1. Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke
berichtgeving:
- (1) een uitlating
openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs
moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun
ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun
hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun
lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap
beledigend is, of aanzet tot haat tegen of
discriminatie van mensen of gewelddadif optreden
tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun
godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun
hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun
lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap;
- (2) een voorwerp
waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet
vermoeden, zulk een uitlating is vervat, aan iemand,
anders dan op diens verzoek, doet toekomen, dan wel
verspreidt of ter openbaarmaking van die uitlating
of verspreiding in voorraad heeft;
wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete
van de derde categorie.
2. Indien het feit
wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep
of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde
personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar
of geldboete van de vierde categorie opgelegd.
3. Indien de schuldige
een van de strafbare feiten, omschreven in dit artikel,
in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het
feit, nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een
vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van
deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van
de uitoefening van dat beroep worden ontzet. |