|
ARTIKEL I
De Auteurswet 1912 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 9 wordt voor het woord «werk» telkens
ingevoegd: exemplaar van het.
Aa
In de artikelen 12, eerste lid, onder 3°, en 15c, eerste lid,
wordt «het werk» telkens vervangen door: een exemplaar van het
werk.
Ab
Artikel 12b komt te luiden:
artikel 12b
Indien een exemplaar van een werk van letterkunde, wetenschap
of kunst door of met toestemming van de maker of zijn
rechtverkrijgende voor de eerste maal in een van de lidstaten
van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het
verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht, dan vormt het
anderszins in het verkeer brengen van dat exemplaar, met
uitzondering van verhuur en uitlening, geen inbreuk op het
auteursrecht.
B
Na artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
artikel 13a
Onder de verveelvoudiging van een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst wordt niet verstaan de tijdelijke
reproductie die van voorbijgaande of incidentele aard is, en
die een integraal en essentieel onderdeel vormt van een
technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel
a) de doorgifte in een netwerk tussen derden door een
tussenpersoon of
b) een rechtmatig gebruik van een werk mogelijk te maken, en
die geen zelfstandige economische waarde bezit.
C
Artikel 15 komt te luiden:
artikel 15
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het
overnemen van nieuwsberichten, gemengde berichten, of
artikelen over actuele economische, politieke, godsdienstige
of levensbeschouwelijke onderwerpen alsmede van werken van
dezelfde aard die in een dag-, nieuws- of weekblad,
tijdschrift, radio- of televisieprogramma of ander medium dat
eenzelfde functie vervult, zijn openbaar gemaakt, indien:
1°. het overnemen geschiedt door een dag-, nieuws- of weekblad
of tijdschrift, in een radio- of televisieprogramma of ander
medium dat een zelfde functie vervult;
2°. artikel 25 in acht wordt genomen;
3°. de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke
wijze wordt vermeld; en
4°. het auteursrecht niet uitdrukkelijk is voorbehouden.
2. Ten aanzien van nieuwsberichten en gemengde berichten kan
een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid, onder 4° niet
worden gemaakt.
3. Dit artikel is mede van toepassing op het overnemen in een
andere taal dan de oorspronkelijke.
D
Artikel 15a komt te luiden:
artikel 15a
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het
citeren uit een werk in een aankondiging, beoordeling,
polemiek of wetenschappelijke verhandeling of een uiting met
een vergelijkbaar doel mits:
1°. het werk waaruit geciteerd wordt rechtmatig openbaar
gemaakt is;
2°. het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de
regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs
geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten
door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;
3°. artikel 25 in acht wordt genomen; en
4°. voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de
naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld.
2. Onder citeren wordt in dit artikel mede begrepen het
citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-,
nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen.
3. Dit artikel is mede van toepassing op het citeren in een
andere taal dan de oorspronkelijke.
E
Na artikel 15g wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
artikel 15h
Tenzij anders overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het
auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst
beschouwd het door middel van een besloten netwerk beschikbaar
stellen van een werk dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen
van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of
archieven die niet het behalen van een direct of indirect
economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van
daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die
instellingen aan individuele leden van het publiek voor
onderzoek of privé-studie.
F
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt
te luiden:
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de
verveelvoudiging of openbaarmaking van gedeelten ervan
uitsluitend ter toelichting bij het onderwijs, voor zover dit
door het beoogde, niet-commerciële doel wordt gerechtvaardigd,
mits:
1°. het werk waaruit is overgenomen rechtmatig openbaar
gemaakt is;
2°. het overnemen in overeenstemming is met hetgeen naar de
regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs
geoorloofd is;
3°. artikel 25 in acht wordt genomen;
4°. voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de
naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld; en
5°. aan de maker of zijn rechtverkrijgenden een billijke
vergoeding wordt betaald.
2. Het vijfde lid vervalt.
G
Artikel 16a komt te luiden:
artikel 16a
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst wordt niet beschouwd een korte opname,
weergave en mededeling ervan in het openbaar in een foto-,
film-, radio- of televisiereportage voor zover zulks voor het
behoorlijk weergeven van de actuele gebeurtenis welke het
onderwerp der reportage uitmaakt, gerechtvaardigd is en mits,
voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de naam
van de maker, duidelijk wordt vermeld.
H
Artikel 16b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt
te luiden:
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de
verveelvoudiging welke beperkt blijft tot enkele exemplaren en
welke uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik
van de natuurlijke persoon die zonder direct of indirect
commercieel oogmerk de verveelvoudiging vervaardigt of tot het
verveelvoudigen uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht
geeft.
2. Het vierde lid komt
te luiden:
4. Indien een ingevolge dit artikel toegelaten
verveelvoudiging heeft plaatsgevonden, mogen de vervaardigde
exemplaren niet zonder toestemming van de maker of zijn
rechtverkrijgenden aan derden worden afgegeven, tenzij de
afgifte geschiedt ten behoeve van een rechterlijke of
bestuurlijke procedure.
3. Het vijfde lid komt
te luiden:
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat
voor de verveelvoudiging, bedoeld in het eerste lid, ten
behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke
vergoeding is verschuldigd. Daarbij kunnen nadere regels
worden gegeven en voorwaarden worden gesteld.
4. Het zesde lid komt
te luiden:
6. Dit artikel is niet van toepassing op het reproduceren,
bedoeld in artikel 16c, noch op het nabouwen van bouwwerken.
5. Het zevende lid
vervalt.
I
Artikel 16c komt te luiden:
artikel 16c
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het
reproduceren van het werk of een gedeelte ervan, mits het
reproduceren geschiedt zonder direct of indirect commercieel
oogmerk en uitsluitend dient tot eigen oefening,studie of
gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie
vervaardigt.
2. Voor het reproduceren, bedoeld in het eerste lid, is de
fabrikant of de importeur van een voorwerp dat bestemd is om
een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven
ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een
billijke vergoeding verschuldigd.
3. Voor de fabrikant ontstaat de verplichting tot betaling van
de vergoeding op het tijdstip dat de door hem vervaardigde
voorwerpen in het verkeer kunnen worden gebracht. Voor de
importeur ontstaat deze verplichting op het tijdstip van
invoer.
4. De verplichting tot betaling van de vergoeding vervalt
indien de ingevolge het derde lid betalingsplichtige een
voorwerp als bedoeld in het eerste lid uitvoert.
5. De vergoeding is slechts eenmaal per voorwerp verschuldigd.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen
worden gegeven met betrekking tot de voorwerpen ten aanzien
waarvan de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, verschuldigd
is. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere
regelen worden gegeven en voorwaarden worden gesteld ter
uitvoering van het bepaalde in dit artikel met betrekking tot
de hoogte, verschuldigdheid en vorm van de billijke
vergoeding.
7. Indien een ingevolge dit artikel toegelaten reproductie
heeft plaatsgevonden, mogen voorwerpen als bedoeld in het
eerste lid niet zonder toestemming van de maker of zijn
rechtverkrijgenden aan derden worden afgegeven, tenzij de
afgifte geschiedt ten behoeve van een rechterlijke of
bestuurlijke procedure.
8. Dit artikel is niet van toepassing op het verveelvoudigen
van een met elektronische middelen toegankelijke verzameling
als bedoeld in artikel 10, derde lid.
J
Vervallen
K
Het tweede lid van artikel 16e vervalt.
L
In artikel 16f vervalt de zinsnede «en de speelduur».
M
Artikel 16g komt te luiden:
artikel 16g
Geschillen met betrekking tot de vergoeding, bedoeld in de
artikelen 16b en 16c, worden in eerste aanleg bij uitsluiting
beslist door de rechtbank te 's-Gravenhage.
N
Aan artikel 16h wordt een lid toegevoegd dat luidt:
3. Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van de
verveelvoudiging van werken als bedoeld bij artikel 10, eerste
lid, onder 1°, van het in een of meer der voorgaande leden
bepaalde mag worden afgeweken ten behoeve van de uitoefening
van de openbare dienst, alsmede ten behoeve van de vervulling
van taken waarmee in het algemeen belang werkzame instellingen
zijn belast. Daarbij kunnen nadere regels worden gegeven en
nadere voorwaarden worden gesteld.
O
Na artikel 16m wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
artikel 16n
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van
letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de
verveelvoudiging door voor het publiek toegankelijke
bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van
een direct of indirect economisch of commercieel voordeel
nastreven, indien die verveelvoudiging geschiedt met als enig
doel:
1°. het exemplaar van het werk te restaureren;
2°. bij dreiging van verval van het exemplaar van het werk een
verveelvoudiging daarvan te behouden voor de instelling;
3°. het werk raadpleegbaar te houden als de technologie
waarmee het toegankelijk gemaakt kan worden in onbruik raakt.
2. De in het eerste lid bedoelde verveelvoudigingen zijn
slechts geoorloofd indien:
1°. de exemplaren van het werk deel uitmaken van de
verzameling van de voor het publiek toegankelijke bibliotheken
en musea of archieven die een beroep op deze beperking doen;
en
2°. artikel 25 in acht wordt genomen.
P
Artikel 17a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt
te luiden:
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
gesteld nopens de uitoefening van het recht van de maker van
een werk of zijn rechtverkrijgenden met betrekking tot de
openbaarmaking van een werk door uitzending van een radio- of
televisieprogramma. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld
in de eerste volzin, kan bepalen, dat zodanig werk in
Nederland mag worden openbaar gemaakt zonder voorafgaande
toestemming van de maker of zijn rechtverkrijgenden, indien de
uitzending plaats vindt vanuit Nederland dan wel vanuit een
staat die geen partij is bij de op 2 mei 1992 te Oporto tot
stand gekomen Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte (Trb. 1992, 132). Zij die bevoegd zijn een werk zonder
voorafgaande toestemming openbaar te maken, zijn
desalniettemin verplicht de rechten van de maker, bedoeld in
artikel 25, te eerbiedigen en aan de maker of zijn
rechtverkrijgenden een billijke vergoeding te betalen, welke
bij gebreke van overeenstemming op vordering van de meest
gerede partij door de rechter zal worden vastgesteld, die
tevens het stellen van zekerheid kan bevelen. Het hiervoor
bepaalde is niet van toepassing op het uitzenden van een in
een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door middel
van een satelliet.
2. Het tweede en derde lid vervallen.
Q
Artikel 17b komt te luiden:
artikel 17b
1. Tenzij anders is overeengekomen, sluit de bevoegdheid tot
openbaarmaking door uitzending van een radio- of
televisieprogramma niet in de bevoegdheid het werk vast te
leggen.
2. De omroeporganisatie die bevoegd is tot de openbaarmaking,
bedoeld in het eerste lid, is echter gerechtigd met haar eigen
middelen en uitsluitend voor uitzending van haar eigen radio-
of televisieprogramma's het ter uitzending bestemde werk
tijdelijk vast te leggen. De omroeporganisatie, die
dientengevolge gerechtigd is tot vastlegging, is
desalniettemin verplicht de rechten van de maker van het werk,
bedoeld in artikel 25, te eerbiedigen.
3. Vastleggingen die met inachtneming van het tweede lid zijn
vervaardigd en een uitzonderlijke documentaire waarde
bezitten, mogen in officiële archieven worden bewaard.
Qa
Artikel 17d komt te luiden:
artikel 17d
Een krachtens artikel 16b, vijfde lid, artikel 16c, zevende
lid, artikel 16h, derde lid, artikel 16m, tweede lid, artikel
17a of artikel 29a, vierde lid, vastgestelde algemene
maatregel van bestuur of een wijziging daarvan treedt niet
eerder in werking dan acht weken na datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt
onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der
Staten-Generaal.
R
Artikel 18 komt te luiden:
artikel 18
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, onder 6°, of op een werk, betrekkelijk
tot de bouwkunde als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder
8°, dat is gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden
geplaatst, wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of
openbaarmaking van afbeeldingen van het werk zoals het zich
aldaar bevindt. Waar het betreft het overnemen in een
compilatiewerk, mag van dezelfde maker niet meer worden
overgenomen dan enkele van zijn werken.
S
Na artikel 18 worden twee artikelen ingevoegd, die luiden:
artikel 18a
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de incidentele
verwerking ervan als onderdeel van ondergeschikte betekenis in
een ander werk.
artikel 18b
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de openbaarmaking of
verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur,
parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met
hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer
redelijkerwijs geoorloofd is.
T
Artikel 22 komt te luiden:
artikel 22
1. In het belang van de openbare veiligheid alsmede ter
opsporing van strafbare feiten mogen afbeeldingen van welke
aard ook door of vanwege de justitie worden verveelvoudigd of
openbaar gemaakt.
2. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde
of wetenschap wordt niet beschouwd het overnemen ervan ten
behoeve van de openbare veiligheid of om het goede verloop van
een bestuurlijke, parlementaire of gerechtelijke procedure of
de berichtgeving daarover te waarborgen.
U
Artikel 23 komt te luiden:
artikel 23
Tenzij anders overeengekomen, is de eigenaar, bezitter of
houder van een teken-, schilder-, bouw- of beeldhouwwerk of
een werk van toegepaste kunst bevoegd dat werk te
verveelvoudigen of openbaar te maken voor zover dat
noodzakelijk is voor reclamedoeleinden, openbare
tentoonstelling of openbare verkopen van dat werk, een en
ander met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik.
V
Aan artikel 28 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
8. Gelijke bevoegdheid tot
opeising, dan wel tot vernietiging of onbruikbaarmaking,
alsmede tot afgifte teneinde tot vernietiging of
onbruikbaarmaking over te gaan, bestaat ten aanzien van de
inrichtingen, producten en onderdelen als bedoeld in artikel
29a alsmede de reproducties van werken als bedoeld in artikel
29b, die geen registergoederen zijn.
W
Na artikel 29 worden twee artikelen ingevoegd, die luiden:
artikel 29a
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «technische
voorzieningen» verstaan technologie, inrichtingen of
onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen
voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van
werken, die door de maker of zijn rechtverkrijgenden niet zijn
toegestaan. Technische voorzieningen worden geacht
«doeltreffend» te zijn indien het gebruik van een beschermd
werk door de maker of zijn rechtverkrijgenden wordt beheerst
door middel van toegangscontrole of door toepassing van een
beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of andere
transformatie van het werk of een kopieerbeveiliging die de
beoogde bescherming bereikt.
2. Degene, die doeltreffende technische voorzieningen omzeilt
en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, handelt
onrechtmatig.
3. Degene die diensten verricht of inrichtingen, producten of
onderdelen vervaardigt, invoert, distribueert, verkoopt,
verhuurt, adverteert of voor commerciële doeleinden bezit die:
a) aangeboden, aangeprezen of in de handel gebracht worden met
het doel om de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen te omzeilen, of
b) slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders
dan het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen, of
c) vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het
doel het omzeilen van de doeltreffende technische
voorzieningen mogelijk of gemakkelijker te maken, handelt
onrechtmatig.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
vastgesteld die de maker of zijn rechtverkrijgenden er toe
verplichten aan de gebruiker van een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst voor doeleinden als omschreven in de
artikelen 16, 16b, 16c, 16h, 16n, 17b en 22 van deze wet de
nodige middelen te verschaffen om van deze beperkingen te
profiteren, mits de gebruiker rechtmatig toegang tot het door
de technische voorziening beschermde werk heeft. Het bepaalde
in de voorgaande zin geldt niet ten aanzien van werken die
onder contractuele voorwaarden aan gebruikers beschikbaar
worden gesteld op een door hen individueel gekozen plaats en
tijd.
artikel 29b
1. Degene die opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn
elektronische informatie betreffende het beheer van rechten
verwijdert of wijzigt, of werken van letterkunde, wetenschap
of kunst waaruit op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie
is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke
informatie is gewijzigd, verspreidt, ter verspreiding invoert,
uitzendt of anderszins openbaar maakt, en weet of
redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot
inbreuk op het auteursrecht, dan wel een dergelijke inbreuk
mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt, handelt
onrechtmatig.
2. Onder «informatie betreffende het beheer van rechten» wordt
in dit artikel verstaan alle door de maker of zijn
rechtverkrijgenden verstrekte informatie welke verbonden is
met een verveelvoudiging van een werk of bij de openbaarmaking
van een werk bekend wordt gemaakt, die dient ter identificatie
van het werk, dan wel van de maker of zijn rechtverkrijgenden,
of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van
het werk, alsmede de cijfers of codes waarin die informatie is
vervat.
X
Artikel 45n komt te luiden:
artikel 45n
De artikelen 16b en 16c zijn niet van toepassing op werken als
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12°.
ARTIKEL II
De Wet op de naburige rechten wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel f komt te
luiden:
f. reproduceren: de directe of indirecte, tijdelijke of
duurzame, volledige of gedeeltelijke reproductie van een
opname of een reproductie daarvan, met welke middelen en in
welke vorm ook; onder reproduceren wordt niet verstaan de
tijdelijke reproductie die van voorbijgaande of incidentele
aard is, en die een integraal en essentieel onderdeel vormt
van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig
doel de doorgifte in een netwerk tussen derden door een
tussenpersoon of een rechtmatig gebruik mogelijk te maken, en
die geen zelfstandige economische waarde bezit;
2. Onder vervanging
van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma,
worden de volgende onderdelen toegevoegd:
l. uitvoering: de activiteit van de uitvoerend kunstenaar als
zodanig;
m. beschikbaar stellen voor het publiek: op grond van deze wet
beschermd materiaal per draad of draadloos voor leden van het
publiek beschikbaar stellen op zodanige wijze dat zij daartoe
op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang toe
hebben;
n. technische voorzieningen: technologie, inrichtingen of
onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen
voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van
het op grond van deze wet beschermd materiaal, die door de
uitvoerend kunstenaar, producent van fonogrammen, producent
van eerste vastleggingen van films of omroeporganisatie niet
zijn toegestaan; technische voorzieningen worden geacht
«doeltreffend» te zijn indien het gebruik van op grond van
deze wet beschermd materiaal door de uitvoerend kunstenaar,
producent van fonogrammen, producent van eerste vastleggingen
van films of omroeporganisatie, of hun rechtverkrijgenden,
wordt beheerst door middel van toegangscontrole of door
toepassing van een beschermingsprocédé zoals encryptie,
vervorming of andere transformatie van op grond van deze wet
beschermd materiaal of een kopieerbeveiliging die de beoogde
bescherming bereikt;
o. informatie betreffende het beheer van rechten: alle door de
uitvoerende kunstenaar, producent van fonogrammen, producent
van eerste vastleggingen van films, of omroeporganisaties, en
hun rechtverkrijgenden verstrekte informatie, welke is
verbonden met een reproductie van op grond van deze wet
beschermd materiaal of bij de openbaarmaking dan wel het in
het verkeer brengen daarvan is bekend gemaakt, die dient ter
identificatie van dat materiaal, of informatie betreffende de
voorwaarden voor het gebruik van het op grond van deze wet
beschermd materiaal alsmede de cijfers of codes waarin die
informatie is vervat.
B
Artikel 2, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:
d. het uitzenden, het
heruitzenden, het beschikbaar stellen voor het publiek of het
op een andere wijze openbaar maken van een uitvoering of een
opname van een uitvoering of een reproductie daarvan.
C
Artikel 6, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. het uitzenden, het
heruitzenden, het beschikbaar stellen voor het publiek of het
op een andere wijze openbaar maken van een door hem
vervaardigd fonogram of een reproductie daarvan. Artikel 2,
zevende tot en met het negende lid, is van overeenkomstige
toepassing.
D
Na de eerste volzin van artikel 7, eerste lid, wordt een
volzin ingevoegd, die luidt:
Het in het eerste volzin
bepaalde is niet van toepassing op het beschikbaar stellen
voor het publiek van een dergelijk fonogram.
E
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door
een puntkomma, wordt aan artikel 7a, eerste lid, een onderdeel
toegevoegd, dat luidt:
c. het beschikbaar stellen
voor het publiek van een door hem vervaardigde eerste
vastlegging van een film of een reproductie daarvan.
F
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:
e. het beschikbaar stellen
voor het publiek of op andere wijze openbaar maken van opnamen
van programma's of reproducties daarvan, ongeacht welke
technische hulpmiddelen daarbij worden gebruikt.
Fa
In de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid, 7a, tweede lid,
en 8, tweede lid, wordt na de woorden «in het verkeer
gebracht» telkens ingevoegd: door eigendomsoverdracht.
G
Artikel 10 komt te luiden:
artikel 10
Als inbreuk op de rechten, bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en
8, wordt niet beschouwd:
a. het overnemen van op grond van deze wet beschermd materiaal
over actuele economische, politieke, godsdienstige of
levensbeschouwelijke onderwerpen, die in een radio- of
televisieprogramma of ander medium dat eenzelfde functie
vervult, zijn openbaar gemaakt of in het verkeer gebracht,
indien het overnemen geschiedt in een radio- of
televisieprogramma of ander medium dat eenzelfde functie
vervult; artikel 15, eerste lid, onder 3° en 4°, van de
Auteurswet 1912 is van overeenkomstige toepassing; ten aanzien
van een uitvoering dient artikel 5 in acht te worden genomen;
b. het citeren in een aankondiging, beoordeling, polemiek of
wetenschappelijke verhandeling of een uiting met een
vergelijkbaar doel; artikel 15a, eerste lid, onder 1°, 2° en
4°, van de Auteurswet 1912 is van overeenkomstige toepassing;
ten aanzien van een uitvoering dient artikel 5 in acht te
worden genomen;
c. het door middel van een besloten netwerk beschikbaar
stellen van een opname van een uitvoering, fonogram, eerste
vastlegging van een film of opname van een programma, of een
reproductie daarvan, dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen
van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of
archieven die niet het behalen van een direct of indirect
economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van
daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die
instellingen aan individuele leden van het publiek voor
onderzoek of privé-studie, tenzij anders is overeengekomen;
d. de verslaggeving in het openbaar in een film-, radio- of
televisiereportage over actuele gebeurtenissen, voorzover
zulks voor het behoorlijk weergeven van de actuele gebeurtenis
die het onderwerp van de reportage uitmaakt gerechtvaardigd is
en mits slechts gebruik wordt gemaakt van korte fragmenten;
artikel 16a van de Auteurswet 1912 is van overeenkomstige
toepassing;
e. het reproduceren van op grond van deze wet beschermd
materiaal, mits het reproduceren geschiedt zonder direct of
indirect commercieel oogmerk en uitsluitend dient tot eigen
oefening, studie of gebruik van een natuurlijke persoon die de
reproductie vervaardigt; de artikelen 16c, tweede tot en met
zevende lid, 16d tot en met 16g, 17d en 35c van de Auteurswet
1912 zijn van overeenkomstige toepassing;
f. de reproductie van een opname van een uitvoering, fonogram,
eerste vastlegging van een film of opname van een programma,
of een reproductie daarvan, door voor het publiek
toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen of musea of
door archieven die niet het behalen van een direct of indirect
economisch of commercieel voordeel nastreven, indien het
reproduceren geschiedt met als enig doel een opname van een
uitvoering, fonogram, eerste vastlegging van een film of
opname van een programma, of een reproductie daarvan, voor de
instelling te behouden bij aantoonbare dreiging van verval dan
wel raadpleegbaar te houden als de technologie waarmee het
toegankelijk kan worden gemaakt in onbruik raakt; artikel 16n,
tweede lid, onder 1° en 2°, van de Auteurswet 1912 is van
overeenkomstige toepassing; ten aanzien van een uitvoering
dient artikel 5 in acht te worden genomen;
g. een tijdelijke vastlegging door of in opdracht van een
omroeporganisatie, die bevoegd is tot uitzenden of doen
uitzenden, ten behoeve van het eigen programma; artikel 17b,
derde lid, van de Auteurswet 1912 is van overeenkomstige
toepassing; ten aanzien van een uitvoering dient artikel 5 in
acht genomen te worden;
h. de incidentele verwerking van op grond van deze wet
beschermd materiaal als onderdeel van ondergeschikte betekenis
in ander materiaal;
i. een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in
overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het
maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is; en
j. het overnemen van op grond van deze wet beschermd materiaal
ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten, de openbare
veiligheid of om het goede verloop van een bestuurlijke,
parlementaire of gerechtelijke procedure of de berichtgeving
daarover te waarborgen.
H
Artikel 11 komt te luiden:
artikel 11
Van inbreuk op de rechten, bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en
8, is geen sprake indien de handelingen, bedoeld in de
artikelen 2, 6, 7a en 8, uitsluitend worden verricht ter
toelichting bij het onderwijs, voor zover dit door het
beoogde, niet commerciële doel wordt gerechtvaardigd; artikel
16, eerste lid, onder 1°, 2°, 4° en 5°, van de Auteurswet 1912
is van overeenkomstige toepassing; ten aanzien van een
uitvoering dient artikel 5 in acht genomen te worden.
Ha
Artikel 12, tweede lid, komt te luiden:
2. De rechten van producenten
van fonogrammen vervallen door verloop van 50 jaren te rekenen
van de 1 e januari van het jaar, volgend op dat waarin het
fonogram is vervaardigd. Indien binnen deze termijn het
fonogram op rechtmatige wijze in het verkeer is gebracht,
vervallen de rechten door verloop van 50 jaren te rekenen van
de 1 e januari van het jaar, volgende op dat waarin het
fonogram voor het eerst op rechtmatige wijze in het verkeer is
gebracht. Indien het fonogram binnen de in de vorige zin
bedoelde termijn niet op rechtmatige wijze in het verkeer is
gebracht maar wel openbaar is gemaakt, vervallen de rechten 50
jaar na de datum waarop het fonogram voor het eerst is
openbaar gemaakt.
I
Aan artikel 17 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
5. Gelijke bevoegdheid tot
opeising, dan wel tot vernietiging of onbruikbaarmaking
alsmede tot afgifte teneinde tot vernietiging of
onbruikbaarmaking over te gaan, bestaat ten aanzien van
inrichtingen, producten en onderdelen als bedoeld in artikel
19 en reproducties als bedoeld in artikel 19a, die geen
registergoederen zijn.
J
Na artikel 18 worden twee artikelen ingevoegd, die luiden:
artikel 19
1. Degene, die doeltreffende technische voorzieningen omzeilt
en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, handelt
onrechtmatig.
2. Degene die diensten verricht of inrichtingen, producten of
onderdelen vervaardigt, invoert, distribueert, verkoopt,
verhuurt, adverteert of voor commerciële doeleinden bezit die:
a) aangeboden, aangeprezen of in de handel gebracht worden met
het doel om de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen te omzeilen, of
b) slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders
dan het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen, of
c) vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het
doel het omzeilen van de beschermende werking van
doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of
gemakkelijker te maken, handelt onrechtmatig.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
vastgesteld die de uitvoerende kunstenaar, producent van
fonogrammen, producent van films en omroeporganisatie, of hun
rechtverkrijgenden, er toe verplichten aan de gebruiker van
een uitvoering, opname van een uitvoering, fonogram, film of
programma, of een reproductie daarvan voor doeleinden als
omschreven in artikel 10, onderdelen d, e, f, en i, en artikel
11 de nodige middelen te verschaffen om van deze beperkingen
te profiteren, mits de gebruiker rechtmatig toegang tot door
de technische voorziening beschermde uitvoering, opname van
een uitvoering, fonogram, film of programma, of reproductie
daarvan, heeft. Het bepaalde in de voorgaande zin geldt niet
ten aanzien van uitvoeringen, opnamen van uitvoeringen,
fonogrammen, films of programma's, of reproducties daarvan,
die onder contractuele voorwaarden aan gebruikers beschikbaar
worden gesteld op een door hen individueel gekozen plaats en
tijd. Artikel 17d van de Auteurswet 1912 is van
overeenkomstige toepassing.
artikel 19a
Degene die opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn
elektronische informatie betreffende het beheer van rechten
verwijdert of wijzigt, of van opnamen van uitvoeringen,
fonogrammen, films of programma's, of reproducties daarvan, op
ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is verwijderd of
waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is
gewijzigd, verspreidt, ter verspreiding invoert, uitzendt of
anderszins openbaar maakt, en weet of redelijkerwijs behoort
te weten dat hij zodoende aanzet tot inbreuk op de rechten als
bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en 8 dan wel een dergelijke
inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt, handelt
onrechtmatig.
ARTIKEL III
De Databankenwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Onder vervanging van de punt aan het slot door een
puntkomma, worden aan artikel 1, eerste lid, twee onderdelen
toegevoegd, die luiden:
e. technische voorzieningen: technologie, inrichtingen of
onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen
voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van
databanken, en door de producent van de databank of zijn
rechtverkrijgende niet zijn toegestaan; technische
voorzieningen worden geacht «doeltreffend» te zijn indien het
opvragen en hergebruiken van een databank door de producent
van de databank of zijn rechtverkrijgende wordt beheerst door
middel van toegangscontrole of door toepassing van een
beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of andere
transformatie van de databank of een kopieerbeveiliging die de
beoogde bescherming bereikt;
f. informatie betreffende het beheer van rechten: alle door de
producent van een databank en zijn rechtverkrijgenden
verstrekte informatie welke verbonden is met een exemplaar van
een databank of bij het hergebruiken van een databank bekend
wordt gemaakt, die dient ter identificatie van de databank, of
informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de
databank, alsmede de cijfers of codes waarin die informatie is
vervat.
Aa
In artikel 2, derde lid, wordt na de woorden «in het verkeer
gebracht» ingevoegd: door eigendomsoverdracht.
B
Na artikel 5 worden drie artikelen ingevoegd, die luiden:
artikel 5a
1. Degene, die doeltreffende technische voorzieningen omzeilt
en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, handelt
onrechtmatig.
2. Degene die diensten verricht of inrichtingen, producten of
onderdelen vervaardigt, invoert, distribueert, verkoopt,
verhuurt, adverteert of voor commerciële doeleinden bezit die:
a) aangeboden, aangeprezen of in de handel gebracht worden met
het doel om de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen te omzeilen, of
b) slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders
dan het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende
technische voorzieningen, of
c) vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het
doel het omzeilen van de beschermende werking van
doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of
gemakkelijker te maken, handelt onrechtmatig.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
vastgesteld die de producent van de databank er toe
verplichten aan de gebruiker van de databank voor doeleinden
als omschreven in artikel 5 de nodige middelen te verschaffen
om van deze beperking te profiteren, mits de gebruiker
rechtmatig toegang tot de door de technische voorziening
beschermde databank heeft. Het bepaalde in de voorgaande zin
geldt niet ten aanzien van databanken die onder contractuele
voorwaarden aan gebruikers beschikbaar worden gesteld op een
door hen individueel gekozen plaats en tijd. Artikel 17d van
de Auteurswet 1912 is van overeenkomstige toepassing.
artikel 5b
Degene die opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn
elektronische informatie betreffende het beheer van rechten
verwijdert of wijzigt, of databanken waaruit op ongeoorloofde
wijze dergelijke informatie is verwijderd of waarin op
ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd,
verspreidt, ter verspreiding invoert, uitzendt of anderszins
openbaar maakt, en weet of redelijkerwijs behoort te weten dat
hij zodoende aanzet tot inbreuk op het databankenrecht, dan
wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of
verbergt, handelt onrechtmatig.
artikel 5c
1. Inbreuk op het in artikel 5a, eerste en tweede lid, of
artikel 5b bepaalde, geeft de bevoegdheid inrichtingen,
producten en onderdelen als bedoeld in artikel 5a of
databanken als bedoeld in artikel 5b als zijn eigendom op te
eisen dan wel daarvan de vernietiging of onbruikbaarmaking te
vorderen. Gelijke bevoegdheid bestaat ten aanzien van roerende
zaken die geen registergoederen zijn en die rechtstreeks
hebben gediend tot de vervaardiging van de inrichtingen,
producten en onderdelen, bedoeld in de eerste zin.
2. De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering betreffende beslag en executie tot afgifte van
roerende zaken die geen registergoederen zijn, zijn van
toepassing. Bij samenloop met een ander beslag gaat degene die
beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
3. De rechter kan gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt dan
tegen een door hem vast te stellen door de eiser te betalen
vergoeding.
4. Tenzij anders is overeengekomen, heeft de licentienemer het
recht de uit het eerste lid voortvloeiende bevoegdheden uit te
oefenen, voor zover deze strekken tot bescherming van de
rechten waarvan de uitoefening hem is toegestaan.
ARTIKEL IIIa
Voor zover uitvoerende kunstenaars of fonogrammenproducenten
als bedoeld in het op 20 december 1996 te Genève gesloten
Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele
eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (Trb. 1998, 248)
rechten kunnen ontlenen aan dat verdrag, kunnen zij aanspraak
maken op de daarmee corresponderende rechten uit de Wet op de
naburige rechten.
ARTIKEL IV
Deze wet laat vóór het in artikel VII van deze wet te bepalen
tijdstip verrichte exploitatiehandelingen, alsmede vóór dat
tijdstip verworven rechten onverlet.
ARTIKEL V
Onze Minister van Justitie zendt uiterlijk binnen drie jaar na
de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na drie
jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de toepassing van
de artikelen 29a en 29b van de Auteurswet 1912, 19 en 19a van
de Wet op de naburige rechten en 5a en 5b van de
Databankenwet.
ARTIKEL Va
De nog niet genummerde leden van artikelen van de Auteurswet
1912 worden genummerd.
ARTIKEL VI
De tekst van de Auteurswet 1912 wordt in het Staatsblad
geplaatst.
ARTIKEL VII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden. |