[*] Mr. N. Sitompoel is
werkzaam als projectonderzoeker bij het Instituut voor
Informatierecht (IViR). Met dank aan Annetje Ottow voor haar
nuttige suggesties.
[1] VECAI (i.o.v. Ebone,
Energis, Ignite, KPN, VECAI, Versatel en Worldcom), ' Position
paper graafrechten', april 2001,
http://www.vecai.nl/docs/Graafrechtenpositionpaper.pdf.
[2] VNG, 'Gedogen, mits …
of een andere weg? Position paper ondergrondse infrastructuur
en graafrechten', juli 2001.
[3] DGTP, Projectteam
Graafrechten, 'Probleemanalyse project Graafrechten. Een
eerste inventarisatie', 16 november 2001.
[4] OPTA, 'Position paper
Toezicht op gedoogplicht en graafrecht', 22 januari 2002.
[5] Zie voor een uitgebreid
historisch overzicht S. de Leeuw, 'Graafrechten voor
telecommunicatievoorzieningen', in ITeR nr. 4, Alphen aan den
Rijn: Samsom BedrijfsInformatie 1996, p. 63-181.
[6] Wet van 11 januari
1904, Stb. 1904, 7.
[7] Wet van 26 oktober
1988, Stb. 1988, 520.
[8] Zie over gedoogplichten
in de WTV S.D.M. de Leeuw & Th.G. Drupsteen, 'Gedoogplichten
voor telecommunicatievoorzieningen en energiedistributie',
Bouwrecht 1997/7, p. 549-555.
[9] Kamerstukken II
1987/88, 20 369, nr. 3, p. 49.
[10] HR 20 oktober 1937,
NJ 1937, 1147.
[11] Wet van 28 maart
1996, Stb. 1996, 320.
[12] Kamerstukken II
1996/97, 25 533, nr. 3, p. 25-26.
[13] De definitie van
kabels is neergelegd in art. 1.1 sub r Tw. Het gaat om kabels
en de daarbij behorende ondersteuningswerken (kabelgoten),
beschermingswerken en signaalinrichtingen. Onder de definitie
vallen tevens de verbindingskasten die kabels onderling
koppelen.
[14] OPTA, Beslissing op
bezwaar van KPN (inzake OPTA, besluit inzake geschil De
Pallandt van Keppel Stichting/KPN Telecom B.V.,
OPTA/IBT/2001/201137, 9 mei 2001), OPTA/JUZ/2001/203068, 9
november 2001. In het geschil verklaart OPTA zich onbevoegd
omdat het een afgesloten erf en tuin betreft die met bewoonde
percelen één geheel vormt, zodat er geen sprake is van een
gedoogplicht. In de beslissing op bezwaar verklaart OPTA het
bezwaar van KPN gegrond en oordeelt zij dat de Stichting de
aanleg van een interlokale kabel met bijbehorend
beschermingswerk moet gedogen.
[15] Zie ook E.J.
Dommering e.a., Handboek Telecommunicatierecht. Inleiding
tot het recht en de techniek van de telecommunicatie, Den
Haag: Sdu Uitgevers 1999, p. 420.
[16] Dommering e.a.,
Handboek Telecommunicatierecht, p. 291.
[17] “De verplichting om
de aanleg en de instandhouding te gedogen, bestaat ten aanzien
van de gronden, bedoeld in art. 4, welke ook de latere
bestemming er van zijn moge. Deze brengt daarin geen
verandering, dan voor zoveel de wet zelf volgens art. 8 hierin
voorziet.” M.v.A. II 1902/03, Bijl. 57.5.
[18] OPTA, Beschikking
inzake geschil Gemeente 's-Gravenzande/KPN Telecom B.V.,
OPTA/IBT/2001/203740, 27 december 2001.
[19] Zie P. Valcke, D.
Stevens & J. Dumortier, 'Juridische kanttekeningen bij de
Leuvense “Kabeloorlog”', Auteurs & Media 1998, p. 192-212 voor
een overzicht van de Vlaamse regeling van graafrechten voor
omroepnetwerken, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op de
coördinerende rol van de gemeenten.
[20] Zie ook G. Dumfries
& N.A.N.M. van Eijk, 'Graven en gedogen', Rooilijn mei
2001, p. 229-235.
[21] President Rb.
Rotterdam 25 januari 2000, A/College B&W Voorst, VTELEC
99/2836-SIMO.
[22] Art. 3 Besluit
inwerkingtreding Telecommunicatiewet, Stb. 1998, 664.
[23] VNG, Lbr. 98/235,
kenmerk AJZ/806863, 21 december 1998.
[24] DGTP,
Probleemanalyse, p. 25.
[25] Zie Bijlage bij
OPTA, Position paper Toezicht op gedoogplicht en graafrecht,
22 januari 2002, p. 2.
[26] DGTP,
Probleemanalyse, p. 10.
[27] VECAI, Position
paper, Annex, p. 12.
[28] President Rb.
Rotterdam 24 september 2001, A/College B&W Voorst, VTELEC
01/375-SIMO.
[29] OPTA, 'Veel gestelde
vragen met betrekking tot het gedogen van kabels', versie
januari 2002, onder art. 5.2 lid 5 Tw,
http://www.opta.nl/download/faq_gedogen_kabels_010102.pdf.
[30] VECAI, Position
paper, p. 6.
[31] Kamerstukken II
1997/98, 25 533, nr. 5, p. 72.
[32] Kamerstukken II
1997/98, 25 533, nr. 5, p. 73.
[33] Dommering e.a.,
Handboek Telecommunicatierecht, p. 418.
[34] Op grond van art.
5.10 Tw moeten aanbieders tegen een redelijke vergoeding over
en weer voldoen aan redelijke verzoeken tot het medegebruik
van voorzieningen terzake van aanleg en instandhouding van
kabels, waarbij de technische mogelijkheden in acht worden
genomen. Merkwaardig is overigens dat OPTA in art. 5.10 Tw
niet expliciet bevoegd is, analoog aan de regeling voor
sitesharing, op aanvraag regels over medegebruik vast te
stellen die tussen partijen zullen gelden. Art. 5.10 Tw
vertoont immers een sterke parallel met art. 3.11 Tw, het
artikel dat sitesharing regelt. OPTA heeft in de beslissing op
bezwaar inzake sitesharing bepaald dat d e vergoeding voor
sitesharing gebaseerd moet zijn op de werkelijk gemaakte
kosten en niet op de beginselen van kostenoriëntatie, zodat
partijen geen winstopslag mogen berekenen in de voor het
medegebruik gevraagde vergoeding (OPTA, Beslissing op bezwaar
KPN inzake oordeel site sharing van 2 april 1999, 3 november
1999) . Gezien de parallel tussen beide vormen van medegebruik
is er mijns inziens geen reden om van dit uitgangspunt af te
wijken voor vergoedingen voor ductsharing.
[35] OPTA, Veel gestelde
vragen, onder art. 5.2 lid 4 Tw.
[36] VNG, Position paper,
p. 18.
[37] VECAI, Position
paper, p. 5.
[38] VECAI, Position
paper, p. 9.
[39] Bijlage 2 bij
VNG-brief FEI/2001003201, 'Reactie op VNG Position paper
graafrechten van de telecomsector'.
[40] VNG, Position paper,
p. 5.
[41] DGTP,
Probleemanalyse, p. 19.
[42] OPTA, Position
paper, p. 10.
[43] VNG, Position paper,
p. 4-5.
[44] Kamerstukken I
1997/98, 25 533, nr. 309b, p. 17.
[45] Kamerstukken II
1997/98, 25 533, nr. 5, p. 74.
[46] Hof 's-Gravenhage 2
maart 2000, rolnr. BK-98/3135.
[47] De uitspraak van de
Hoge Raad wordt medio dit jaar verwacht.
[48] Conclusie A-G bij
Hof 's-Gravenhage 5 juli 2001, nr. 36.075.
[49] Zie bijvoorbeeld B.
Wessels & R.G. Snouckaert van Schauburg, 'Telecom-kabels zijn
van rechtswege roerend', WPNR 2000/6411, p. 533-535.
[50] Zie bijvoorbeeld E.
Mak, 'Roerend of onroerend? Een onderzoek naar de
goederenrechtelijke kwalificatie van telecomkabels', AA
2002/1, p. 6-14.
[51] Bovendien is de
levering van onroerende zaken belast met BTW als het nieuwe
kabels betreft die nog niet in gebruik zijn genomen of nog
geen twee jaar geleden in gebruik zijn genomen. Als de
infrastructuur langer in gebruik is, is BTW alleen
verschuldigd als de verkoper een 'optieverzoek BTW belaste
levering' heeft ingediend om te voorkomen dat BTW aan de
fiscus moet worden terugbetaald. Zie J. Ritsema van Eck, E.
Koek & D. Nicolaï, 'Zijn telecomkabels roerend of onroerend?',
Telecommagazine maart 2001, p. 50-51.
[52] Zie ook Conclusie
A-G bij Hof 's-Gravenhage 5 juli 2001, nr. 36.075.
[53] HDPE staat voor High
Density Poly-Ethylene. HDPE buizen zijn plastic
beschermingsbuizen die nog niet gevuld zijn met
glasvezelkabels, maar alvast worden aangelegd met het oog op
de verwachte groei van internetverkeer. D eze hoeven alleen
gedoogd te worden op het moment dat er een kabel in wordt
geplaatst ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk
of omroep(zender)netwerk. In het geschil Best/Crystal Conduct
(OPTA, Beschikking inzake geschil Best/Crystal Conduct Infra
Broker B.V. e.a., OPTA/IBT/2001/202119, 23 juli 2001)
verklaart OPTA zich niet bevoegd een beschikking te geven over
de HDPE buizen die Crystal Conduct in het weiland van de
particulier Best wil aanleggen. De buizen vallen immers niet
onder de (gedoogplicht van art. 5.1 lid 2) Tw, omdat deze geen
onderdeel zijn van een telecommunicatienetwerk of
omroep(zender)netwerk. OPTA benadrukt wel dat Best de buizen
niet hoeft te gedogen.
[54] Kamerstukken I
1997/98, 25 533, nr. 309b, p. 16.
[55] DGTP,
Probleemanalyse, p. 13.
[56] De Leeuw,
Graafrechten voor telecommunicatievoorzieningen, p. 96.
[57] VECAI, Position
paper, p. 13.
[58] OPTA, Beschikking
inzake geschil KPN Telecom B.V./Gemeente Lelystad,
OPTA/IBT/2001/200692, 9 mei 2001.
[59] OPTA, Position
paper, p. 5.
[60] OPTA, Beschikking
inzake geschil KPN Telecom B.V./Gemeente Lelystad,
OPTA/IBT/2001/200692, 9 mei 2001.
[61] OPTA, Beslissing op
bezwaar van KPN (tegen OPTA, Beschikking inzake geschil KPN
Telecom B.V./Gemeente Lelystad, OPTA/IBT/2001/200692, 9 mei
2001), 21 december 2001.
[62] OPTA, Beschikking
inzake geschil Gemeente 's-Gravenzande/KPN Telecom B.V.,
OPTA/IBT/2001/203740, 27 december 2001.
[63] Rb. 's-Gravenhage 20
januari 1999, KPN/Gemeente Den Haag, rolnr. 97/3861.
[64] VECAI, Position
paper, p. 13.
[65] Pres. Rb. Rotterdam
21 maart 2001, Gemeente Beek/KPN Telecom B.V., zaaknr.
63725/KG ZA 01-67.
[66] Zoals reeds
opgemerkt in noot 31 voorziet art. 5.10 Tw vreemd genoeg ook
niet in een bevoegdheid voor OPTA op aanvraag regels over
medegebruik vast te stellen.
[67] Om te voorkomen dat
er geen onnodige vertraging ontstaat wordt ex art. 4:13 jo.
6:2 Awb uitgegaan van de fictieve weigering, zodat een
instemmingsbesluit in feite kan worden afgedwongen. In de
modelverordening wordt uitgegaan van een termijn van acht
weken. Zolang geen instemming is verkregen geldt een
graafverbod. Overtreding van het graafverbod zonder instemming
is bovendien een overtreding in de zin van de Wet op de
economische delicten (art. 1 sub 4 jo. art. 2 lid 4 Wet op de
economische delicten).
[68] OPTA, Position
paper, p. 5.
[69] Zie onder meer
Kamerstukken II 1997/98, 25 533, nr. 5, p. 75.
|