| De veiling is in korte
tijd een geliefd verdeelinstrument geworden voor frequenties.
Werd in het verleden meestal verdeeld op basis van een 'beauty
contest' tussen kandidaten, bij een veiling worden
vergunningen toegekend aan de hoogst biedende partij. Zo
werden onlangs in Engeland UMTS-frequenties geveild.
Opbrengst: ruim 22 miljard pond. Met spanning wordt dan ook
uitgekeken naar de komende veiling van vijf UMTS-vergunningen
in Nederland. En andere veilingen zullen volgen.
De veiling heeft in december
1997 haar intrede gedaan in de telecommunicatiewetgeving.
Voordien was reeds de vergelijkende toets ('beauty contest')
geïntroduceerd op grond waarvan aan KPN en Libertel een
vergunning voor GSM werd toegekend. Beide mogelijkheden, de
veiling en de vergelijkende toets, waren overigens alleen
inzetbaar voor draadloze communicatie op basis van bij nadere
regulering aangewezen technische systemen, zoals ERMES, GSM en
DCS 1800. De overige vormen van draadloze communicatie waren
onder de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen (WTV)
aangewezen op een verdeling op basis van volgorde van
aanvraag, ook wel 'first come, first served' genoemd.[1]
De veiling heeft in de
Telecommunicatiewet (Tw) van 1998 een breder toepassingsbereik
gekregen.[2]
Het instrument wordt in de wet vermeld naast andere
mechanismen van verdeling, waartussen in de voorkomende
gevallen gekozen moet worden.[3]
Gegeven de op handen zijnde verdelingen van frequenties voor
diverse draadloze technieken als ook voor de commerciële
radio-omroep verdienen de verschillende mechanismen en in het
bijzonder de veiling de aandacht.
Opties voor de verdeling
van frequenties
Voor de verdeling van
frequenties worden in de wet de volgende mechanismen genoemd:
- de verdeling op basis van
volgorde van aanvraag;
- de vergelijkende toets;
- de veiling.
Een aanvulling hierop had de
loterij kunnen zijn. Er is echter voor gekozen - in
tegenstelling tot de gemaakte keuze bij de verdeling van
nummers - om de loterij voor de verdeling van frequenties
buiten beschouwing te laten. Op zich is deze keuze
verdedigbaar, gelet op de geringe bijdrage die de loterij in
vergelijking tot de andere mechanismen kan maken, zoals
hieronder zal blijken.
De genoemde
verdeelinstrumenten zijn niet voor alle frequenties bestemd,
maar primair gereserveerd voor de categorie 'zakelijk gebruik'
(voor eigen bedrijfsdoeleinden of dienstverlening aan derden)
en de commerciële omroep. Voor andere categorieën biedt de
Telecommunicatiewet de mogelijkheid frequenties bij voorrang
toe te kennen. Het gaat dan met name om vitale overheidstaken
(politie, leger, etcetera) en de publieke omroep. Ook is er de
mogelijkheid van een vrijstelling. Hiervan is sprake bij
frequenties voor onder andere defensiedoeleinden en de
veiligheid van de staat (bijvoorbeeld ten behoeve van gebruik
door de BVD).
Wat zijn de
beoordelingscriteria voor een frequentieverdelingmechanisme?
Idealiter verloopt de verdeling - uitgaande van economische
criteria en juridische randvoorwaarden - als volgt:
- snel;
- tegen lage kosten voor de
verdelende partij en de verkrijgende partijen;
- transparant;
- non-discriminatoir;
- met aandacht voor de
concurrentieverhoudingen en investeringen op de
dienstenmarkten;
- met aandacht voor de
positie van de consument (waarbij prijs en kwaliteit van de
dienstverlening een rol spelen).
Een laatste, economisch
belangrijk criterium is dat de resulterende verdeling
efficiënt kan worden genoemd. Dit betekent dat de resulterende
verdeling optimaal de (consumenten-) voorkeuren binnen de
economie weerspiegelt. Niemand kan beter af zijn, zonder een
ander tekort te doen.[4]
Het prijsmechanisme geeft in
principe de voorkeuren van de marktspelers door en stuurt
daarmee de consumptie- en productiebeslissingen. Het
prijsmechanisme dient hiervoor de voorkeuren zonder haperen te
kunnen doorgeven, hetgeen veronderstellingen inhoudt voor
onder andere de mate van concurrentie op de markten. Ook in
minder optimale omstandigheden is echter (in de westerse
economieën) het prijsmechanisme de basis voor de allocatie van
goederen en niet een mechanisme van centrale planning.
Correctie van (misbruik van) machtsposities is een voorbeeld
van het mitigeren van de gevolgen van de niet-optimale
omstandigheden. Zelden wordt ervoor gekozen het
prijsmechanisme geheel te vervangen door centrale allocatie.
Ook al is dit bij de frequentieverdeling tot voor kort wel het
geval geweest - en voor delen van het radiospectrum (zoals
eerder aangegeven: vitale overheidstaken, publieke omroep en
dergelijke) is dit nog steeds het geval -, de veiling geeft de
mogelijkheid het primaat van de verdeling bij het
prijsmechanisme te leggen, terwijl de verdeling op basis van
een vergelijkende toets de mogelijkheid biedt in bepaalde
gevallen het prijsmechanisme te vervangen.
Waarom de veiling?
De drie genoemde mechanismen
- toewijzing op volgorde, vergelijkende toets en veiling -
hebben elk eigenschappen die ze onder bepaalde omstandigheden
meer dan wel minder geschikt maken.[5]
De veiling fungeert door prijsvorming op basis van de
voorkeuren en waarderingen van de biedende partijen, waarmee
zij een grondslag biedt voor een transparante verdeling. De
vergelijkende toets biedt de mogelijkheid om bij niet op
andere wijze corrigeerbaar marktfalen - bijvoorbeeld indien de
voorkeuren niet op basis van juiste of volledige informatie
tot stand zijn gekomen - de verdelingsuitkomsten op basis van
'superieure' overheidsinformatie of -voorkeuren gestalte te
geven. De 'verdeling' op basis van volgorde van aanvraag heeft
ons inziens alleen nut indien er geen verdelingsbehoefte
bestaat. Alleen indien eenieder vrij is te nemen wat er is,
omdat er voldoende van is en er ook geen toekomstige schaarste
te verwachten is, is dit een bruikbare methode.
De loterij brengt een
volslagen willekeurige verdeling tot stand, waardoor de kans
op een efficiënte verdeling minimaal is. Het mechanisme heeft
daarmee geen toegevoegde waarde boven de veiling en de
vergelijkende toets. Tevens heeft dit systeem geen toegevoegde
waarde boven de uitgifte op basis van volgorde. Indien geen
keuze nodig is tussen gebruikers, is een loterij immers van
weinig nut.
In de (lagere) wetgeving (het
Frequentiebesluit[6] )
is vastgelegd dat de verdeling op basis van volgorde van
aanvraag de voorkeur heeft indien er geen sprake is van
'schaarste' (dit beleidsbegrip wordt hieronder besproken). Als
er wel schaarste is, kan er voor de gebruikscategorieën
zakelijk gebruik en commerciële omroep een keuze worden
gemaakt uit de veiling en de vergelijkende toets. De veiling
heeft daarbij de voorkeur. Voor een vergelijkende toets wordt
alleen gekozen indien het algemeen maatschappelijk, cultureel
of economisch belang dit vordert.
Er is geen behoefte aan
verdeling indien er sprake is van daadwerkelijke overvloed aan
spectrum. In dit geval kunnen spectrumrechten worden
uitgegeven op volgorde van aanvraag. Niemand anders wenst
immers deze frequenties te verkrijgen en er is geen enkele
reden tot prijsvorming. Dit zou een uitzonderlijke situatie
opleveren aangezien onder die omstandigheden sprake zou zijn
van een economisch niet-schaars goed.
Schaarste wordt als
reguleringsbegrip in het kader van de Telecommunicatiewet en
het daarop gebaseerde Frequentiebesluit zo begrepen dat de
vraag naar vergunningen voor bepaalde frequenties in een
bepaalde deelmarkt groter is dan het aantal beschikbare
vergunningen. Het begrip gaat daarbij uit van kosteloos aanbod
van de maximale hoeveelheid op elke deelmarkt. Bovendien is de
vaststelling van schaarste afhankelijk van de aantalsbepaling
van de gebruiksrechten. Deze definitie is riskant omdat er
geen rekening wordt gehouden met mogelijke krapteverschillen
over verschillende deelmarkten heen, alsmede met mogelijke
krapteverschillen over de tijd. Bijvoorbeeld valt te voorzien
dat op de markt van straalverbindingen die nu nog op basis van
volgorde van aanvraag worden toegekend, op termijn schaarste
zal ontstaan. Dit kan de ongewenste situatie opleveren dat
spectrum wordt uitgegeven tot op het moment dat alles 'op' is.
Pas dan wordt er kennelijk nagedacht over een meer
rantsoenerend mechanisme,hetgeen de nodige juridische
problemen kan opleveren (denk aan gelijkheid van behandeling,
eventuele problemen met gelijktrekking achteraf, etcetera).
Zodra partijen belangstelling
hebben voor meer spectrum dan dat zonder bovengenoemde
beperkingen beschikbaar is, moet er gesproken worden van een
economisch schaars goed. In dat geval zijn de vergelijkende
toets en de veiling ons inziens de twee relevante
verdeelmechanismen. De keuze tussen die twee gaat idealiter
uit van het primaat van het prijsmechanisme (zoals ook
vastgelegd in de regelgeving). Er dient pas te worden gekozen
voor de vergelijkende toets indien een correctie van de
marktuitkomst noodzakelijk wordt geacht. Martkfalen ligt in
dat geval bij informatieproblemen of bij een om andere redenen
door de overheid geprefereerde prijs/kwaliteitsverhouding
(bijvoorbeeld om de consument in bescherming te nemen, maar
ook omdat de overheid beter meent te weten wat goed is voor de
consument). In dit verband wordt gewezen op de controle en
handhavingsproblemen bij het stellen van bijvoorbeeld
inhoudelijke criteria (ook wel 'soft criteria' genoemd).[7]
Zo geven ervaringen in het buitenland maar ook in Nederland
met het opleggen van programmaprofielen bij radiostations aan,
dat deze verplichtingen niet of nauwelijks handhaafbaar zijn.
Het probleem doet zich met name voor wanneer er een spanning
is tussen het voorschrift en
rendabiliteit/opbrengstmaximalisering.
Voor een aantal toekomstige
verdelingen is reeds het voornemen van een veiling kenbaar
gemaakt. Deze voorgenomen verdelingen worden hierna besproken.
Voorafgaand aan deze bespreking past de opmerking -
waarschuwing zo men wilt - niet te lichtvaardig te denken over
de uitvoering van de veiling. Op basis van speltheoretische
inzichten, de veilingpraktijk en veilingsimulaties zal een
veiling moeten worden 'opgebouwd'. Er bestaan verschillende
typen veilingen en veilingregels. De keuzen te dien aanzien
kunnen een aanzienlijk effect hebben op de veilinguitkomsten.
Bij de DCS 1800-veiling is op basis van verouderde gegevens
(één kavel van frequenties in plaats van meerdere kavels,
waartussen bovendien synergieën bestonden) een veilingadvies
uitgebracht. De veilingregels gaven in deze veiling
onvoldoende transparantie om optimaal de voorkeuren voor
clusters van kavels in de veiling tot uitdrukking te brengen
(hetgeen onder andere tot uiting kwam in de doorverkoop van
enkele kavels vlak na de veiling).[8]
Europese context
De plaats van het Europese
recht binnen de nationale rechtsorde brengt met zich mee dat
niet kan worden voorbijgegaan aan de relevantie ervan voor de
verdeling van frequenties. In dit verband zijn tenminste twee
punten van belang. Allereerst is er de mededingingsinvalshoek.
Op basis van verschillende inmengingen van de Europese
Commissie heeft de level playing field-gedachte in de
frequentieverdelingen vorm gekregen. In de zaken die door de
Commissie beoordeeld zijn, kreeg telkenmale de oud-monopolist
een betere behandeling dan de nieuwkomer op de markt, die
geacht werd te betalen voor het recht van toetreding.[9]
Hierdoor kreeg de oud-monopolist de ruimte om zijn
bevoorrechte positie te bestendigen of zelfs uit te breiden.
In hoeverre deze zaken nog relevant zijn voor huidige
verdelingen waarbij nieuwkomers moeten (gaan) betalen voor de
benodigde frequenties is, gelet op de snel veranderde situatie
op de markten voor mobiele telecommunicatie, de vraag. Niet
langer maakt een monopolist de dienst uit, meerdere spelers
hebben zich reeds op de markten begeven, hetgeen in beginsel
leidt tot een concurrerender markt.
Ten tweede is de regelgeving
ten aanzien van de vergunningverlening van belang. De
Vergunningenrichtlijn[10]
geeft de grenzen aan waaraan de overheden zich dienen te
houden bij de verlening van telecommunicatievergunningen. De
noodzaak om de innovatie en de concurrentie te bevorderen zijn
de belangrijkste ijkpunten uit deze richtlijn met betrekking
tot heffingen (waaronder ook het geval van veilingen kan
worden gerekend), waarmee rekening moet worden gehouden. Op
basis van juist deze twee punten is veel kritiek geleverd op
het veilinginstrument. Veilingen beroven de marktpartijen van
financiële middelen waardoor investeringen in innovaties
zouden worden belemmerd en concurrentienadeel zou worden
gecreëerd. Het standaard economische antwoord is dat een
veilingprijs een eenmalige last is die geen invloed zal hebben
op strategische beslissingen. Innovaties bepalen de slagkracht
van een bedrijf op langere termijn. Op de kapitaalmarkten,
waartoe de (grote) partijen die meedoen aan de veilingen
toegang hebben, zal voor dergelijke investeringen financiële
ruimte kunnen worden gevonden, dan wel zal het ontbreken van
een dergelijke ruimte ertoe leiden dat er lager wordt geboden.
Een eenmalige aanslag op de winst zal deze beslissingen in
principe niet beïnvloeden. De veronderstelling dat veilingen
de betalende concurrenten op een achterstand zetten, is met
dezelfde redenering te ontkrachten. Slechts indien de
veilingprijs zo hoog is dat wordt afgezien van
markttoetreding, zal daardoor de concurrentie structureel
worden beperkt. Het feit dat de opstartkosten voor de
nieuwkomers hoger zijn dan voor zittende bedrijven is in dit
geval te scharen onder de noemer 'bedrijfsrisico'. De Europese
Commissie lijkt overigens in afwijking van deze redenering het
nadelige effect op de concurrentieverhoudingen en
investeringen in de bovenbesproken beschikkingen wel te
erkennen.
DCS 1800-veiling in
Nederland
Nederland was het eerste
Europese land dat besloot om - in navolging van de Verenigde
Staten - frequenties via een veiling aan de man te brengen. In
de Verenigde Staten werd al in 1994 het veilinginstrument
gebruikt om een groot aantal frequenties voor mobiele
telefonie te verdelen.[11]
Naast het feit dat veilen een transparante verdeelmethode is,
speelde bij het verlenen van toestemming voor het veilen mee
dat er een groot overheidstekort was. De veiling leverde
daarmee een dubbel voordeel op. Sindsdien zijn er vele andere
veilingen gehouden door de Amerikaanse toezichthouder op de
telecommunicatiesector, de Federal Communications Commission
(FCC).
De eerste Nederlandse veiling
- gehouden begin 1998 - betrof zogenaamde DCS
1800-frequenties. Deze frequenties zijn inzetbaar voor mobiele
telecommunicatie. Daarbij was voorgeschreven dat van de
GSM-standaard gebruik moest worden gemaakt, waarvoor twee
vergunningen waren toegekend aan KPN en Libertel in de 900
MHz-band. Via 'dualband'-toestellen zijn de frequenties uit de
1800 MHz-band op dezelfde wijze te gebruiken als de 900 MHz
frequenties.
Tot de veiling werden alle
geïnteresseerde marktpartijen toegelaten, waarbij het KPN en
Libertel als bestaande GSM-operators verboden was om te bieden
op de aantrekkelijkste frequentiekavels, die een landelijk
volledige dekking mogelijk maken. Verder zouden de verworven
frequenties de eerste twee jaar door hen niet in gebruik mogen
worden genomen. (Een periode die met één jaar kon worden
verlengd. Van deze mogelijkheid is overigens geen
gebruikgemaakt. KPN en Libertel kunnen daarom sinds 27
februari 2000 ook DCS-1800 aanbieden.)[12]
Wel mochten KPN en Libertel bieden op de overige beschikbare
zestien kleine frequentiekavels. Een combinatie van deze
kavels kon overigens ook een landelijke dekking opleveren.
De kavels zijn geveild
volgens het systeem van een simultane meerrondenveiling.
Daarbij kon over meerdere ronden tegelijkertijd - met enige
restricties - op alle beschikbare kavels geboden worden. Dit
model is ook het uitgangspunt bij volgende veilingen, niet
alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa. Wat dat
betreft heeft de DCS 1800-veiling een voorbeeldfunctie gehad.
De uitkomst van de veiling is
bekend. Telfort en Dutchtone wonnen de twee beschikbare
landelijke vergunningen. De frequentiekavels van twee
'verliezers', Orange en TeleDanmark, belandden via een niet
onomstreden overdracht bij een consortium waarin Belgacom de
meerderheid heeft.[13]
Dit consortium is actief geworden onder de naam BEN. KPN
vergaarde meer dan voldoende frequenties om DCS 1800 optimaal
in te zetten. Libertel won weliswaar maar een beperkt aantal
kavels, maar heeft - evenals KPN - wel de mogelijkheid om de
DCS 1800-frequenties te integreren met het bestaande
GSM-netwerk.
De Nederlandse Staat kreeg
1,8 miljard gulden overgemaakt, een resultaat dat overigens
bij een andere uitvoering van de veiling mogelijk gunstiger
had kunnen zijn. Daarvan had met name sprake kunnen zijn
wanneer op combinaties van de kleinere kavels geboden had
kunnen worden. Hetzelfde geldt wanneer er meer transparantie
over het biedgedrag van de spelers onderling zou zijn geweest,
bijvoorbeeld door de bieders identificeerbaar te maken. Per
MHz - zie onderstaande tabel - is de opbrengst van de kleinere
kavels pro rata lager dan van de twee grote kavels, terwijl
het in feite om hetzelfde goed gaat.[14]
Verstandig genoeg had de Staat bepaald dat de geboden bedragen
meteen moesten worden betaald. Een betalingsregeling was niet
mogelijk. Daarmee is uitgesloten dat partijen waarmee het
mogelijk in een later stadium minder goed zou kunnen gaan,
zouden nalaten om hun betalingsverplichtingen na te komen. Een
en ander heeft in de Verenigde Staten, waar betaling in
termijnen wel mogelijk was, bij bepaalde veilingen tot grote
problemen geleid. Partijen gingen failliet en stopten hun
periodieke betalingen.
Speltheorie
Speltheorie biedt inzicht in
het verloop van veilingen. Voor biedende partijen is het
derhalve essentieel dat zij kennis hebben van de speltheorie
en daarop hun strategieën baseren. Een en ander kan worden
geïllustreerd aan de hand van de DCS 1800-veiling. Onderdeel
van de veilingregels was bijvoorbeeld de verplichting om in
een volgende ronde telkens een door de veilingmeester
vastgesteld minimumbod uit te brengen. Dit minimumbod kon
maximaal tien procent boven het hoogste bod van de
voorafgaande ronde liggen. Partijen die aan het einde van hun
financiële mogelijkheden komen, kunnen bij dergelijke regels
besluiten een zogenaamd jumpbid uit te brengen. In
plaats van het minimaal noodzakelijk bod om in de veiling te
blijven wordt een extra hoog of maximaal bod uitbracht in de
hoop dat een eventuele concurrerende bieder in de volgende
ronde niet kan voldoen aan het dan geldende minimumbod. Van
Airtouch (dat eerder de veiling moest verlaten) en Dutchtone
is bekend dat zij een dergelijk jumpbid hebben uitgebracht.
Een andere strategie werd
enige tijd uitgeoefend door TeleDanmark. Gedurende de veiling
werd iedere ronde (in het totaal waren er 137) door de
veilingmeester uitsluitend openbaar gemaakt wat het hoogste
bod op een bepaald kavel was. De naam van de hoogste bieder
werd niet genoemd. TeleDanmark ging er op een gegeven moment
toe over om aan de andere bieders bekend te maken wat voor
biedingen door haar waren uitgebracht. De bedoeling was
waarschijnlijk om andere bieders tot eenzelfde gedrag aan te
zetten om zo de transparantie van de veiling te vergroten.
Echter, geen van de andere bieders zette die stap en
TeleDanmark stopte na enige ronden weer met het geven van de
informatie. In de concept-regels voor nieuwe veilingen (onder
andere UMTS en DVB-T, zie hierna) zal meer informatie worden
verschaft. Per ronde zal bijvoorbeeld de identiteit van de
hoogste bieder worden aangegeven.
Tot het spel behoren ook
elementen die - alhoewel onbedoeld - van invloed zijn op het
gedrag van bieders en de wijze waarop zij opereren. In
tegenstelling tot de Amerikaanse veiling werd geen
gebruikgemaakt van elektronisch bieden, maar dienden de
partijen fysiek aanwezig te zijn en hun bod per ronde in
schrift kenbaar te maken. Om dit proces te realiseren was de
Staat genoodzaakt de bovenste verdieping van het Dorint Hotel
in Den Haag voor veertien dagen af te huren en iedere bieder
een kamertje toe te wijzen waarin per consortium maximaal vier
personen mochten bivakkeren. Vanuit de consortiumkamertjes
werd nader contact gehouden met de ondersteunende teams, die
óf in het hotel - Dutchtone had bijvoorbeeld de gehele
verdieping onder die van de Staat gehuurd - óf elders waren
ondergebracht (voor KPN bijvoorbeeld in het eigen
hoofdkantoor). Op verloren momenten - bijvoorbeeld de
wachttijd tussen de twee ronden - werd in de biedkamers
voornamelijk naar de Olympische winterspelen gekeken.
Niet alleen is de gekozen
opzet inefficiënt - veel manuren zijn verloren gegaan aan
wachten en administratieve procedures - ook nam regelmatig het
irritatieniveau bij de bieders toe. Hierdoor ontstane
verlangens om de veiling dan maar tot een einde te brengen,
desnoods door versneld hogere bedragen te bieden, moesten
helaas worden onderdrukt omdat dit speltheoretisch niet
verantwoord was. Helaas is ook in de opzet van komende
veilingen dezelfde omslachtige schriftelijke procedure
voorzien.
UMTS-veiling
Nederland was ongeveer het
laatste Europese land dat overging tot het verdelen van DCS
1800-frequenties. De veiling is desalniettemin een geslaagde
voorzet gebleken voor het toepassen van het veilinginstrument
in Europa.
Bij de komende verdeling van
frequenties voor UMTS zullen tenminste in het Verenigd
Koninkrijk, België, Nederland, Duitsland en Zwitserland
veilingen worden gehouden. De eerste vond plaats in het
Verenigd Koninkrijk en leverde de Britse overheid een bedrag
op van ruim GBP 22 miljard. In Nederland staat de veiling
gepland voor juli.
UMTS (Universal Mobile
Telecommunications System) is de derde generatie mobiele
telefonie (na analoog ('ATF3') en GSM). Met UMTS moet het
mogelijk zijn om wereldwijd met hetzelfde toestel te bellen.
Tegelijkertijd wordt het mogelijk om beeld- en
Internetoverdracht te introduceren met snelheden die bekend
zijn van vaste verbindingen.
In Nederland komen er vijf
UMTS-vergunningen beschikbaar met een landelijke dekking. Geen
enkele partij wordt uitgesloten van deelname of krijgt te
maken met bijzondere beperkingen. KPN en Libertel mogen dus
gewoon meedoen. Wel kan iedere partij slechts één vergunning
winnen. De vergunning wordt verleend voor vijftien jaar.
Het is de verwachting dat
alle bestaande vijf mobiele operators aan de UMTS-veiling
zullen deelnemen. Mogelijk zijn er ook nog enige nieuwe
nationale gegadigden. Maar zeker zal er belangstelling zijn
van internationaal opererende telecomoperators. In het
Verenigd Koninkrijk namen - naast consortia rond nieuwe
nationale gegadigden - onder meer Worldcom-MCI, Global
Crossing en Telefonica aan de veiling deel. Ook nieuw is het
feit dat in het Verenigd Koninkrijk een financiële partij
meebood. Deze wilde niet zelf een netwerk gaan exploiteren,
maar dat aan derden uitbesteden. Geen van deze outsiders was
echter succesvol. De vergunningen gingen uiteindelijk gewoon
naar de bestaande operators (BT, Vodafone, Orange en One2One)
en een relatieve nieuwkomer, TIW. TIW is echter wel actief in
het Verenigd Koninkrijk met een TETRA-netwerk, dat 85 procent
van de bevolking bereikt.
Het is in ieder geval al wel
duidelijk dat er meer gegadigden zullen zijn voor de
UMTS-frequenties dan beschikbare vergunningen. Met name
wanneer er zeer kapitaalkrachtige partijen deelnemen, is het
niet uitgesloten dat de opbrengst van de DCS 1800-veiling ruim
zal worden overschreden. Of de hoge Britse veilingprijzen
worden gehaald is echter de vraag.
Andere veilingen
De UMTS-veiling krijgt
momenteel veel aandacht. Niet zo verwonderlijk in een tijd dat
mobiele telefonie in het middelpunt van de belangstelling
staat. Er is echter meer. In de komende tijd zullen veilingen
van frequenties regelmatiger voorkomen. Verschillende
veilingen zijn reeds gepland.
Er zullen bijvoorbeeld
frequenties worden geveild voor Wireless Local Loop (WLL). Met
WLL kunnen op lokaal niveau draadloze verbindingen worden
gelegd, die vaste verbindingen geheel of deels overbodig
maken. WLL heeft met name de interesse van partijen die zelf
niet over een lokaal aansluitnet beschikken. Ofschoon WLL al
langer bestaat, zijn er nog weinig succesvolle toepassingen op
grote schaal bekend. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de
WLL-frequenties eind vorig, begin dit jaar te verdelen.
Echter, een door Telfort geïnitieerde beroepsprocedureheeft
tot uitstel geleid. Telfort claimt recht te hebben op
WLL-frequenties op grond van de landelijke
infrastructuurvergunning die haar enige jaren geleden is
verleend om te concurreren met KPN (eenzelfde vergunning werd
toegekend aan Enertel, nu Energis geheten). De Staat heeft de
claim afgewezen en hiertegen is Telfort in beroep gegaan.[15]
Pas nadat de rechter uitspraak heeft gedaan zal het
veilingtraject weer worden opgepakt.
Een andere toepassing van
frequenties betreft TETRA (Trans European Trunked Radio
Access), een Europese standaard voor mobilofonie die bedoeld
is voor onder meer politie, brandweer, taxicentrales,
etcetera. Het is de bedoeling dat de frequenties voor deze
toepassing voor zakelijk gebruik nog dit jaar worden geveild.
Andere veilingen zijn
aangekondigd voor analoge en digitale omroepfrequenties (T-DAB
en DVB-T) voor commercieel gebruik (zoals eerder aangegeven
hebben de publieke omroepen een voorkeursrecht op grond
waarvan aan hen de benodigde frequenties zullen worden
toegekend). Voor zowel radio als televisie zijn er nieuwe
digitale standaarden, waarvoor nieuwe frequenties beschikbaar
komen of zijn. Als er zich ook hier meer gegadigden melden dan
frequenties beschikbaar zijn, zal tot een veiling worden
overgegaan. Voor wat betreft digitale radio (T-DAB) is het
niet uitgesloten dat de betreffende frequenties niet als
zodanig worden geveild, maar de verdeling wordt gekoppeld aan
de herverdeling - via veiling - van de AM en FM-frequenties
voor commerciële omroep. Deze veiling is al meerdere malen
uitgesteld en staat nu gepland voor 2001. Het betreft geen
'definitieve' veiling (met een langere verdeelduur) maar
opnieuw een tijdelijke verdeling voor waarschijnlijk vijf
jaar.
De Mediawet biedt de
mogelijkheid om bij het veilen van FM-omroepfrequenties
bijzondere eisen te stellen ten aanzien van het
'zenderprofiel'. Weliswaar voegt dit een dimensie toe (die met
name tot uitdrukking komt in de voorselectie en de handhaving
achteraf), maar met inachtneming van deze factor (waarover
eerder al is gesteld dat twijfelachtig is of het beoogde
effect ook zal worden bereikt) verschillen de voorgenomen
veilingen als zodanig niet van de andere. Zo zal in beginsel
hetzelfde veilingmodel (de simultane meerrondenveiling) worden
toegepast.
Afgezien
|