 tot 1995. Voorafgegaan door een eerdere kroniek over de jaren 1983 tot 1990 in Informatierecht/AMI 1990-5, p. 83-88.

22-06-1998

De rechter en de verborgen camera: recente en eerdere rechtspraak

Schuijt, G.

Mogen journalisten reportages maken met een verborgen camera en een verborgen microfoon? De Raad voor de Journalistiek oordeelde in 1996, dat dat slechts geoorloofd is in uitzonderlijke omstandigheden. Naast de vraag of de candid camera - en in het algemeen undercoverjournalistiek - naar maatstaven van journalistieke ethiek geoorloofd is, is er de vraag of het recht zich erover uitspreekt. Schuijt analyseert de - overigens beperkte - rechtspraak. Daaruit is een algemene regel af te leiden.

31-03-1998

Reality tv, nieuwe kost voor de privacybescherming en het portretrecht

Schuijt, G.

Reality tv is een nieuw soort van televisieprogramma's. Slachtoffers van deze wijze van televisiemaken komen ongewild op de buis en voelen zich aangetast in hun persoonlijke levenssfeer. Andere slachtoffers geven toestemming tot uitzending van de opnamen maar krijgen daar later spijt van. Hoe reageert de rechtspraak op deze nieuwe problemen van privacybescherming en portretrecht? Hoe beoordeelt de rechter het werken met verborgen camera en hoe overvaljournalistiek? De rechter moet varen tussen de Scylla en de Charibdis van twee grondrechten, de vrijheid van de media en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

18-03-1998

De vrijheid van de media en de bescherming van de privacy na de dood van Diana

Schuijt, G.

Bewerking van een voordracht uit 1998.

De dood van prinses Diana is, zoals het er thans naar uit ziet, ten onrechte in de schoenen geschoven van de paparazzi. Ten onrechte veroorzaakte haar dood dan ook de golf van verontwaardiging over de pers en ten onrechte werd er geroepen om strengere codes voor journalisten. In deze schriftelijke bewerking van een voordracht 'Recht, roddels en royalties na de dood van Diana en Dodi' gaat Schuijt in op het conflict tussen de persvrijheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De vrijheid van meningsuiting is niet altijd een rechtvaardiging voor wat journalisten doen en wat de media publiceren. Bekende persoonlijkheden zullen zich echter niet kunnen onttrekken aan de belangstelling van de media. Strengere codes zullen geen soelaas bieden, stelt hij aan het slot.

17-03-1998

Journalistieke ethiek en recht

Schuijt, G.

In: Ethiek in de journalistiek, M.L. Snijders & J. van Dijk (red.), Amsterdam: Cramwinckel 1995, p. 81-97.

De beoordeling van publicaties en journalistieke gedragingen door de rechter verschilt van de beoordeling door de Raad voor de Journalistiek. De Raad voor de Journalistiek oordeelt aan de hand van journalistiek-ethische normen. De rechter hanteert een rechtsnorm en is daardoor gebonden aan artikel 10 EVRM, dat de uitingsvrijheid garandeert. Een en ander wordt aan de hand van een aantal uitspraken aangetoond.

13-03-1998

More Publications