| 1. Ieder heeft,
behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen,
recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
2. De wet stelt regels ter
bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het
vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
3. De wet stelt regels inzake
de aanspraken van personen op kennisneming van over hen
vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt
gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens. |