Handjeklap in Brussel
Verschenen in I&I 2000-2, p. 2-4

K.J. Koelman


 
Het Internet stelt regelgevers voor vele uitdagingen. Eén daarvan betreft de regulering van het auteursrecht. Naar zijn aard is het Net niet aan landsgrenzen gebonden. Maar verschillen tussen de auteurswetten van de verschillende landen kunnen het grensoverschrijdende karakter van Internetdiensten belemmeren. De Europese Commissie is daarom druk doende een Richtlijn op te stellen die de bedoeling heeft de auteurswetten van de bij de Europese Unie aangesloten landen met elkaar in overeenstemming te brengen. Zo zouden de belemmeringen voor de online handel in informatieproducten tussen de lidstaten weggenomen worden. Een Richtlijn is een regelgevend instrument dat de burger pas bindt als die in het nationale recht is omgezet. Vóór implementatie kunnen zij zich er niet op beroepen. De Auteursrechtrichtlijn heeft al vele stadia doorlopen en is nu in een beslissende fase beland. Momenteel onderhandelen de regeringen van de aangesloten landen over de tekst ervan en naar verwachting zal aan het resultaat van die onderhandelingen weinig meer veranderd worden.

Beperkingen

Het oorspronkelijke doel van de Auteursrechtrichtlijn, het harmoniseren van de auteurswetten van de Europese lidstaten, zal waarschijnlijk maar in een uiterst beperkte mate bereikt worden. Het auteursrecht is een aan auteursrechthebbenden toegekend exclusief recht om beschermde informatie te verveelvoudigen en openbaar te maken. Maar dit recht om anderen te kunnen verbieden deze handelingen te verrichten wordt ook weer beperkt. Juist waar het de beperkingen betreft bestaan er grote verschillen tussen de wetten van de verschillenden landen. Typisch Nederlands is bijvoorbeeld dat een rechthebbende niet kan optreden als zijn liederen tijdens een eredienst in de kerk gezongen worden. In veel andere landen bestaat zo’n beperking niet. In sommige landen bestaan uitgebreide beperkingen van het auteursrecht ten behoeve van bibliotheken, die we in Nederland weer niet kennen. Zo zijn er nog veel meer verschillen.

In de Richtlijn wordt een aantal beperkingen opgesomd die de Europese landen in hun nationale wetten mogen opnemen. Beperkingen die niet op de lijst staan mogen niet in het nationale recht worden opgenomen. Maar het ziet er naar uit dat het de lidstaten wel zal worden toegestaan om reeds bestaande maar niet in de lijst voorkomende beperkingen te handhaven. Bovendien kunnen zij ervoor kiezen om beperkingen die wel in de Auteursrechtrichtlijn worden genoemd niet in hun nationale recht op te nemen. Het valt dus te verwachten dat er veel en grote verschillen zullen (blijven) bestaan tussen de verschillende landen voor wat betreft de beperkingen van het auteursrecht. In dit opzicht is de onderneming daarom mislukt; het auteursrecht zal de interne markt blijven belemmeren. Men kan zich afvragen of het dan niet beter zou zijn om het hele project maar af te blazen.

Individueel gebruik

Een bijzonder heikel punt is de omvang van het verveelvoudigingsrecht. Sommigen staan een uitermate rechtlijnige uitleg van het auteursrechtelijke begrip ‘verveelvoudigen’ voor. Om een gedigitaliseerd werk te kunnen gebruiken moet het in het RAM-geheugen van een computer worden geladen. Het wordt daarin dan gekopieerd. En, zo wordt geredeneerd, het auteursrecht beschermt tegen kopiëren, dus ook tegen deze vorm van verveelvoudigen. Hierbij wordt de oorspronkelijke functie van het auteursrecht – het beschermen tegen concurrenten die profiteren van de inspanningen van de auteur – uit het oog verloren. Welbeschouwd is het tamelijk misplaatst om de tijdelijke kopie die in het computergeheugen wordt gemaakt, en die weer gewist wordt als een ander werk wordt geladen of als de computer wordt uitgezet, als een inbreuk te beschouwen. Het karakter van deze kopie is immers nauwelijks te vergelijken met die van de roofdruk.

Tot nog toe kon een rechthebbende vooral verbieden dat een ander informatieproducten die al te veel op de zijne leken produceerde en distribueerde. In de digitale wereld zal het recht verder gaan. Het auteursrecht zal niet alleen tegen potentiële concurrenten werken, maar ook tegen mensen die het werk alleen ‘consumeren’, zonder de bedoeling te hebben om het commercieel te exploiteren. De rechthebbende zal kunnen optreden tegen wie het product enkel voor zichzelf gebruikt. Kijken of luisteren naar een gedigitaliseerd werk zal onder de Richtlijn een auteursrechtinbreuk kunnen opleveren. Ter vergelijking: het lezen van een roofdruk, het luisteren naar een onrechtmatig gekopieerde CD of het kijken naar een illegale uitzending viel vooralsnog niet onder het recht. Men vond dat niet nodig, want de lezer, luisteraar en kijker gaan niet de competitie aan met de rechthebbende.

Sommige lidstaten van de Europese Unie, met name Nederland en de Scandinavische landen, zien in dat het wat ver zou gaan om een recht in te stellen dat het ‘consumeren’ van informatie betreft. De Richtlijn zal weliswaar een bepaling bevatten die grenzen stelt aan het al te ruime verveelvoudigingsrecht. Maar omdat machtiger landen gevoeliger zijn voor de auteursrechtlobby, moet desondanks gevreesd worden dat het resultaat van het handjeklap dat momenteel in Brussel plaatsvindt zal zijn dat de kopie in het computergeheugen in veel gevallen onder het auteursrecht zal gaan vallen.

Technologische bescherming

De macht van de auteursrechthebbende is zich aan het uitbreiden. Vermoedelijk kan hij straks optreden tegen individueel gebruik. Maar de Richtlijn gaat zelfs nog verder. Verwacht wordt dat rechthebbenden zich gaan bedienen van technologische systemen die het moeilijk of onmogelijk zullen maken om een auteursrechtinbreuk makende handeling te verrichten. Het maken van kopieën zal bijvoorbeeld technisch geblokkeerd worden. In de Auteursrechtrichtlijn worden zulke technologische voorzieningen die auteursrechtelijk beschermde werken beschermen op hun beurt ook weer beschermd. Inderdaad, misschien wat veel van het goede.

Het is voorzienbaar dat rechthebbenden de mogelijkheden van de techniek ten volle zullen benutten, en daarmee meer handelingen onmogelijk zullen maken dan zij op grond van het auteursrecht zouden kunnen verbieden. Ook in deze zin neemt de controle toe die zij over het gebruik van informatie kunnen uitoefenen. Weliswaar zal het in de Richtlijn zijn toegestaan om een technologische voorziening buitenwerking te stellen wanneer die een handeling tegengaat die niet op grond van het auteursrecht verboden kan worden, maar de meeste mensen zullen niet over de daartoe benodigde technische kennis beschikken. Voor hen is het van belang dat ze over de middelen beschikken – hacks en cracks – die hen in staat stellen om een technologisch beschermingssysteem te omzeilen. Vroege versies van de Richtlijn hielden hiermee geen rekening. Maar waarschijnlijk zal de uiteindelijke tekst een bepaling bevatten die de Europese landen verplicht om te verzekeren dat gebruikers een omzeilingmethode kunnen verkrijgen van rechthebbenden die technologische beschermingssystemen aanbrengen, althans in gevallen waarin de omzeiling een beperking van het auteursrecht dient. Bij de effectiviteit van deze regel kunnen veel vraagtekens gezet worden. Vermoedelijk zal de Nederlandse overheid een informatieaanbieder die zich in een niet door de Richtlijn gebonden land bevindt, niet kunnen verplichten om een omzeilingmethode beschikbaar te stellen. Voor anderen dan de rechthebbende zal het verboden zijn om dergelijke cracks te produceren en te verspreiden. Wie wil omzeilen om een handeling te verrichten die niet onder het auteursrecht valt zal dat daarom in veel gevallen niet kunnen doen.

Dichtgetimmerd

Het auteursrecht kan als een vorm van informatiebeleid worden gezien: enerzijds worden bepaalde rechten aan rechthebbenden toegekend om ervoor te zorgen dat zij de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken, dit zou hen aansporen om tijd en geld te investeren in nieuwe informatieproducten, en anderzijds worden die rechten weer beperkt, omdat een al te ruime controle over het gebruik van informatie onwenselijk is in een democratische maatschappij. Zo mag geciteerd worden zonder dat een rechthebbende daar wat tegen kan doen. Verder kan hij bijvoorbeeld niet altijd optreden als een werk wordt gebruikt ten behoeve van de nieuwsvoorziening. De nieuwe Auteursrechtrichtlijn geeft rechthebbenden ongekende mogelijkheden om informatiegebruik te controleren. Het informatiebeleid zoals dat is uitgedrukt in het auteursrecht zal daardoor worden ondermijnd. Auteursrechthebbenden kunnen individuele gebruikers aanpakken. En ze kunnen door het aanbrengen van technologische beschermingsmaatregelen zelfs informatiegebruik geheel onmogelijk maken waarvan men vindt – of vond – dat het niet onder de controle van een rechthebbende behoort te vallen.

Ook zorgwekkend is de vraag naar hoe deze rechten gehandhaafd moeten worden. Hoe zou een rechthebbende erachter moeten komen dat iemand zonder toestemming een kopie maakt in het werkgeheugen van zijn computer? Dat kan alleen door in de gaten te houden wie, waar, wanneer welk werk gebruikt. In een toekomst waarin iedereen constant online is, zal een dergelijke controle misschien mogelijk zijn. Technologische systemen zullen die faciliteren. In enorme databanken zullen de gegevens bewaard worden. Of een dergelijke praktijk wenselijk is in een democratische samenleving is zeer de vraag. Weliswaar bestaan er regels die het verzamelen en gebruiken van persoonlijke gegevens enigszins aan banden leggen (de Wet bescherming persoonsgegevens), maar de gemiddelde consument zal met een simpele muisklik afstand doen van de daarin toekende rechten.

 

Mr. K.J. Koelman (koelman@jur.uva.nl) is als projectonderzoeker verbonden aan het Instituut voor Informatierecht (IViR) van de Universiteit van Amsterdam (www.ivir.nl).


Geplaatst 06.06.2000