Carrier preselectie
Verschenen in Computerrecht 1999-6, p. 270-278

N. Sitompoel * 


 
Inleiding

De verplichting om in Europa uiterlijk per 1 januari 2000 carrier preselectie in te voeren is van groot belang voor de ontwikkeling van werkelijke concurrentie in een interne Europese telecommunicatiemarkt. Carrier preselectie biedt de consument de mogelijkheid om gemakkelijker alternatieve dienstverleners en netwerkleveranciers te kiezen. Dit kan leiden tot verbetering van telecommunicatiediensten en tot verlaging van prijzen, waardoor de consument direct kan profiteren van de concurrentie op de telecommunicatiemarkt. Sinds de invoering van carrier preselectie in 1984 in de Verenigde Staten zijn de prijzen voor het langeafstandsverkeer aanzienlijk gedaald. Verwacht wordt dat als gevolg van de toename van concurrentie de prijzen ook in Europa (verder) zullen dalen.

In dit artikel worden allereerst een aantal relevante begrippen toegelicht. Daarna worden de achtergrond van de richtlijn - die de basis vormt voor de invoering van carrier preselectie - en de richtlijn zelf besproken. Vervolgens komt de visie van de Nederlandse wetgever ten aanzien van carrier preselectie aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de implementatie van carrier preselectie in de Verenigde Staten en de problematiek die zich in dit verband heeft voorgedaan. In de conclusie wordt ingegaan op de aspecten waarmee bij de implementatie van carrier preselectie in Nederland rekening dient te worden gehouden.

Korte uiteenzetting van begrippen

In de Telecommunicatiewet (Tw) worden naast algemene regels die de beschikbaarheid en kwaliteit van dienstverlening waarborgen, specifieke regels gesteld die beogen de marktwerking in de telecommunicatiesector te stimuleren.[1]  Enerzijds wordt de marktwerking gestimuleerd door de liberalisering van de sector, die er toe heeft geleid dat concurrentie in alle onderdelen van de markt is toegestaan. Anderzijds worden aanvullend specifieke regels nodig geacht om concurrentie ook daadwerkelijk tot stand te brengen. De noodzaak vloeit voort uit het feit dat de marktverhoudingen zich imperfect hebben ontwikkeld, vanwege het in het verleden door de overheid slechts beperkt toestaan van concurrentie. Specifieke regels ter bevordering van de mededinging worden derhalve wenselijk geacht. Zo zijn met name aanbieders met een aanmerkelijke macht op de markt,[2]  zoals omschreven in de ONP-richtlijnen,[3]  onderworpen aan specifieke verplichtingen. Deze aanbieders dienen andere aanbieders toegang te bieden tot hun netwerken en diensten, op basis van objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden. De tarieven die in dit verband berekend worden moeten helder, voldoende uitgesplitst en kostengeoriënteerd zijn. Deze verplichtingen zijn onder andere van toepassing op bijzondere toegang tot netwerken en diensten op de markt voor spraaktelefonie.

Bijzondere toegang

Bijzondere toegang is de toegang tot een telecommunicatienetwerk op andere punten dan de netwerkaansluitpunten die aan de meeste gebruikers worden aangeboden (art. 1.1 sub j Tw). In het kader van de ONP-regulering zijn de daartoe aangewezen aanbieders van vaste openbare telefoonnetten en -diensten, mobiele openbare telefoonnetten en -diensten en huurlijnen, met een aanmerkelijke macht op de markt, verplicht deze vorm van toegang tot het net te leveren. Verzoeken tot bijzondere toegang zullen afkomstig zijn van aanbieders van telecommunicatiediensten die ofwel een eigen infrastructuur maar geen aansluitnet[4]  hebben - wel een eigen of gehuurd transportnetwerk, maar geen vertakkingen naar huizen - ofwel geen infrastructuur hebben en daarom het telefoonnet van KPN Telecom willen gebruiken voor het aanbieden van telecommunicatiediensten.

Bij bijzondere toegang gaat het om originating access, waarbij een toegangspunt wordt gebruikt om telefoonverkeer op te halen bij eindgebruikers van een openbaar telefoonnetwerk. Dit is het geval wanneer een andere aanbieder dan KPN het aansluitnet gebruikt om verkeer op te halen bij abonnees van KPN.[5]  Voor het ophalen van verkeer in een openbaar telecommunicatienetwerk door andere operators of dienstenaanbieders is het noodzakelijk dat in dit netwerk voorzieningen worden getroffen, zoals de routeringscodes en de bijbehorende verwerking in de centrales van het netwerk.[6]  Voorbeelden van bijzondere toegang zijn de diensten carrier selectie en carrier preselectie.

Carrier selectie

Sinds medio 1997 wordt in Nederland carrier selectie aangeboden. Bij carrier selectie kan een eindgebruiker zelf, per gesprek, kiezen voor een andere aanbieder dan de lokale aanbieder bij wie hij zijn abonnement voor zijn aansluiting[7]  heeft (veelal KPN) om het interlokale of internationale deel van zijn gesprek af te laten handelen. De lokale operator routeert de oproep van de gebruiker naar de gekozen operator; KPN verzorgt het eerste deel van de transmissie, onder andere via haar aansluitnet, en levert het gesprek af bij de andere aanbieder die het gesprek verder afwikkelt.

Op deze wijze heeft de gebruiker de mogelijkheid die aanbieder te selecteren, waarvan hij de beste prijs-kwaliteitverhouding en dienstverlening verwacht. De aanbieders kunnen het verkeer van eindgebruikers die zijn aangesloten op het net van KPN afwikkelen zonder te beschikken over een eigen toegangsnetwerk of eigen abonnees.

Om per gesprek een alternatieve aanbieder te kiezen dient de abonnee een carrier selectiecode in te toetsen die direct voorafgaat aan een bestemmingsnummer en de eindgebruiker toegang geeft tot het net van de door hem gekozen aanbieder. De carrier selectiecode bestaat uit de vier cijfers 16xy, waarbij 16 de vaste prefix is voor de dienst carrier selectie en xy de specifieke code voor de gewenste alternatieve aanbieder.[8] 

Wanneer een abonnee van een andere aanbieder gebruik wil maken, dient hij zich aan te melden bij het betreffende telecommunicatiebedrijf. Dit bedrijf rekent de gesprekskosten rechtstreeks met de abonnee af. In de rekening is het bijzondere-toegangstarief verwerkt dat het bedrijf aan KPN moet betalen. Wanneer geen voorkeuze wordt gemaakt, wordt het gesprek automatisch afgehandeld door de default operator, KPN, de operator die het aansluitnet exploiteert.

Carrier preselectie

Carrier preselectie is eveneens een systeem in de nummercentrales van KPN waarbij de abonnee van KPN zijn gesprekken kan laten afhandelen door een netwerkoperator naar keuze. Het verschil met carrier selectie is dat de abonnee direct verbinding heeft met het net van de door hem gekozen aanbieder, via de aansluitlijn[9]  van KPN. Carrier preselectie is derhalve een van de middelen om het monopolie op het niveau van het aansluitnet te doorbreken.

De abonnee hoeft niet eerst een code in te toetsen, maar heeft een van tevoren ingestelde vaste carrier selectiecode. De abonnee houdt echter de mogelijkheid zijn vaste code te negeren door eerst een korte code in te toetsen en daarna een carrier selectiecode (16xy) te kiezen.[10]  Het voordeel voor de klant - en voor met KPN concurrerende aanbieders - is dat, als hij gebruik maakt van zijn vaste via preselectie gekozen aanbieder, hij zonder een vooraf in te toetsen code kan telefoneren. Zijn gesprek wordt dan automatisch via de door hem geselecteerde carrier afgewikkeld.

Europees kader

Achtergrond van de Richtlijn Carrier Preselectie

Het Groenboek Nummeringsbeleid, dat in november 1996 werd gepresenteerd heeft als uitgangspunt dat het Europese nummeringsbeleid moet leiden tot bevordering van doeltreffende concurrentie, vergroting van keuzemogelijkheden voor de consument en verlaging van prijzen.[11]  Het invoeren van carrier (pre)selectie wordt gezien als een sleutelelement voor grotere concurrentie op het gebied van het langeafstands- en internationale telefoonverkeer. Door de dienst carrier (pre)selectie heeft de gebruiker de mogelijkheid om de beste keuze te maken ten aanzien van kwaliteit, dienstverlening en kosten. Gebruikers moeten in de gelegenheid worden gesteld om op gemakkelijke wijze een keuze te maken uit de diensten van verschillende aanbieders en om direct toegang tot hen te krijgen.

De Commissie stelt in het Groenboek een gefaseerde invoering van carrier (pre)selectie voor. Uiterlijk op 1 januari 1998 zou carrier selectie ofwel easy access ofwel vereenvoudigde toegang - carrierkeuze op individuele gespreksbasis, waarbij gebruikers beschikken over een eenvoudig, niet-discriminerend mechanisme, waarmee zij de carrier van hun keuze door middel van een prefix per oproep kunnen kiezen - moeten zijn ingevoerd. Uiterlijk op 1 januari 2000 dient carrier preselectie ofwel equal access ofwel gelijkwaardige toegang - carriervoorkeuze, waarbij gebruikers beschikken over een eenvoudig, niet-discriminerend mechanisme, waarmee zij een carrier naar keuze op permanente of default-basis vooraf kunnen bepalen - te worden aangeboden.

De Commissie meent dat door het invoeren van carrier selectie de exploitanten minder snel en een minder groot marktaandeel zullen verliezen op het gebied van het langeafstands- en het internationale verkeer dan door het invoeren van carrier preselectie, aangezien de exploitanten hun langeafstands- en internationale verkeer veelal via hun eigen kanalen zullen routeren. Dit zorgt voor een meer geleidelijke overgang naar een open en aan concurrentie onderworpen markt.

Volgens de Commissie heeft de invoering van de selectie van de langeafstandscarrier grote voordelen voor de consument, het bedrijfsleven en de telecommunicatie-industrie. De kosten en baten die met het invoeren samenhangen zullen ruimschoots worden goedgemaakt door de grotere keuzemogelijkheden, de betere kwaliteit van de dienstverlening en de lagere tarieven die zullen ontstaan.[12] 

De Commissie is zich ervan bewust dat de introductie een grote hoeveelheid kwesties met betrekking tot regelgeving met zich meebrengt, zoals rechten op korte codes, facturering en internationale concurrentie. Dit gaf aanleiding om een openbare raadpleging te organiseren. Uit deze consultatie bleek een brede consensus te bestaan ten aanzien van de door de Commissie geformuleerde voorstellen.

De Commissie stelde als uitkomst van de discussie vast dat uiterlijk op 1 januari 2000 carrier preselectie voor de gebruiker behoorde te worden aangeboden door alle aanbieders van vaste abonneelijnen met een sterke marktpositie in alle Lidstaten.[13] 

Het voorstel van de Commissie vond brede steun bij de Lidstaten, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk.[14]  Volgens het Verenigd Koninkrijk, zo blijkt uit de discussie binnen de EU-Raad voor Telecommunicatie en Post,[15]  zou vooral de zakelijke gebruiker profiteren van carrier preselectie en zou carrier preselectie tegen de belangen van particuliere gebruikers ingaan. Aangevoerd werd dat carrier preselectie investeringen in het lokale net ontmoedigt. In het Verenigd Koninkrijk wordt concurrentie op het gebied van het lokale net bevorderd door kabelbedrijven te stimuleren een aansluiting in iedere woning aan te leggen zodat British Telecom (BT) niet de enige aanbieder van aansluitingen op het telefoonnet is.[16]  Dit vergt vanzelfsprekend zeer grote investeringen. Het Verenigd Koninkrijk vreest dat het invoeren van carrier preselectie de investeringen in alternatieve infrastructuur zal doen afnemen. Om zich een positie op de markt te verschaffen zullen nieuwe operators immers voor het eenvoudigste en goedkoopste alternatief kiezen: zij zullen gebruik maken van de infrastructuur van de dominante operator in plaats van een eigen infrastructuur aan te leggen.

De overige Lidstaten vonden de argumentatie van het Verenigd Koninkrijk niet overtuigend en wilden carrier preselectie wel in de gehele Europese Unie invoeren.[17]  Zij accepteerden geen uitzonderingspositie voor het Verenigd Koninkrijk omdat dit het level playing field binnen de Gemeenschap zou ondergraven, aangezien BT in dat geval op de thuismarkt vrijgesteld zou zijn van carrier preselectie en er elders van zou kunnen profiteren.

Het voorzitterschap stelde een vooraf met verschillende delegaties afgestemde alternatieve tekst voor, die enigszins aan het Verenigd Koninkrijk tegemoet kwam, en waarmee het instemde. Wel voegde het Verenigd Koninkrijk een unilaterale verklaring aan het verslag van de Raad toe.

Naar aanleiding van het verslag van de bovengenoemde Telecommunicatie-Raad heeft de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat een aantal vragen gesteld aan de toenmalige Minister.[18]  De commissie vroeg waarom Nederland het niet eens was met het hierboven uiteengezette Britse verzet tegen carrier preselectie en of hierbij een samenhang bestaat met de neiging in Nederland om minder of helemaal niet te investeren in lokale netwerken. Met betrekking tot de eerste vraag benadrukte de Minister dat de Nederlandse regering, in tegenstelling tot de Britse regering, carrier preselectie juist een heel belangrijk onderwerp vindt in het kader van de liberalisering. De Minister had het gevoel dat British Telecom hierin een belangrijke rol heeft gespeeld. Opgemerkt werd dat het opvallend is dat BT in het Verenigd Koninkrijk een tegenstander van carrier preselectie is, terwijl BT in Nederland via een joint venture met de Nederlandse Spoorwegen (Telfort) daarvan voorstander is. Ten aanzien van de tweede vraag merkte de Minister op dat nieuwe aanbieders uitsluitend zullen investeren als dat nodig is. Bereidheid tot investeren hangt volgens de Minister ook af van het belang en de regio. De Nederlandse overheid heeft dit enigszins vrijgelaten en slechts stimulerend gewerkt in de infrastructurele sfeer.

Doelstelling en korte inhoud van de Richtlijn Carrier Preselectie

Het Europees Parlement en de Raad hebben in september 1998 de Richtlijn Carrier Preselectie vastgesteld als wijziging op de Interconnectierichtlijn.[19]  De richtlijn schept een rechtsgrondslag om in de gehele Europese Unie carrier preselectie in te voeren.[20]  Art. 1 lid 3 van de richtlijn voegt aan art. 12 Interconnectierichtlijn, waarin de verplichtingen ten aanzien van eerlijke en gelijke behandeling van alle aanbieders van openbare telecommunicatiediensten zijn neergelegd, een lid 7 toe, waarin de verplichting met betrekking tot carrier preselectie is opgenomen. Art. 12 lid 7 Interconnectierichtlijn verlangt van de nationale regelgevende instanties (NRA's) dat zij organisaties die vaste openbare telecommunicatienetwerken exploiteren en die een aanmerkelijke macht op de markt hebben, verplichten uiterlijk op 1 januari 2000 carrier preselectie op hun netwerken aan te bieden. Hiertoe dienen de nodige faciliteiten beschikbaar te zijn die het de abonnee mogelijk maken deze dienst te kiezen door middel van een voorkeuze, met de mogelijkheid om per gesprek een andere carrier te kiezen door middel van een prefixcode.

De NRA's dienen erop toe te zien dat de tarieven voor interconnectie voor de verstrekking van carrier preselectie kostengeoriënteerd zijn en dat de eventuele directe kosten voor de consument het gebruik van carrier preselectie niet ontmoedigen. Tevens biedt de richtlijn een zekere flexibiliteit ten aanzien van de invoeringsdatum. Krachtens art. 1 lid 4 van de richtlijn kunnen Lidstaten op grond van de (gewijzigde) eerste zin van art. 20 lid 2 Interconnectierichtlijn (uitstelclausule) om uitstel van de verplichting verzoeken wanneer zij kunnen bewijzen dat de verplichting voor bepaalde (categorieën van) organisaties een buitensporige last zouden veroorzaken. De Commissie kan uitstel verlenen op basis van objectieve argumenten en houdt bij de beoordeling van het verzoek rekening met de specifieke situatie in de betrokken Lidstaat.[21] 

De NRA's mogen onder een aantal voorwaarden de verplichting tot het verstrekken van carrier preselectie uitbreiden tot bedrijven zonder aanmerkelijke marktmacht. Dit moet in het belang zijn van de consument. De NRA's dienen rekening te houden met de specifieke situaties op de nationale markten. Het uitbreiden van de verplichting mag geen onevenredige belasting vormen voor de betreffende bedrijven. Nieuwe exploitanten mogen niet verhinderd worden tot de markt toe te treden.[22] 

Visie van de Nederlandse wetgever ten aanzien van carrier preselectie

Minister van Verkeer en Waterstaat

De toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat heeft eind 1997 aangegeven dat Nederland grotendeels instemt met het voorstel[23]  voor de richtlijn van de Commissie.[24]  Het streven naar invoering van carrier preselectie uiterlijk op 1 januari 2000 zou haalbaar zijn, indien er voor een aantal verouderde centrales een iets langere termijn aangehouden kan worden. Dit probleem zou kunnen worden ondervangen doordat naar aanleiding van het Gemeenschappelijk standpunt[25]  een specifieke derogatiemogelijkheid is opgenomen, in de vorm van de gewijzigde eerste zin van art. 20 lid 2 Interconnectierichtlijn, voor het geval er aantoonbare technische problemen zijn. De Minister wees er in dit verband op dat een aanvraag moet worden ingediend die individueel zal worden beoordeeld.[26]  Mocht Nederland overigens een dergelijk verzoek tot uitstel indienen dan bestaat de reële kans dat de Commissie het verzoek zal afwijzen aangezien reeds geruime tijd geanticipeerd had kunnen worden op het aanpassen van de centrales ten behoeve van de invoering van carrier preselectie.

De Minister gaf tevens aan dat Nederland voorstander is van een in Europa zo geharmoniseerd mogelijke introductie van carrier preselectie zonder al te ruime mogelijkheden voor algemene derogaties voor specifieke landen omdat dit het level playing field in de Europese Unie ondermijnt.

De Minister heeft er voorts op gewezen dat zij, en niet OPTA, de primaire verantwoordelijkheid draagt voor een juiste implementatie van Europese regelgeving op het gebied van nummers in verband met carrier preselectie.[27]  Dit laat onverlet dat OPTA op grond van de Telecommunicatiewet met de implementatie en het toezicht is belast.

OPTA

Naar aanleiding van het Consultatiedocument over bijzondere toegangsdiensten[28]  heeft OPTA in 1998 marktpartijen over de volgende kwesties met betrekking tot carrier preselectie geconsulteerd.

Allereerst betreft het de vraag welk verkeer via carrier preselectie kan worden afgewikkeld. OPTA zet in het Consultatiedocument uiteen dat in sommige landen van de Europese Unie het lokaal verkeer uitgezonderd wordt van carrier preselectie, zodat de leverancier van de aansluiting in beginsel ook het lokaal verkeer afhandelt. De begrenzing van het langeafstandsverkeer loopt in de Lidstaten uiteen en is met name gebaseerd op historische overwegingen en op netstructuren.

De definitie van een lokaal gesprek kan vanuit verschillende perspectieven worden benaderd.[29]  In Nederland maakt KPN onderscheid tussen lokale en interlokale gesprekken en tariefgebieden. Bij een lokaal gesprek hoeft de abonnee geen netnummer te kiezen, bij een interlokaal gesprek moet wel een netnummer worden gekozen. De tarieven van lokale en interlokale gesprekken komen echter niet overeen met de tariefgebieden van KPN. Binnen een basisgebied - bestaande uit een netnummergebied tezamen met de aangrenzende netnummergebieden - vinden zowel lokale als interlokale gesprekken plaats tegen hetzelfde tarief. Een andere mogelijkheid voor de definitie van een lokaal gesprek is uit te gaan van het netnummergebied. Vanuit het oogpunt van de gebruiker ligt dit voor de hand, vanwege de directe relatie tussen netnummer en het geografische gebied waarop dat nummer betrekking heeft.

In de richtlijn is overigens geen beperking opgenomen ten aanzien van het soort telefoonverkeer dat met behulp van carrier preselectie door operators kan worden afgewikkeld. De openbare raadpleging richtte zich slechts tot de langeafstands- en internationale markten. De richtlijn sluit echter lokale oproepen en oproepen naar mobiele telefoons niet uit en dus bestaat de redelijke verwachting dat ook voor dit soort oproepen carrier preselectie mogelijk moet worden gemaakt.[30]  OPTA meent dat de interesse van concurrenten van KPN in het afhandelen van lokaal of regionaal verkeer afhankelijk is van het totale verkeerspatroon van een klant, of van het verkeerspatroon per basisgebied.

De tweede kwestie betreft de wijze van instellen. Hiervoor zijn twee mogelijkheden: instellen door de operator of door de eindgebruiker. KPN heeft voorgesteld om de eindgebruiker zelf via een voice response systeem de instelling voor de operator naar keuze te laten maken. OPTA heeft aangegeven niet afwijzend tegenover deze methode te staan.

Een andere kwestie heeft betrekking op het aantal preselectiecodes, waarvoor ook twee mogelijkheden bestaan: één preselectiecode of aparte codes voor lokaal, interlokaal en internationaal telefoonverkeer. Het is mogelijk dat een operator verschillende preselectiecodes wil gebruiken, bijvoorbeeld om onderscheid te kunnen maken tussen nationale en internationale gesprekken. Daarentegen kan het ook van belang zijn om door middel van slechts één preselectiecode alle soorten verkeer op te halen. Het gebruik van één code voor al het verkeer lijkt een vereenvoudiging; het is evenwel mogelijk dat dit tot problemen leidt in verband met de verschillende nummerlengtes van lokaal, nationaal en internationaal verkeer. OPTA is van mening dat het zoveel mogelijk aan de eindgebruiker moet zijn om een keuze te maken.

De vierde kwestie betreft de wederverkoop van de aansluiting. Het is mogelijk dat een andere operator ook het lokale verkeer voor een eindgebruiker wil afwikkelen en dat de eindgebruiker definitief de dienstverlening van deze operator wenst. De klant ontvangt in dat geval toch nog twee rekeningen, een rekening van KPN voor het abonnement voor de aansluiting en een rekening voor het verkeer. Uit het oogpunt van marketing kan het aantrekkelijk zijn om de klant slechts één rekening te sturen. Een mogelijkheid hiervoor is de wederverkoop van het abonnement: indien een klant wil dat zijn telefoonverkeer voortaan alleen door een bepaalde operator wordt afgehandeld, koopt de operator het abonnement van KPN en verkoopt hij het abonnement vervolgens aan de klant. Het betreft hier een administratieve overname, niet een fysieke. Het aansluitnet is en blijft eigendom van KPN en zal zich dus altijd tussen de eindgebruiker en de gekozen operator blijven bevinden.

Ten slotte de vraag aan wie de kosten voor het geschikt maken van het telefoonnet voor carrier preselectie kunnen worden toegerekend. OPTA is van mening dat voor carrier selectie uitsluitend een opslag bovenop de zuivere vergoeding voor de functionaliteit van originating access mag worden berekend, voor zover een dergelijke opslag valt te rechtvaardigen door het gereed maken van de centrales voor die dienst voor de desbetreffende aanbieder.[31]  OPTA meent dat dit principe ook van toepassing is op carrier preselectie, aangezien het causaliteitsbeginsel - op grond waarvan kosten direct worden toegerekend aan de dienst die de kosten veroorzaakt - het uitgangspunt is bij de beoordeling van kostentoerekening.

De naar het oordeel van OPTA relevante inzichten uit de consultatieronde, die van 4 juni tot 1 augustus 1998 werd gehouden, worden gebruikt voor het vaststellen van de richtsnoeren voor bijzondere toegang.[32] 

Telecommunicatiewet

Ter uitvoering van art. 6.9 lid 5 Tw is in november 1998 het Besluit ONP huurlijnen en telefonie vastgesteld.[33]  In art. 44 lid 1 van dit Besluit is bepaald dat uiterlijk met ingang van 1 januari 2000 de afnemer van een aanbieder van vaste openbare telefoonnetwerken of -diensten met een aanmerkelijke macht op de markt kan verlangen dat voorzieningen beschikbaar zijn om zijn keuze voor een andere aanbieder als standaardkeuze in het netwerk van de aanbieder met een aanmerkelijke macht te kunnen verankeren. De aanmerkelijke machtspositie is dus niet relevant. De mogelijkheid om de voorkeuze op individuele gespreksbasis teniet te doen door het kiezen van een daartoe bestemd viercijferig nummer uit een nummerplan moet blijven bestaan.

Krachtens lid 2 kan OPTA ontheffing verlenen van de verplichting, als naleving een buitensporige last vormt. OPTA kan alleen ontheffing verlenen als ook de Commissie meent dat er inderdaad sprake is van een buitensporige last voor de betrokken aanbieder.

Op grond van lid 3 kunnen aan een ontheffing voorschriften worden verbonden en kan een ontheffing onder beperkingen worden verleend. Lid 4 bepaalt in dit verband dat een verzoek om bijzondere toegang als bedoeld in art. 6.9 Tw dat samenhangt met de verplichting tot het bieden van carrier preselectie als redelijk moet worden beschouwd, tenzij terzake van die verplichting een ontheffing is verleend. Een dergelijk verzoek om bijzondere toegang is in ieder geval onredelijk voorzover het betrekking heeft op de verplichting waarvoor een ontheffing is verleend. Het recht van de afnemer om de in dit artikel bedoelde voorzieningen te verlangen van de aanbieder met een aanmerkelijke macht op de markt is dus onlosmakelijk verbonden met de plicht van die aanbieder om concurrenten een zodanige bijzondere toegang te bieden dat de klanten van die concurrent daadwerkelijk van de hier bedoelde voorzieningen gebruik kunnen maken.

Uit lid 5 volgt ten slotte dat bij ministeriële regeling regels gesteld kunnen worden met betrekking tot de maximale hoogte van het tarief dat door de aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken en -diensten aan een afnemer in rekening mag worden gebracht.

Recente ontwikkelingen

KPN heeft OPTA verzocht de invoeringsdatum voor carrier preselectie te verschuiven naar 1 april 2000 onder meer op grond van de levertijden van toeleveranciers van haar telefooncentrales.[34]  OPTA heeft dit verzoek afgewezen omdat niet kon worden aangetoond dat er sprake is van een buitensporige last.

Inmiddels hebben ook andere marktpartijen bij OPTA aangedrongen op uitstel van de invoering van carrier preselectie. Gevreesd wordt dat de invoeringsdatum 1 januari 2000 tot complicaties zal leiden in verband met de op handen zijnde millenniumproblemen. Het Telecommunicatie Millennium Platform (TeMP)[35]  heeft OPTA erop gewezen dat bij het eventueel optreden van fouten in de netwerken niet kan worden bepaald of de oorzaak van de storingen gelegen is in de nieuwe verkeersstromen die door carrier preselectie worden gegenereerd, dan wel in de millenniumproblematiek. OPTA heeft aangegeven de door TeMP naar voren gebrachte kwestie zorgvuldig te bestuderen.

Carrier preselectie in de Verenigde Staten

Implementatie van carrier preselectie op basis van de Modification of Final Judgment

Op 20 november 1974 startte het Ministerie van Justitie op grond van anti-monopoliewetgeving voor de derde keer[36]  een proces tegen AT&T.[37]  Ditmaal vanwege het onrechtmatig monopoliseren van zowel de markt voor langeafstandstelefonie als de productie van telecommunicatieapparatuur. In 1982 werd door de partijen een schikking getroffen. Deze schikking staat bekend als de Modification of Final Judgment (MFJ) en bevatte onder meer de bekende opsplitsing van AT&T in Regional Bell Operating Companies (RBOC's). Maar ook werd bepaald dat de Regional Bell Operating Companies aan alle langeafstandscarriers equal access (carrier preselectie) dienden te bieden tot het lokale netwerk.

Vóór de MFJ kon men alleen toegang verkrijgen tot het langeafstandsverkeer via AT&T, als zijnde de enige aanbieder, tenzij men gebruik maakte van een speciale code, die maar liefst tien extra cijfers aan een oproep toevoegde. Aangezien dit een negatief effect op de concurrentie met zich meebracht, werd er in de MFJ gekozen voor carrier preselectie waarbij consumenten vooraf de langeafstandscarrier van hun voorkeur konden aangeven.

Vanaf september 1984 kregen lokale centrales daadwerkelijk gelijke toegangsmogelijkheden en werd carrier preselectie ingevoerd. In het begin werd er, nadat een centrale was omgebouwd voor gelijke toegang, niet vereist dat alle klanten onmiddellijk een keuze maakten voor de langeafstandscarrier van hun voorkeur. Begin 1985 bleek dat slechts 30% van de klanten die waren verbonden met centrales met gelijke toegang, vooraf een keuze maakte voor een bepaalde langeafstandscarrier (hetzij AT&T, hetzij een van de andere langeafstandscarriers). Er ontstond een discussie over de oplossing voor de overige 70% die vooraf geen keuze maakte en dus bij AT&T (de default carrier) bleef.[38] 

Allocation Order

Krachtens de MFJ werden alle niet gepreselecteerde oproepen door de carriers van de lokale centrales aan AT&T toegewezen. De Federal Communications Commission (FCC) beschouwde deze praktijk als oneerlijke concurrentie ten opzichte van andere langeafstandscarriers en besloot tot de implementatie van een eenvormig pro rata toewijzingsplan.[39] 

In mei 1985 vaardigde de FCC daartoe een beschikking uit, de Allocation Order, waarin werd vastgelegd dat de carriers van de lokale centrales een keuze- en toewijzingsplan dienden toe te passen bij de invoering van gelijke toegang in hun centrales en over dienden te gaan tot een retroactief kiesproces - een kiesproces met terugwerkende kracht - in gevallen waarin de gelijke toegang reeds was ingevoerd. Tevens werd er een nieuwe kiesprocedure voorgeschreven voor de klanten die op de eerste oproep tot kiezen niet hadden gereageerd. De lokale carrier diende aan elke klant een keuzeformulier te sturen waarop deze de carrier van zijn voorkeur kon aangeven. Aan degene die geen keuze had gemaakt werd een carrier toegewezen op pro rata basis, in dezelfde verhouding als de eerste keer dat er werd gekozen. Nu ging 60 tot 75% van de klanten over tot preselectie van een langeafstandscarrier, terwijl er voor 24 tot 40% een carrier moest worden toegewezen.[40]  Op deze wijze kregen alle marktpartijen toegang tot de klanten en werden individuele langeafstandscarriers gestimuleerd om hun diensten te differentiëren van die van AT&T.

De FCC ging ervan uit dat dit plan het publieke belang diende door de consument bewust te maken van de verschillende mogelijkheden. Daarnaast gaf het plan de langeafstandscarriers een impuls tot het aanbieden van concurrerende diensten om nieuwe klanten te werven.

Naast de mogelijkheid van het keuzeformulier waren er nog twee mogelijkheden om klanten te werven. Ten eerste konden klanten direct contact opnemen met een langeafstandscarrier. Ten tweede kon de langeafstandscarrier actief consumenten benaderen om voor hen te dienen als aangewezen langeafstandscarrier; hiertoe diende de carrier een getekende Letter of Agency (LOA)[41]  van de klant te verkrijgen en hiervan een bevestiging te sturen aan de lokale carrier, alvorens verandering van carrier kon plaatsvinden.

Waiver Order

Kort nadat de FCC de Allocation Order had uitgevaardigd, verzocht een aantal carriers om verduidelijking van de vereisten met betrekking tot de Letter of Agency. AT&T wilde weten of een stemopname of een andere vorm van elektronische handtekening ook voldeed aan het vereiste dat langeafstandscarriers de door hun klanten ondertekende LOA's in hun bestanden dienden te bewaren. Een aantal partijen drukte hun bezorgdheid uit over het feit dat gebruikers die telefonisch een mondelinge toezegging deden, niet altijd hun ondertekende LOA retourneerden.

In eerste instantie benadrukte de FCC haar standpunt dat langeafstandscarriers getekende LOA's in hun bestanden dienden te hebben. Na heroverweging zwakte de FCC in de Waiver Order haar standpunt echter af en stond zij de langeafstandscarriers toe om aan de lokale carrier te verzekeren dat zij ofwel een LOA in hun bestanden hadden, ofwel dat zij redelijkerwijs alles hadden ondernomen om een LOA te verkrijgen.

De FCC verlangde dus niet langer dat de langeafstandscarriers een LOA aan de lokale carrier moesten overleggen als bevestiging van de verzochte verandering van carrier, en ook niet dat langeafstandscarriers de LOA in hun bezit moesten hebben, op het moment dat de lokale carrier werd verzocht om de carrier van de consument te veranderen. De FCC motiveerde haar beslissing als zijnde een tegemoetkoming aan de marketingbehoeften van de langeafstandsindustrie. Deze beslissing heeft echter het risico tot het nu te bespreken slamming vergroot.

Slamming[42] 

Een van de problemen die zich in de Verenigde Staten vanaf begin jaren negentig met betrekking tot carrier preselectie heeft voorgedaan is slamming. Dit is het omzetten van de langeafstandscarrier van een abonnee zonder diens toestemming. De Telecommunications Act van 1996 heeft in section 258 slamming verboden verklaard.[43] 

Op verschillende manieren werden de langeafstandscarriers van abonnees veranderd, zonder dat de abonnees hiervan op de hoogte waren. Dit gebeurde bijvoorbeeld door het ondertekenen van een kaart door de abonnee, waarmee kans wordt gemaakt op prijzen of waarmee de betrokkene bijvoorbeeld aangeeft het opsporen van vermiste kinderen te steunen. De kaart blijkt echter onderdeel van een promotieactie van een langeafstandscarrier te zijn en bevat in zeer kleine lettertjes een machtiging om over te gaan tot deze langeafstandscarrier. Ook door middel van het gebruik van valse handtekeningen en valse social security-nummers zijn consumenten het slachtoffer geworden van slamming.

Teneinde slamming tegen te gaan, heeft de FCC verschillende procedures vastgesteld:

- verificatie. Langeafstandscarriers die namens gebruikers veranderingen doorgeven die via telemarketing zijn verkregen, dienen een van de volgende vier bevestigingsprocedures te volgen: a. een Letter of Agency verkrijgen van de klant, b. een gratis nummer openstellen via welke de klant zijn keuze kan bevestigen, c. een bevestiging verkrijgen van een onafhankelijke partij die de juistheid van de opgegeven verandering nagaat, of d. binnen drie werkdagen na ontvangst van een verzoek tot verandering aan de klant een formulier sturen, waarop de voorwaarden van de dienst zijn weergegeven, met daarbij een antwoordkaart waarop de klant kan aangeven dat hij zijn verzoek bevestigt, intrekt of ontkent;

- aparte Letters of Agency. Vele langeafstandscarriers combineerden een wedstrijdformulier en een Letter of Agency tot één document. Dit leidde tot grote onduidelijkheid richting consument. De FCC stelde de eis dat de LOA een apart document diende te zijn, begrijpelijk geformuleerd en duidelijk leesbaar;

- aansprakelijkheid in geval van ongeautoriseerde veranderingen. Indien een klant stelt dat hij geen toestemming heeft gegeven om op een andere carrier over te gaan en hij om die reden zijn rekening niet wenst te voldoen, is de langeafstandscarrier aansprakelijk indien deze geen LOA kan overleggen. Een klant is alleen aansprakelijk tot het bedrag dat in rekening zou zijn gebracht door de langeafstandscarrier van zijn keuze. Section 258 sub b Telecommunications Act bepaalt dat een carrier die de verificatieprocedures overtreedt, gehouden is aan de voorgaande carrier van de klant een bedrag te voldoen dat gelijk is aan alle door de abonnee betaalde kosten, die hebben plaatsgevonden na de overtreding,[44]  en

- handhaving van de regels. De FCC is bevoegd tot het opleggen van een boete van ten hoogste $100,000 voor elke overtreding of elke dag dat een overtreding voortduurt, en een boete van ten hoogste $1.000,000 voor een in dit verband doen of nalaten van de carrier.

Van verschillende kanten is de FCC verweten meer gefocust te zijn op het aanmoedigen van concurrentie dan op het verzekeren van eerlijke concurrentie. Er is op aangedrongen dat de FCC de regel zou moeten doen herleven die vereist dat de langeafstandscarrier een getekende machtiging van de klant in zijn bezit moet hebben en hiervan een kopie aan de lokale carrier moet doen toekomen voordat een verandering van langeafstandscarrier kan worden geëmplementeerd.

In december 1998 heeft de FCC in antwoord hierop nieuwe regels vastgesteld.[45]  Op grond van deze regels dient elke carrier consumenten die melden slachtoffer te zijn geworden van slamming ervan op de hoogte te stellen dat zij niet verplicht zijn de kosten te voldoen die gedurende de eerste dertig dagen na de ongeautoriseerde wijziging zijn gemaakt. Indien de consument de rekening reeds heeft voldaan dient de carrier die zich schuldig heeft gemaakt aan slamming het volledige bedrag over te maken aan de geautoriseerde carrier. Hierop vergoedt de geautoriseerde carrier de te veel betaalde kosten aan de abonnee. De nieuwe regels versterken tevens de verificatieprocedures. Ook heeft de abonnee de mogelijkheid om bij zijn geautoriseerde carrier aan te geven dat hij niet wenst over te stappen naar een andere carrier, tenzij hij hiertoe uitdrukkelijk toestemming geeft. Bovendien is het op grond van de nieuwe regels mogelijk om klachten met betrekking tot slamming op officiële wijze via Internet en op termijn ook telefonisch in te dienen bij de FCC. De regels zijn met ingang van april 1999 in werking getreden.

Recente ontwikkelingen

In mei 1999 is een wetsontwerp getiteld 'Telecommunications Competition and Consumer Protection Act of 1999' ingediend waarmee wordt beoogd een eind te maken aan slamming.[46]  Het wetsontwerp voorziet in twee mogelijkheden voor het vaststellen van anti-slammingrichtsnoeren: enerzijds de mogelijkheid van vrijwillige deelname aan een Code ter bescherming van consumenten en anderzijds de mogelijkheid dat de FCC - voor carriers die niet deelnemen aan de Code - regels vaststelt die de verplichtingen van het wetsontwerp implementeren.

De Code dient volgens het wetsontwerp te worden opgesteld door de branche, met input van de FCC en de Federal Trade Commission. De Code dient aan de volgende minimumvereisten te voldoen:

- beperking van het gebruik van negative option marketing, waarbij de consument zelf dient aan te geven dat hij géén gebruik wenst te maken van een bepaalde dienst;
- de eis van verificatie bij verandering van carrier;
- verbod van oneerlijke of misleidende praktijken;
- een carrier moet zijn abonnees op de hoogte stellen van eventuele veranderingen in de door hem aangeboden dienst;
- het mogelijk maken van teruggave van in rekening gebrachte kosten in geval van ongeautoriseerde veranderingen, en
- het vaststellen van procedures voor het aannemen en verwerken van klachten van abonnees.

Voor carriers die niet participeren in de Code, dient de FCC onder meer de volgende (strengere) regels voor te schrijven:

- de eis van verificatie van veranderingen en het onderhouden van gegevens daaromtrent;
- verbod van het gebruik van negative option marketing;
- een carrier die zich schuldig maakt aan slamming is verplicht de abonnee terug te schakelen naar de oorspronkelijke carrier en ten onrechte in rekening gebrachte kosten terug te storten;
- de FCC wijst schadevergoeding toe aan abonnees voor een bedrag van $500 en aan de getroffen carrier een vergoeding gelijk aan het bedrag dat de carrier van de abonnee zou hebben ontvangen als er geen slamming had plaatsgevonden;
- beëindigingen mogen niet later dan 6 maanden na het aanmelden door de carrier of de abonnee plaatsvinden;
- carriers moeten een overzicht van gemelde overtredingen bijhouden, de FCC voorzien van maandelijkse rapporten over dergelijke overtredingen en de informatie aan iedere telecommunicatieaanbieder op verzoek beschikbaar stellen, en
- de FCC sanctioneert overtredingen van de voorgaande regel met boetes van minimaal $40,000 voor de eerste overtreding en minimaal $150,000 voor elke daaropvolgende overtreding.

Daarnaast creëert het wetsontwerp de mogelijkheid voor staten om namens een inwoner een vordering in te stellen in geval van overtreding van de Code of van de door de FCC overeenkomstig dit wetsontwerp vastgestelde regels. Er bestaat voor abonnees geen privaatrechtelijke grondslag om een vordering in te stellen in het geval van slamming. Het wetsontwerp laat strengere staatsregelgeving onverlet.

Conclusie

Het invoeren van carrier preselectie in Nederland vraagt een regulering die voldoende rekening houdt met de navolgende aspecten.

Voorop gesteld moet worden dat het niet ondenkbaar is dat de Commissie negatief zal beslissen op een eventueel verzoek van Nederland tot uitstel in verband met een aantal verouderde centrales, op grond van het feit dat - gelet op de problematiek die zich in de Verenigde Staten ten aanzien van carrier preselectie heeft voorgedaan - een en ander te voorzien was. Een grote mate van toegeeflijkheid op dit punt is niet nodig.

Bij het bepalen van het af te wikkelen verkeer dient in het achterhoofd te worden gehouden dat in de toekomst ook voor lokale oproepen en oproepen naar mobiele telefoons carrier preselectie mogelijk moet worden gemaakt.

Gezien het feit dat interconnectie op het niveau van de local loop reeds mogelijk is, is het verdedigbaar dat ook bijzondere toegang in de vorm van carrier preselectie op dit punt mogelijk moet zijn.

KPN is vooralsnog de enige aanbieder van het vaste openbare telefoonnetwerk en de vaste openbare telefoondiensten met een aanmerkelijke macht op de markt.[47]  Derhalve zal carrier preselectie vanaf 1 januari 2000 beschikbaar dienen te zijn voor alle eindgebruikers die direct zijn aangesloten op het netwerk van KPN. Overwogen had kunnen worden om marktpartijen zonder sterke marktpositie eveneens te verplichten tot het aanbieden van carrier preselectie.

Gezien de ervaringen in de Verenigde Staten is het raadzaam gebruik te maken van preselectie-verklaringen en -overeenkomsten. De abonnee die van de diensten van een andere aanbieder gebruik wenst te maken, dient dit telefonisch, schriftelijk of per e-mail kenbaar te maken aan de desbetreffende aanbieder. Na ontvangst van de aanmelding stuurt de aanbieder binnen vijf werkdagen een preselectie-verklaring aan de abonnee, waarop deze zijn keuze voor de aanbieder middels een handtekening dient te bevestigen. Na ondertekening dient de abonnee de preselectie-overeenkomst te retourneren, waarna binnen vijf werkdagen de dienst wordt geactiveerd. De overeenkomst moet begrijpelijk geformuleerd en duidelijk leesbaar opgesteld zijn. De overeenkomst moet een omschrijving omvatten van de inhoud van de te verstrekken dienst en een opgave bevatten van de te berekenen tarieven. Daarnaast moet de overeenkomst duidelijke bepalingen bevatten omtrent de duur en de mogelijkheden tot (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst. Ook bepalingen omtrent een geschillenregeling en de behandeling van klachten mogen niet ontbreken.

De gepreselecteerde aanbieder dient, vanuit het oogpunt van consumentenbescherming, de ondertekende preselectie-verklaring in zijn bestand te hebben, alvorens hij een verzoek tot KPN richt tot het omzetten van de abonnee. Dit verzoek dient vergezeld te gaan van een kopie van de ondertekende preselectie-verklaring. De mogelijkheid voor de consument om kosteloos binnen veertien dagen na ondertekening de overeenkomst op te zeggen, behoedt de abonnee voor het maken van ondoordachte keuzes.

Indien zich gevallen van slamming voordoen is OPTA bevoegd om hiertegen op te treden. Zowel in hoofdstuk 15 (handhaving) van de Telecommunicatiewet als in art. 15 (taken van het college) van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit[48]  zal de bevoegdheid hiertoe moeten worden opgenomen.

Tevens dient de privacy van gebruikers gewaarborgd te worden. De gegevens die in verband met carrier preselectie worden verkregen (omtrent belgedrag, betaalgedrag, rekeninggegevens, etc.) mogen niet voor marketingdoeleinden van derden worden aangewend, tenzij de gebruiker hiertoe zijn toestemming heeft verleend. Alle privacyaspecten dienen in overeenstemming te zijn met de aanstaande Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

De facturen zijn afkomstig van de aanbieders van wiens diensten gebruik is gemaakt, om de naamsbekendheid en relatie met de klant op te bouwen. De betreffende aanbieder dient de klant te informeren over de frequentie van de facturering en de betalingsmethoden. De kosteloos gespecificeerde facturen dienen gedetailleerd en overzichtelijk te zijn.

Het is van groot belang dat de overheid een objectieve voorlichtingscampagne voert om de gebruiker tijdig te informeren over de nieuwe mogelijkheden die door middel van carrier preselectie beschikbaar zullen komen en de wijze waarop hij van de nieuwe mogelijkheden kan profiteren. Een actief beleid is wenselijk, gezien de ervaringscijfers in de Verenigde Staten waar bij passieve werving een aanzienlijk lager percentage abonnees vooraf een keuze maakte dan bij een actieve benadering.

Met het oog op initiële werving dienen alle ruim zes miljoen Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld door middel van een huis-aan-huis informatieblad geënformeerd te worden over de mogelijkheden van carrier preselectie en de verschillende aanbieders. Abonnees van KPN kunnen een eventuele wijziging van aanbieder kenbaar maken via een bijgevoegde antwoordkaart, een telefonisch interactive voice response-systeem of per e-mail. Indien een abonnee geen keuze maakt voor een alternatieve aanbieder zal KPN zijn telefoonverkeer blijven afhandelen.

De bovenstaande aspecten waarmee bij de implementatie van carrier preselectie in Nederland rekening zal moeten worden gehouden beogen bevordering van concurrentie onder waarborging van het level playing field op de Nederlandse telecommunicatiemarkt mogelijk te maken. Alle aanbieders krijgen gelijke kansen bij de introductie van carrier preselectie. De consument dient zo goed mogelijk te worden voorbereid op de introductie van carrier preselectie en zijn rechten dienen te worden beschermd, zodat hij gestimuleerd wordt om gebruik te maken van de door carrier preselectie ontstane nieuwe mogelijkheden.

 

[*]  Mr. Nirmala Sitompoel is werkzaam als projectonderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht (IViR). [terug naar tekst]

[1]  Kamerstukken II 1996/1997, 25 533, nr. 3. [terug naar tekst]

[2]  Een organisatie heeft een aanmerkelijke macht op de markt wanneer zij een aandeel van meer dan 25% heeft in een bepaalde telecommunicatiemarkt in een Lidstaat. Art. 4 lid 3 Richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP), PbEG 1997 L 199/32. [terug naar tekst]

[3]  Deze richtlijnen hebben als uitgangspunt het principe van Open Network Provision (ONP), de open toegang tot netwerken. De ONP-richtlijnen zijn harmonisatierichtlijnen die door het Europees Parlement en de Raad worden vastgesteld op grond van art. 100A EG-verdrag. Het ONP-principe werd geëntroduceerd in Richtlijn 90/387/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de totstandbrenging van de interne markt voor telecommunicatiediensten door middel van de tenuitvoerlegging van Open Network Provision (ONP), PbEG 1990 L 192/1. [terug naar tekst]

[4]  Het aansluitnet bestaat uit alle onderdelen van een telecommunicatienet vanaf de netwerkaansluitpunten in de woningen van de eindgebruikers tot en met de lijnkaarten die zich in de lokale centrale bevinden. [terug naar tekst]

[5]  De aanbieder die met KPN een bijzondere toegangsovereenkomst heeft gesloten, huurt als het ware de aansluitlijn van KPN tegen een vast kostengeoriënteerd tarief. Hij is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik van de aansluitlijn. OPTA, Consultatiedocument kostenvergoeding aansluitnet bij interconnectie en bijzondere toegang, 4 februari 1998. [terug naar tekst]

[6]  Routeringscodes, bijvoorbeeld carrier selectie- en carrier preselectiecodes, zorgen ervoor dat het telefoonverkeer van de eindgebruikers van het netwerk naar het toegangspunt van de andere operator wordt gerouteerd. Zie OPTA, Consultatiedocument over bijzondere toegangsdiensten, 4 juni 1998. [terug naar tekst]

[7]  De aansluiting is het gedeelte van het aansluitnet dat bestemd is voor het aansluiten van individuele eindgebruikers. [terug naar tekst]

[8]  Wijziging Nummerplan voor telefoon- en ISDN-diensten, Stcrt. 1997, 65, p. 8. Op grond van het Besluit tijdelijke toekenning carrierselectie-nummers, Stcrt. 1999, 69, p. 6, is ook de 17xy-nummerreeks tijdelijk beschikbaar voor carrier selectie. [terug naar tekst]

[9]  De aansluitlijn is het gedeelte van de aansluiting vanaf het netwerkaansluitpunt tot en met een aandeel in de hoofdverdeler. De hoofdverdeler bevindt zich voor de lokale centrale. [terug naar tekst]

[10]  OPTA, 'OPTA gaat over carrier pre-selectie consulteren', Connecties 1998/2. [terug naar tekst]

[11]  Groenboek over een Nummeringsbeleid voor Telecommunicatiediensten in Europa, COM(96) 590 def., 20 november 1996. [terug naar tekst]

[12]  COM(96) 590 def., p. iv en 17. [terug naar tekst]

[13]  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de raadpleging over het Groenboek over een nummeringsbeleid voor telecommunicatiediensten in Europa, COM(97) 203 def., 21 mei 1997. [terug naar tekst]

[14]  Kamerstukken II 1996/1997, 21 501-10, nr. 33. [terug naar tekst]

[15]  2054e vergadering van de EU-Raad voor Telecommunicatie en Post, Brussel, 1 december 1997. [terug naar tekst]

[16]  Kamerstukken II 1997/1998, 21 501-10, nr. 34. [terug naar tekst]

[17]  Kamerstukken II 1996/1997, 21 501-10, nr. 33. [terug naar tekst]

[18]  Kamerstukken II 1997/1998, 21 501-10, nr. 36. [terug naar tekst]

[19]  Richtlijn 98/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998 tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze, PbEG 1998 L 268/37. Zie ook de Resolutie van het Europees Parlement van 17 juli 1997 over het Groenboek van de Commissie over een nummeringsbeleid voor telecommunicatiediensten in Europa, PbEG 1997 C 286/232 en het Advies van het Economisch en Sociaal Comité van 11 december 1997 over het "Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze", PbEG 1998 C 73/107. [terug naar tekst]

[20]  Latere invoering is toegestaan binnen twee jaar na de data voor de liberalisering van de spraaktelefoniediensten in de Lidstaten die in dit verband een derogatie hebben gekregen vanwege minder ontwikkelde netten (Spanje, Ierland, Griekenland en Portugal) of zeer kleine netten (Luxemburg), zie overweging 5 Richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996 tot wijziging van Richtlijn 90/388/EEG met betrekking tot de invoering van volledige mededinging op de markten voor telecommunicatie, PbEG 1996 L 74/13. [terug naar tekst]

[21]  Het Verenigd Koninkrijk heeft bij de Commissie een verzoek om uitstel ingediend, omdat het volgens OFTEL niet haalbaar is om te voldoen aan de verplichting voor de in de richtlijn vastgestelde deadline. Carrier preselectie voor nationale en internationale oproepen zal pas eind 2000 mogelijk zijn en carrier preselectie voor alle oproepen in de loop van 2001. Zie OFTEL, 'Implementation of Carrier Pre-Selection in the UK, A statement issued by the Director General of Telecommunications', February 1999. www.oftel.gov.uk/competition/cps298.htm. [terug naar tekst]

[22]  Overweging 5 Richtlijn Carrier Preselectie. [terug naar tekst]

[23]  Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG voor wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze, COM(97) 480 def., PbEG 1997 C 330/19. [terug naar tekst]

[24]  Kamerstukken II 1997/1998, 21 501-10, nr. 34. [terug naar tekst]

[25]  Gemeenschappelijk standpunt (EG) Nr. 16/98 door de Raad vastgesteld op 12 februari 1998 met het oog op de aanneming van Richtlijn 98/.../EG van het Europees Parlement en de Raad van ... tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze, PbEG 1998 C 91/42. [terug naar tekst]

[26]  Kamerstukken II 1997/1998, 21 501-09 en -10, nr. 79. [terug naar tekst]

[27]  Kamerstukken II 1997/1998, 25 533, nr. 5. [terug naar tekst]

[28]  OPTA, Consultatiedocument over bijzondere toegangsdiensten, 4 juni 1998. [terug naar tekst]

[29]  OPTA, Consultatiedocument over bijzondere toegangsdiensten, 4 juni 1998, p. 26. [terug naar tekst]

[30]  De Commissie heeft aangegeven deze zienswijze te delen. Zie OFTEL, 'Carrier Pre-Selection in the UK, Consultative Document', July 1998. In dit consultatiedocument zet OFTEL haar voorstellen uiteen met betrekking tot de implementatie van carrier preselectie in het Verenigd Koninkrijk. www.oftel.gov.uk/competition/cps/798.htm. [terug naar tekst]

[31]  OPTA verwijst hier naar haar besluit inzake het interconnectiegeschil Telfort-KPN van 3 april 1998; OPTA/J/98/107. [terug naar tekst]

[32]  De reacties van de marktpartijen, en belangrijker, de richtsnoeren bijzondere toegang zijn nog niet gepubliceerd. Publicatie wordt binnenkort verwacht. [terug naar tekst]

[33]  Besluit van 10 november 1998, houdende regels ter uitvoering van de artikelen 6.9, vijfde lid, 7.1 en 7.5 van de Telecommunicatiewet (Besluit ONP huurlijnen en telefonie), Stb. 1998, 639. [terug naar tekst]

[34]  Connecties 1999/5. [terug naar tekst]

[35]  Het Telecommunicatie Millennium Platform is in december 1998 opgericht. In het platform zijn ongeveer veertig telecommunicatiebedrijven, kabel/etherbedrijven en brancheorganisaties verenigd. Ook het Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post neemt deel aan het platform. Het voornaamste doel van het platform is de telecommunicatiedienstverlening binnen Nederland op normale wijze te continueren voor, tijdens en na de eeuwovergang zodat ook tijdens de jaarwisseling op normale wijze gebruik kan worden gemaakt van telecommunicatiediensten. De uiteindelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt wel bij de individuele telecommunicatiebedrijven. [terug naar tekst]

[36]  In 1913 spande de overheid voor de eerste keer een rechtszaak aan tegen Bell op grond van anti-monopoliewetgeving. Onderwerp van het geding was de door Bell beoogde overname van een klein bedrijf in langeafstandstelefonie in Oregon. Bell werd ervan beschuldigd de telefoondiensten tussen Oregon en Washington en tussen Washington en Idaho gemonopoliseerd te hebben. In 1914 werd een besluit genomen, dat bekend staat als de Kingsbury Commitment, waarin Bell toezegde zich te zullen onthouden van overnames van concurrerende telefoonmaatschappijen. In 1949 werd Bell ervan beschuldigd de markt voor telecommunicatieapparatuur en -diensten te monopoliseren. Gevorderd werd dat Western Electric, de productietak van Bell, zou worden gesplitst in drie aparte bedrijven. In 1956 werd een schikking getroffen, die bekend staat als de Final Judgment, waarin Bell toezegde aan alle bedrijven niet-exclusieve vergunningen te verlenen. Zie M.K. Kellogg, J. Thorne & P.W. Huber, Federal Telecommunications Law, Boston: Little, Brown and Company 1992, p. 199-248. [terug naar tekst]

[37]  United States v. AT&T, U.S. District Court, District of Columbia, 11 augustus 1982, in: Media Law Reporter, Decisions, Washington, DC: The Bureau of National Affairs, 1983. [terug naar tekst]

[38]  Groenboek over een Nummeringsbeleid voor Telecommunicatiediensten in Europa, COM(96) 590 def., 20 november 1996, p. 36. [terug naar tekst]

[39]  De FCC heeft onder meer tot taak de competitie in de telecommunicatiesector aan te moedigen en dient er tegelijkertijd op toe te zien dat de competitie op een vrije en eerlijke wijze verloopt. [terug naar tekst]

[40]  COM(96) 590 def., 20 november 1996, p. 36. [terug naar tekst]

[41]  Een door de klant ondertekend document, waarin wordt verklaard dat de klant de betreffende carrier als voornaamste carrier heeft gekozen. [terug naar tekst]

[42]  N.C. Daniel, 'A [terug naar Written Consent: A Proposal to the FCC to Eliminate Slamming', Federal Communications Law Journal 1996-1, p. 227-249. [terug naar tekst]

[43]  SEC. 258 (47 U.S.C. 258) ILLEGAL CHANGES IN SUBSCRIBER CARRIER SELECTIONS. (a) PROHIBITION.-No telecommunications carrier shall submit or execute a change in a subscriber's selection of a provider of telephone exchange service or telephone toll service except in accordance with such verification procedures as the Commission shall prescribe. Nothing in this section shall preclude any State commission from enforcing such procedures with respect to intrastate services. (b) LIABILITY FOR CHARGES.-Any telecommunications carrier that violates the verification procedures described in subsection (a) and that collects charges for telephone exchange services or telephone toll service from a subscriber shall be liable to the carrier previously selected by the subscriber in an amount equal to all charges paid by such subscriber after such violation, in accordance with such procedures as the Commission may subscribe. The remedies provided by this subsection are in addition to any other remedies available by law. [terug naar tekst]

[44]  Zie section 258 sub (b) Telecommunications Act. [terug naar tekst]

[45]  FCC, 'Consumer Alert on Telephone Slamming', January 1999. www.fcc.gov/bureaus/common_carrier/factsheets/slamming.html. [terug naar tekst]

[46]  S 1084 IS, ingediend op 19 mei 1999. [terug naar tekst]

[47]  KPN heeft op de markt voor nationale telefonie een marktaandeel van 95% en op de markt voor lokale telefonie een marktaandeel van meer dan 99%. [terug naar tekst]

[48]  Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake instelling van een college voor de post- en telecommunicatiemarkt (Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit), Stb. 1997, 320. 10 15. [terug naar tekst].


Geplaatst 30.06.1999