1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging,
individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden,
behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de
uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen
regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het
belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van
wanordelijkheden. |