|
Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, kamer M
C-5, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:
1. N.V. Holdingmaatschappij De
Telegraaf, gevestigd te Amsterdam,
2. B.V. Dagblad De Telegraaf, gevestigd te
Amsterdam,appellanten, incidenteel geintimeerden, procureur:
mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Advocaat: mr. M.R. de Zwaan (Amsterdam)
Tegen:
1. de vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid Nederlandse Vereniging van makelaars in
Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM, gevestigd te
Nieuwegein,
2. NVM Makelaars Diensten Centrum B.V., geintimeerden,
indicenteel appellanten, procureur: mr. H.J.A. Knijff
advocaat: mr. J.C.H. van Manen (Amsterdam)
Het geding
Appellanten (hierna ook te noemen De
Telegraaf in het enkelvoud) zijn in hoger beroep gekomen van
een door de president van de rechtbank te ’s-Gravenhage tussen
partijen in kort geding gewezen vonnis van 12 september 2000.
Zij hebben tien grieven aangevoerd, met conclusie tot
vernietiging van het vonnis en afwijzing van de vorderingen
van geintimeerden (hierna ook te noemen NVM c.s. dan wel NWM
en MDC).
NVM c.s. hebben de grieven bestreden, incidenteel appčl
ingesteld en een onvoorwaardelijke en een voorwaardelijke
grief tegen het vonnis aangevoerd, welke laatste grief door De
Telegraaf is bestreden.
Partijen hebben vervolgens haar standpunten doen bepleiten
door haar advocaten aan de hand van pleitnotities, waarbij zij
ieder producties in het geding hebben gebracht. Daarna hebben
zij onder overlegging van haar processtukken, waaronder de
pleitnotities, arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
1. De principale grief 3 houdt in dat
in de rechtsoverwegingen 10 en 13 van het vonnis ten onrechte
het woord ‘bestand’ is gebruikt om één enkele woning aan te
duiden.
Deze grief is gegrond, maar kan niet tot vernietiging van het
vonnis leiden. In die rechtsoverwegingen zal in de plaats van
het woord ‘bestand’ ‘record’ of ‘bestandsobject’ worden
gelezen.
Het hof zal met inachtneming van deze wijziging uitgaan van de
door de president van voormelde rechtbank vastgestelde feiten,
weergegeven onder 1 van het vonnis, nu deze voor het overige
niet zijn weersproken.
Voorts is ten processe gebleken dat
NVM c.s. op 3 oktober 2000 - derhalve na het vonnis waarvan
beroep - een aanpassing hebben laten aanbrengen aan haar
website.
2. In dit geding hebben NVM c.s., kort
aangeduid, gevorderd De Telegraaf te gelasten - op straffe van
een dwangsom en met uitvoerbaarverklaring bij voorraad -
iedere inbreuk, rechtstreeks dan wel door middel van een op
enigerlei met (een van) hen verbonden (rechts)persoon, op de
merk-, auteurs-/persoonlijkheids- en databankrechten te (doen)
staken en gestaakt te houden, in het bijzonder het opvragen,
verveelvoudigen, aan beiden of (anderszins) openbaar maken of
hergebruiken van (onderdelen van) de website www.nvm.nl.
De Rechtbank heeft de vordering
toegewezen als in het vonnis is vermeld.
3. Het hof zal allereerst nagaan of de
on-line verzameling van gegevens van NVM c.s. betreffende
woningen en makelaars (hierna ook te noemen ‘database’) kan
worden aangemerkt als een databank als bedoeld in artikel 1,
lid 1, aanhef en onder a van de Databankenwet.
Deze bepaling luidt:
‘Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde
wordt verstaan onder:
databank: een verzameling van werken, gegevens of andere
zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend
en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins
toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de
presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief
opzicht getuigt van een substantiële investering.’
4. NVM c.s. betogen (pleitnotities
eerste aanleg 62, pleitnotities 36, 53 e.v.) dat de NVM
database in feite bestaat uit een grote hoeveelheid kleinere
databanken van de verschillende steden en dorpen en dat
slechts de afzonderlijke databanken zijn te raadplegen.
Het hof verwerpt dit betoog.
Immers, naar tussen partijen vast staat, opent de NVM database
onder meer de mogelijkheid om door op de homepage van de NVM
de functietoets ‘Zoek een koopwoning’ aan te klikken en
vervolgens op de volgende pagina enige criteria aan te geven
ter selectering van de gewenste woning, te zoeken in het
totale woningbestand van NVM c.s. in Nederland, dat, naar niet
is weersproken, ongeveer 45.000 bestandsobjecten
(koopwoningen) telt.
Hierop stuit de stelling af dat de NVM database slechts uit
kleinere databanken bestaat.
Dat naast of in plaats van de
bescherming van een databank als zodanig ook bescherming
toekomt aan de afzonderlijke delen van die databank, valt
moeilijk te verenigen met de strekking van de Richtlijn 96/9
EG van het Europese Parlement en de Raad van 11 maart 1996
betreffende de rechtsbescherming van databanken (Pb EG L77)
(hierna ook te noemen de richtlijn).
Uit de considerans (overweging 20) van de richtlijn, waarin is
overwogen dat de bescherming ingevolge de richtlijn ook kan
gelden voor de voor de werking of de raadpleging van sommige
databanken noodzakelijke onderdelen, zoals de thesaurus en de
indexeringssystemen, valt af te leiden dat bescherming in
beginsel slechts geldt voor de databank als zodanig, waarvan
steeds een wezenlijk kenmerk is dat deze bestaat uit een
samenstel van geordende onderdelen.
5 Niet bestreden is dat de database
van NVM c.s. valt aan te merken als een verzameling gegevens
die systematisch geordend zijn en afzonderlijk met
elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn.
Tussen partijen bestaat evenwel
verschil van mening over de vraag of er sprake is van een
substantiële investering, als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub
a van de Databankenwet.
Grief 1 bestrijdt in dit verband het oordeel van de president,
inhoudende dat reeds van zodanige (substantiele) investering
sprake is nu de aanschaf van ‘NVM-boxen’van f 15.000,- per
stuk ten behoeve van 2130 makelaarskantoren neerkomt op een
totale investering van ruim f 31 miljoen.
Bij pleidooi is namens NVM c.s.
onweersproken verklaard dat, reeds voordat op het internet een
NVM website was geopend, de bij NVM aangesloten makelaars
informatie leverden voor en toegang hadden tot het totale
NVM-woningbestand via een - al dan niet door MDC beheerd -
intern netwerk. Bij pleidooi is verder namens NVM erkend dat
de ‘NVM-boxen’ bedoeld in het vonnis waren aangeschaft door de
individuele makelaars ten behoeve van dat interne netwerk.
NVM c.s. hebben bij pleidooi verder gesteld dat in 1995 een
aanvang is gemaakt met (de uitvoering van) een zgn. Masterplan
2000. Dit plan voorziet onder meer in het op internet brengen
van het totale NVM-woningbestand en andere daarmee
samenhangende informatie en het up-to-date houden van die
gegevens, alsmede in de vernieuwing/aanpassing van het interne
netwerk.
Daarvoor zijn, aldus NVM c.s. aanzienlijke investeringen
gemaakt, waartoe zij verwijzen naar productie 27.
De Telegraaf heeft weersproken dat substantiële investeringen
in de database zijn gedaan in geld of tijd.
De door NVM c.s. overlegde
(ongedateerde) productie 27 bevat echter slechts een niet
onderbouwde opstelling van cijfers, waarbij bovendien voor het
grootste gedeelte van het met de gestelde
hardware-investeringen gemoeide bedrag is vermeld ‘NVM-leden’.
Onvoldoende aannemelijk is dat de in die productie vermelde
bedragen zijn aangewend voor het tot stand brengen,
controleren en/of presenteren van de database op het internet.
Voor het overige zijn geen processtukken in het geding
gebracht, op grond warvan een substantiële investering voor
het inrichten, controleren en/of presenteren van de database
op het internet voldoende aanmemelijk is te achten.
Daarbij heeft het hof het standpunt van de minister van
Justitie in aanmerking genomen, waruit valt af te leiden dat
een substantiële investering kan ontbreken als de gegevens van
de verzameling niet meer zijn dan een spin-off van de hoofd-
of andere activiteit van de producent (Parlementaire
geschiedenis van de totstandkoming van de Databankenwet. Nota
naar aanleiding van het Verslag, p. 5)
Aan het bovenstaande doet niet af dat
NVM c.s. volgens haar stellingen een samenwerking met Wegener
is aangegaan om de internet website en database te vernieuwen
en te exploiteren, nu tegenover de betwisting van die stelling
door De Telegraaf onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat
daarmee substantiële investeringen zijn gedaan die ten laste
van NVM c.s. of een van haar komen.
Het bovenstaande brengt mee dat grief 1 slaagt en dat in dit
kort geding ervan moet worden uitgeggan dat de NVM-database
niet kan worden aangemerkt als een datbank in de zin van de
Databankenwet.
Dit brengt mee, dat de behandeling van de grieven 2, 4, 5, 6,
en 7 achterwege kan blijven.
6. Vervolgens zal worden bezien of aan
de database van NVM als zodanig auteursrechtelijke bescherming
toekomt.
Artikel 10 van de Auteurswet 1912,
zoals gewijzigd bij de Databankenwet, houdt in, voor zover van
belang:
‘Art 10.
1. Onder werken van
letterkunde, wetenschap of kunst verstaat deze wet:
1.boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en
alle andere geschriften;
(...)
3.Verzamelingen van werken, gegevens of andere zelfstandige
elementen, systematisch of methodisch geordend, en
afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins
toegankelijk, worden onverminderd andere rechten op de
verzameling en onverminderd het auteursrecht of andere rechten
op de in de verzamelimng opgenomen werken, gegevens of andere
elementen, als zelfstandige werkne beschermd.
4.Verzamelingen van werken, gegevens of andere zelfstandige
elementen als bedoeld in het derde lid, waarvan de
verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in
kwalitatief of
kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering
behoren niet tot de in het eerste lid, onder 1 genoemde
geschriften.
5.Computerprogramma’s behoren niet tot de in het eerste lid,
onder 1 genoemde geschriften.’
7. In het onderhavige geval opent de
homepage van de website van NVM de mogelijkheid door het
aanklikken van de functietoets ‘Zoek een koopwoning’verbinding
te leggen naar de pagina ‘NVM wonen’/’Zoek een koopwoning’;
Vervolgens kan door op laatstbedoelde pagina een zoekopdracht
te geven verbinding worden gelegd met de daarvoor in
aanmerking komende woningen uit het woningenbestand van NVM
waarbij de beschrijving van een woning, al dan niet met een
foto, aan de gebruiker op het scherm van zijn computer (PC)
wordt getoond en waarbij met behulp van een ‘cookie’ kan
worden ‘gebladerd’ naar een volgende of vorige woning, een
plattegrond en de makelaar.
Naar het oordeel van het hof zijn de
pagina’s met beschrijving van woningen en daarmee
samenhangende andere informatie niet aan te merken als werken
van letterkunde, wetenschap of kunst waaraan (volledige)
auteursrechtelijke bescherming toekomt, daar deze pagina’s
geen eigen stempel van de maker dragen, nog daargelaten dat
niet aannemelijk is geworden dat NVM of MDC de maker van die
beschrijvingen is. Dit geldt ook voor de vormgeving van die
pagina’s. De omstandigheid dat de homepage van NVM het
copyright-teken laat zien brengt evenmin mee dat de website en
database als werken als bovenbedoeld moeten worden beschouwd.
Derhalve kan evenmin van inbreuk op de auteursrechten van NVM
of MDC sprake zijn.
Uit hetgeen hierboven onder 5 is
overwogen volgt dat de database van NMV valt aan te merken als
een gegevensverzameling als bedoeld in artikel 10 lid 3 vanb
Auteurswet 1912. Aan de database komt derhalev de
geschriftenbescherming van de Auteurswet 1912 toe.
8. thans is de vraag aan de orde of de
litigieuze handelingen van De Telegraaf inbreuk maken op de
geschriftenbescherming.
De Telegraaf c.s. heeft niet
weersproken dat zij op het internet een website exploiteert,
genaamd El Cheapo, en evemin dat, door op die site de
zoekfunctie ‘wonen’ aan te klikken en op de volgende pagina de
gewenste plaats, type woning, prijs en/of straat aan te geven
en vervolgens de functie ‘zoek’ aan te klikken, een verbinding
vanuit de El Cheapo-server wordt gelegd naar onder meer de
NVM-database, waarbij gegevens (de plaats, prijs, het type en
eventueel de straat) van de woningen, die aan de gewenste
criteria voldoen, worden gekopieerd naar de server van El
Cheapo en in een lijst met wonigen uit andere verzamelingen
worden weergeven aan de individuele PC-gebruiker.
9. Het zoekresultaat (de lijst), dat
bij de eerste behandeling wordt verkregen, verschilt blijkens
de processtukkebn zodanig van de betrokken pagina van NVM, dat
van ontlening door eenvoudige herhaling niet kan worden
gesproken.
Aangaande het tweede zoekresultaat heeft De Telegraaf - in
zoverre onweersproken - aangevoerd dat daarvoor een
software-programma is ontwikkeld en dat dat zoekresultaat de
vrucht is van ‘plak- en lijmwerk’.
Gelet hierop acht het hof aannemelijk dat hier geen sprake is
van ontlening door eenvoudige herhaling.
Het hof merkt in dit verband ten overvloede op dat de
geschriftenbescherming zich niet zonder meer goed leent voor
de toepassing op verzamelingen on-line die niet als databanken
zijn aan te merken.
10. NVM c.s. stellen zich op het
standpunt dat De Telegraaf profiteert van haar inspanningen
met betrekking tot het instandhouden van haar website/database
en (alsdus) parasiteert en wel zodanig dat zij (NVM en/of MDC)
daardoor schade lijden/lijdt.
NVM c.s. menen verder, dat De
Telegraaf door technologische maatregelen van NVM te omzeilen
in strijd handelt met artikel 32a van de Auteurswet 1912.
Deze (straf)bepaling heeft echter betrekking op het
verhandelen van middelen die het ongeautoriseerd verwijderen
of ontwijken van technische beschermingsmaatregelen tegen
kopiëren mogelijk maken en niet op het gebruiken van die
middelen.
Voor zover NVM c.s. betogen dat het gebruik van dergelijke
middelen op zichzelf reeds een onrechtmatige daad oplevert,
merkt het hof op dat, nu door De Telegraaf wordt weersproken
dat zij van dergelijke middelen gebruik maakt, nader onderzoek
nodig is waarvoor in het kader van dit kort geding geen plaats
is.
Maar, ook al zou De Telegraaf van
dergelijke middelen gebruik maken, dan is het volgende van
belang:
- Partijen zijn het erover eens dat
het leggen van een ‘hyperlink’ op het internet in de zin van
het leggen van een verbinding van een server met de homepage
van een andere server in beginsel - behoudens
uitzonderingsgevallen - is toegestaan.
- El Cheapo stelt de
internetgebruiker in staat om zonder betaling informatie te
verkrijgen van onderliggende pagina’s van andere servers.
Zij is te beschouwen als een gespecialiseerde zoekmachine.
- NVM c.s. stellen de informatie van
haar database zonder betaling vrij ter beschikking van
iedere individuele internetgebruiker.
- Winstderving of schade tengevolge
van de gewraakte handelingen van De Telegraaf/El Cheapo is
thans niet aannemelijk gemaakt.
- Onvoldoende inzicht bestaat of NVM
of MDC door de verwezenlijking van de (beoogde) samenwerking
met Wegener met betrekking tot het commercieel exploiteren
van haar website en database door reclame of anderszins in
de nabije toekomst winst zullen/zal derven.
Naar het voorlopig oordeel van het hof
is niet genoegzaam aannemelijk geworden dat, mede gelet op het
voerenstaande, er sprake is van bijzondere omstandigheden
waardoor het gebruik maken van informatie van NVM c.s. en/of
het ter beschikking stellen daarvan aan derden door De
Telegraaf hetzij voor hetzij na 3 oktober 2000 een
onrechtmatig karakter heeft gekregen.
Daarbij is mede in aanmerking genomen, dat gelet op de wijze
van aanbieding, niet aannemelijk is dat het publiek door El
Cheapo wordt misleid omtrent de herkomst van de aangeboden
informatie of dat verwarring zal onstaan, terwijl evenmin
aannemelijk is dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de goede
naam van NVM c.s.
11. De (voorwaardelijke) incidentele
grief van NVM c.s. betreffende het merkenrecht is aangevoerd
voor het geval haar vorderingen op grond van het
databankenrecht, auteursrecht en/of onrechtmatige daad niet
toewijsbaar mochten zijn.
In casu is die voorwaarde vervuld, zodat de grief thans aan de
orde komt.
Blijkens hetgeen in rechtsoverweging
16 van het vonnis is overwogen, zijn de beknopte stellingen
van NVM c.s. in de pleitnotities bij pleidooi in de eerste
aanleg niet voorgedragen.
In hoger beroep hebben NVM c.s. evenwel uitdrukkelijk verwezen
naar het gestelde in nrs. 151-156 (bedoeld is kennelijk nrs.
156-164) van haar pleitnotities van de eerste aanleg. Ook De
Telegraaf heeft in hoger beroep naar haar pleitnotities van
eerste aanleg verwezen. Daarom zal het hof het gestelde in de
pleitnotities van beide partijen in aanmerking nemen.
NVM c.s. beroepen zich te deze op hun
merkrechten en hebben ten processe een inschrijvingsbewijs van
het Benelux-Merkenbureau overgelegd betreffende het depot van
het woordmerk NVM voor de daarin genoemde waren en diensten in
de klassen 9, 35, 36, 38 en 41, en een vernieuwingsbewijs
betreffende het depot van het beeldmerk van NVM (‘logo’) voor
de daarin genoemde diensten in de klassen 35, 36 en 41.
De Telegraaf voert aan dat El Cheapo noch het teken NVM noch
het beeldmerk (logo) gebruikt ter onderscheiding van de door
haar (De Telegraaf/El Cheapo) aangeboden diensten, en dat,
voor zover er al sprake mocht zijn van (ander) gebruik in de
zin van artikel 13A, lid 1 onder d van de eenvormige
Beneluxwet op de merken (BMW), door dat andere gebruik geen
ongerechtvaardigd voordeel kan worden getrokken uit of afbreuk
kan worden gedaan aan het onderscheidend vermogen of de
reputatie van de NVM-merken.
Het hof gaat ervan uit dat er geen
sprake is van gebruik van de NVM-merken door El Cheapo ter
onderscheiding van de door haar aangeboden diensten.
NVM c.s. hebben niet meer gereageerd op het verweer van De
Telegraaf betreffende de verwatering. Zij hebben haar
standpunt ook niet nader onderbouwd door stukken in het geding
te brengen.
Derhalve verwerpt het hof het beroep van NVM c.s. op haar
merkrechten.
12. Ten overvloede overweegt het hof
nog het volgende:
De principale grief 8 en de onvoorwaardelijke incidentele
grief zijn beide gericht tegen de toepassing door de president
van artikel 50 lid 6 TRIPs in verband met de bescherming
ingevolge de Databankenwet.
Veronderstellenderwijs ervan uitgaande
dat partijen bij hun grieven belang hebben, geldt het
volgende.
Blijkens de bewoordeingen van de Overeenkomst inzake de
handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs) is de
bescherming ingevolge de Databankenwet niet begrepen onder de
i tellectuele eigendomsrechten, bedoeld in hoofdstuk II.
Artikel 50 lid 6, opgenomen in hoofdstuk III betreffende de
handhaving van intelletuele eigendomsrerchten, is - mede gelet
op artikel 1 lid 2, waarin voor wat de omschrijving van
intellectuele eigendomsrechten betreft wordt verwezen naar de
in hoofdstuk II opgesomde rechten - dan ook niet van
toepassing.
13. Het hof acht geen termen aanwezig
om in dit kort geding een onderzoek door deskundigen te
bevelen.
Aan het bewijsaanbod van NVM c.s. gaat het hof voorbij, nu
daarvoor in het kader van dit kort geding geen plaats is.
14. De behandeling van grief 9 kan
achertwege blijven bij gebrek aan belang. Ook grief 10 behoeft
gelet op het vorenstaande geen behandeling meer.
15. Uit het bovenstaande vloeit voort,
dat het vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven. De
vorderingen zullen worden afgewezen met verwijzing van NVM
c.s. als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van
het geding in beide instanties.
Beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en te dien aanzien opnieuw rechtdoende:
wijst het gevorderde af;
verwijst NVM c.s. in de
kosten van het geding in beide instanties en begroot deze aan
de zijde van De Telegraaf c.s. tot op heden in eerste aanleg
op ¦
1.550,- en op ¦
5.575,- in het principaal appel en ¦ 2.550,- in het
incidenteel appel;
verklaart dit arrest, behoudens de
veroordeling in de proceskosten van het incidenteel appel,
uitvoerbaar bij voorraad.
|