| HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op
artikel 57, lid 2, en de artikelen 66 en 100 A,
Gezien het voorstel van de
Commissie (1),
Gezien het advies van het
Economisch en Sociaal Comité (2),
Overeenkomstig de procedure
van artikel 189 B van het Verdrag (3),
(1) Overwegende dat er
verschillen bestaan tussen de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake reclame
en sponsoring voor tabaksproducten; dat deze reclame over de
grenzen van de lidstaten heen reikt en dat die verschillen
belemmeringen kunnen vormen voor het vrije verkeer van dragers
van dergelijke reclame en sponsoring en het vrij verrichten
van diensten op dit gebied, alsmede de mededinging kunnen
verstoren; dat zij de werking van de interne markt derhalve
kunnen belemmeren;
(2) Overwegende dat deze
belemmeringen moeten worden weggenomen en dat daartoe de
regels betreffende de reclame en de sponsoring voor
tabaksproducten onderling moeten worden aangepast, waarbij de
lidstaten wel de mogelijkheid moet worden gelaten om onder
bepaalde voorwaarden nadere vereisten voor te schrijven die
zij nodig achten om de bescherming van de gezondheid van de
bevolking te waarborgen;
(3) Overwegende dat de
Commissie, overeenkomstig artikel 100 A, lid 3, van het
Verdrag, in haar in lid 1 van genoemd artikel bedoelde
voorstellen van een hoog beschermingsniveau op het gebied van
de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de
consumentenbescherming uitgaat;
(4) Overwegende dat derhalve
in de onderhavige richtlijn naar behoren rekening dient te
worden gehouden met de bescherming van de volksgezondheid, en
in het bijzonder de gezondheid van jongeren, voor wie reclame
een belangrijke rol heeft in de tabakspromoting;
(5) Overwegende dat de Raad,
met het oog op de goede werking van de interne markt, op basis
van artikel 100 A de Richtlijnen 89/622/EEG (4) en 90/239/EEG
(5) inzake de etikettering van tabaksproducten en het maximum
teergehalte in sigaretten heeft aangenomen;
(6) Overwegende dat reclame
voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik onder Richtlijn
92/28/EEG (6) valt en dat reclame voor producten voor
tabaksontwenning derhalve niet onder het toepassingsgebied van
de onderhavige richtlijn valt;
(7) Overwegende dat de
onderhavige richtlijn niet van toepassing is op interne
mededelingen, uitsluitend bedoeld voor de bedrijfstak van de
handel in tabaksproducten, de presentatie van te koop
aangeboden tabaksproducten en de prijsaanduiding ervan,
alsmede, afhankelijk van de verkoopstructuur, de voor de koper
bestemde reclame op de verkooppunten en de verkoop van
publicaties uit derde landen die niet voldoen aan deze
richtlijn, een en ander echter met inachtneming van het
Gemeenschapsrecht en de internationale verplichtingen van de
Gemeenschap; dat de lidstaten op die terreinen desgewenst
passende maatregelen kunnen treffen;
(8) Overwegende dat er sprake
is van interdependentie tussen alle vormen van mondelinge,
geschreven en gedrukte reclame en radio-, televisie- en
filmreclame en dat, teneinde elk risico van verstoring van de
mededinging of van omzeiling van de regelgeving te voorkomen,
deze richtlijn moet gelden voor alle reclamevormen en
reclamemedia behalve televisiereclame, die reeds wordt
bestreken door Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober
1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de
uitoefening van televisieomroepactiviteiten (7);
(9) Overwegende dat alle
vormen van onrechtstreekse reclame en sponsoring voor, alsook
het gratis uitreiken van tabaksproducten, dezelfde gevolgen
hebben als rechtstreekse reclame en derhalve, onverminderd het
fundamentele beginsel van vrijheid van meningsuiting, dienen
te worden gereglementeerd, met inbegrip van onrechtstreekse
vormen van reclame en sponsoring waarbij, hoewel het
tabaksproduct er niet rechtstreeks in wordt genoemd, een naam,
merk, symbool of enig ander voor tabaksproducten gebruikt
onderscheidend teken wordt gebruikt; dat de toepassing van
deze bepalingen door de lidstaten evenwel kan worden
uitgesteld om de aanpassing van de handelspraktijken en de
vervanging van sponsoring voor tabaksproducten door andere
passende vormen van ondersteuning mogelijk te maken;
(10) Overwegende dat,
onverminderd de reglementering van reclame voor
tabaksproducten, de lidstaten toestemming mogen blijven
verlenen om, onder bepaalde voorwaarden, voor de reclame voor
andere producten of diensten dan tabaksproducten een naam te
blijven gebruiken die, te goeder trouw, reeds vóór de
inwerkingtreding van deze richtlijn zowel voor deze producten
of diensten als voor tabaksproducten werd gebruikt;
(11) Overwegende dat de
bestaande sponsoring van evenementen of activiteiten die de
lidstaten gedurende acht jaar na de inwerkingtreding van deze
richtlijn en uiterlijk tot 1 oktober 2006 kunnen blijven
toestaan en tijdens welke overgangsperiode op vrijwillige
basis beperkingen en vermindering van de uitgaven zullen
plaatsvinden, alle middelen moet omvatten om de doelstellingen
van de sponsoring als omschreven in deze richtlijn te kunnen
bereiken;
(12) Overwegende dat de
lidstaten, met het oog op de controle op de toepassing van de
in het kader van deze richtlijn genomen nationale maatregelen,
met inachtneming van hun nationale wetgeving, in passende en
doeltreffende middelen moeten voorzien,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN
VASTGESTELD:
Artikel 1
Deze richtlijn heeft ten doel
de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op het gebied
van reclame en sponsoring voor tabaksproducten.
Artikel 2
In deze richtlijn wordt
verstaan onder:
1. "tabaksproducten": alle
voor roken, snuiven, zuigen of pruimen bestemde producten die,
al is het slechts ten dele, uit tabak bestaan;
2. "reclame": elke vorm van
commerciële mededeling die het aanprijzen van een
tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks
tot gevolg heeft, met inbegrip van de reclame die, zonder het
tabaksproduct rechtstreeks te noemen, het reclameverbod tracht
te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool
of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct;
3. "sponsoring": iedere
openbare of particuliere bijdrage aan evenementen of
activiteiten, die het promoten van een tabaksproduct tot doel
dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft;
4. "tabaksverkooppunt":
iedere plaats waar tabaksproducten verkocht worden.
Artikel 3
1. Onverminderd het bepaalde
in Richtlijn 89/552/EEG is iedere vorm van reclame of
sponsoring in de Gemeenschap verboden.
2. Lid 1 belet niet dat een
lidstaat kan toestaan dat een naam die reeds te goeder trouw
gebruikt wordt voor zowel tabaksproducten als andere producten
of diensten welke vóór 30 juli 1998 door eenzelfde onderneming
of door verschillende ondernemingen in de handel zijn gebracht
of worden aangeboden, voor reclame voor die andere producten
of diensten wordt gebruikt.
Die naam mag echter slechts
worden gebruikt in een duidelijk andere presentatievorm dan
die waarin hij voor het tabaksproduct gebruikt wordt, met
uitsluiting van enig ander onderscheidend teken dat reeds voor
een tabaksproduct gebruikt wordt.
3. a) De lidstaten dragen er
zorg voor dat geen enkel tabaksproduct de naam, het merk, het
symbool en enig ander onderscheidend teken van een ander
product of een andere dienst draagt, tenzij dit tabaksproduct
reeds op de in artikel 6, lid 1, bedoelde datum onder die naam
of dat merk of symbool, dan wel met enig ander onderscheiden
teken, in de handel was.
b) Het in lid 1 bedoelde
verbod mag niet worden omzeild door voor producten of diensten
die na de in artikel 6, lid 1, vermelde datum op de markt
worden gebracht, namen, merken, symbolen of andere
onderscheidende tekens te gebruiken die eerder al voor een
tabaksproduct werden gebruikt. Te dien einde moeten de naam,
het merk, het symbool of enig ander onderscheidend teken van
het product of de dienst worden gepresenteerd in een duidelijk
andere vorm dan die van het tabaksproduct.
4. Iedere gratis uitreiking
die het aanprijzen van een tabaksproduct ten doel of tot
rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg heeft, is verboden.
5. Deze richtlijn is niet van
toepassing op:
- mededelingen die
uitsluitend voor de bedrijfstak van de handel in
tabaksproducten bestemd zijn;
- de presentatie van te koop
aangeboden tabaksproducten en de prijsaanduiding daarvan op de
tabaksverkooppunten;
- voor de koper bestemde
reclame in winkels die gespecialiseerd zijn in de verkoop van
tabaksproducten, en op hun voorgevel of, ingeval van
inrichtingen waar verschillende artikelen of diensten worden
verkocht of verricht,
op de plaats die bestemd is
voor de verkoop van tabaksproducten, alsmede op de
verkooppunten waarvoor in Griekenland een bijzonder systeem
van vergunningen voor sociale doeleinden geldt (zogenaamde
periptera);
- de verkoop van in derde
landen uitgegeven en gedrukte publicaties met reclame voor
tabaksproducten, mits die publicaties niet hoofdzakelijk voor
de communautaire markt bestemd zijn.
Artikel 4
De lidstaten dragen er zorg
voor dat er passende en doeltreffende middelen zijn om de
toepassing van de in het kader van deze richtlijn genomen
nationale maatregelen te waarborgen en te controleren. Deze
middelen kunnen maatregelen omvatten die personen of
organisaties die volgens de nationale wetgeving een rechtmatig
belang hebben bij het verwijderen van reclame die niet
verenigbaar is met de onderhavige richtlijn, de mogelijkheid
bieden in rechte op te treden tegen dergelijke reclame, dan
wel zich tot een bestuurlijke instantie te wenden die bevoegd
is zelf over de klacht uitspraak te doen of een passende
gerechtelijke procedure in te leiden.
Artikel 5
Deze richtlijn laat de
bevoegdheid van de lidstaten onverlet om met inachtneming van
het Verdrag strengere eisen vast te stellen die zij, voor de
bescherming van de volksgezondheid, op het gebied van de
reclame of sponsoring voor tabaksproducten nodig achten.
Artikel 6
1. De lidstaten stellen de
nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om
uiterlijk op 30 juli 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij
stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de lidstaten deze
bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de
onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij
de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor
deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de
Commissie de tekst mede van de belangrijkste bepalingen van
nationaal recht die zij op het door deze richtlijn bestreken
gebied vaststellen.
3. De lidstaten kunnen de
toepassing van artikel 3, lid 1,
- met een jaar uitstellen ten
aanzien van de geschreven pers,
- met twee jaar uitstellen
voor sponsoring.
In uitzonderlijke gevallen en
om naar behoren gemotiveerde redenen kunnen de lidstaten
gedurende een extra periode van drie jaar, uiterlijk tot 1
oktober 2006, toestemming blijven verlenen voor de bestaande
sponsoring van op mondiaal niveau georganiseerde evenementen
of activiteiten, mits:
- de aan die sponsoring
bestede bedragen in de loop van de overgangsperiode afnemen;
- vrijwillige beperkende
maatregelen worden genomen om de zichtbaarheid van de reclame
tijdens de betreffende evenementen of activiteiten te
beperken.
Artikel 7
Uiterlijk op 30 juli 2001 en
vervolgens om de twee jaar dient de Commissie bij het Europees
Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een
verslag in over de toepassing van deze richtlijn, met name
over de uitvoering en de gevolgen van artikel 3, leden 2 en 3
van artikel 6, lid 3, in voorkomend geval vergezeld van
voorstellen voor de aanpassing van deze richtlijn aan de in
dat verslag geconstateerde ontwikkelingen. Een dergelijke
aanpassing is niet van invloed op de in artikel 6, lid 3,
bedoelde termijnen.
Artikel 8
Deze richtlijn treedt in
werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad
van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 9
Deze richtlijn is gericht tot
de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 6 juli
1998.
Voor het Europees Parlement
De Voorzitter
J. M. GIL-ROBLES
Voor de Raad
De Voorzitter
R. EDLINGER |