| Wij Beatrix, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is
de Nederlandse wetgeving aan te passen met het oog op
richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11
maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Pb
EG L77);
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I. Bescherming van
de producent van databanken
Artikel 1.
1. Voor de toepassing
van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan
onder:
a. databank: een
verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige
elementen die systematisch of methodisch geordend en
afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins
toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of
de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief
opzicht getuigt van een substantiële investering;
b. producent van een databank: degene die het risico draagt
van de voor de databank te maken investering;
c. opvragen: het permanent of tijdelijk overbrengen van de
inhoud van een databank of een deel daarvan op een andere
drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm;
d. hergebruiken: elke vorm van het aan het publiek ter
beschikking stellen van de inhoud van een databank of een
deel daarvan door verspreiding van exemplaren, verhuur, on
line transmissie of transmissie in een andere vorm;
e. technische voorzieningen: technologie, inrichtingen of
onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen
voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien
van databanken, en door de producent van de databank of zijn
rechtverkrijgende niet zijn toegestaan; technische
voorzieningen worden geacht «doeltreffend» te zijn indien
het opvragen en hergebruiken van een databank door de
producent van de databank of zijn rechtverkrijgende wordt
beheerst door middel van toegangscontrole of door toepassing
van een beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of
andere transformatie van de databank of een
kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt;
f. informatie betreffende het beheer van rechten: alle door
de producent van een databank en zijn rechtverkrijgenden
verstrekte informatie welke verbonden is met een exemplaar
van een databank of bij het hergebruiken van een databank
bekend wordt gemaakt, die dient ter identificatie van de
databank, of informatie betreffende de voorwaarden voor het
gebruik van de databank, alsmede de cijfers of codes waarin
die informatie is vervat.
2. Het voor een
beperkte tijd en zonder direct of indirect economisch of
commercieel voordeel voor gebruik ter beschikking stellen door
voor het publiek toegankelijke instellingen wordt niet als
opvragen of hergebruiken beschouwd.
3. Op
computerprogramma's die worden gebruikt bij de productie of de
werking van met elektronische middelen toegankelijke
databanken zijn de desbetreffende bepalingen in de Auteurswet
1912 van toepassing.
Artikel 2.
1. De producent van
een databank heeft het uitsluitende recht om toestemming te
verlenen voor de volgende handelingen:
a. het opvragen of
hergebruiken van het geheel of een in kwalitatief of
kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de
databank;
b. het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van
in kwalitatief of in kwantitatief opzicht niet-substantiële
delen van de inhoud van een databank, voorzover dit in
strijd is met de normale exploitatie van die databank of
ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige
belangen van de producent van de databank.
2. Het auteursrecht of
andere rechten op de databank of op de in de databank
opgenomen werken, gegevens of andere elementen blijven
onverlet.
3. Indien een
exemplaar van een databank door of met toestemming van de
producent of zijn rechtverkrijgende voor de eerste maal in het
verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht in een van de
lidstaten van de Europese Unie of in een staat die partij is
bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
van 2 mei 1992, vormt anderszins in het verkeer brengen in die
staten van dat exemplaar geen inbreuk op het in het eerste lid
bedoelde recht.
4. Het in het eerste
lid bedoelde recht gaat over bij erfopvolging en is vatbaar
voor gehele of gedeeltelijke overdracht. De levering vereist
voor gehele of gedeeltelijke overdracht geschiedt door een
daartoe bestemde akte.
Artikel 3.
1. De producent van
een databank welke op enigerlei wijze aan het publiek ter
beschikking is gesteld mag de rechtmatige gebruiker van die
databank niet verhinderen in kwalitatief of kwantitatief
opzicht niet-substantiële delen van de inhoud ervan op te
vragen of te hergebruiken. Voorzover de rechtmatige gebruiker
toestemming heeft om slechts een deel van de databank op te
vragen of te hergebruiken, geldt de eerste zin slechts voor
dat deel.
2. Bij overeenkomst
kan niet ten nadele van de rechtmatige gebruiker van het
eerste lid worden afgeweken.
Artikel 4.
De rechtmatige gebruiker van
een databank welke op enigerlei wijze aan het publiek ter
beschikking is gesteld, mag geen handelingen verrichten
waardoor hij de normale exploitatie van de databank in gevaar
brengt of ongerechtvaardigde schade aan de producent
toebrengt.
Artikel 5.
De rechtmatige gebruiker van
een databank die op enigerlei wijze aan het publiek ter
beschikking is gesteld mag zonder toestemming van de producent
van de databank een substantieel deel van de inhoud van de
databank:
a. opvragen voor privé
doeleinden, mits het een niet-elektronische databank
betreft;
b. opvragen ter illustratie bij onderwijs of voor
wetenschappelijk onderzoek, met bronvermelding en voor zover
door het niet-commerciële doel gerechtvaardigd;
c. opvragen of hergebruiken voor de openbare veiligheid of
in het kader van een administratieve of rechterlijke
procedure.
Artikel 5a.
1. Degene, die
doeltreffende technische voorzieningen omzeilt en dat weet of
redelijkerwijs behoort te weten, handelt onrechtmatig.
2. Degene die diensten
verricht of inrichtingen, producten of onderdelen vervaardigt,
invoert, distribueert, verkoopt, verhuurt, adverteert of voor
commerciële doeleinden bezit die:
a) aangeboden, aangeprezen
of in de handel gebracht worden met het doel om de
beschermende werking van doeltreffende technische
voorzieningen te omzeilen, of
b) slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders
dan het omzeilen van de beschermende werking van
doeltreffende technische voorzieningen, of
c) vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het
doel het omzeilen van de beschermende werking van
doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of
gemakkelijker te maken,
handelt onrechtmatig.
3. Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen regelen worden vastgesteld die de
producent van de databank er toe verplichten aan de gebruiker
van de databank voor doeleinden als omschreven in artikel 5 de
nodige middelen te verschaffen om van deze beperking te
profiteren, mits de gebruiker rechtmatig toegang tot de door
de technische voorziening beschermde databank heeft. Het
bepaalde in de voorgaande zin geldt niet ten aanzien van
databanken die onder contractuele voorwaarden aan gebruikers
beschikbaar worden gesteld op een door hen individueel gekozen
plaats en tijd. Artikel 17d van de Auteurswet 1912 is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 5b.
Degene die opzettelijk en
zonder daartoe gerechtigd te zijn elektronische informatie
betreffende het beheer van rechten verwijdert of wijzigt, of
databanken waaruit op ongeoorloofde wijze dergelijke
informatie is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze
dergelijke informatie is gewijzigd, verspreidt, ter
verspreiding invoert, uitzendt of anderszins openbaar maakt,
en weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende
aanzet tot inbreuk op het databankenrecht, dan wel een
dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of
verbergt, handelt onrechtmatig.
Artikel 5c.
1. Inbreuk op het in
artikel 5a, eerste en tweede lid, of artikel 5b bepaalde,
geeft de bevoegdheid inrichtingen, producten en onderdelen als
bedoeld in artikel 5a of databanken als bedoeld in artikel 5b
als zijn eigendom op te eisen dan wel daarvan de vernietiging
of onbruikbaarmaking te vorderen. Gelijke bevoegdheid bestaat
ten aanzien van roerende zaken die geen registergoederen zijn
en die rechtstreeks hebben gediend tot de vervaardiging van de
inrichtingen, producten en onderdelen, bedoeld in de eerste
zin.
2. De bepalingen van
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende beslag
en executie tot afgifte van roerende zaken die geen
registergoederen zijn, zijn van toepassing. Bij samenloop met
een ander beslag gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens
dit artikel voor.
3. De rechter kan
gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt dan tegen een door
hem vast te stellen door de eiser te betalen vergoeding.
4. Tenzij anders is
overeengekomen, heeft de licentienemer het recht de uit het
eerste lid voortvloeiende bevoegdheden uit te oefenen, voor
zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan de
uitoefening hem is toegestaan.
Artikel 6.
1. Het recht, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, ontstaat op het tijdstip waarop de
productie van de databank is voltooid. Het vervalt door
verloop van vijftien jaar na 1 januari van het jaar volgend op
het tijdstip van voltooiing.
2. Indien een databank
voor het tijdstip waarop de productie werd voltooid ter
beschikking van het publiek is gesteld, vervalt het recht,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, door verloop van vijftien
jaar na 1 januari van het jaar volgend op het tijdstip waarop
de databank voor het eerst ter beschikking van het publiek
werd gesteld.
3. Met elke in
kwalitatief of kwantitatief opzicht substantiële wijziging van
de inhoud van de databank, met name door opeenvolgende
toevoegingen, weglatingen of veranderingen, die in kwalitatief
of kwantitatief opzicht getuigt van een nieuwe substantiële
investering, ontstaat een nieuw recht als bedoeld in artikel
2, eerste lid, voor de door die investering ontstane databank.
Artikel 7.
Het recht, bedoeld in artikel
2, eerste lid, komt toe aan:
a. de producent van de
databank of zijn rechtverkrijgende die onderdaan is van of
zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een
lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is
bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte van 2 mei 1992;
b. de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende
die een rechtspersoon is die is opgericht overeenkomstig de
wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van een
staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en haar
statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft
binnen het grondgebied van een van die staten; indien een
dergelijke rechtspersoon echter alleen haar statutaire zetel
op het grondgebied van een van die staten heeft, moeten haar
werkzaamheden een daadwerkelijke en duurzame band hebben met
de economie van die staat;
c. de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende
die een recht kan ontlenen aan een overeenkomst die de Raad
van de Europese Unie heeft gesloten met andere landen dan
bedoeld onder a. of b.
Artikel 8.
1. De openbare macht
bezit het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet ten
aanzien van databanken waarvan zij de producent is en waarvan
de inhoud gevormd wordt door wetten, besluiten en
verordeningen, door haar uitgevaardigd, rechterlijke
uitspraken en administratieve beslissingen.
2. Het recht, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing op databanken
waarvan de openbare macht de producent is, tenzij het recht
hetzij in het algemeen bij de wet, besluit of verordening,
hetzij in een bepaald geval blijkens mededeling op de databank
zelf of bij de terbeschikkingstelling aan het publiek van de
databank uitdrukkelijk is voorbehouden.
Artikel 9.
Deze wet wordt aangehaald
als: Databankenwet.
ARTIKEL II
[Wijzigt de Auteurswet 1912.]
ARTIKEL III
A.
1. Artikel I is ook van
toepassing op databanken waarvan de productie na 1 januari
1983 voltooid is, met dien verstande dat aan vóór 1 januari
1998 verrichte handelingen en verkregen rechten geen afbreuk
wordt gedaan.
2. Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vervalt in
dat geval op 1 januari 2014.
B. Artikel II is ook
van toepassing op verzamelingen als bedoeld in artikel 10,
derde lid, van de Auteurswet 1912 die vóór 1 januari 1998
gemaakt zijn, met dien verstande dat aan vóór die datum
verrichte handelingen en verkregen rechten geen afbreuk wordt
gedaan.
C. Op verzamelingen
als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Auteurswet 1912
die op 27 maart 1996 behoorden tot de in artikel 10, eerste
lid, onder 1°, van de Auteurswet 1912 genoemde geschriften
blijven de bepalingen in hoofdstuk III van de Auteurswet 1912
over de duur van het auteursrecht van toepassing.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in
het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 8
juli 1999
Beatrix
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
Uitgegeven de
twintigste juli 1999
De Minister van
Justitie,
A. H. Korthals
|