|
|
|
|
|
Noot bij
Hof Amsterdam 28 maart 2002 (Kazaa / Buma)
Verschenen in Mediaforum,
2002-5, p. 190-191.
K.J. Koelman
|
| |
| Wie zal de muziekbestanden
straks online bij u afleveren? Dat is de vraag die in deze
zaak op achtergrond speelt. Zijn dat de platenmaatschappijen
die daartoe schoorvoetend enkele initiatieven hebben genomen[1],
of zal het een nieuwe onafhankelijke speler zijn? De strijd is
zo hevig, omdat de winsten enorm kunnen zijn. Het geld stroomt
binnen, wanneer er miljoenen bestanden per dag worden
uitgewisseld en degene die dat faciliteert - zeg - één cent
per doorgegeven bestand kan opstrijken. Wegens de zogeheten
'netwerkeffecten' die een rol kunnen spelen bij dit soort
activiteiten, valt te verwachten dat er één winnaar uit de bus
komt die het grootste deel van de markt bedient. De dienst met
de meeste aansluitingen maakt de meeste kans om te overwinnen.[2]
Op dit moment is het Kazaa-netwerk het meest omvangrijke en is
Kazaa daarom het best gepositioneerd.
Kazaa heeft echter het probleem
dat het openbaar maken van muziekbestanden via haar
peer-to-peer netwerk geschiedt zonder toestemming van
rechthebbenden en dat het daarom onrechtmatig is. Dat is de
troef die de platenmaatschappijen in handen hebben. Op basis
daarvan hebben zij met behulp van de Amerikaanse rechter
Napster - voorheen hun grootste concurrent voor het online
verspreiden van bestanden - 'uit de lucht' kunnen halen.[3]
Hetzelfde zijn zij van plan met andere succesvolle diensten
die de online verspreiding van muziek mogelijk maken,
waaronder Kazaa. Die uitdaging staat Kazaa nog te wachten.[4]
Kazaa doet er echter alles
aan om haar voorsprong te behouden en om - wanneer de
muziekindustrie eindelijk licenties zou gaan verlenen aan
derden - de meest voor de hand liggende contractspartij te
zijn. Vermoedelijk is dat ook de reden dat Kazaa met Buma tot
een overeenkomst poogde te komen. Zoals het Hof terecht stelt,
maakt Kazaa zelf geen auteursrechtinbreuk, daarom heeft ze
strikt genomen geen Buma-licentie nodig. Maar wellicht zouden
de platenmaatschappijen eerder zwichten voor de charmes van
Kazaa wanneer een deel van de rechten reeds zou zijn geregeld.
Een andere knieval aan de muziekindustrie is dat Kazaa in
beginsel slechts downloads in lagere bitrates
(geluidskwaliteit) mogelijk maakt.[5]
Daardoor zou de verkoop van muziekopnamen van de hogere
CD-kwaliteit wellicht minder worden beïnvloed.
De precieze werking van de
Kazaa-software is een goed bewaard geheim, zelfs haar eigen
expert heeft er geen inzage in gekregen, zo kan blijken uit de
in het arrest geciteerde passages uit het rapport van Huizer.
Kennelijk probeert Kazaa haar systeem echter gereed te maken
voor betaalde diensten. Dat valt althans op te maken uit
'internetgeruchten'. Het wordt beweerd dat een gebruiker sinds
kort pas van het netwerk gebruik kan maken, nadat hij zich
heeft aangemeld bij een centrale server.[6]
Dat maakt het mogelijk om te controleren of de klant zijn
rekeningen wel heeft voldaan en om wanbetalers af te sluiten.
Tot op heden verwerft Kazaa hoofdzakelijk haar inkomsten uit
de distributie van spyware voor derden die slinks wordt
geïnstalleerd bij gebruikers en die aan marketeers
bijvoorbeeld informatie doorgeeft over iemands surfgedrag.[7]
Onlangs is bekend geworden dat even ongemerkt al enige tijd
een slapend peer-to-peer netwerkprogramma - Altnet
genaamd - met Kazaa wordt gedistribueerd en geïnstalleerd, dat
binnenkort zal worden geactiveerd en waarmee een nieuw netwerk
in het leven wordt geroepen.[8]
Omdat alle Kazaa-gebruikers het hebben geïnstalleerd, zal het
nieuwe netwerk meteen even groot zijn als het Kazaa-netwerk.
Zelfs als de muziekindustrie erin slaagt om met behulp van de
rechter het Kazaa-netwerk plat te leggen, staat de opvolger al
klaar. Altnet, waarin de eigenaren van de Kazaa-software
kennelijk een aandeel hebben, zou het voor
platenmaatschappijen mogelijk moeten maken om geld te
verdienen met het via het systeem verspreide materiaal. Hoe
dat zou moeten is nog onduidelijk. Maar als het daadwerkelijk
mogelijk wordt om per download af te rekenen, wordt het
netwerk voor de muziekindustrie weer aantrekkelijker.
Tegelijkertijd maakt de dreiging van het slapende netwerk haar
strijd hopelozer.
Het is dus een kwestie van
wie de langste adem heeft: zijn de uitbaters van de
peer-to-peer systemen het eerst murw gebeukt door de
aanhoudende rechtszaken, of gooien de platenmaatschappijen als
eerste de handdoek in de ring en gunnen ze een nieuwe speler
een aandeel in de eventuele opbrengsten? In ieder geval lijken
de geesten achter Kazaa vastbesloten om het schaalvoordeel dat
zij hebben niet gemakkelijk op te geven en om niet, zoals
Napster, gesmoord te worden in het juridische geweld
De uitspraak van het Hof
speelt in de periferie van deze machtsstrijd. Buma ambieert
kennelijk niet de strategisch aantrekkelijke positie van
leverancier van bestanden. Het was dan ook niet Buma die dit
geding begon.[9]
De rechtsvragen van het geschil zijn helder uiteengezet door
Hugenholtz in zijn
noot in AMI die door het Hof kennelijk is gelezen.
Kazaa maakt geen inbreuk op het auteursrecht, maar kan wel
onzorgvuldig handelen, omdat ze anderen in de gelegenheid
stelt om het auteursrecht te schenden. In beslissingen over de
onrechtmatigheid van het handelen van hosting service
providers - dat zijn eveneens partijen die anderen in de
gelegenheid kunnen stellen om inbreuken te maken - begint zich
als een algemene regel af te tekenen dat zij onrechtmatig
kunnen handelen, wanneer zij geen einde maken aan een
specifiek geval van inbreuk waarvan zij weet hebben. Deze
tussenpersonen hoeven niet actief op zoek naar inbreuken die
met behulp van hun techniek worden gemaakt.[10]
Zo is een middenweg gevonden; de dienst hoeft niet te worden
gesloten, waardoor de techniek beschikbaar blijft en
tegelijkertijd wordt met de belangen van auteursrechthebbenden
rekening gehouden.
Hugenholtz en het Hof nemen
aan dat zo'n tussenoplossing in het onderhavige geval niet
mogelijk is. Daardoor staat het Hof voor een alles-of-niets
keuze. Óf het verklaart het aanbieden van een peer-to-peer
systeem onrechtmatig, maar dan moeten we het geheel stellen
zonder deze manier van informatie-uitwisseling, óf het beslist
dat het systeem mag blijven worden aangeboden. Maar in het
laatste geval zal het ook vaak worden gebruikt voor
inbreukmakende openbaarmaking. Hugenholtz suggereert om de
knoop door te hakken met een Amerikaans criterium en om na te
gaan of het Kazaa-systeem 'substantial non-infringing uses'
heeft.[11] Als
een techniek óók 'belangrijke niet-inbreukmakende
gebruiksmogelijkheden' heeft, is het aanbieden ervan niet
onrechtmatig. Het Hof past min of meer dit criterium toe in
r.o. 4.9 en komt tot de conclusie dat Kazaa niet onrechtmatig
handelt, omdat met haar netwerk niet uitsluitend
bestanden worden verspreid zonder toestemming van de
rechthebbenden.
Het is echter de vraag of een
middenweg inderdaad onmogelijk is. Huizer stelt terecht dat
het niet mogelijk is om de dienst zo op te zetten dat daarmee
helemaal geen inbreuken kunnen worden gemaakt, omdat het niet
mogelijk is om automatisch te herkennen of een bestand met of
zonder toestemming is openbaargemaakt. Maar wellicht is Kazaa
technisch in staat om inbreukmakende gebruikers af te sluiten
op het bestaan waarvan zij is gewezen, zoals ook hosting
service providers dat kunnen en het zelfs moeten doen om
aansprakelijkheid te ontlopen. De Kazaa-software heeft al
eerder voor verrassingen gezorgd. Zo bleek de eigenaar van de
software in staat te zijn om de miljoenen klanten van een
licentienemer die verzuimde om de licentievergoeding te
betalen in één keer af te sluiten.[12]
Zij hadden geen toegang meer tot het Kazaa-netwerk. Indien er
tegenwoordig inderdaad alleen kan worden ingelogd via een
centrale server, is het in beginsel mogelijk om een
inbreukmakende gebruiker de toegang te ontzeggen. Kazaa had
aan Buma kennelijk toegezegd om zoiets te zullen doen en nog
steeds houdt Kazaa zich in haar algemene voorwaarden het recht
voor om na het ontvangen van een kennisgeving, inbreukmakende
eindgebruikers van het netwerk af te snijden.[13]
Maar Buma had kennelijk nagelaten om dat te eisen.
Ook al zou het met het oude systeem misschien niet kunnen,
wellicht kan Kazaa haar systeem in de toekomst wel zo
inrichten dat ze inbreukmakers kan afsluiten. Huizer meent
echter dat Kazaa haar gebruikers geen nieuwe versie kan
opdringen en impliceert dat een bevel om het systeem anders in
te richten daarom weinig effect zal hebben. Maar de
bovenbeschreven ontwikkelingen kunnen die bevinding
twijfelachtig maken. De spyware en de Altnet-software
werden ongemerkt alom geïnstalleerd en het afsluiten van de
afnemers van de wanbetalende licentienemer was kennelijk
mogelijk, doordat de Kazaa-gebruikers massaal een update
installeerden waardoor er een netwerk met nieuwe eigenschappen
ontstond, waarmee dat van de licentienemer incompatibel was.
De ervaring leert dat de meeste gebruikers klakkeloos de
standaardinstellingen van software handhaven en op 'OK'
klikken zonder dat ze weten waarvoor dat is. Als de meeste
gebruikers overgaan naar het nieuwe netwerk, moet de rest wel
volgen om van de voordelen van het grotere netwerk te
genieten. Indien echter aangeslotenen die zonder toestemming
bestanden aanbieden effectief kunnen en zullen worden
afgesloten, zal het netwerk vermoedelijk minder aantrekkelijk
worden voor gebruikers en zal het waarschijnlijk snel in
omvang slinken. Kazaa verliest dan haar schaalvoordeel.
Hetzelfde gebeurde met Napster.
Wie zal in de toekomst de
bestanden bij u afleveren? Het blijft een open vraag. Zal de
muziekindustrie haar rechten blijven inzetten om concurrerende
netwerken lam te leggen? Vermoedelijk zullen er steeds weer
nieuwe peer-to-peer programma's opduiken die het
gevallen gat willen opvullen. Maar vaak zullen die netwerken
klein moeten beginnen en het is denkbaar dat het
distributiesysteem van de industrie uiteindelijk het grootst
en in die zin het best gepositioneerd zal zijn, indien ze
concurrenten juridisch kan blijven frustreren. Dan heeft de
muziekindustrie alle goede kaarten in handen. Is het wijs om
daarop te speculeren of is het raadzamer om in zee te gaan met
een partij die bewezen heeft anderen technisch haar wil te
kunnen opleggen en die reeds een groot netwerk heeft? In ieder
geval lijkt het verstandig om consumenten een aantrekkelijk
alternatief te bieden en om serieus zelf of in samenwerking
met anderen, op grote schaal muziek online te gaan aanbieden.
Voor zover het bestaan van een partij als Kazaa daartoe
aanspoort, vervult ze wellicht een nuttige functie. Want het
wordt tijd dat we rechtmatig kunnen gaan genieten van de
efficiëntere en goedkopere muziekdistributie die het internet
mogelijk maakt. |
[1]
Zie
http://www.pressplay.com en
http://www.musicnet.com. Terug naar
tekst
[2]
Zie hierover W.H. Page & J.E. Lopatka, 'Network
Externalities', in: B. Bouckaert & G. De Geest (red.),
Encyclopedia of Law and Economics, Volume I. The History and
Methodology of Law and Economics, Cheltenham: Edward Elgar
2000, p. 952-980. Beschikbaar op
http://allserv.rug.ac.be/~gdegeest. Terug naar
tekst
[3]
Zie hierover D.J.G. Visser, 'De Napster-beslissing van 12
februari 2001 van het Court of Appeals for the ninth circuit',
AMI 2001-2, p. 35-38. Terug naar
tekst
[4]
Deze Amerikaanse zaak dient in october 2002. Terug naar
tekst
[5]
Al zijn er methoden om die restrictie te omzeilen. Zie
http://www.kazaalite.tk;
http://www.kazaalite.com/nuke. Terug naar
tekst
[6]
Zie Wired News 28 februari 2002,
http://www.wired.com/news/politics/0,1283,50725,00.html.
Terug naar tekst
[7]
Zie D. Cave, 'The Parasite Economy' (2001), beschikbaar op
http://www.salon.com/tech/feature/2001/08/02/parasite_capital/index.html.
Terug naar tekst
[8]
New York Times 3 april 2002,
http://www.nytimes.com/2002/04/03/technology/03MUSI.html
(registratie vereist); zie ook Cnet 1 april 2002,
http://news.com.com/2100-1023-873181.html; Cnet 4
april 2002,
http://news.com.com/2008-1082-875620.html. Terug naar
tekst
[9]
Zie het geding in eerste instantie:
Pres. Rb. Amsterdam 29 november 2001, AMI 2002-1,
p. 21-25,
m.nt. P.B. Hugenholtz (Kazaa/BUMA); zie voor een
ander vonnis in hetzelfde geschil
Rb. Amsterdam, 31 januari 2002, LJN-nummer: AD8749 Zaaknr:
KG 02/0105 OdC. Terug naar tekst
[10]
Zie Rb. 's-Gravenhage 9 juni 1999 (Scientology/ xs4all),
Mediaforum 1999, p. 205, m.nt. Visser;
Informatierecht/AMI 1999, p. 110,
m.nt. Koelman; Computerrecht 1999, p. 200,
m.nt. Hugenholtz. Vgl. het Amerikaanse Napster-geding
waarover Vissers stuk genoemd in noot 3; zie ook Hof van
Beroep Brussel 13 februari 2001 (Belgacom Skynet/ IFPI),
Mediaforum 2001, p. 170,
m.nt. Koelman. Er zij op gewezen dat de
aansprakelijkheidsbeperkingen van de artikelen 12-15 van de
Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van
8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de
diensten van de informatiemaatschappij, met name de
elektronische handel, in de interne markt. Pb.EG L
178/1 (17.07.2000), niet direct van toepassing zijn op dit
geschil, omdat zij uitdrukkelijk niet van toepassing zijn op
verbodsacties. Zie ook lid 5 van het voorgestelde artikel
6:196c BW, Kamerstukken II 2001/02, 28 197, nr.1.
Terug naar tekst
[11]
Dit criterium is ontwikkeld door het Amerikaanse Supreme
Court in Sony Corp. v. Universal Studios, Inc., 464
US 417, 435 (1984). Daar ging het om de vraag of het aanbieden
van videorecorders onrechtmatig is en werd bepaald dat dat
niet het geval is. Terug naar tekst
[12]
Zie het in noot 6 genoemde bericht in Wired News.
Return to tekst
[13]
Zie artikel 17 van de algemene voorwaarden op
http://www.kazaa.com/en/terms.htm.
|
|
Geplaatst
07.05.2002
|
|
|
|