| De
opkomst van de digitale technologie zal het auteursrechtelijk landschap
ingrijpend veranderen. Sommigen vrezen dat het wereldomspannende kopieerapparaat
genaamd 'Internet' de effectieve exploitatie van auteursrechten onmogelijk zal
maken. Massaal zouden ongrijpbare eindgebruikers aan het auteursrecht de hand
slaan. Anderen zijn minder pessimistisch. Zij zijn van mening dat de
voortschrijdende techniek naast problemen ook oplossingen voor
auteursrechthebbenden met zich mee kan brengen. Door het aanbrengen van een
technologische bescherminglaag kunnen auteursrechtinbreuken worden tegengegaan.
Een rechthebbende zou niet eens meer naar de rechter hoeven om zijn rechten af
te dwingen. Nieuwe nationale en internationale regelgeving beoogt nu deze door
rechthebbenden aangebrachte 'technologische voorzieningen' in bescherming te
nemen. In dit stuk wordt nagegaan welke invloed die bescherming heeft op de
positie van de auteursrechthebbenden en de gebruikers van beschermde werken.
Daarbij wordt vooral aandacht geschonken aan het voorstel van de Europese
Commissie voor een Auteursrechtrichtlijn[1],
maar ook de onlangs in de Verenigde Staten aangenomen Digital Millennium
Copyright Act[2] zal ter
sprake komen.[3] Verder wordt de
bescherming van technologische voorzieningen die de Richtlijn Voorwaardelijke
Toegang[4] biedt vergeleken met
die van de Auteursrechtrichtlijn.
WIPO Auteursrechtverdrag
De bovengenoemde Amerikaanse en Europese
auteursrechtelijke regelgeving is formeel gebaseerd op artikel 11 van het WIPO
Auteursrechtverdrag van 1996 (hierna: WAV).[5]
Dit artikel verplicht de Verdragsluitende Partijen te
voorzien in passende rechtsbescherming en
doeltreffende rechtsmiddelen om te voorkomen dat de technische maatregelen
onwerkzaam worden gemaakt die auteurs in verband met de uitoefening van hun
rechten uit hoofde van dit Verdrag of de Berner Conventie toepassen teneinde te
beletten dat met betrekking tot hun werken handelingen worden verricht waarvoor
zij geen toestemming hebben verleend of die rechtens niet geoorloofd zijn.
In deze bepaling lijkt de bescherming van
technologische maatregelen parallel te lopen aan die van het auteursrecht.
Rechtsbescherming behoeft slechts te worden verleend in die gevallen waarin een
technologische maatregel belet dat handelingen worden verricht die 'rechtens
niet geoorloofd' zijn. Hieruit kan worden afgeleid dat het WAV alleen tot
bescherming verplicht wanneer een technologische voorziening daadwerkelijk het
schenden van een auteursrecht tegengaat. Wanneer een techniek een gebruiker
verhindert een handeling te verrichten die niet op grond van het auteursrecht
kan worden verboden, bijvoorbeeld omdat een beperking van het auteursrecht van
toepassing is, behoeft geen bescherming tegen omzeiling te worden geboden.[6]
Art. 11 WAV is, voorzover bekend, de eerste
bepaling binnen het domein van het auteursrecht die, althans naar de letter
ervan, de daad van het onwerkzaam maken zelf van technologische voorzieningen
betreft. Zo stelt het op artikel 7 lid 1 onder c van de Software Richtlijn[7]
geente artikel 32a Aw alleen het ter beschikking stellen van middelen die
bestemd zijn om het verwijderen van technologische voorzieningen te
vergemakkelijken strafbaar. Het gebruik van deze middelen om
technologische voorzieningen onwerkzaam te maken wordt niet gedekt door deze
bepalingen. In het voorstel voor het WAV (het zogenaamde Basic Proposal)
werd nog een aan de Software Richtlijn vergelijkbare benadering voorgestaan.[8]
Maar onder zware druk van producenten van consumentenelektronica, die vreesden
dat een bepaling die middelen die omzeiling mogelijk maken zou verbieden
onverhoopt op hun waar van toepassing zou kunnen zijn, werd er uiteindelijk voor
gekozen om alleen het onwerkzaam maken van een voorziening in het WAV te noemen.[9]
Auteursrechtrichtlijn
De Europese Commissie had zichtbaar moeite met
deze uitkomst. Niet alleen lijkt art. 6 van het eerste Commissievoorstel voor de
Auteursrechtrichtlijn (dat in dit opzicht aan duidelijkheid wel wat te wensen
overlaat) alleen betrekking te hebben op de zogenaamde omzeiling 'voorbereidende
handelingen', maar bovendien stelt de Commissie in de toelichting bij dat
voorstel dat 'het echte gevaar' niet zozeer schuilt in de individuele daad van
omzeiling, als wel in het beschikbaar stellen van middelen die omzeiling
mogelijk maken.[10] In het
gewijzigd voorstel zijn, op aandringen van het Europees Parlement[11]
, omzeiling en daartoe voorbereidende handelingen apart behandeld en worden
beide activiteiten uitdrukkelijk gedekt.
Het is overigens de vraag of het WAV verplicht
daadwerkelijk omzeiling in nationale wetgeving tegen te gaan. Wellicht wordt
reeds voldoende 'voorkomen dat [...] technische maatregelen onwerkzaam worden
gemaakt' in de zin van artikel 11 WAV, wanneer alleen het produceren en
verspreiden van kraakmiddelen en diensten wordt tegengegaan. Zo heeft de
Amerikaanse wetgever het WAV zodanig geïmplementeerd dat degene die een
voorziening omzeilt die 'een auteursrecht beschermd' niet aangepakt kan worden,
terwijl het verrichten van omzeiling voorbereidende handelingen wel verboden is.[12]
Zoals gezegd lijkt in de formulering van
artikel 11 WAV de omvang van de bescherming van technologische voorzieningen in
direct verband te staan met het bereik van het auteursrecht. Minder duidelijk is
of dit in de voorgestelde Auteursrechtrichtlijn ook het geval is. Uit de
toelichting bij het eerste Commissievoorstel kan worden opgemaakt dat het wel de
bedoeling is - of was.[13] De
Nederlandse tekst van het gewijzigd voorstel verplicht de lidstaten te voorzien
in juridische remedies tegen het onwerkzaam maken van technologische
voorzieningen die 'dienen ter bescherming van [...] auteursrechten'. Hieruit kan
wellicht worden afgeleid dat alleen bescherming moet worden geboden in een
situatie waarin een technologische voorziening een handeling blokkeert die op
grond van het auteursrecht kan worden verboden. Deze conclusie kan worden
ondersteund door Overweging 30bis, waarin wordt gemeld dat in bescherming
moet worden voorzien waar het technologische maatregelen betreft die 'inbreuken
op [...] auteursrechten, naburige [...] en sui generis rechten [...] voorkomen
of verhinderen'.
De Engelse versie van het voorstel spreekt
echter van voorzieningen die ontworpen zijn om auteursrechten te
beschermen (designed to). Betekent dit dat een rechthebbende altijd moet
kunnen optreden wanneer een systeem wordt omzeild, zolang als dat systeem in
eerste instantie ontworpen is om auteursrechten te beschermen, ook als die
omzeiling geschiedt om het materiaal rechtmatig te gebruiken, bijvoorbeeld omdat
het gebruik onder een beperking van het auteursrecht valt, of omdat het gaat om
informatie die niet door een intellectueel eigendomsrecht wordt beschermd?
Indien dit het geval zou zijn, zou de relatie met het bereik van het
auteursrecht worden verbroken. Een rechthebbende die een technologische
voorziening aanbrengt kan zich in dat geval ook tegen omzeiling verzetten in een
situatie waarin hij geen aanspraak kan maken op auteursrechtelijke bescherming.
Uit Overweging 27 (althans de Engelse versie
ervan, de Franse en Nederlandse zijn minder duidelijk) in verband met artikel 5
lid 2 onder b bis van het gewijzigd voorstel, kan worden afgeleid dat in
ieder geval de beperkingen in nationale auteurswetten die de prive-kopie
betreffen, niet in de weg mogen staan aan een succesvol beroep op
anti-omzeilingsbepalingen. Het uitgangspunt is kennelijk dat kopieren in de
prive-sfeer binnen het bereik van het auteursrecht dient te vallen, nu
technologische voorzieningen het de rechthebbende mogelijk maken dergelijk
gebruik te controleren. Het Europees Parlement heeft zelfs voorgesteld om aan
art. 5 lid 4 van de Auteursrechtrichtlijn een zin toe te voegen met de strekking
dat geen enkele beperking van het auteursrecht aan de bescherming van
technologische voorzieningen afbreuk zou mogen doen.[14]
De Europese Commissie vond dit kennelijk te ver gaan en heeft de wijziging niet
overgenomen in haar advies aan de Raad. Kan hieruit, a contrario, worden
afgeleid dat alle andere beperkingen wel aan die bescherming in de weg mogen
staan?
Indien een rechthebbende zich tegen omzeiling
zou kunnen verweren in situaties waarin omzeiling een beperking van het
auteursrecht dient, en waarin een auteursrechtelijke actie dus niet zou slagen,
wordt het 'auteursrechtelijk evenwicht' verstoord. De Commissie Auteursrecht
heeft zich tegen een dergelijk resultaat uitgesproken; met de bescherming van
technologische voorzieningen mag niet aan dit evenwicht worden getornd.[15]
Er zijn in beginsel twee wegen denkbaar om het auteursrechtelijk evenwicht in
stand te houden. De eerste weg, welke het WAV volgt en het richtlijnvoorstel
wellicht bedoelt te volgen (behalve waar het de thuiskopie betreft), is toe te
laten dat alle mogelijke technische beschermingsmiddelen worden aangebracht,
maar tegelijkertijd toe te staan dat die omzeild worden in gevallen waarin zij
een handeling blokkeren die onder een beperking van het auteursrecht valt. De
tweede weg bestaat eruit te verbieden dat handelingen die niet auteursrechtelijk
relevant zijn door middel van technologische voorzieningen onmogelijk gemaakt
worden. Uit een recente brief van de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer
blijkt dat de Minister kennelijk situaties voorziet waarin de laatste benadering
geeigend zou zijn.[16]
Omzeiling voorbereidende handelingen
Niet alleen door het tegengaan van omzeiling,
maar ook door een al te ruim verbod op omzeiling mogelijk makende middelen, kan
het genoemde evenwicht in de praktijk verschuiven. Uiteraard zullen velen niet
beschikken over de kennis om zelfstandig een technische beschermingslaag buiten
werking te stellen. Zij zijn afhankelijk van derden die hen daartoe de middelen
verschaffen. Als die middelen niet beschikbaar zijn, zou het wettelijk toelaten
van omzeiling die een beperking van het auteursrecht dient geen enkele
praktische betekenis hebben. Daarmee zouden ook beperkingen van het auteursrecht
worden ondergraven waar het werken betreft die (alleen) in een technologisch
beschermde versie zijn uitgebracht.
Of een beperking van het auteursrecht van
toepassing is, hangt vaak af van de omstandigheden van het geval. Het verbieden
van de omzeiling voorbereidende handelingen en het in acht nemen van het
auteursrechtelijk evenwicht zijn daardoor moeilijk met elkaar in overeenstemming
te brengen. Nu het mogelijk is dat een en dezelfde technologische voorziening
zowel 'werken' als niet-beschermde informatie beschermt, en zelfs een
voorziening die een 'werk' beschermt in het ene geval wel en in het andere niet
onwerkzaam mag worden gemaakt, zullen de meeste omzeiling mogelijk makende
middelen voor zowel legale als illegale doeleinden kunnen worden gebruikt. Er is
altijd wel een situatie denkbaar waarin het gebruik van een dergelijk apparaat
of van dergelijke software een beperking van het auteursrecht dient. Een totaal
verbod op de productie en de verspreiding van deze middelen heeft tot gevolg dat
personen die rechtens een technologische voorziening mogen omzeilen daartoe
feitelijk niet in staat zijn. Echter, een bepaling die omzeiling mogelijk
makende middelen niet treft wanneer zij ook maar enig wettelijk doel kunnen
dienen, zal maar weinig middelen daadwerkelijk verbieden. Het verbod op de
'voorbereidende handelingen' zou dan in de praktijk van weinig betekenis zijn.[17]
Een uitweg uit deze patstelling zal niet gemakkelijk worden gevonden.[18]
Artikel 6 lid 2 van het gewijzigd voorstel zegt
over omzeiling voorbereidende activiteiten:
De lidstaten zorgen voor een doelmatige
juridische bescherming tegen op ongeoorloofde wijze uitgevoerde activiteiten,
met inbegrip van het vervaardigen of verspreiden van inrichtingen, producten,
onderdelen of het verrichten van diensten, die:
a) gepromoot, aangeprezen of in de handel
gebracht worden ter omzeiling van de bescherming, of
b) behalve ter omzeiling van de bescherming, slechts een doel of gebruik van
beperkte economische betekenis hebben[, of]
c) vooral ontworpen, geproduceerd of aangepast worden met het doel om het
mogelijk of gemakkelijker te maken om doeltreffende technische voorzieningen die
dienen ter bescherming van bij wet verleende auteursrechten of naburige rechten
of van het in hoofdstuk III van Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en
de Raad bedoelde recht sui generis te omzeilen.
Wordt hierdoor nu wel of niet het aanbieden van
middelen die rechtmatige omzeiling mogelijk maken getroffen? Of de toevoeging
bij het laatste criterium, inhoudende dat de voorziening dient ter bescherming
van een auteursrecht, ook geldt voor de eerste twee, is een grammaticale
kwestie. Op het eerste gezicht lijkt dit niet het geval. Zou het onder die
criteria niet uitmaken of de technologische voorziening waarvan omzeiling
mogelijk wordt gemaakt 'dient' ter bescherming van een auteursrecht? (Overigens
wordt in de Engelse versie ook in dit lid weer gesproken van, het wellicht
ruimere, voorzieningen die 'ontworpen' zijn om auteursrechten te beschermen.)
Wellicht biedt het richtlijnvoorstel een ander
aanknopingspunt voor de lidstaten om de beperkingen van het auteursrecht in de
bescherming van technologische voorzieningen te laten doorwerken. Alleen tegen
'op ongeoorloofde wijze uitgevoerde' voorbereidende handelingen dient
bescherming te worden geboden. Art. 6 lid 1 van het gewijzigd voorstel verplicht
te voorzien in rechtsbescherming tegen het 'op ongeoorloofde wijze' onwerkzaam
maken van een systeem.[19]
Misschien kan dit worden opgevat als een onhandige poging om het bereik van het
auteursrecht de omvang van de bescherming van technologische voorzieningen te
laten beïnvloeden. Onder het WAV behoeft een technologie die geoorloofde
handelingen belemmert niet beschermd te worden. De gedachte is dat omzeilen mag,
als de op de circumventie volgende handelingen niet auteursrechtelijk
relevant zijn. Daardoor kunnen de beperkingen van het auteursrecht doorwerken in
de bescherming van technologische voorzieningen. Onder het richtlijnvoorstel
zijn het echter de omzeiling zelf en de omzeiling voorbereidende activiteiten
die 'geoorloofd' kunnen zijn of op 'geoorloofde wijze' kunnen geschieden.
Vooralsnog kan echter aan het auteursrecht op zichzelf, of aan de beperkingen
daarvan, geen wettelijke toestemming worden ontleend voor het onwerkzaam maken
van een technologische voorziening of het daartoe de middelen verschaffen. In de
formulering van het gewijzigd voorstel heeft de invoeging van het vereiste voor
bescherming dat de omzeiling 'ongeoorloofd' is daarom niet vanzelfsprekend tot
gevolg dat het bereik van het auteursrecht de omvang van de bescherming van
technologische voorzieningen beïnvloedt.
Misschien is deze misser - aangenomen dat het
wel de bedoeling was dat door deze toevoeging de bescherming van technologische
voorzieningen parallel zou lopen aan de bescherming die het auteursrecht biedt -
veroorzaakt door een denkfout waar de opstellers van het voorstel wel vaker op
zijn te betrappen. Men verwart omzeiling, en zelfs omzeiling voorbereidende
handelingen, met het maken van inbreuk op het auteursrecht. Deze fout lijkt
bijvoorbeeld te worden gemaakt in Overweging 30:
...noodzakelijk is te voorzien in een
geharmoniseerde rechtsbescherming tegen activiteiten waardoor het mogelijk of
gemakkelijker wordt gemaakt dergelijke voorzieningen onwerkzaam te maken zonder
dat dit door de rechthebbenden of op grond van de wet is toegestaan;
Voorzover bekend is er geen Nederlands wet die
direct omzeiling of het tot dat doel verschaffen van middelen toestaat.[20]
Een dergelijke toestemming kan vooralsnog alleen volgen uit een wet die
omzeiling verbiedt en grenzen stelt aan dat verbod. Ook de toelichting bij het
eerste voorstel van de Commissie suggereert dat omzeiling op grond van de wet
toelaatbaar kan zijn en een inbreuk op een recht kan opleveren.[21]
Waar andere bepalingen van het richtlijnvoorstel echter zonder omhaal een
exclusief recht toekennen, doet artikel 6 dat niet. Deze bepaling lijkt de
mogelijkheid te bieden de 'passende rechtsbescherming' bijvoorbeeld in het
strafrecht te regelen. Er zou dan geen verbodsrecht worden gecreeerd.
Toegangscontrole
In de Verenigde Staten heeft men gemeend dat
naast voorzieningen die 'een auteursrecht beschermen' ook technologieen
die 'toegang tot een werk controleren' bescherming verdienen. De
Amerikaanse wetgever zag in dat het individueel verkrijgen van toegang tot een
werk niet onder het auteursrecht valt en daarom niet door een bepaling wordt
gedekt die slechts technologieen beschermt die een op grond van het auteursrecht
te verbieden handeling verhinderen. Daarom werd een aparte bepaling ingevoegd
die zowel de omzeiling, alsook de voorbereidende handelingen daartoe, van een
voorziening die toegang controleert verbiedt. Omdat de beperkingen van het
auteursrecht niet van toepassing zijn op een handeling die niet
auteursrechtelijk relevant is, zijn bovendien een aantal specifieke beperkingen
aangebracht op het recht van de rechthebbende zich te verzetten tegen omzeiling
van een systeem dat de toegang tot een werk afschermt.[22]
Nooit is in het verband van de
Auteursrechtrichtlijn met zoveel woorden gesproken over toegangscontrole of over
de bescherming van technologische voorzieningen die de toegang tot een werk
controleren. De Commissie lijkt echter een dergelijke bescherming toch met de
Richtlijn te willen introduceren. De voorgestelde Auteursrechtrichtlijn bepaalt
dat een voorziening 'doeltreffend' moet zijn om voor bescherming in aanmerking
te komen. In de eerste versie van de Richtlijn werd gesteld dat een voorziening
alleen dan wordt geacht 'doeltreffend' te zijn als het werk 'slechts door
toepassing van een toegangscode of een ander toegangsprocedeé [...] met
toestemming van de rechthebbenden voor de gebruiker toegankelijk wordt'. Alleen
een voorziening die toegang controleert werd kennelijk doeltreffend geacht en
daarom beschermd. Het is verdedigbaar dat dit, als voor bescherming enkel
vereist zou zijn dat het systeem 'doeltreffend' is en zou zijn voorzien in een
civielrechtelijke actie voor de rechthebbende, tot gevolg zou hebben dat een
'auteursrecht-achtig' recht op het individueel verkrijgen van toegang wordt
toegekend. De rechthebbende zou immers kunnen optreden tegen eenieder die zonder
zijn toestemming door omzeiling toegang zou verwerven (de Amerikaanse bepaling
die de omzeiling van toegangscontrolerende voorzieningen verbiedt heeft
inderdaad dit effect). Het moge duidelijk zijn dat het toekennen van een extra
bevoegdheid de balans in het voordeel van de auteursrechthebbende doet omslaan.
De vraag is hoe het bovenstaande in verband
staat met het - kennelijke - vereiste dat de voorziening in het onderliggende
geval daadwerkelijk een inbreuk op het auteursrecht tegengaat. Hoewel het voor
het publiek toegankelijk maken van een werk onder het auteursrecht valt,
wordt het individueel toegang verkrijgen daar vooralsnog niet
uitdrukkelijk door gedekt. Weliswaar kan worden gezegd dat het enkele toegang
verkrijgen via de sluiproute van de te verbieden tijdelijke verveelvoudiging het
auteursrecht is binnengesmokkeld - om toegang te verkrijgen tot een
gedigitaliseerd werk moet het, bij de huidige stand van de techniek, in het
RAM-geheugen van een computer worden gereproduceerd[23]
- maar artikel 5 lid 1 van hetzelfde richtlijnvoorstel heeft juist de bedoeling
dergelijke verveelvoudigingen van het verbodsrecht uit te sluiten. Indien een
technologische voorziening om voor bescherming in aanmerking te komen inderdaad
cumulatief aan beide voorwaarden zou moeten voldoen, zou een technologie die
slechts kopieren verhindert, en in die zin 'een auteursrecht beschermt', niet
door de richtlijn worden gedekt. Voor toegang tot het werk is in dat geval
immers geen toestemming nodig. Andersom zou een systeem dat enkel toegang
controleert niet onder de Richtlijn vallen, omdat het niet een handeling
blokkeert die auteursrechtelijk relevant is.
Kennelijk heeft de Commissie ingezien dat haar
eerste voorstel in dit opzicht conceptueel niet helemaal goed in elkaar zat. Het
derde lid van artikel 6 van het gewijzigd voorstel bepaalt nu omtrent
doeltreffendheid:
Technische voorzieningen worden uitsluitend
geacht doeltreffend te zijn indien de toegang tot het werk, het gebruik van het
werk of een andere beschermde zaak wordt geregeld door toepassing van een
toegangscode, of elk ander soort beschermingsprocede dat de
beschermingsdoelstelling bereikt op een operationele en betrouwbare wijze, met
toestemming van de rechthebbenden voor de gebruiker. Zulke maatregelen kunnen
ontsleuteling, decodering of een andere transformatie van het werk of andere
zaken omvatten.
Zelfs de meest geoefende lezer van juridische
teksten zal moeite hebben deze bepaling te begrijpen. Grammaticaal hapert er
hier en daar wat. De Engelse versie is wellicht iets duidelijker.[24]
Een technologische voorziening is nu ook 'doeltreffend' als die het gebruik van
het werk regelt door welk beschermingsprocede dan ook. De kern van de zaak lijkt
te zijn dat de 'beschermingsdoelstelling' op een 'operationele en betrouwbare
wijze' wordt bereikt. Dat wil zeggen dat door de toepassing van de technologie
gebruik van het werk daadwerkelijk alleen met toestemming van de rechthebbende
kan geschieden. In de toelichting bij het eerste voorstel wordt gemeld dat wie
zich op bescherming beroept zal moeten bewijzen dat de gebruikte techniek 'ook
werkt'.[25]
Toegangscontrole maakt ook in de laatste versie
van het voorstel nog deel uit van definitie van 'doeltreffendheid'. De vraag
blijft daarom wat toegangscontrole in een auteursrechtrichtlijn doet. Het
zou voldoende zijn als de omschrijving van welke voorzieningen 'doeltreffend'
worden geacht alleen het auteursrechtelijk relevante gebruik van het werk zou
betreffen en niet het verkrijgen van toegang tot dat werk.[26]
Richtlijn Voorwaardelijke Toegang
Overigens worden bepaalde technologische
voorzieningen die toegang blokkeren reeds uitdrukkelijk door een andere, al in
werking getreden, Richtlijn bestreken. De Richtlijn Voorwaardelijke Toegang
beoogt technische maatregelen te beschermen die verhinderen dat ongeautoriseerde
toegang wordt verkregen tot op voorwaardelijke toegang gebaseerde diensten -
denk aan betaaltelevisie, maar ook Internet-diensten kunnen onder de Richtlijn
vallen.[27] De bescherming die
deze Richtlijn biedt onderscheidt zich in een aantal aspecten van die van de
voorgestelde Auteursrechtrichtlijn. Ten eerste worden alleen voorzieningen die
zijn aangebracht om toegang tot diensten tegen te gaan beschermd, niet
systemen die handelingen verhinderen die met werken worden verricht.
Verder dient uitdrukkelijk alleen in een civielrechtelijke actie voorzien te
worden voor dienstenaanbieders, niet voor auteursrechthebbenden.[28]
Toch zal een rechthebbende die zijn waar direct aan de eindgebruiker aanbiedt,
bijvoorbeeld op een Internet-site waartoe alleen met een wachtwoord toegang kan
worden verworven, zich vermoedelijk kunnen beroepen op de bescherming die de
Richtlijn Voorwaardelijke Toegang de lidstaten verplicht te bieden. Hij vervult
dan immers de rol van (informatie-) dienstaanbieder.
Overigens lijkt de Auteursrechtrichtlijn niet
te verplichten een civielrechtelijke actie aan auteursrechthebbenden toe te
kennen. Artikel 6 van het gewijzigd voorstel verplicht slechts tot 'passende
rechtsbescherming'. Artikel 8 lid 2 draagt de lidstaten op ervoor zorg te dragen
dat bepaalde civielrechtelijke vorderingen voor rechthebbenden openstaan als hun
belangen geschaad worden door een 'inbreukmakende handeling'. Aangenomen dat
artikel 6 niet verplicht tot instelling van een (exclusief) recht op omzeiling,
of op daartoe voorbereidende handelingen, maakt een persoon die een voorziening
onwerkzaam maakt, of daartoe de middelen verschaft, niet noodzakelijk inbreuk op
een recht.[29]
Een ander verschil met de voorgestelde
Auteursrechtrichtlijn is dat deze ook de daad van omzeiling zelf betreft,
terwijl de Richtlijn Voorwaardelijke Toegang lidstaten slechts verplicht tot het
verbieden van omzeiling voorbereidende handelingen. Het enkele gebruik van
bijvoorbeeld een illegale decoder, of de ongeautoriseerde ontvangst van een
betaaltelevisieprogramma, wordt niet gedekt. Eén van de redenen hiervoor is dat
de Raad van Europa in een Aanbeveling overwoog dat handhaving van een bepaling
die niet-commercieel prive-gebruik van ongeautoriseerde toegang mogelijk makende
middelen betreft in conflict komt met het recht op privacy.[30]
De vraag dringt zich op of hetzelfde bezwaar niet in de weg staat aan het
verbieden van omzeiling van systemen die het verrichten van auteursrechtelijk
relevante handelingen belemmeren. Deze vraag wordt des te prangender als wordt
bedacht dat in Overweging 27 van de voorgestelde Auteursrechtrichtlijn wordt
gezegd dat beperkingen in nationale wetgeving die de prive-kopie betreffen niet
aan een succesvol beroep op de auteursrechtelijke anti-omzeilingsbepaling in de
weg mogen staan. Zou handhaving in de prive-sfeer van deze bepaling minder met
het recht op privacy conflicteren, dan handhaving van een regel die
ongeautoriseerde toegang tot op voorwaardelijke toegang gebaseerde diensten
verbiedt?
Onze Minister van Justitie lijkt aan eenzelfde
tweeslachtigheid te lijden. Hij stelt dat bescherming van privacy-belangen van
consumenten een factor is die bij de handhaving van rechten in aanmerking moet
worden genomen en sust daarmee kamerleden die bezwaren hebben tegen een actie
voor rechthebbenden tegen consumptief gebruik van beschermde materie. De
Minister vervolgt echter met de opmerking dat het recht prive-kopieren te
verbieden van belang kan zijn als aanknopingspunt om 'het produceren van, het
handelen in, of het gebruik van' omzeilingsmethoden te verbieden
(cursivering KJK).[31]
Handhaving van het auteursrecht in de prive-sfeer wordt ervaren als
problematisch, handhaving van een verbod op omzeiling in de huiselijke sfeer
kennelijk niet.
Tot slot zij er in dit verband op gewezen dat
Overweging 9 van de Richtlijn Voorwaardelijke Toegang de Europese lidstaten de
mogelijkheid geeft om te verbieden dat bepaalde omroepdiensten van erkend
openbaar belang worden geleverd op basis van voorwaardelijke toegang.
Vermoedelijk wordt hier rekening gehouden met ontwikkelingen als die van de
Richtlijn Televisie Zonder Grenzen zoals laatstelijk gewijzigd.[32]
Artikel 3bis lid 1 daarvan staat het de lidstaten toe te bepalen dat
omroepuitzendingen van bepaalde evenementen die van aanzienlijk belang voor de
samenleving zijn (lees: sportevenementen) vrij en kosteloos voor het publiek
toegankelijk moeten zijn. Waar het voorstel voor de Auteursrechtrichtlijn het
aanbrengen van technologische bescherming altijd toestaat, maar - wellicht -
tegelijkertijd toelaat dat die bescherming onwerkzaam wordt gemaakt wanneer die
een niet op grond van het auteursrecht te verbieden handeling blokkeert, kan op
grond van beide bovengenoemde Richtlijnen worden verboden dat een technologische
beschermingslaag zelfs maar wordt aangebracht.
Slot
Ook deze keer vergast de Commissie ons weer op
een aantal hersenbrekers. De voorgestelde Auteursrechtrichtlijn blinkt niet uit
in duidelijkheid. Met name de relatie tussen het bereik van het auteursrecht en
de omvang van de bescherming van technologische voorzieningen blijft
onduidelijk. Mag er nu wel of niet worden omzeild wanneer een beperking van het
auteursrecht van toepassing is? En worden ook omzeiling mogelijk makende
middelen verboden die een legitiem doel kunnen dienen?[33]
Wat heeft toegangscontrole met auteursrecht te maken? Levert omzeiling inbreuk
op een (auteurs-) recht op?
Het oorspronkelijke doel van juridische
bescherming van technologische voorzieningen was om de in de digitale omgeving
kwetsbaar geachte auteursrechthebbende een steuntje in de rug te geven. Dit
uitgangspunt lijkt inmiddels verlaten. Schijnbaar beoogt de bescherming van
technologische voorzieningen niet zozeer de contouren van het auteursrecht te
handhaven, als wel nieuwe exploitatiemogelijkheden waartoe deze systemen in
staat stellen van een juridische ruggengraat te voorzien. Dit kan ondermeer
blijken uit het feit dat de uitzondering voor prive-gebruik kan worden
afgeschaft, juist omdat technologische voorzieningen de rechthebbende in staat
stellen dergelijk gebruik te controleren. Ook het gerommel met een recht zich te
verzetten tegen ongeautoriseerde toegang tot een technologisch beschermd werk
(ook effectieve toegangscontrole is nu voor het eerst mogelijk) kan hierop
duiden. De Richtlijn Voorwaardelijke Toegang beoogt overigens expliciet nieuwe
vormen van exploitatie mogelijk maken; technologische voorzieningen worden
alleen beschermd wanneer zij toegang afschermen 'om betaling voor de dienst
zeker te stellen'.[34]
Als systemen alleen beschermd zijn wanneer zij
een auteursrechtelijk te verbieden handeling verhinderen, is het twijfelachtig
of het verbod op omzeiling aan rechthebbenden wel zoveel extra's biedt; de
rechthebbende kan in het voorkomende geval immers al ageren op grond van
schending van een auteursrecht. Voor de Amerikaanse wetgever was dit reden om
het onwerkzaam maken van een systeem dat een auteursrecht beschermt niet te
verbieden.[35] Een voordeel van
een regeling die slechts de daad van het onwerkzaam maken betreft, is echter dat
die de bescherming van technologische voorzieningen gemakkelijker met het bereik
van het auteursrecht in overeenstemming kan brengen. Een stuk moeilijker is dit
waar een bepaling omzeiling mogelijk makende middelen betreft. Formulering van
een norm die het auteursrechtelijk evenwicht respecteert en tegelijkertijd
dergelijke middelen effectief verbiedt lijkt welhaast onmogelijk.
De vele onduidelijkheden en inconsistenties in
het richtlijnvoorstel zijn wellicht een gevolg van het feit dat men niet weet
wat hier precies geregeld wordt. Het betreft systemen die nog niet of nauwelijks
bestaan, of worden toegepast. Verschillende commentatoren hebben opgeroepen de
zaak voorlopig te laten rusten en eerst eens te bezien of de problemen wel zo
ernstig zijn dat een dergelijke bepaling nodig is.[36]
Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat beveiligingssystemen zo krachtig worden
dat omzeiling onmogelijk is. In dat geval zou instelling van een verbod
dergelijke systemen toe te passen, of van een actie voor de gebruiker tegen de
rechthebbende die auteursrechtelijk toegestaan gebruik technologisch belemmert,
wellicht meer gepast zijn, indien althans het streven is het auteursrechtelijk
evenwicht te handhaven.[37]
Verder tonen de ervaringen met beschermingsmechanismen die het gebruik van
computerprogramma's beperken aan dat consumenten technisch beveiligde producten
niet apprecieren. Steeds minder software wordt daarom technologisch beveiligd.[38]
Artikel 32a Aw, dat de handel in kraakmiddelen die software-beveiliging
onwerkzaam maken met straf bedreigt, is dan ook een dode letter. De meer
algemene bescherming van artikel 6 van het richtlijnvoorstel zou eenzelfde lot
beschoren kunnen zijn. Andere schrijvers hebben er op gewezen dat een derde laag
van bescherming wellicht buitenproportioneel is; het gaat hier om de juridische bescherming
van technologische voorzieningen die auteursrechtelijk beschermde werken beschermen.[39]
Het is echter niet waarschijnlijk dat de bepaling uit de Auteursrechtrichtlijn
wordt geschrapt. De Brusselse molen draait door. In het, eind 1998
gepubliceerde, 'Groenboek bestrijding van namaak en piraterij' wordt aan
belanghebbenden gevraagd of zij vinden dat technologische voorzieningen reeds
voldoende beschermd zijn.[40]
Het zou niet verassen als een groot deel van de respondenten antwoordt dat wat
extra bescherming geen kwaad kan, en de Commissie zich daardoor genoopt ziet tot
nieuwe activiteiten op dit gebied. |