Provider medeverantwoordelijk voor tegenhouden virussen
Verschenen in Volkskrant 3 augustus 2001, p. 7.

W.A.M. Steenbruggen


Deze week werd groot alarm geslagen over Code Red, een computervirus dat in potentie het functioneren van het Internet bedreigt. Wie draait voor de gevolgen op? Providers zijn mede aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door computervirussen, meent Wilfred Steenbruggen.

Melissa, Anna Kournikova, ILOVEYOU - deze namen klinken vrij onschuldig, maar de schijn bedriegt. Alledrie zijn het computervirussen die de afgelopen jaren wereldwijd voor miljarden guldens schade hebben aangericht. De laatste twee weken werd de wereld weer eens opgeschrikt door respectievelijk het SirCam- en Code Red-virus.

Afgezien van Code Red hadden alle genoemde virussen gemeen dat ze via e-mail werden verspreid. Zij genereerden zoveel e-mailverkeer dat servers onder grote druk kwamen te staan of zelfs platlagen. Code Red kan volgens het Amerikaanse National Infrastructure Protection Center (NPIC) zelfs het gehele Internet platleggen, al ziet het er vooralsnog niet naar uit dat dat ook echt gaat gebeuren.

Dat de bedreiging van computervirussen toeneemt, komt door de samensmelting van technologie en door de internationalisering van de telecommarkt. Ook is het economisch goed informatie belangrijk in waarde gestegen, waardoor tevens de potentiële schade toeneemt. De 'interconnectedness' van netwerken maakt het mogelijk dat virussen zich razendsnel verspreiden. Bovendien zijn virussen relatief makkelijk te produceren.

De zelfredzaamheid van de gebruiker schiet vaak tekort, zo hebben bovenstaande virussen afdoende aangetoond. Dus moet de Internet provider een handje helpen. Hij is immers de spin in het World Wide Web. In een vroegtijdig stadium kan hij maatregelen nemen en zo grote schade voorkomen. De Internet provider kan bijvoorbeeld e-mail scannen op virussen of zijn klanten waarschuwen.

Internet providers wijzen over het algemeen alle verantwoordelijkheid voor virussen af. Hun argument is dat zij e-mails met virussen niet filteren, omdat ze dan inbreuk zouden maken op het briefgeheim dat onder andere in artikel 13 van de Grondwet beschermd wordt. Een andere kreet die vaak ter rechtvaardiging wordt gebruikt om alle verantwoordelijkheid af te wijzen, is dat de postbode toch ook niet alle brieven hoeft te controleren om bombrieven eruit te vissen. Ook dat argument is terug te voeren op het briefgeheim.

Deze argumenten overtuigen niet zonder meer. Zo is het maar de vraag is of e-mail door het briefgeheim beschermd wordt. Het grondwetsartikel noemt alleen brief, telefoon en telegraaf als beschermde communicatiemiddelen. Er zijn echter plannen om e-mail wel grondwettelijke bescherming toe te kennen. Ik zal er dan ook van uitgaan dat dat in de nabije toekomst wel zal gebeuren.

Een belangrijker punt is dat het grondrecht niet in alle gevallen een verbod op kennisname met zich meebrengt. In het geval dat de beschikbaarheid van de dienst respectievelijk het netwerk wordt bedreigd, mag de Internet provider wel kennis nemen van de inhoud van e-mail. In dat geval wordt het grondrecht beschermd door middel van het verbod inlichtingen aan derden omtrent de inhoud te verschaffen.

Zoals gezegd kan een virus zoveel e-mailverkeer genereren dat servers platgaan. Dan wordt dus de beschikbaarheid van de dienst bedreigd. Als de Internet provider weet dat een virus dat effect heeft en het filteren van dat virus niet uit technisch, organisatorisch of financieel oogpunt een onredelijk zware last op de schouders van de provider legt, zal hij jegens zijn klanten de plicht hebben dat virus te filteren. Als hij dat niet doet, terwijl hij gegronde redenen heeft om te vermoeden dat het virus zich ook via zijn servers verspreidt, kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die zijn klanten lijden door het uitvallen van de dienst. Of hij daarnaast ook aansprakelijk kan zijn voor de schade die zijn klanten lijden doordat het virus hun computersystemen aantast, is grotendeels een ander verhaal, maar mijns inziens onder uitzonderlijke omstandigheden zeker mogelijk.

De postbode mag inderdaad niet alle brieven openen, om te kijken of er bombrieven tussen zitten. Hij is echter wel verplicht wanneer hij vermoedt dat een brief/ postpakket een bom bevat, deze niet te bezorgen.

Wanneer geen sprake is van een virus dat netwerken of diensten bedreigt, zal de provider in beginsel niet het recht hebben e-mail in te zien. Betekent dit automatisch dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft om verspreiding van virussen tegen te gaan?

Dat hangt ervan af, luidt het standaardantwoord van de jurist. Als een provider weet dat een bepaald nieuw virus zeer grote schade bij eindgebruikers kan aanrichten en hij weet of redelijkerwijs vermoedt, dat het desbetreffende virus zich ook via zijn server verspreidt, is het verdedigbaar dat hij zijn klanten in elk geval dient te waarschuwen voor dat virus.

Veel providers doen op dit moment te weinig om hun klanten te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van Internetgebruik. Het is de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker zichzelf te beschermen, zo zeggen ze. Virussen vormen echter een netwerkprobleem. Het netwerkkarakter brengt met zich mee dat niet alle verantwoordelijkheid op eindgebruikers afgeschoven kan worden. Veeleer is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid.

Providers zullen in de toekomstige informatiemaatschappij een centrale positie ten aanzien van maatschappelijke belangen innemen. Bij die positie hoort een bepaalde juridische verantwoordelijkheid.


Geplaatst 11.08.2001