| Inleiding
1. Deze uitspraak van het CBB is
het voorlopige sluitstuk van OPTA's inspanningen om
bitstroomtoegang te reguleren. Naar de definitie van OPTA is
sprake van bitstroomtoegang 'wanneer KPN onder gebruikmaking
van eigen modems, een breedbandige verbinding realiseert
tussen de centrale en de eindgebruiker, en deze verbinding
vervolgens (eventueel partieel) ter beschikking stelt aan
derden om breedbanddiensten aan te bieden. Een dergelijke
verbinding zal in de praktijk meestal gebaseerd zijn op
xDSL-technologieën. Daarbij is het denkbaar dat KPN ook zorg
draagt voor het transport van data van een aanbieder naar een
hoger punt in het netwerk van KPN, waar vervolgens de
overdracht van de data naar de andere aanbieder kan
plaatsvinden'. [1]Centrale
vraag in deze procedure is of KPN op grond van art. 6.3 jo 6.5
jo 6.9 Tw (oud) verplicht is aan een derde partij toegang te
verlenen tot onderdelen van haar telecommunicatienetwerk die
als zodanig niet voor de levering van de vaste openbare
telefoondienst worden gebruikt.
Achtergrond
2. OPTA is niet de enige
toezichthouder die bitstroomtoegang wenst te reguleren. Sinds
medio 2002 is de aandacht van Europese toezichthouders op de
telecommunicatiemarkt van ontbundelde toegang tot de
aansluitlijn verschoven naar bitstroomtoegang als middel ter
bevordering van infrastructuurconcurrentie. Directe aanleiding
daarvoor is dat concurrentie via ontbundelde aansluitlijnen
slechts moeizaam op gang komt, omdat de investeringsbereidheid
bij marktpartijen na 2000 laag is. Bitstroomtoegang is een
aantrekkelijk alternatief voor ontbundelde toegang, omdat
marktpartijen aanzienlijk minder hoeven te investeren om in
concurrentie met de incumbent xDSL-diensten aan te bieden. Zij
kunnen dan immers gebruik maken van de voorzieningen van de
incumbent. In het huidige investeringsklimaat zien
toezichthouders bitstroomtoegang dan ook vooral als een
noodzakelijke tussenstap op de weg naar
infrastructuurconcurrentie met gebruikmaking van ontbundelde
aansluitlijnen. Verwacht wordt dat de drempel om te investeren
in de ontwikkeling van nieuwe diensten met gebruikmaking van
ontbundelde aansluitlijnen zal dalen, wanneer marktpartijen op
basis van bitstroomtoegang een xDSL-dienstenaanbod kunnen
ontwikkelen. Tevens wordt voorkomen dat de incumbent zich op
de nieuwe markt voor xDSL-diensten een niet meer in te halen
voorsprong verschaft.
3. De eensgezindheid van de
Europese toezichthouders ten aanzien van de wenselijkheid van
bitstroomregulering wordt niet vergezeld door eensgezindheid
over de aanpak. De grondslag voor regulering van
bitstroomtoegang verschilt van lidstaat tot lidstaat. In
sommige wordt bitstroomtoegang onder het regime voor
huurlijnen gereguleerd, in andere wordt bitstroomtoegang als
een vorm van toegang gezien.
[2] In haar besluit van 20 september 2002
[3] gaf OPTA aan dat zij
bitstroom als een dienst beschouwt die zowel onder het begrip
bijzondere toegang als onder het begrip huurlijn valt. Wanneer
KPN zichzelf bitstroomtoegang verleent, dient zij dit op grond
van het non-discriminatiebeginsel ook aan anderen te doen.
Procedurele
voorgeschiedenis
4. Met voornoemd besluit in
de hand verzocht Tiscali KPN om haar dezelfde
bitstroomtoegangsdienst te leveren als KPN zichzelf ten
behoeve van de dienst 'ADSL van KPN' (voorheen MxStream)
leverde. Het gaat dus om bitstroom ten behoeve van
xDSL-diensten voor consumenten en kleinzakelijke gebruikers.
KPN weigerde onder verwijzing naar de reeds door haar
aangeboden bitstroomtoegangsdienst (BSA). Door zijn specifieke
technische eigenschappen was de dienst BSA echter niet
geschikt voor de doeleinden van Tiscali. Tiscali verzocht OPTA
dan ook op grond van art. 6.3 jo 6.9 jo 6.3 Tw (oud) KPN te
verplichten haar bitstroom te leveren. Dit verzoek werd door
OPTA bij besluit van 1 mei 2003 toegewezen.
[4] KPN stelde hiertegen
bezwaar in en verzocht tegelijkertijd de Voorzieningenrechter
van de Rechtbank Rotterdam OPTA's besluit te schorsen.
5. Op 17 juli 2003 honoreerde
de Voorzieningenrechter KPN's verzoek.
[5] De rechter achtte het
voorshands aannemelijk dat OPTA niet bevoegd was
bitstroomtoegang te reguleren, omdat Tiscali's verzoek
betrekking had op toegang tot elementen die niet tot het vaste
openbare telefoonnetwerk als gedefinieerd in art. 1.1 sub l Tw
(oud) van KPN behoorden.
6. OPTA wenste zich hierbij
niet neer te leggen en hield in haar besluit op bezwaar vast
aan haar oorspronkelijke uitgangspunt.
[6] Omdat essentiële
elementen van de bitstroomdienst fysiek ook gebruikt worden
voor spraakdiensten, moet volgens OPTA bitstroom als geheel
gezien worden als een dienst waarvoor toegang tot een
telefoonnetwerk noodzakelijk is.
7. De Voorzieningenrechter
Rb. Rotterdam bevestigde echter op 30 oktober 2003 zijn
oordeel dat OPTA niet bevoegd is en vernietigde het besluit op
bezwaar. [7]
CBB
8. Daarmee lag de vraag of
KPN als partij met aanmerkelijke marktmacht op de markt voor
telefonie (netwerken en diensten) haar concurrenten op grond
van art. 6.9 jo 6.5 Tw (oud) toegang tot onderdelen van haar
netwerk te verlenen die niet (gedeeltelijk) voor de vaste
openbare telefoondienst gebruikt worden, op het bord van het
CBB. Het CBB komt tot een ontkennend antwoord aan de hand van
een aantal centrale overwegingen. Allereerst overweegt het CBB
dat het voor een juiste interpretatie van de verplichting ex
art. 6.9 Tw (oud) nodig is 'om in ieder geval enig verband te
leggen met de reikwijdte van de aanwijzing' op grond van art.
6.4 Tw (oud). Hieraan verbindt het CBB de conclusie dat de
verplichting ex art. 6.9 Tw (oud) alleen betrekking kan hebben
op bijzondere toegang tot het vaste openbare telefoonnetwerk
van KPN.
9. Uit de definitie van vast
openbaar telefoonnetwerk en vaste openbare telefoondienst in
respectievelijk art. 1.1 aanhef sub l en art. 1.1 aanhef en
sub k Tw (oud) leidt het CBB vervolgens af dat de elementen
van een openbaar telecommunicatienetwerk die niet (geheel of
gedeeltelijk) worden gebruikt voor de vaste openbare
telefoondienst niet onder de verplichting ex art. 6.9 Tw (oud)
vallen. Vastgesteld moet dus worden of de netwerkonderdelen
waartoe Tiscali toegang wenste, voor de vaste openbare
telefoondienst worden gebruikt. Daartoe zoekt het CBB
aansluiting bij de weergave van het telecommunicatienetwerk
van KPN door de Voorzieningenrechter in een eerdere fase van
deze procedure:
'Het telefoonnetwerk van
verzoekster […] loopt vanaf de adressen van abonnees (hierna:
particulier(en)) naar een locale nummercentrale, verder aan te
duiden als de aansluitlijnen, en vervolgens naar een regionale
verkeerscentrale. Bij een ADSL-aansluiting van een particulier
wordt de aansluitlijn zowel voor spraak- als dataverkeer
gebruikt en wel zodanig dat het spraakverkeer gebruik maakt
van het lage deel van het frequentiespectrum en het
dataverkeer van het hoge deel van dat spectrum. Deze twee
delen van het spectrum worden in de locale nummercentrale
gescheiden, waarna spraak- en dataverkeer afzonderlijke
bewerkingen ondergaan (het spraakverkeer wordt via een
telefooncentrale geleid en het dataverkeer via een DSLAM).
Daarna worden beide stromen naar de regionale verkeerscentrale
behorend bij de betreffende locale nummercentrale gestuurd. De
verbinding tussen beide centrales wordt door verweerder als
universeel transportnetwerk aangeduid. Dit netwerk kent drie
verschillende verkeersstromen, namelijk spraakverkeer,
dataverkeer en verkeer via huurlijnen. Van belang is dat deze
stromen door de transmissieapparatuur gescheiden worden
gehouden in die zin dat sprake is van vastgestelde maximale
capaciteiten voor iedere verkeersstroom, en er geen overloop
mogelijk is indien een of twee van die stromen hun maximale
capaciteit hebben bereikt. Of er van een fysieke scheiding van
deze stromen sprake is, kan niet in zijn algemeenheid worden
vastgesteld en hangt mede af van de locale situatie zoals de
technische specificaties van de aanwezige kabelverbindingen.
[…] De regionale verkeerscentrale is het punt waarop volgens
het bestreden besluit verzoekster bitstroomtoegang aan de
derde-partij dient te geven, ook wel aangeduid als
uitkoppelpunt.'
10. Het CBB stelt vast dat
Tiscali's verzoek (mede) betrekking heeft op toegang tot
elementen van het KPN-netwerk (in het bijzonder de DSLAM) die
alleen voor dataverkeer en in het geheel niet voor
spraakverkeer worden gebruikt. Op grond hiervan concludeert
het CBB dat KPN niet verplicht is, de verzochte toegang te
verschaffen en OPTA derhalve niet bevoegd is.
11. Dat spraaktelefonie ook
via dataverbindingen (Voice over IP of Voice over DSL) kan
worden aangeboden, is volgens het CBB niet relevant. Enerzijds
gaat het hier om technieken die niet op een lijn zijn te
stellen met het traditionele spraakverkeer zoals dit de
wetgever ten tijde van de totstandkoming van de Tw voor ogen
moet hebben gestaan, anderzijds heeft KPN, onvoldoende door
Tiscali en OPTA weersproken, gesteld dat zij op 1 mei 2003
dergelijke technieken nog niet had aangeboden. Het enkele
bestaan van deze technieken brengt nog niet met zich mee dat
de DSLAM's van KPN elementen zouden zijn die behoren tot het
vaste openbare telefoonnetwerk.
12. Tiscali en OPTA hadden
nog verwezen naar de wetsgeschiedenis van de Tw, de Europese
wetgeving en beleidsdocumenten terzake. In haar Mededeling
inzake ontbundelde toegang had de Europese Commissie, onder
verwijzing naar art. 16 lid 7 van de ONP Spraakrichtlijn II,
[8] overwogen dat wanneer
een gevestigde exploitant het vaste openbare telefoonnetwerk
gebruikt voor de levering van DSL bitstreamdiensten aan zijn
eigen diensten, een dochteronderneming of een derde partij,
deze exploitant deze ook onder transparante en
non-discriminatoire voorwaarden aan anderen moet leveren.
[9] Het CBB is van mening
dat deze mededeling, alsmede art. 16 lid 7 ONP Spraakrichtlijn
II, alleen ziet op een vast openbaar telefoonnetwerk, waarvan
'netwerkelementen die niet (mede) gebruikt worden voor
spraaktelefonie en smalbandige datadiensten' geen onderdeel
uitmaken. Ook uit de wetsgeschiedenis valt volgens het CBB
niet te lezen dat de wetgever tevens heeft beoogd toegang tot
onderdelen van het netwerk van KPN mogelijk te maken die niet
tevens zouden behoren tot het vaste telefoonnetwerk.
Analyse
13. Het CBB kiest voor
dezelfde benadering als eerder de Voorzieningenrechter van de
Rechtbank Rotterdam door een rechtstreeks verband te leggen
tussen de aanwijzing ex art. 6.4 Tw (oud) en de bijzondere
toegangsverplichting ex art. 6.9 Tw (oud). De aanwijzing
bepaalt de reikwijdte van de toegangsverplichting: KPN is
aangewezen als partij met aanmerkelijke marktmacht op de markt
voor vaste openbare telefoonnetwerken, dus de bijzondere
toegangsverplichting ziet alleen op het vaste openbare
telefoonnetwerk van KPN. Op deze interpretatie valt mijns
inziens wel wat af te dingen.
14. Bijzondere toegang is in
de Tw zeer ruim gedefinieerd: toegang tot een
telecommunicatienetwerk op andere punten dan de
netwerkaansluitpunten die aan de meeste gebruikers worden
aangeboden. De wetgever heeft bewust gekozen voor een ruim
bijzonder toegangsregime. Dat blijkt ook uit de
wetsgeschiedenis. In de bewoordingen van het CBB: de wetgever
beoogde 'via de flexibele raamregeling van de bijzondere
toegang een aanbod van verschillende, niet op voorhand te
benoemen, nieuwe diensten mogelijk te maken, hetgeen een –
positief te waarderen – stimulans voor innovatie en
ontwikkeling van de telecommunicatiemarkt zou betekenen'.
Daarnaast blijkt dat ook uit het feit dat art. 16 lid 7 ONP
Spraakrichtlijn II [10]
dat de grondslag vormt voor de bijzondere toegangsverplichting
van partijen met een aanmerkelijke marktmacht bij het vaste
openbare telefoonnetwerk aanknoopt, terwijl de Tw dat niet
doet.
15. Het onderscheid dat de Tw
tussen het vaste openbare telefoonnetwerk en
telecommunicatienetwerk maakt, is een significant onderscheid.
Hierin komt tot uitdrukking dat de wetgever zich ervan bewust
was dat het telefoonnetwerk van KPN door moderniseringen en
nieuwe technieken geschikt kon worden gemaakt voor nieuwe
toepassingen en diensten. Het vaste openbare telefoonnetwerk
wordt in de Tw dan ook gedefinieerd als onderdeel van een
telecommunicatienetwerk: 'de elementen van een openbaar
telecommunicatienetwerk die geheel of gedeeltelijk worden
gebruikt voor de levering van de vaste openbare
telefoondienst'. In de systematiek van de Tw is het vaste
openbare telefoonnetwerk dus onderdeel van een
telecommunicatienetwerk.
16. Dat er enig verband dient
te bestaan tussen de aanwijzing ex art. 6.4 Tw en de
reikwijdte van de bijzondere toegangsverplichting zoals het
CBB stelt, lijkt mij juist. De conclusie die het CBB hieruit
trekt, nl. dat KPN alleen maar toegang zou behoeven te
verlenen tot haar vaste telefoonnetwerk, is wel zeer
restrictief en gaat geheel voorbij aan het onderscheid tussen
'telecommunicatienetwerk' en 'telefoonnetwerk' in de Tw. De
vraag is hier of het telecommunicatienetwerk waartoe Tiscali
toegang wenst, hetzelfde telecommunicatienetwerk is als
dat waarover KPN de vaste openbare telefoondienst levert.
Volgens de hierboven vermelde weergave van de
Voorzieningenrechter volgt de bitstroomdienst de topografie
van het telefoonnetwerk. Het transport van spraak en data zijn
slechts gescheiden door een splitter. In zijn algemeenheid
zijn het spraak- en dataverkeer echter niet fysiek gescheiden.
Het heeft er dus alle schijn van dat het hier gaat om 'het
vaste oude telefoonnetwerk dat wordt gebruikt voor het leveren
van snelle toegangs- en transmissiediensten'.
[11] Dat zou betekenen
dat het bijzondere toegangsregime van de Tw in beginsel van
toepassing is.
Conclusie
17. Het CBB heeft geoordeeld
dat KPN niet verplicht is aan Tiscali bitstroomtoegang te
verlenen, omdat Tiscali niet om toegang tot het vaste openbare
telefoonnetwerk van KPN had verzocht. Op het eerste gezicht
wordt daarmee bevestigd dat de Telecommunicatiewet 1998 door
zijn focus op de spraaktelefonie achterhaald is door de
technologische ontwikkelingen in de telecommunicatie. Bij een
tweede blik bevestigt deze uitspraak veeleer het bestaan van
een algemene trend waarin de bestuursrechter na de
Dutchtone-uitspraak [12]
OPTA's bevoegdheden onder de Tw restrictiever is gaan
interpreteren. [13]
18. Inmiddels is het nieuwe
regelgevingskader in werking getreden.
[14] De vraag of KPN
bitstroomtoegang dient te verlenen, zal op basis hiervan
worden beantwoord. De bitstroommarkt
(wholesale-breedbandtoegang, markt nr. 12) is een van de
markten die door de Europese Commissie zijn aangewezen als
markt waarvan onderzocht moet worden of er sprake is van een
aanmerkelijke marktmacht.
[15] OPTA is op dit moment druk doende met de
marktafbakeningen onder hoofdstuk 6A van de nieuwe wet.
Wanneer zij vaststelt dat KPN op deze markt een aanmerkelijke
marktmacht heeft, zal zij passende ex ante
toegangsverplichtingen kunnen opleggen. De kans is groot dat
het CBB zich daarna nog eens met bitstroom zal moeten
bezighouden.
Noten
[1] Zie OPTA,
Consultatiedocument 'Collocatie en eenmalige kosten met
betrekking tot de aansluitlijn, 2 oktober 2000,
http://www.opta.nl/download/collocatieaansluitlijn.pdf
.
[2] Voor een overzicht, zie
het Gemeenschappelijk standpunt inzake bitstroomtoegang van de
European Regulators Group (ERG), ERG 033(3) rev1,
http://www.erg.eu.int/doc/whatsnew/erg_0333rev1_bitstream_access_common_position.pdf
.
[3] OPTA, Besluit tot het
opleggen van een last onder dwangsom aan KPN Telecom B.V.
inzake Bitstroomtoegang, 30 september 2002,
http://www.opta.nl/download/besl_lod_bitstroomtoegang_300902.pdf
.
[4] OPTA, Besluit inzake
geschil Tiscali B.V. en KPN Telecom B.V., 1 mei 2003,
OPTA/IBT/2003/201727,
|