Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties, 1948)

Artikel 12 - Eerbiediging persoonlijke levenssfeer

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.


Bijgewerkt 15.12.2005