|
Artikel 19
1. Een ieder heeft het
recht zonder inmenging een mening te koesteren.
2. Een ieder heeft het
recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat
mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke
aard ook te garen, te ontvangen en door te geven,
ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven
of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp
van andere media naar zijn keuze.
3. Aan de uitoefening
van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde
rechten zijn bijzondere plichten en
verantwoordelijkheden verbonden. Deze kan derhalve aan
bepaalde beperkingen worden gebonden, doch alleen
beperkingen die bij de wet worden voorzien en nodig
zijn:
- (a) in het belang
van de rechten of de goede naam van anderen;
- (b) in het belang
van de nationale veiligheid of ter bescherming van
de openbare orde, de volksgezondheid of de goede
zeden.
|