Editorial
OPTA: Van tandeloze waakhond naar Rambo in de polder?

In: Computerrecht, 2004-4, p. 174.

W.A.M. Steenbruggen


Op 19 mei 2004 trad de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002 [1] in werking. Daarmee zijn de Europese regels voor de elektronische communicatiesector, bijna 10 maanden te laat, ook in Nederland van kracht geworden.

Het nieuwe regelgevingskader vervangt het ONP kader dat beoogde concurrentie in de telefoniemarkt te bevorderen. Met ex ante interventies werd gepoogd marktstructuren te wijzigen en vorm te geven. Partijen met een aanmerkelijke marktmacht (AMM) moesten concurrenten onder objectieve, transparante en non-discriminatoire voorwaarden en kostengeoriënteerde tarieven toegang tot hun infrastructuur en diensten te verlenen.

Door de focus op de vaste telefonie lieten de ONP-regels zich niet goed op nieuwe markten toepassen. Werd mobiele telefonie minder strikt gereguleerd, aan omroepnetwerken werd nauwelijks aandacht besteed en Internet viel er zelfs compleet buiten. Doordat de marktdefinities en de AMM-verplichtingen vastlagen, kon OPTA geen maatwerk leveren. OPTA's handelen werd beperkt doordat de wettelijke bepalingen gebrekkig geformuleerd waren, heldere doelstellingen ontbraken en het formele keurslijf van de Awb niet altijd genoeg ruimte bood. [2] Waakhond OPTA bleek soms tandeloos. [3]

De nieuwe regels beogen deze tekortkomingen op te heffen. Niet spraaktelefonie, maar elektronische communicatie staat centraal in de nieuwe wet. Hoewel het nieuwe kader het principe van technologieneutraliteit niet altijd trouw blijft, is het in beginsel van toepassing op alle diensten die 'geheel of hoofdzakelijk bestaan in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken'. Het sectorspecifieke mededingingsrecht sluit nu ook meer dan voorheen bij het algemene mededingingsrecht aan. Zo is de definitie van aanmerkelijke marktmacht nu gelijk aan het begrip economische marktmacht van het mededingingsrecht. De markten zijn niet langer in de wet vastgelegd, maar worden door OPTA afgebakend en geanalyseerd zoals dat in het mededingingsrecht gebeurt.

OPTA heeft de beschikking gekregen over een indrukwekkend wapenarsenaal waaruit zij vrijelijk kan putten om een specifiek probleem op de relevante markt op te lossen. Ook is OPTA's geschilbeslechtende bevoegdheid uitgebreid van interconnectie en bijzondere toegang naar in beginsel alle onderwerpen in de richtlijnen. Daarnaast heeft zij de bevoegdheid handhavend op te treden. Om de effectiviteit daarvan te vergroten, is de maximale boete verhoogd tot € 450.000,- of, bij een partij met AMM, zelfs tot 10% van de omzet. Zo nodig, kan OPTA zelfs voortzetting van de activiteiten verbieden.

Voorheen duurde het vaak jaren om een onherroepelijk besluit te verkrijgen. In de Tw is daarom voor alle besluiten onder de hoofdstukken 6, 6A, 12 en 15 (besluiten met een punitief karakter uitgezonderd) de bezwaarfase geschrapt en het CBB als eerste en enige instantie voor beroep aangewezen.

Het technologieneutrale en dus ruime regelgevingskader, de open geformuleerde bevoegdheden en de beperkte mogelijkheden van bezwaar en beroep lijken OPTA een vrijheid te geven die eigenlijk niet bij een zbo past: Rambo in de polder?

OPTA's optreden kent zeker grenzen. Bij haar besluiten moet OPTA de doelstellingen in art. 1.3 Tw in acht nemen. Bij besluiten met aanzienlijke gevolgen voor een bepaalde markt geldt de zwaardere motiveringsplicht van art. 1.3 lid 4 Tw. Daarnaast is in beginsel de openbare voorbereidingsprocedure van de Awb van toepassing op alle besluiten onder art. 6.2, 6a.2, 6a.3, 6a.16 en 6a.18 Tw.

OPTA's optreden als regulator zal daarnaast in aanzienlijk mate door Europa beïnvloed worden. OPTA moet bijvoorbeeld ontwerpbesluiten met betrekking tot de afbakening en analyse van een markt of ontwerpbesluiten waarin toegangs- of interconnectieverplichtingen aan niet-AMM-partijen worden opgelegd, aan de andere toezichthouders en de Commissie voorleggen. De Commissie kan een veto uitspreken, wanneer een ontwerpbesluit met betrekking tot marktdefinitie en -analyse een belemmering vormt voor de interne markt of niet verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht. [4] De Commissie heeft überhaupt een flinke vinger in de pap. Daarnaast bepalen ook de standpunten van de European Regulators Group in aanzienlijke mate hoe OPTA haar instrumenten zal inzetten. [5] Hoewel deze Europese instrumenten OPTA niet altijd binden, moet zij hiermee zoveel mogelijk rekening houden. Het CBB kan OPTA erop afrekenen.


Noten

[1] Stb. 2004, 189.

[2] A.T. Ottow, 'Het verschil tussen duivenhokken en telecommunicatie. De bestuursrechtelijke obstakels bij het toezicht op de telecommunicatiemarkt', In: B.M.J. van der Meulen en A.T. Ottow, Toezicht op markten , Preadviezen VAR 2003, BJu: Den Haag 2003, p. 131-234; E.J. Dommering, N.A.N.M. van Eijk, A.T. Ottow en O.L. van Daalen), Zes jaar bestuur en rechtspraak in de telecommunicatiemarkt , Amsterdam: Otto Cramwinckel (2003).

[3] Vgl. de MTA-tarieven en recent bitstroomtoegang (CBB 16 april 2004, LJN. AO835 http://www.rechtspraak.nl ).

[4] S. Steinhauser & C. Wolberink,'De Europese Commissie en het nieuwe telecommunicatierecht: procedurele waakhond of embryonale Europese toezichthouder, Mediaforum 2004-7/8, p. 238-245.

[5] Op 23 april 2004 heeft de ERG een Common Position on regulatory remedies (ERG(03)30 rev1) gepubliceerd waarin wordt uiteengezet welke instrumenten geschikt zijn voor een aantal veelvoorkomende problemen. OPTA's aanpak van deze problemen ligt daarmee al grotendeels vast.

 


Geplaatst 09.11.2004