|
Overeenkomstig de fundamentele verplichtingen vervat in
artikel 2 van dit Verdrag nemen de Staten die partij
zijn bij dit Verdrag de verplichting op zich
rassendiscriminatie in al haar vormen te verbieden en
uit te bannen en het recht van een ieder, zonder
onderscheid naar ras, huidskleur of nationale of
etnische afstamming, op gelijkheid voor de wet te
verzekeren, in het bijzonder wat het genot van de
navolgende rechten betreft:
-
(a) het recht op
gelijke behandeling door de rechterlijke instanties
en alle andere organen die zijn belast met de
rechtsbedeling;
-
(b) het recht op
persoonlijke veiligheid en bescherming door de Staat
tegen geweld of lichamelijk letsel, hetzij
toegebracht door overheidsdienaren, hetzij door
enige andere persoon, groep of instelling;
-
(c) de politieke
rechten, in het bijzonder het recht deel te nemen
aan verkiezingen - het actieve en passieve kiesrecht
-, dat wordt uitgeoefend op grond van een algemeen
en gelijk kiesrecht, het recht deel te nemen aan de
Regering, alsmede aan het bestuur van het land op
elk niveau, en op voet van gelijkheid te worden
toegelaten tot de landsbediening;
-
(d) andere
burgerrechten, met name:
-
(i) het recht
zich vrijelijk te verplaatsen en te verblijven
binnen de grenzen van een Staat;
-
(ii) het recht
elk land, ook het eigen land, te verlaten en naar
het eigen land terug te keren;
-
(iii) het recht
op een nationaliteit;
-
(iv) het recht te
huwen en zich een echtgenoot te kiezen;
-
(v) het recht op
eigendom, hetzij alleen, hetzij te zamen met
anderen;
-
(vi) het recht te
erven;
-
(vii) het recht
op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;
-
(viii) het recht
op vrijheid van mening en meningsuiting;
-
(ix) het recht op
vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging;
-
(e) economische,
sociale en culturele rechten, met name:
-
(i) het recht
op arbeid, op vrije keuze van arbeid, op
rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden, op
bescherming tegen werkloosheid, op een gelijk
loon voor gelijke arbeid, op rechtvaardige en
gunstige beloning;
-
(ii) het recht
vakverenigingen op te richten en zich daarbij
aan te sluiten;
-
(iii) het recht
op huisvesting;
-
(iv) het recht
op openbare gezondheidszorg, geneeskundige
verzorging, sociale zekerheid en sociale
diensten;
-
(v) het recht
op onderwijs en opleiding;
-
(vi) het recht
op gelijke deelneming aan culturele
activiteiten;
-
(f) het recht van
toegang tot elke plaats of dienst bestemd voor
gebruik door het publiek, zoals vervoermiddelen,
hotels, restaurants, café's, theaters en parken.
|