|
|
|
|
|
Privacy
|
Dossier
Grondrechten in de Informatiesamenleving.
De bescherming van
grondrechten in de informatiemaatschappij vormt een
belangrijk onderzoeksobject van het Instituut voor
Informatierecht. Op deze pagina is een aantal links
opgenomen naar publicaties van IViR-medewerkers op dit
gebied, alsmede een aantal links naar andere relevante
pagina's.
|
|
E.J.
Dommering,
Privacy als het zelfbeschikkingsrecht van de 21e eeuw,
Mediaforum, 2009-11/12, p. 382-384.
02.12.2009
|
F.J. Zuiderveen
Borgesius & D.A. Korteweg,
E-mail na de dood: juridische bescherming van
privacybelangen, Privacy & Informatie, 2009-5, p.
212-224.
Aanbieders van online
e-maildiensten zoals Gmail, Hotmail en Yahoo!,
bieden een steeds grotere opslagcapaciteit aan hun
abonnees, hetgeen de feitelijke beschikkingsmacht
van deze aanbieders over de bij hun opgeslagen
communicatie vergroot. De honger naar informatie van
de aanbieders van dergelijke online
communicatiediensten die vaak afhankelijk zijn van
advertentie-inkomsten, wordt ruimschoots gevoed door
de consument die gretig gebruik maakt van de veelal
gratis aangeboden en haast ongelimiteerde
opslagcapaciteit die hen in staat stelt om al hun
communicatie vanaf iedere gewenste plek te
raadplegen. Nu de generatie abonnees die via e-mail
communiceert langzamerhand ouder begint te worden,
rijst de vraag wat er zal gebeuren met de
e-mailcommunicatie die staat opgeslagen bij de
aanbieder na overlijden van de abonnee. De centrale
vraag van dit artikel luidt dan ook: in hoeverre
wordt het privacybelang van de abonnee van een
online e-maildienst en diens communicatiepartners
beschermd en kunnen zij dit belang beschermen als de
abonnee komt te overlijden? Uit onze inventarisatie
van de relevante wetgeving, jurisprudentie en
literatuur blijkt dat de bescherming van de
privacybelangen van de overleden abonnee en zijn
communicatiepartners onduidelijk en zelfs gebrekkig
is.
17.11.2009
|
J.V.J. van Hoboken, Annotatie bij HvJEG 10 februari 2009 (Ierland/Parlement en Raad), Privacy & Informatie, 2009-2.
30.03.2009
|
J.V.J. van Hoboken, Zoekmachines en de Wbp: over de grens van onze digitale horizon, Privacy & Informatie 2008-6, p. 210-216.
30.03.2009
|
E.J. Dommering, Annotatie bij EHRM 25 oktober 2007, appl. 38258/03, Nederlandse Jurisprudentie 2008, Aflevering 49, nr. 584, p. 6106-6107 (de zaak van Vondel).
Nasleep van de Commissie van Traa. De clandestiene afluisterpraktijken van een door de Rijksrecherche ‘gerunde’ infiltrant zijn toe te rekenen aan de overheid. De opsporingspraktijk voldoet niet aan artikel 8 EVRM. Nederland heeft artikel 8 EVRM geschonden. Beschouwing over clandestien afluisteren in de privésfeer.
23.12.2008
|
E.J. Dommering, Annotatie bij EHRM 14 juni 2007, appl. 7111/01, Nederlandse Jurisprudentie 2008, Aflevering 49, nr. 583, p. 6101-6102 (de zaak Hachette Filipacchi).
Publicatie door Paris Match van een grote kleurenfoto van het lijk van de neergeschoten prefect van Corsica , zoals het na de moord op straat lag. De meerderheid van het Hof vindt het terecht dat de Franse rechter dit een inbreuk op de privacy van de erven achtte. Kritische beschouwing over dit arrest naar aanleiding van de dissenting opinions.
23.12.2008
|
A.W. Hins, Het ijzeren geheugen van internet, Ars Aequi, 2008-07/08, p. 558-564.
Bijdrage aan het themanummer ‘Recht en Internet’. Is het een ontoelaatbare inbreuk op de privacy wanneer jeugdzondes tot in lengte van jaren via zoekmachines blijven opduiken? Hoe belangrijk is het dat archieven compleet zijn en op naam te doorzoeken? Een algemeen antwoord is niet te geven. Het komt aan op een afweging van belangen.
15.09.2008
|
E.J. Dommering,
Annotatie bij EHRM
17 juli 2003
(Perry / Verenigd Koninkrijk), NJ, 2006-40, p. 350-357.
Schending van artikel 8
EVRM in verband met een zogenaamde Oslo-confrontatie
(identificatie van een verdachte door getuigen temidden van
op hem of haar gelijkende personen) door middel van
videobeelden zonder toestemming van de verdachte en zonder
processuale waarborgen.
03.02.2006
|
E.J. Dommering,
Annotatie
bij EHRM
16 november 2004 (Moreno Gomez / Spanje), NJ,
2005-344, p. 3107-3113.
De klaagster ondervindt
sinds lange tijd geluidsoverlast. Nu deze geluidsoverlast
het gevolg is van falend beleid van de gemeenteraad van
Valencia, heeft de Spaanse overheid niet voldaan aan de uit
artikel 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichting om het
privacyrecht van klaagster te beschermen. Evaluatie van de
Hatton jurisprudentie van het Hof.
29.09.2005
|
|
A.H. Ekker,
Annotatie bij Hof
Amsterdam 24 juni 2004 (Pessers/Lycos II), JAVI,
2004-5.
14.10.2004
|
|
A.H. Ekker, ‘Nog
even en de politie kijkt voortdurend mee: Verplichte
registratie van alle telefonie- en internetgegevens creëert
spionagenetwerk van ongeëvenaarde omvang’, Het Parool,
3 juli 2004.
06.07.2004
|
L.F. Asscher & E.J.
Koops,
'Een
Muisstille Revolutie in het Strafrecht', Het
Financieele Dagblad, 1 april 2004, p. 10.
In deze opiniebijdrage
wordt betoogd dat de recente wetsvoorstellen inzake
strafvorderlijke gegevensvergaring buitengewoon vergaand
zijn en aanleiding zouden moeten geven tot veel meer debat
dan tot dusverre het geval is.
07.04.2004
|
L.F. Asscher,
Een vlucht
passagiersgegevens. Over privacy als slachtoffer van de strijd
tegen het terrorisme, Privacy & Informatie, 2004-2,
p. 52-55.
In dit artikel wordt een
beknopt overzicht gegeven van de eisen die de Amerikanen
stellen met betrekking tot de overdracht van
passagiersgegevensen en de rol die de Europese Commissie
daarbij gespeeld heeft. Daarbij ligt de nadruk op het "joint
statement" van 18 februari 2003 en de afspraken van december
2003. Vervolgens wordt de toelaatbaarheid van de
verschillende varianten van gegevensverstrekking beoordeeld
in het licht van de relevante wetgeving, met name de
privacyrichtlijn. Ook het omstreden CAPPS II systeem komt
aan bod. Een en ander mondt uit in een eindoordeel over de
toelaatbaarheid van de thans voorliggende voorstellen en de
rol die de Commissie daarbij heeft gespeeld.
07.04.2004
|
|
E.J. Dommering, ‘Privacy
en het openbaar debat na de Oudkerk-Van Royen affaire’,
Netkwesties, 2004-80, 29 januari 2004.
04.02.2004
|
A.H. Ekker,
Annotatie bij Vzr.
Rb. Haarlem 11 september 2003 (zaak Pessers / Lycos),
Computerrecht 2003-6, p.363-367
08.01.2004
|
|
E.J. Dommering,
Noot bij P.G. en
J.H./ VK (EHRM 25 september 2001), NJ 2003, afl. 48,
nr. 670.
04.12.2003
|
|
A.H. Ekker, ‘Absolute
anonimiteit niet haalbaar’, Netkwesties, 2003-68
08.09.2003
|
A.H. Ekker en
O.L. van Daalen,
‘De
provider als speurhond van de muziekindustrie. Kan hij
gedwongen worden tot afgifte van identificerende informatie?’,
JAVI, 2003-4, p. 129-134
08.09.2003
|
L.F. Asscher en
A.H. Ekker, ‘Anonimiteitswet
is hard nodig’, De Volkskrant, 26 augustus 2003
Het feit dat de afperser
van Campina een anonymizer gebruikte mag er niet toe leiden
dat anonimiteit per definitie als schadelijk wordt gezien.
Een wettelijke regeling zou moeten voorzien in een
afwegingskader van enerzijds opsporing en aansprakelijkheid
en anderzijds privacy en uitingsvrijheid.
02.09.2003
|
|
A.H. Ekker, ‘Koninklijke
veiligheidsdienst (werkt ook voor Nederland)’,
Mediaforum 2003-4, p. 117.
15.04.2003
|
W.A.M. Steenbruggen,
‘Dodo
of feniks: het communicatiegeheim in het digitale tijdperk?’,
Mediaforum 2003-4, p. 118-128.
Hoe moet het grondrecht op
brief-, telefoon- en telegraafgeheim er in het digitale
tijdperk uitzien? Hierover wordt al sinds 1997
gediscussieerd. Tot op heden zonder resultaat: men kan het
maar niet eens worden over de inhoud en reikwijdte van het
nieuwe artikel 13 Grondwet. Twee benaderingen van het
grondrecht staan daarbij schijnbaar lijnrecht tegenover
elkaar. Zijn beide benaderingen echter wel zo onverzoenlijk?
Is er geen concept denkbaar waarin beide benaderingen
samenkomen? Dit artikel beoogt deze vragen te beantwoorden.
15.04.2003
|
L.F. Asscher, ‘Code
verdringt democratie’, Netkwesties 2003-1.
De vijand van de vrijheid
is niet (alleen) de regulering van techniek maar de
substitutie van regulering dóór techniek.
28.01.2003
|
|
A.H. Ekker,
Annotatie bij Hof
Amsterdam 7 november 2002 (XS4all/Deutsche Bahn),
Mediaforum 2003/1, p. 40-41.
06.01.2003
|
W.A.M. Steenbruggen,
‘I
know what you did last summer! Over grenzeloze en ongegeneerde
verwerking van verkeersgegevens in de informatiemaatschappij’,
JAVI 2002-3, p. 89-97.
Onder het mom van
terrorismebestrijding worden sinds 11 september 2001
vergaande voorstellen gedaan om een bewaarplicht voor
verkeersgegevens in het leven te roepen. Dit artikel
onderzoekt hoe een structurele bewaarplicht voor
verkeersgegevens zich tot de grondrechten op
communicatiegeheim en privacy verhoudt.
06.01.2003
|
|
L.F. Asscher, ‘De
glazen burger’, Netkwesties 2002-49.
28.11.2002
|
|
J.J.C. Kabel,
Annotatie bij
Hof Amsterdam 18 juni 2002 (AbFab/XS4ALL),
Computerrecht 2002-5, p. 299-307.
12.11.2002
|
|
A.H. Ekker,
‘Anonimiteit
en uitingsvrijheid op het Internet; het onthullen van
identificerende gegevens door Internetproviders’,
Mediaforum 2002-11/12, p. 348-351.
12.11.2002
|
|
W.A.M. Steenbruggen,
Annotatie bij Voorzieningenrechter Rb. Utrecht 9 juli 2002
(Teleatlas/Planet Media Group), Computerrecht
2002-5, p. 297-298.
01.11.2002
|
E.J. Dommering, ‘Kritiek
op cassatie in spamzaak is onzinnig’, Netkwesties
26 september 2002.
Alberdingk Thijm vindt dat
de cassatie in de spamzaak onnodig, onzinnig, onwenselijk en
onverstandig is. Zijn kritiek laat zich met een bijvoegelijk
naamwoord afdoen: onzinnig.
30.09.2002
|
J.J.C. Kabel, ‘Informatiebureaus
en de bescherming van persoonsgegevens’, in: J.M.A.
Berkvens en J.E.J. Prins (red.), Privacyregulering in
theorie en praktijk, Deventer: Kluwer 2002.
In de particuliere sector
is de behoefte aan privacybescherming juist met betrekking
tot de activiteiten van informatiebureaus al vroeg gevoeld,
met name bij het verzamelen van inlichtingen op het gebied
van kredietwaardigheid en solvabiliteit. De Wet
persoonsregistraties (WPR) bevatte een bijzondere regeling
in de wet zelf. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
kent echter geen afzonderlijke regeling meer. In het
navolgende wordt, nu specifieke regels in de Wbp ontbreken,
herhaaldelijk teruggegrepen op het systeem en de
voorgeschiedenis van de bijzondere regeling voor
handelsinformatiebureaus in art. 13 WPR. Omdat de
desbetreffende praktijken niet altijd vallen onder het
regime van de Wbp, is het ook nodig te bezien wat het gewone
recht oplevert.
16.08.2002
|
A.H. Ekker, ‘Het
onderscheppen van telecommunicatie door de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten’, te verschijnen in: Computerrecht
2002-2.
In de nieuwe Wet op de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002) zijn
vergaande bevoegdheden opgenomen tot het onderscheppen en
analyseren van telecommunicatie. Ook is de taakomschrijving
van de diensten behoorlijk uitgebreid. Voldoet de nieuwe wet
aan de eisen van het Europese Verdrag van de Rechten van de
Mens en de Grondwet?
06.03.2002
|
|
Chr.A.
Alberdingk Thijm,
Privacy vs. auteursrecht in een digitale omgeving, ITeR-rapport.
18.11.2001
|
N. Sitompoel, ‘The
Netherlands: The Personal Data Protection Act’,
Computer und Recht International 2001-6, p. 149-150.
The
Personal Data Protection Act (Wet
bescherming persoonsgegevens), hereafter “the Act”,
entered into force on 1 September 2001. The Act implements
Directive 95/46/EC of 24 October 1995 on the protection of
individuals with regard to the processing of personal data
and on the free movement of such data (OJ 1995 L
281/31) and replaces the Registration of Persons Act (
Wet persoonsregistraties). This note will give an
overview of the most significant provisions of the Act.
11.11.2001
|
L.F. Asscher, ‘BVD
heeft geen nieuwe bevoegdheden nodig’, NRC Handelsblad
15 oktober 2001, p. 8 (Opinie).
De roep om maatregelen ter
voorkoming van nieuwe terreuraanslagen blijft klinken, maar
in de strijd tegen het terrorisme mogen de grenzen van de
Grondwet niet worden overschreden.
25.10.2001
|
L.F. Asscher &
W.A.M. Steenbruggen,
‘Het Emailgeheim op de
werkplek. Over de toelaatbaarheid van inbreuken op het
communicatiegeheim van de werknemer in het digitale tijdperk’,
NJB 2001-37, p. 1787-1794.
De verhouding tussen
werknemer en werkgever bij Internetgebruik is een hot issue.
Mag de 'baas' zomaar meelezen? Weten "ze" precies waar ik
heen gesurft ben? Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over
de toelaatbaarheid van controle van email- en
internetverkeer door de werkgever.In dit artikel wordt
onderzocht of en onder welke voorwaarden de werkgever de
bevoegdheid heeft kennis te nemen van de inhoud van de door
zijn werknemers verzonden email. In het artikel worden
concrete aanbevelingen gedaan te komen tot een
privacypiramide.
17.10.2001
|
|
L.F. Asscher,
Noot bij
Bartnicki-zaak (US Supreme Court), Mediaforum 2001.
22.12.2001
|
Study on the
use of conditional access systems for reasons other than the
protection of remuneration, to examine the legal and the
economic implications within the Internal Market and the need
of introducing specific legal protection, Report
presented to the European Commission by
N. Helberger &
N.A.N.M. van Eijk.
The study offers an
analysis of the use of conditional access systems for other
reasons than the protection of remuneration interests. The
report also examines the need to provide for additional
legal protection by means of a Community initiative, such as
a possible extension of the Conditional Access Directive.
The report will give a legal and economic analysis of the
most important non-remuneration reasons to use conditional
access (CA), examine whether services based on conditional
access for these reasons are endangered by piracy
activities, to what extent existing legislation in the
Member States provides for sufficient protection, and what
the possible impact of the use of conditional access is on
the Internal Market. Furthermore, the study analysis the
specific legislation outside the European Union, notably in
Australia, Canada, Japan and the US, as well as the relevant
international rules at the level of the EC, WIPO and the
Council of Europe.
06.08.2001
|
W.A.M. Steenbruggen,‘Provider
medeverantwoordelijk voor tegenhouden virussen’,
Volkskrant 3 augustus 2001, p. 7.
Deze week werd groot alarm
geslagen over Code Red, een computervirus dat in potentie
het functioneren van het Internet bedreigt. Wie draait voor
de gevolgen op? Providers zijn mede aansprakelijk voor de
schade veroorzaakt door computervirussen, meent Wilfred
Steenbruggen.
11.08.2001
|
L.F. Asscher, ‘Echelon
en recht’, Netkwesties.
Veiligheidsdiensten staan
op gespannen voet met de democratie. Hoe zit het met de
juridische aspecten van afluisternetwerk ECHELON?
26.07.2001
|
W.A.M. Steenbruggen,
‘Stop
bugging me!’, I&I 2001-4.
Computervirussen vormen een
steeds grotere bedreiging voor de informatiemaatschappij.
Via het internet kunnen virussen in korte tijd wereldwijd
enorme schade aanrichten. De overheid vindt vooralsnog dat
gebruikers dit zelf maar moeten oplossen. De digitale
zelfredzaamheid van gebruikers schiet echter te vaak tekort.
Ligt hier een taak voor de Internet Service Providers?
22.07.2001
|
W.A.M. Steenbruggen,
‘Mag
ik even kijken? Een netwerkkwestie van verantwoordelijkheid’,
Computerrecht 2001-4.
22.07.2001
|
| M.C. Ploem, ‘Digitale
kluisjes zijn gevaarlijk’, NRC 5 mei 2001, p. 7.
10.05.2001
|
L.F. Asscher, ‘De
Europese Bill of Rights. Over communicatiegrondrechten na Nice’,
Mediaforum 2001-2, p. 41.
De regeringsleiders van de
Europese Unie namen op de Eurotop in Nice een Handvest voor
de Grondrechten aan. Wat betekent dit Handvest voor de
communicatiegrondrechten.
03.01.2001
|
L.F. Asscher, ‘Niemand
als consument. Naar een evenwichtig grondrecht op anonimiteit’,
eveneens gepubliceerd in 'de e-Consument.
Consumentenbescherming in de Nieuwe Economie', Den Haag:
Elsevier Juridisch 2000, p. 7-20.
Heeft de consument recht
op anonimiteit of pseudonimiteit als hij zich op de
elektronische snelweg begeeft? Is zo'n recht op anonimiteit
een bestaand grondrecht of moeten we het creeeren voor het
internettijdperk? Als er een recht is op anonimiteit, hoe
wordt dan de criminaliteit bestreden, het dilemma tussen
anonymity and accountability? In 'Niemand als consument.
Naar een evenwichtig grondrecht op anonimiteit' wordt
beschreven wanneer en onder welke voorwaarden een grondrecht
op anonimiteit gewenst is.
14.03.2001
|
L.F. Asscher,
‘Constitutionele
convergentie van pers, omroep en telecommunicatie’, tevens
gepubliceerd in de
ITeR-reeks, nr. 26 (ook als
ZIP-bestand
beschikbaar in
Word97-formaat).
Door alle ontwikkelingen in
de informatietechnologie en door de veranderende rol van de
overheid komt de grondwettelijke bescherming van de vrijheid
van meningsuiting en van het communicatiegeheim steeds meer
onder druk te staan. Asscher geeft in dit rapport een
uitgebreide inventarisatie van de knelpunten die zijn
ontstaan in de bescherming door artikel 7 en 13 Grondwet en
van de knelpunten die nog zijn te verwachten. Bovendien
biedt het rapport een analyse van de betekenis van de
communicatie-grondrechten in de informatiemaatschappij.
01.10.1999
|
|
E.J. Dommering, ‘De
nieuwe Nederlandse Constitutie en de informatietechnologie’,
Computerrecht 2000-4, p. 177-185.
30.06.2000
|
L.F. Asscher, ‘Trojaans
Hobbelpaard’, Mediaforum 2000-7/8, p. 228-233.
Een analyse van het rapport
van de commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk.
De Grondwet is nog niet klaar voor de
informatiesamenleving en moet ingrijpend gewijzigd worden.
Dat blijkt uit het rapport ‘Grondrechten in het digitale
tijdperk’, dat voorstellen bevat tot wijziging van de
artikelen 7 (vrijheid van meningsuiting), 10 (privacy) en 13
(communicatiegeheim) van de Grondwet. Ook wordt voorgesteld
een nieuw artikel op te nemen dat een recht op toegang tot
elektronische overheidsinformatie garandeert.
30.06.2000
|
L.F. Asscher, ‘Naar
een eEurope van de burgers!’, NJB 2000, nr.
14, p. 762-763.
Echelon en een vergaand
aftapverdrag nopen tot bezinning op de Europese
communicatieparagraaf. Waar we in Nederland druk bezig zijn
om ook in het Internet tijdperk de grenzen van het
overheidshandelen zorgvuldig te herformuleren, lijkt de
noodzaak daartoe nog onvoldoende doorgedrongen in de
Europese Unie. Als wij reeds behoefte hebben aan een nieuwe
Communicatieparagraaf in de Grondwet, dan geldt dat a
fortiori voor het nieuwe Handvest van de Europese Unie. De
ophef over Echelon, het geheime aftapnetwerk waarin Engelsen
en Amerikanen samenwerken, onderstreept de noodzaak van een
betere bescherming van de commmunicatiegrondrechten in de
Europese Unie.
11.04.2000
|
E.J. Dommering
(red.), met bijdragen van
Lodewijk Asscher,
Egbert Dommering, Nico
van Eijk, Jan Kabel,
Aernout Nieuwenhuis
en Gerard Schuijt,
Nirmala Sitompoel
(eindredactie), Informatierecht. Fundamentele rechten voor
de informatiemaatschappij, Amsterdam:
Cramwinckel.
Hoofdstuk 1 van het boek is beschikbaar.
Wordt de
informatiesamenleving gecontroleerd door dominante partijen
of door onafhankelijke burgers? Dit boek behandelt die vraag
vanuit de drie kernrechten van informatie: uitingsvrijheid,
privacy en auteursrecht. Deze worden voor het eerst in hun
onderlinge en historische samenhang vanaf de drukpers tot
het Internet geanalyseerd. De informatiebetrekkingen tussen
de burgers kunnen niet bestaan zonder elektronische en
printmedia. Het boek gaat daarom ook over de pers, de
omroep, de post, de telecommunicatie, het Internet en
databanken. In een afsluitend deel een analyse van de
samenhang tussen deze regels met de informatietechnologie,
de cultuur en economie.
Het boek laat zich niet alleen lezen als een spannend
historisch verhaal, maar het nodigt ook uit tot nadenken
over theoretische grondslagen. Het is daarom geschikt voor
onderwijs en wetenschap. Het bevat bondige inleidingen op
o.a. het Europees Verdrag voor de Rechen van de Mens, de
relevante delen van het EG recht, de Mediawet, de Wet
Bescherming Persoonsgegevens, de Postwet en de
Telecommunicatiewet, die nooit eerder in deze samenhang
werden getoond. Dat maakt dit boek ook zeer geschikt voor de
rechtspraktijk.
24.01.2000
|
Studiecommissie van de
Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC), bestaande
uit prof. mr. E.C.M. Jurgens (voorzitter),
mr. L.F. Asscher
(secretaris), mr. A.W. Hins,
prof. mr. P.B.
Hugenholtz, mr. W.F. Korthals Altes, mr. F. Kuitenbrouwer
en mr. drs. A.J.
Nieuwenhuis,
‘VMC
Preadvies artikelen 7 en 13 Grondwet’, Mediaforum
1999-11/12, p. i-viii.
Een studiecommissie van de
Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC), heeft
voorstellen voor nieuwe teksten van de artikelen 7 en 13
Grondwet geformuleerd. Het resultaat van de werkzaamheden is
hier met de bijbehorende toelichting opgenomen.
01.12.1999
|
A.J. Nieuwenhuis,
annotatie
bij Rb. Arnhem 1 april 1999, (Salomonson vs. van de Bunt),
Mediaforum 1999-5, nr. 27.
Van de Bunt maakte deel uit
van een onderzoeksgroep van de Parlementaire
Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de commissie-Van Traa).
In dat verband heeft hij, met medewerking van anderen, twee
deelrapporten geschreven over de aard en omvang van de
georganiseerde criminaliteit in Nederland. Deze
deelrapporten zijn als bijlagen bij het eindrapport van
Parlementaire Enquêtecommissie in 1996 aan de Tweede Kamer
aangeboden. Door de commissie-Van Traa was met de
onderzoeksgroep de afspraak gemaakt dat verstrekte
persoonsgegevens niet herleidbaar zouden zijn tot
individuele personen. Journalisten van De Telegraaf
en De Groene Amsterdammer hebben echter uit het
deelrapport kunnen afleiden dat met de beschrijving van een
bepaalde ‘foute’ advocaat in het deelrapport mr. Salomonson
bedoeld werd. De resultaten van het door Van de Bunt
verrichte onderzoek kunnen niet de conclusie dragen dat
Salomonson verwijtbaar betrokken is geweest bij criminele
activiteiten van de georganiseerde misdaad. De omstandigheid
dat journalisten de identiteit van Salomonson hebben kunnen
achterhalen ondanks de afspraak met de Enquêtecommissie,
maakt dat Van de Bunt onzorgvuldig en dus onrechtmatig
gehandeld heeft jegens Salomonson, aldus de rechtbank.
Beroep op immuniteit volksvertegenwoordigers is afgewezen.
Medewerker van Parlementaire Enquêtecommissie valt daar niet
onder.
13.05.1999
|
A.J. Nieuwenhuis
& A.W. Hins,
‘Hoe
baken je een grondrecht af?’, NJB 1999-4, p.
163-165.
10.07.2000
|
J.J.C. Kabel,
‘De
zaak VNO-NCW/CB vs. Registratiekamer’.
Het bedrijfsleven is flink
te keer gegaan tegen het nieuwe wetsvoorstel Wet
beschermings persoonsgegevens. Wat heeft dat opgeleverd in
de laatste wijzigigsvoorstellen die in februari in het
parlement worden behandeld? Veel aan de procedurele kant,
maar weinig inhoudelijks.
06.02.1999
|
K.J. Koelman & L.A.
Bygrave,
Privacy, Data Protection and Copyright: Their Interaction in
the Context of Electronic Copyright Management Systems,
rapport aan
IMPRIMATUR, juni 1998.
01.06.1998
|
|
E.J. Dommering, ‘Op
de elektronische snelweg ontbreekt het briefgeheim’,
NRC Handelsblad 13 januari 1998.
13.01.1998
|
|
E.J. Dommering, ‘De
Grondwet in de Informatiemaatschappij. Bestaan er
techniek-onafhankelijke informatiegrondrechten?’, in:
Grondwet in beeld, 1998.
04.07.2000
|
G.A.I. Schuijt,
‘Recht,
roddels en royalties na de dood van Diana en Dodi’
(schriftelijke bewerking van een voordracht) 1998.
De dood van prinses Diana
is, zoals het er thans naar uit ziet, ten onrechte in de
schoenen geschoven van de paparazzi. Ten onrechte
veroorzaakte haar dood dan ook de golf van verontwaardiging
over de pers en ten onrechte werd er geroepen om strengere
codes voor journalisten. In deze schriftelijke bewerking van
een voordracht 'Recht, roddels en royalties na de dood van
Diana en Dodi' gaat Schuijt in op het conflict tussen de
persvrijheid en de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer. De vrijheid van meningsuiting is niet altijd
een rechtvaardiging voor wat journalisten doen en wat de
media publiceren. Bekende persoonlijkheden zullen zich
echter niet kunnen onttrekken aan de belangstelling van de
media. Strengere codes zullen geen soelaas bieden, stelt hij
aan het slot.
17.03.1998
|
A.J. Nieuwenhuis,
‘Vertrouwde
en virtuele bescherming’, NJCM 1998.
05.07.2000
|
E.J. Dommering,
‘Een
grondrecht op vertrouwelijke communicatie’, gepubliceerd onder
de titel ‘Geen telefoongeheim op de elektronische snelweg’,
Mediaforum (9), 1997-10, p.142-147.
In 1997 werd er een
voorstel tot wijziging van artikel 13 van de Grondwet aan de
Tweede Kamer aangeboden. Dat artikel zegt in zijn huidige
versie dat het briefgeheim en het telegraaf- en
telefoongeheim onschendbaar zijn. De grondwetgever vindt
echter dat het recht niet aan de techniek moet worden
gebonden, reden waarom er wordt voorgesteld er een recht op
vertrouwelijke communicatie van te maken. De koppeling van
de bescherming aan het begrip 'vertrouwelijk' levert echter
een aanzienlijke beperking van de grondwettelijke
bescherming op. Dit artikel analyseert de consequenties.
Tevens wordt stilgestaan bij de effecten van de
privatisering op de grondwettelijke bescherming van brief-
en telefoongeheim. Maar eerst wordt de vraag gesteld om wat
voor soort grondrecht het nu eigenlijk gaat.
06.04.1998
|
L.F. Asscher,
commentaar: ‘E-mail een
ansichtkaart?’, Mediaforum 1997-7/8, p. 103.
De voetbalveldslag in
Beverwijk roept enige vragen op omtrent de bevoegdheden van
de overheid tot het aftappen van moderne telecommunicatie.
Wat is thans de wettelijke basis om inzage te verkrijgen in
emailbestanden?
25.08.1997
|
N.A.N.M. van Eijk,
‘(G)een
recht op vertrouwelijke communicatie’, NJB (72),
1997-33, p. 1554-1555.
In het wetsvoorstel om de
huidige grondwettelijke bescherming van het brief, telefoon-
en telegraafgeheim (artikel 13 Grondwet) te vervangen door
een recht op 'vertrouwelijke communicatie' worden de fax en
het email-bericht worden niet beschermd. Van vertrouwelijke
communicatie is volgens het voorstel uitsluitend sprake
wanneer het gaat om het verzenden van gegevensdragers in
versloten verpakking, het verzenden van beveiligde
computerberichten over een datanetwerk of het verzenden van
gesloten faxen (sealfax). Buiten de boot vallen 'gewone'
faxen, niet-versleutelde computerberichten die via
computernetwerken worden getransporteerd en
communicatievormen die zonder of met een geringe inspanning
voor derden toegankelijk zijn. Dit betekent dat 'gewone'
emailberichten en faxen, die als moderne
communicatiemiddelen de brief in toenemende mate vervangen,
geen aanspraak kunnen maken op de bescherming zoals die nu
bestaat voor brieven.
03.08.1997
|
J.J.C. Kabel,
‘Bescherming
van persoonsgegevens en de openbare informatievoorziening’,
Mediaforum 1997-5, p.76-80.
De huidige Wet
persoonsregistraties is niet van toepassing op registraties
die door pers, radio en televisie worden gehouden ten
behoeve van de openbare informatievoorziening. Het
wetsvoorstel voor een Wet bescherming persoonsgegevens maakt
een eind aan die algehele exceptie. Krijgt de
Registratiekamer nu toegang tot computerbestanden van
journalisten? Kan onderzoeksjournalistiek geblokkeerd worden
door een beroep op inzagerechten van betrokkenen? Nee, de
vrijheid van meningsuiting wint het van de
privacybescherming. Die winst is zo groot dat de nieuwe
regeling eigenlijk niet zo veel oplevert voor de bescherming
van de informationele privacy. Nu dat zo is, kan men het
maar beter bij het oude houden.
31.03.1998
|
G.A.I. Schuijt,
‘Reality
tv. Nieuwe kost voor de privacybescherming en het portretrecht’,
NJB 1996-6, p. 341-346.
Reality tv is een nieuw
soort van televisieprogramma's. Slachtoffers van deze wijze
van televisiemaken komen ongewild op de buis en voelen zich
aangetast in hun persoonlijke levenssfeer. Andere
slachtoffers geven toestemming tot uitzending van de opnamen
maar krijgen daar later spijt van. Hoe reageert de
rechtspraak op deze nieuwe problemen van privacybescherming
en portretrecht? Hoe beoordeelt de rechter het werken met
verborgen camera en hoe overvaljournalistiek? De rechter
moet varen tussen de Scylla en de Charibdis van twee
grondrechten, de vrijheid van de media en het recht op
bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
18.03.1998
|
G.A.I. Schuijt,
‘De
rechter en de verborgen camera: recente en eerdere rechtspraak’,
Informatierecht/AMI 1996-5, p. 83-86.
Mogen journalisten
reportages maken met een verborgen camera en een verborgen
microfoon? De Raad voor de Journalistiek oordeelde in 1996,
dat dat slechts geoorloofd is in uitzonderlijke
omstandigheden. Naast de vraag of de candid camera - en in
het algemeen undercoverjournalistiek - naar maatstaven van
journalistieke ethiek geoorloofd is, is er de vraag of het
recht zich erover uitspreekt. Schuijt analyseert de -
overigens beperkte - rechtspraak. Daaruit is een algemene
regel af te leiden.
31.03.1998
|
|
Bijgewerkt
03.07.2012
|
|
|
|