De overheid en het publiek domein van informatie voor wetenschappelijk onderzoek
Verschenen in: H. Dijstelbloem en C.J.M. Schuijt (red.), De publieke dimensie van kennis, Voorstudies en achtergronden (V110), Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid, Den Haag: SDU Uitgevers, 2002, p. 249-308.

(de volledige tekst is beschikbaar in PDF-formaat)

E.J. Dommering, P.B. Hugenholtz & J.J.C. Kabel


De centrale vraagstelling van deze analytische studie is: Welk juridisch instrumentarium staat de nationale overheid binnen de door het internationale (Europese) recht getrokken randvoorwaarden ter beschikking om maatregelen tot behoud van het publiek kennisdomein te nemen. Deze analyse richt zich dan in het bijzonder op het wetenschappelijk kennisdomein. Voor de productie en verspreiding van kennis behorende tot dit domein spelen publiek gefinancierde kennisinstellingen, dat wil zeggen wetenschappelijke instellingen, wetenschappelijke bibliotheken en openbare bibliotheken een belangrijke rol. Deze zullen daarom in de vraagstelling worden betrokken, mede omdat zij een dubbelrol in dit domein vervullen. Zij zijn afhankelijk van hun kennis van het domein, maar produceren zelf ook weer kennis die daartoe kan behoren. Daarmee valt het hele veld van culturele instellingen en de media buiten deze studie, hoewel de geestelijke vorming door culturele instellingen en de vrije circulatie van informatie door de media ongetwijfeld bijdragen aan de invulling van het publiek domein. Wij zullen ons daarbij primair richten op de juridische kenmerken van het publiek domein. Het gaat ons er in deze studie om welke maatregelen de overheid kan overwegen om de toegang, de toegankelijkheid en het gebruik van het publiek kennisdomein te waarborgen ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

de volledige tekst is beschikbaar in PDF-formaat(371 kb)


Geplaatst 07.05.2002