HOOFDSTUK I. TEKENINGEN OF
MODELLEN
Artikel 1
Als tekening of model kan worden beschermd het nieuwe
uiterlijk van een voortbrengsel dat een gebruiksfunctie heeft.
Artikel 2
1. Van de bescherming uit hoofde van deze wet is
uitgesloten datgene wat noodzakelijk is voor het verkrijgen
van een technisch effect.
2. Het uiterlijk van bepaalde categorieën van
voortbrengselen, ten aanzien waarvan de toepassing van de wet
aanleiding zou geven tot aanzienlijke moeilijkheden, kan van
de bescherming uit hoofde van deze wet blijvend of tijdelijk
worden uitgesloten bij uitvoeringsreglement.
Artikel 3
1. Onverminderd het in het Verdrag van Parijs tot
bescherming van de industriële eigendom vastgestelde recht van
voorrang of het recht van voorrang voortvloeiend uit het
verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, wordt
het uitsluitend recht op een tekening of model verkregen door
het eerste depot verricht binnen het Beneluxgebied en
ingeschreven bij het Benelux-Bureau voor Tekeningen of
Modellen (Benelux-depot), of ingeschreven bij het
Internationaal Bureau voor de bescherming van de industriële
eigendom (internationaal depot).
2. Indien bij samenloop van depots het eerste depot niet
wordt gevolgd door de publikatie als bedoeld in artikel 9,
onder 3) van deze wet of in artikel 6, onder 3) van de
Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationaal
depot van tekeningen of modellen van nijverheid, verkrijgt het
latere depot de rang van eerste depot.
Artikel 4
Door het depot van een tekening of model wordt geen
uitsluitend recht verkregen indien:
1). de tekening of het model niet nieuw is, dat wil
zeggen wanneer:
a). op enig tijdstip van de periode van vijftig jaren,
voorafgaande aan de datum van het depot of aan de datum
van voorrang, welke voortvloeit uit het Verdrag van
Parijs, een voortbrengsel dat hetzelfde uiterlijk vertoont
als de gedeponeerde tekening of het gedeponeerde model,
dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen
vertoont in de belanghebbende kring van nijverheid of
handel van het Benelux-gebied feitelijk bekendheid heeft
genoten;
b). een tekening of model, dat gelijk is aan de
gedeponeerde tekening of het gedeponeerde model, dan wel
daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoont,
reeds eerder werd gedeponeerd en dit depot werd gevolgd
door publikatie als bedoeld in artikel 9, onder 3) van
deze wet of in artikel 6, onder 3) van de Overeenkomst van
's-Gravenhage;
2). de tekening of het model in strijd is met de goede
zeden of de openbare orde van één der Beneluxlanden;
3). de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het
model onvoldoende uit het depot blijken.
Artikel 4bis
[Nog niet in werking]
Artikel 4, onder 1, sub a. vindt geen toepassing,
indien de feitelijke bekendheid van een voortbrengsel dat
hetzelfde uiterlijk vertoont als het gedeponeerde model of de
gedeponeerde tekening dan wel daarmee ondergeschikte
verschillen vertoont, in de belanghebbende kring van
nijverheid of handel van het Beneluxgebied, het gevolg is van
openbaarmaking van dat voortbrengsel door de deposant dan wel
door een derde die zijn kennis omtrent het voortbrengsel
direct of indirect aan de deposant heeft ontleend, binnen
twaalf maanden voorafgaande aan de datum van het depot of de
datum van voorrang, welke voortvloeit uit het Verdrag van
Parijs.
Artikel 5
1. Binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen vanaf de
datum van publikatie van het depot, kan de ontwerper van de
tekening of het model, dan wel degene die volgens artikel 6
als ontwerper wordt beschouwd, het Benelux-depot of de voor
het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die
tekening of dat model voortvloeiende rechten opeisen, indien
het depot zonder zijn toestemming door een derde is verricht;
om dezelfde redenen kan hij te allen tijde de nietigheid
inroepen van dat depot of van die rechten. De vordering tot
opeising moet bij het Benelux Bureau worden ingeschreven op
verzoek van de eiser, met inachtneming van de vormvereisten en
tegen betaling van de rechten bepaald bij
uitvoeringsreglement.
2. Indien de in het vorig lid bedoelde deposant gehele of
gedeeltelijke doorhaling heeft verzocht van de inschrijving
van het Benelux-depot of afstand heeft gedaan van de rechten,
die voor het Beneluxgebied uit het internationaal depot
voortvloeien, heeft deze doorhaling of afstand geen werking
ten aanzien van de ontwerper of van degene die volgens artikel
6 als ontwerper wordt beschouwd onder voorbehoud van lid 3,
mits het depot werd opgeëist binnen één jaar na de datum van
publikatie van de doorhaling of afstand en vóór het
verstrijken van bovenbedoelde termijn van vijf jaren.
3. Indien in het tijdvak gelegen tussen de doorhaling of
afstand bedoeld in het tweede lid, en de inschrijving van de
vordering tot opeising, een derde te goeder trouw een
voortbrengsel heeft geëxploiteerd dat hetzelfde uiterlijk
vertoont, wordt dit voortbrengsel als rechtmatig in het
verkeer gebracht beschouwd.
Artikel 6
1. Indien een tekening of model door een werknemer in de
uitoefening van zijn functie werd ontworpen, wordt, behoudens
andersluidend beding, de werkgever als ontwerper beschouwd.
2. Indien een tekening of model op bestelling is ontworpen,
wordt, behoudens andersluidend beding, degene die de
bestelling heeft gedaan als ontwerper beschouwd, mits de
bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in handel of
nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het
model is belichaamd.
Artikel 7
Behoudens het bepaalde in artikel 5, onder 2), vervalt het
uitsluitend recht op een tekening of model:
1). door vrijwillige doorhaling of door het verstrijken
van de geldigheidsduur van de inschrijving van het
Benelux-depot;
2). door het verstrijken van de geldigheidsduur van de
inschrijving van het internationaal depot of door afstand
van rechten, die voor het Beneluxgebied uit het
internationaal depot voortvloeien of door ambtshalve
doorhaling van het internationaal depot, bedoeld in artikel
6, vierde lid, onder c) van de Overeenkomst van
's-Gravenhage.
Artikel 8
1. Het Benelux-depot van tekeningen of modellen geschiedt,
hetzij bij de nationale diensten, hetzij bij het
Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen, met inachtneming
van de vormvereisten en tegen betaling van de rechten, bepaald
bij uitvoeringsreglement. Het dient een fotografische of
grafische afbeelding van het uiterlijk van het voortbrengsel
te bevatten, alsmede het reproduktiemiddel waarmede deze
afbeelding is vervaardigd; het kan eventueel worden aangevuld
met een aanspraak inzake de kleuren en een verklaring
inhoudend de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening
of het model. De afbeelding kan vergezeld gaan van een
beschrijving van de kenmerkende eigenschappen van de tekening
of het model binnen de bij uitvoeringsreglement vast te
stellen grenzen.
2. Het Benelux-depot kan één of meer tekeningen of modellen
bevatten (respectievelijk enkelvoudig en meervoudig depot),
een en ander met inachtneming van de vormvereisten en tegen
betaling van de rechten, bepaald bij uitvoeringsreglement.
3. De met het in ontvangst nemen van de depots belaste
organen onderzoeken of de overgelegde stukken aan de gestelde
vormvereisten voldoen en maken de akte van depot op met
vermelding van de datum waarop dit werd verricht en eventueel
van de aanwezigheid van een aanspraak inzake de kleuren of van
de in dit artikel onder 1. bedoelde beschrijving.
4. Het op artikel 4 van het Verdrag van Parijs of op het
verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
gegronde beroep op voorrang wordt gedaan in de akte van depot
of bij een bijzondere verklaring, af te leggen bij het
Benelux-Bureau in de maand, volgende op het depot, met
inachtneming van de vormvereisten en tegen betaling van de
rechten, bepaald bij uitvoeringsreglement. Het ontbreken van
een dergelijk beroep doet het recht van voorrang vervallen.
Artikel 9
1. Onverminderd de toepassing op Benelux-depots van het in
dit artikel onder 3) bepaalde, kan het depot van een tekening
of model geen aanleiding geven tot enig onderzoek naar de
inhoud van het depot, waarvan de uitkomst de deposant door het
Benelux-Bureau zou kunnen worden tegengeworpen.
2. Het Benelux-Bureau schrijft de akten van de
Benelux-depots onverwijld in en verstrekt een bewijs van
inschrijving aan de houder; het schrijft eveneens de
publikaties in van de ingeschreven internationale depots die
gepubliceerd zijn in het "Bulletin International des dessins
ou modèles - International Design Gazette" ten aanzien waarvan
de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen
uitstrekken over het Beneluxgebied. De wettelijke datum van
inschrijving is hetzij de datum van het Benelux-depot hetzij
die van het internationaal depot. In voorkomende gevallen
vermeldt de inschrijving de datum en de grondslag van de
gevraagde voorrang.
3. Het Benelux-Bureau publiceert zo spoedig mogelijk
overeenkomstig het uitvoeringsreglement de inschrijvingen van
Benelux-depots. Deze publikatie omvat onder andere een
afbeelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het
model belichaamd is, en eventueel de datum en de grondslag van
de gevraagde voorrang en de aanspraak inzake de kleuren of de
in artikel 8, onder 1) bedoelde beschrijving. De publikatie
wordt opgeschort indien de deposant gebruik maakt van de in
artikel 11 geboden mogelijkheid of indien het Bureau oordeelt,
dat op de tekening of het model artikel 4, onder 2) van
toepassing is. In laatstbedoeld geval stelt het Bureau de
deposant daarvan in kennis en verzoekt hem zijn depot binnen
een termijn van twee maanden in te trekken. Indien
belanghebbende na het verstrijken van deze termijn zijn depot
niet heeft ingetrokken, verzoekt het Bureau zo spoedig
mogelijk, het openbaar ministerie een vordering in te stellen
tot nietigverklaring van het depot. Indien het openbaar
ministerie van oordeel is, dat er geen aanleiding bestaat tot
het instellen van een dergelijke vordering of indien de
vordering werd afgewezen bij een rechterlijke beslissing die
kracht van gewijsde heeft verkregen, gaat het Bureau
onverwijld over tot publikatie van de inschrijving van de
tekening of het model.
4. Indien de kenmerkende eigenschappen van de tekening of
het model, zoals deze door het in artikel 8, onder 1),
bedoelde reproduktiemiddel zijn weergegeven, in de publikatie
niet voldoende tot hun recht komen, kan de deposant, binnen
een bij uitvoeringsreglement vast te stellen termijn, het
Bureau verzoeken kosteloos een tweede publikatie te
verrichten.
5. Vanaf de datum van publikatie van de tekening of het
model kan het publiek kennis nemen van de inschrijving en van
de bij het depot overgelegde stukken.
Artikel 10
De internationale depots geschieden volgens de bepalingen
van de Overeenkomst van 's-Gravenhage.
Artikel 11
De deposant kan bij het verrichten van het Benelux-depot
verzoeken de publikatie van de inschrijving op te schorten
gedurende een periode die niet meer mag bedragen dan twaalf
maanden te rekenen vanaf de datum van het depot of, indien de
deposant een beroep doet op artikel 4 van het Verdrag van
Parijs, vanaf de datum waarop het depot, waardoor het recht
van voorrang is ontstaan, werd verricht.
Artikel 12
1. De inschrijving van een Benelux-depot heeft een
geldigheidsduur van vijf jaren te rekenen van de datum van het
depot. De gedeponeerde tekening of het gedeponeerde model kan
noch gedurende de inschrijving noch ter gelegenheid van de
vernieuwing daarvan worden gewijzigd.
2. De inschrijving kan voor twee achtereenvolgende
termijnen van vijf jaren worden vernieuwd door betaling aan
het Benelux-Bureau van het recht voor de vernieuwing. Het
bedrag en de wijze van betaling van dit recht worden bepaald
bij uitvoeringsreglement. Deze betaling dient te geschieden in
de loop van het jaar dat aan het verstrijken van de
geldigheidsduur van de inschrijving voorafgaat. Tegen betaling
van een bij uitvoeringsreglement vastgesteld verhoogd recht
wordt voor de vernieuwing een termijn van uitstel van zes
maanden toegestaan. In alle gevallen werkt de vernieuwing
vanaf de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van
de inschrijving.
3. De vernieuwing kan tot een deel van de in een meervoudig
depot vervatte tekeningen of modellen worden beperkt.
4. Zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur
van de eerste en de tweede termijn van inschrijving herinnert
het Benelux-Bureau aan de juiste datum van dat verstrijken
door verzending van een kennisgeving aan de werkelijke of
gekozen woonplaats van de houder van de tekening of het model,
en aan de derden, die beweren rechten te bezitten op de
tekening of het model, voor zover althans hun naam in het
register voorkomt.
5. Het Bureau verzendt deze kennisgevingen aan het laatste
hem bekende adres van betrokkenen. Het niet-verzenden of
niet-ontvangen van deze brieven geeft geen vrijheid de
vernieuwing binnen de gestelde termijn na te laten; daarop kan
noch in rechte noch ten opzichte van het Bureau beroep worden
gedaan.
6. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in en publiceert
deze overeenkomstig het uitvoeringsreglement.
Artikel 13
1. Het uitsluitend recht op een tekening of model kan
overgaan of voorwerp van een licentie zijn. Nietig zijn:
a). overdrachten onder levenden, die niet schriftelijk
zijn vastgelegd;
b). overdrachten of andere overgangen, die niet op het
gehele Beneluxgebied betrekking hebben.
2. De beperking van een licentie, die geen beperking is
naar duur, heeft geen gevolg voor wat betreft de toepassing
van deze wet.
3. De overdracht of andere overgang of de licentie kan niet
aan derden worden tegengeworpen dan na inschrijving van het
depot van een uittreksel van de akte, waaruit van die overgang
of die licentie blijkt, of van een daarop betrekking hebbende
door de betrokken partijen ondertekende verklaring, mits dit
depot is verricht met inachtneming van de gestelde
vormvereisten en tegen betaling van de rechten, bepaald bij
uitvoeringsreglement.
4. De licentiehouder is bevoegd in een door de houder van
het uitsluitend recht op een tekening of model ingestelde
vordering als bedoeld in artikel 14, onder 3 en 4, tussen te
komen om rechtstreeks de door hem geleden schade vergoed te
krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde
genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering
als bedoeld in artikel 14, onder 3 en 4, kan de licentiehouder
slechts instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de
houder van het uitsluitend recht heeft bedongen.
Artikel 14
1. Op grond van zijn uitsluitend recht op een tekening of
model kan de houder daarvan zich verzetten tegen elke
vervaardiging, invoer, uitvoer, verkoop, het te koop
aanbieden, verhuur, het te huur aanbieden, tentoonstelling,
levering, gebruik of het in voorraad hebben voor een van deze
doeleinden, met industrieel of commercieel oogmerk, van een
voortbrengsel dat hetzelfde uiterlijk vertoont als de
gedeponeerde tekening of het gedeponeerde model dan wel
daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoont.
2. Op grond van zijn uitsluitend recht kan de houder zich
tevens verzetten tegen het plaatsen onder een
schorsingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
a), van Verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van 22
december 1994, van door piraterij verkregen goederen als
bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b) van genoemde
verordening.
3. De houder kan op grond van het uitsluitend recht slechts
schadevergoeding vorderen voor de in dit artikel, onder 1)
opgesomde handelingen, indien deze hebben plaatsgevonden na de
in artikel 9 bedoelde publikatie, waarin de kenmerkende
eigenschappen van de tekening of het model op voldoende wijze
werden weergegeven, behalve indien de derde met wetenschap van
het depot heeft gehandeld.
4. Naast of in plaats van een vordering tot
schadevergoeding kan de houder van het uitsluitend recht een
vordering instellen tot het afdragen van winst, welke is
genoten als gevolg van handelingen bedoeld in dit artikel
onder 1, onder de omstandigheden bedoeld in dit artikel onder
2, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat de
genoemde handelingen niet te kwader trouw zijn verricht of dat
de omstandigheden van het geval geen aanleiding geven tot een
veroordeling tot afdracht van onrechtmatig genoten winst,
wijst hij de vordering af.
5. De houder van het uitsluitend recht op een tekening of
model kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen
van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de
aan deze laatste in artikel 13, onder 4, toegekende
bevoegdheid.
6. Het uitsluitend recht op een tekening of model houdt
evenwel niet in het recht zich te verzetten tegen de in dit
artikel, onder 1) bedoelde handelingen met betrekking tot
voortbrengselen die in het Beneluxgebied in het verkeer zijn
gebracht door de houder of door iemand anders met zijn
toestemming, dan wel door de personen bedoeld in artikel 17.
7. De vorderingen kunnen geen betrekking hebben op
voortbrengselen, die vóór de datum van het depot in het
Beneluxgebied in het verkeer werden gebracht.
8. Voor feiten die alleen inbreuk op een tekening of model
inhouden kan geen vordering worden ingesteld op grond van de
wettelijke bepalingen inzake de bestrijding van de oneerlijke
mededinging.
Artikel 14bis
[Nog niet in werking]
1. De houder van een uitsluitend recht op een tekening of
model heeft de bevoegdheid roerende zaken, waarmee inbreuk op
zijn recht wordt gemaakt of zaken die gebruikt zijn bij de
produktie van die zaken, als zijn eigendom op te vorderen dan
wel daarvan de vernietiging of onbruikbaarmaking te vorderen.
Gelijke bevoegdheid tot opvordering bestaat ten aanzien van
gelden waarvan aannemelijk is dat zij zijn verkregen als
gevolg van inbreuk op het uitsluitend recht op een tekening of
model. De vordering wordt afgewezen indien de inbreuk niet te
kwader trouw is gemaakt.
2. De bepalingen van het nationale recht omtrent de
middelen van bewaring van zijn recht en omtrent de
rechterlijke tenuitvoerlegging van vonnissen en authentieke
akten zijn van toepassing.
3. De rechter kan gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt
dan tegen een door hem vast te stellen, door de eiser te
betalen vergoeding.
4. De licentiehouder heeft het recht de in dit artikel
onder 1 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen voor zover deze
strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de
uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van
de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model
heeft verkregen.
5. De rechter kan op vordering van de houder van het
uitsluitend recht op een tekening of model, degene die inbreuk
op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen hem bekend is
omtrent de herkomst van de zaken waarmee die inbreuk is
gepleegd, aan de houder mee te delen en alle daarop betrekking
hebbende gegevens aan deze te verstrekken.
Artikel 15
Iedere belanghebbende met inbegrip van het openbaar
ministerie kan de nietigheid inroepen van een Beneluxdepot of
van de voor het Beneluxgebied uit een internationaal depot
voortvloeiende rechten, indien zodanig depot niet voldoet aan
het gestelde in de artikelen 1 en 2 of daardoor krachtens
artikel 4 geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
Wordt het geding tot nietigverklaring door het openbaar
ministerie aanhangig gemaakt, dan zijn alleen de rechter te
Brussel, te 's-Gravenhage of te Luxemburg bevoegd. Het
aanhangig maken van het geding door het openbaar ministerie
schorst ieder ander op dezelfde grondslag ingesteld geding.
Artikel 16
Alleen de burgerlijke rechter is bevoegd uitspraken te doen
in de gedingen, welke op deze wet zijn gegrond; hij spreekt
ambtshalve de doorhaling uit van de inschrijving van de
nietigverklaarde depots.
Artikel 17
1. Een recht van voorgebruik, waarvan de inhoud hieronder
nader wordt omschreven, wordt toegekend aan de derde die, vóór
de datum van het depot van een tekening of model, of eventueel
vóór de datum van het ontstaan van het in artikel 4 van het
Verdrag van Parijs bedoelde recht van voorrang, binnen het
Beneluxgebied voortbrengselen heeft vervaardigd die hetzelfde
uiterlijk vertonen als de gedeponeerde tekening of het
gedeponeerde model, dan wel daarmede slechts ondergeschikte
verschillen vertonen.
2. Hetzelfde recht wordt toegekend aan degene die onder
dezelfde omstandigheden een begin heeft gemaakt met de
uitvoering van zijn voornemen tot vervaardiging.
3. Dit recht wordt echter niet toegekend aan de derde, die
de tekening of het model zonder toestemming van de ontwerper
heeft nagemaakt.
4. Op grond van het recht van voorgebruik kan de houder
daarvan de vervaardiging van bedoelde voortbrengselen
voortzetten of, in het geval bedoeld in dit artikel, onder 2),
een aanvang maken met deze vervaardiging en, niettegenstaande
de uit het depot voortvloeiende rechten, alle andere in
artikel 14, onder 1) bedoelde handelingen verrichten, met
uitzondering van invoer.
5. Het recht van voorgebruik kan slechts overgaan tezamen
met het bedrijf waarin de handelingen, die hebben geleid tot
het ontstaan van dat recht, hebben plaatsgevonden.
Artikel 18
1. De houder van de inschrijving van een Benelux-depot kan
te allen tijde de doorhaling van deze inschrijving verzoeken,
behalve indien er rechten van derden bestaan, die bij
overeenkomst zijn vastgelegd of in rechte worden vervolgd en
welke ter kennis van het Benelux-Bureau zijn gebracht. Indien
het een meervoudig depot betreft, kan de doorhaling betrekking
hebben op een deel van de in dat depot vervatte tekeningen of
modellen. Indien een licentie is ingeschreven kan de
doorhaling van de inschrijving van de tekening of het model of
van de licentie slechts worden gevraagd door de houder van de
inschrijving en door de licentiehouder gezamenlijk. De
doorhaling geldt voor het gehele Beneluxgebied ondanks
andersluidende verklaring.
2. De in dit artikel onder 1) opgenomen bepalingen gelden
eveneens ten aanzien van de afstand van de bescherming die
voor het Beneluxgebied uit een internationaal depot
voortvloeit.
Artikel 19
De nietigverklaring, vrijwillige doorhaling of afstand moet
steeds betrekking hebben op de tekening of het model in zijn
geheel.
Artikel 20
1. Het Benelux-Bureau is, behalve met de krachtens de
voorgaande artikelen opgedragen taak, belast met:
a). het aanbrengen van wijzigingen in de inschrijvingen,
hetzij op verzoek van de houder, hetzij op grond van
kennisgevingen van het Internationaal Bureau voor de
bescherming van de industriële eigendom, hetzij op grond van
rechterlijke beslissingen, alsmede met het zonodig daarvan
verwittigen van het Internationaal Bureau; b). het uitgeven
van een maandblad in de Nederlandse en de Franse taal,
waarin de inschrijvingen van de Benelux-depots en alle
andere bij uitvoeringsreglement voorgeschreven gegevens
worden vermeld; c). het verstrekken, op verzoek van iedere
belanghebbende, van afschriften van inschrijvingen; d). het
verstrekken van inlichtingen met betrekking tot ingeschreven
tekeningen of modellen.
2. Het bedrag van de rechten, die voor de in dit artikel
onder 1) bedoelde handelingen worden geïnd, alsmede de prijzen
van het maandblad en van de afschriften, worden bij
uitvoeringsreglement bepaald.
HOOFDSTUK II. TEKENINGEN OF MODELLEN MET EEN DUIDELIJK
KUNSTZINNIG KARAKTER
Artikel 21
1. Tekeningen of modellen, die een duidelijk kunstzinnig
karakter vertonen, kunnen tegelijkertijd door deze wet en door
de auteurswet worden beschermd, indien aan de in deze beide
wetten gestelde voorwaarden is voldaan.
2. Van bescherming uit hoofde van de auteurswet zijn
uitgesloten tekeningen of modellen die geen duidelijk
kunstzinnig karakter vertonen.
3. De nietigverklaring van het depot van een tekening of
model met een duidelijk kunstzinnig karakter of het verval van
het uitsluitend recht voortvloeiend uit het depot van een
dergelijke tekening of model houdt in, dat het auteursrecht
voor die tekening of dat model gelijktijdig vervalt, voorzover
beide rechten in handen van dezelfde houder zijn; dit recht
vervalt echter niet, indien de houder van de tekening of het
model overeenkomstig artikel 24 een bijzondere verklaring
aflegt met het oog op de instandhouding van zijn auteursrecht.
Artikel 22
1. De door de ontwerper van een krachtens de auteurswet
beschermd kunstwerk aan een derde verleende toestemming tot
het verrichten van een depot voor een tekening of model,
waarin dat kunstwerk is belichaamd, houdt overdracht in van
het op dit kunstwerk betrekking hebbende auteursrecht,
voorzover bedoeld kunstwerk in die tekening of dat model is
belichaamd.
2. De deposant van een tekening of model met een duidelijk
kunstzinnig karakter wordt vermoed tevens de houder te zijn
van het desbetreffende auteursrecht; dit vermoeden geldt
echter niet ten aanzien van de werkelijke ontwerper of zijn
rechtverkrijgende.
3. Onverminderd de toepassing van artikel 13 houdt
overdracht van het auteursrecht inzake een tekening of model
met een duidelijk kunstzinnig karakter tevens overdracht in
van het recht op de tekening of het model en omgekeerd.
Artikel 23
Wanneer een tekening of model met een duidelijk kunstzinnig
karakter onder de omstandigheden als bedoeld in artikel 6 werd
ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of
model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel
bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd.
Artikel 24
1. De in artikel 21 onder 3) bedoelde verklaring moet in de
loop van het jaar, dat voorafgaat aan het verval van het
uitsluitend recht op de tekening of het model, worden afgelegd
op de wijze en tegen betaling van bij uitvoeringsreglement
bepaalde rechten. In geval van nietigverklaring van dit recht
dient de verklaring te worden afgelegd binnen drie maanden,
volgende op de datum waarop de rechterlijke beslissing,
waarbij de nietigverklaring wordt vastgesteld, in kracht van
gewijsde is gegaan.
2. De verklaring wordt ingeschreven en de inschrijving
gepubliceerd.
HOOFDSTUK III. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 25
Onder voorbehoud van het in artikel 26 bepaalde, blijven
tekeningen of modellen, die vóór het in werking treden van
deze wet in één der Beneluxlanden, op welke wijze dan ook
krachtens de nationale wetgeving werden beschermd, deze
bescherming ook verder in dat land genieten.
Artikel 26
De vóór het in werking treden van deze wet in België
verrichte depots van tekeningen of modellen van nijverheid
hebben geen werking meer met ingang van de datum van deze
inwerkingtreding, indien bij het verstrijken van een termijn
van een jaar, te rekenen vanaf die datum, geen bevestigend
depot werd verricht bij de Belgische Dienst voor de
industriële eigendom.
Deze bevestigende depots zijn vrij van betaling van
rechten.
Artikel 27
Wanneer het uitsluitend recht op een tekening of model, dat
krachtens de artikelen 25 en 26 in stand is gehouden, aan
verschillende houders in twee of drie Beneluxlanden
toebehoort, kan de houder van bedoeld recht in één van deze
landen zich niet verzetten tegen de invoer van
voortbrengselen, waarin bedoelde tekening of model is
belichaamd en die uit een ander Beneluxland afkomstig zijn,
noch schadevergoeding eisen voor deze invoer, wanneer het
voortbrengsel in dat andere land door de houder van het recht
op de tekening of het model, of met zijn goedkeuring, is
vervaardigd of in het verkeer gebracht en wanneer tussen beide
houders ten aanzien van de exploitatie van het betrokken
voortbrengsel een band van economische aard bestaat.
HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 28
Deze wet verstaat onder "Beneluxgebied" het gezamenlijke
gebied van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg
en het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.
Artikel 29
1. Behoudens uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst wordt de
territoriale bevoegdheid van de rechter inzake tekeningen of
modellen bepaald door de woonplaats van de gedaagde of door de
plaats, waar de in geding zijnde verbintenis is ontstaan, is
uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De plaats waar een
tekening of model is gedeponeerd of ingeschreven kan in geen
geval op zichzelf grondslag zijn voor het bepalen van de
bevoegdheid. Indien de hierboven gegeven regelen niet
toereikend zijn ter bepaling van de territoriale bevoegdheid,
kan de eiser de zaak bij de rechter van zijn woon- of
verblijfplaats of, indien hij geen woon- of verblijfplaats
binnen het Beneluxgebied heeft, naar keuze bij de rechter te
Brussel, te 's-Gravenhage of te Luxemburg aanhangig maken.
2. De rechters passen de in dit artikel, onder 1) gegeven
regelen ambtshalve toe en stellen hun bevoegdheid
uitdrukkelijk vast.
3. De rechter, voor wie de in dit artikel, onder 1)
bedoelde hoofdvordering aanhangig is, neemt kennis van eisen
in vrijwaring, van eisen tot voeging en tussenkomst en van
incidentele eisen, alsmede van eisen in reconventie, tenzij
hij onbevoegd is ten aanzien van het onderwerp van het
geschil.
4. De rechters van één der drie landen verwijzen op
vordering van één der partijen de geschillen, waarmede men
zich tot hen heeft gewend, naar die van één der twee andere
landen, wanneer deze geschillen daar reeds aanhangig zijn of
wanneer zij verknocht zijn aan andere, aan het oordeel van
deze rechters onderworpen geschillen. De verwijzing kan
slechts worden gevorderd, wanneer de zaken in eerste aanleg
aanhangig zijn. Zij geschiedt naar de rechter, bij wie de zaak
het eerst bij een inleidend stuk aanhangig is gemaakt, tenzij
een andere rechter terzake een eerdere uitspraak heeft
gegeven, die niet louter een maatregel van orde is; in het
eerste geval geschiedt de verwijzing naar die andere rechter.
Artikel 30
1. De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de
toepassing van het Verdrag van Parijs en van de Overeenkomst
van 's-Gravenhage.
2. Onderdanen van Beneluxlanden alsmede onderdanen van
landen, welke geen deel uitmaken van de door het Verdrag van
Parijs opgerichte Unie, die binnen het Beneluxgebied
woonplaats hebben of aldaar een daadwerkelijke en wezenlijke
nijverheids- of handelsonderneming hebben, kunnen ingevolge
deze wet, voor dit gehele gebied, de toepassing te hunnen
voordele inroepen van de bepalingen van het voornoemde Verdrag
en van de Overeenkomst van 's-Gravenhage.