|
|
|
|
|
Curriculum Vitae
|
Sjoerd van Geffen studeerde
Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam, en is
gespecialiseerd in informatierecht (intellectuele eigendom,
media, telecommunicatie, informatica) en mededingingsrecht.
Hij was tevens werkzaam als onderzoeker bij de
SEO Economisch
Onderzoek. Daarnaast was hij ook webmaster van deze site.
Hij bereidt een proefschrift voor
over de regulering van communicatie-netwerken. Op dit moment
is Sjoerd werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken
als beleidsmedewerker.
|
Publicaties
|
De omvang van het algemene
recht op onderhandeling onder art. 6.1. Tw, Computerrecht,
2005-6, p. 305-312.
In Artikel 6.1 lid 1 van
de Telecommunicatiewet (Tw) wordt bepaald dat aanbieders van openbare elektronische
communicatienetwerken of –diensten die de toegang tot
eindgebruikers controleren verplicht zijn om te onderhandelen
over de totstandkoming van zogenaamde eind-tot-eind
verbindingen met iedere andere aanbieder die daar om vraagt.
Dit algemene onderhandelingsrecht kwam aan de orde in een
uitspraak van het CBB in de zaak T-Mobile & Yarosa / OPTA.
Het CBB legde de omvang hiervan zeer beperkt uit, althans in
vergelijking met de oorspronkelijke opvatting van de OPTA. Er
is echter op verschillende punten kritiek mogelijk op de wijze
waarop het CBB komt tot deze beperkte uitleg van het algemene
onderhandelingsrecht van art. 6.1 lid 1 Tw.
20.01.2006
|
| (met
P.B. Hugenholtz &
L.M.C.R. Guibault) ‘The
Future of Levies in a Digital Environment’, maart 2003.
24.03.2003
|
(met Michiel de Nooij &
Jules Theeuwes)
‘Marktwerking
& ICT - Is de Mededingingswet ICT-bestendig?’,
SEO-rapport nr. 624, Amsterdam:
Stichting
voor Economisch Onderzoek (SEO), 154 p., mei 2002, ISBN
90-6733-219-4, onderzoek in opdracht van Ministerie van
Economische Zaken.
(NB: er is ook een
groter bestand dat elektronische kruisverwijzingen e.d. bevat
beschikbaar; dit bestand is 2246kb groot)
Het onderwerp van dit
onderzoek is de vraag of het mededingingstoezicht op basis
van de Mededingingswet toereikend is om problemen met
marktwerking in de ICT-sector op te lossen. Hierbij ligt het
accent op twee hoofdthema’s die centraal staan bij veel
belangrijke kenmerken van de ICT-sector:
informatie-producten en netwerken. De Mw is volgens het
onderzoek in hoofdlijnen geschikt om problemen met
marktwerking in de ICT-sector aan te pakken. De
belangrijkste knelpunten zijn echter het ontbreken van een
algemene mogelijkheid om samenwerking (zoals interconnectie
en compatibiliteit) op te leggen in netwerk-sectoren, en het
beperkte instrumentarium dat kan worden ingezet om
sanctionerend op te treden, waarbij met name aan het treffen
van structurele maatregelen zoals opsplitsing behoefte kan
bestaan.
Dit onderzoek vormt een deel van een breder
onderzoekstraject in het kader van de evaluatie van de
Mededingingswet dat is verricht in opdracht van het
Ministerie van Economische Zaken (zie ook de
aanbiedingsbrief van A. Jorritsma-Lebbink aan de Tweede
Kamer (30 mei 2002), kenmerk ME/MW 02027286; en PM
Berenschot,
Syntheserapport evaluatie Mededingingswet,
Utrecht/Den Haag, mei 2002).
04.06.2002
|
(met Barbara Baarsma,
Michiel de Nooij & Jules Theeuwes)
‘Mededingingsproblemen
bij het ontwerpen van wetgeving. Onderzoek naar een
mededingingstoets voor wetgeving’, SEO-rapport nr.
620, Amsterdam:
Stichting
voor Economisch Onderzoek (SEO), 24 april 2002, 216 p.,
ISBN 90-6733-217-8, onderzoek in opdracht van het
Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van
het Ministerie van Justitie.
(NB: dit bestand is 3900kb groot; er is ook een
kleiner bestand zonder elektronische kruisverwijzingen e.d.
beschikbaar).
Het doel van dit onderzoek
is het inzicht te vergroten in de wijze waarop
mededingingsproblemen als gevolg van wetgeving kunnen
ontstaan. Op systematische wijze worden de potentiële
mededingingsproblemen in kaart gebracht. Het
onderzoeksrapport is geschreven om als basismateriaal te
dienen ter vervaardiging van een checklist van
gerechtvaardigde en niet-gerechtvaardigde
mededingingsbeperkingen, die bruikbaar is voor eenieder die
binnen ministeries te maken heeft met ontwerpwetgeving.
25.09.2002
|
‘Koppelverkoop
van informatieprodukten en netwerk-elementen’
(doctoraalscriptie), februari 2001 (ook beschikbaar in
Word-formaat).
De economie van
informatieprodukten en netwerken verschilt fundamenteel van
de gangbare theorie. Rechtsgebieden als het
mededingingsrecht zijn in grote mate gebaseerd op
economische theorie. De vraag is welke consequenties dit
heeft voor de economische regulering van de
informatie-maatschappij, waar de rechtsregels die gelden
voor koppeling en ontkoppeling van enorm belang zijn. Dit
onderzoek schetst de belangrijkste economische argumenten en
hun juridische implicaties voor wat betreft de regels
omtrent koppelverkoop, met als belangrijkste voorbeeld de
toepassing daarvan in de zaak United States v. Microsoft
– die weliswaar in de VS speelt, doch wereldwijd haar
invloed doet gelden. Daarna wordt de gelijkenis geschetst
met de economische regulering van de telecommunicatiesector
(het Open Network Provision-regime) en de verdere
uitbreiding van het toepassingsgebied daarvan. Hier wordt
bepleit dat virtuele netwerken onder dezelfde regels zouden
moeten vallen als fysieke netwerken, met als doel meer
rechtsgelijkheid, en dat het ONP-regime dan wellicht meer
rechtszekerheid en doelmatigheid kan bewerkstelligen dan het
algemene mededingingsrecht.
21.02.2001
|
|
Bijgewerkt
31.05.2006
|
|
|
|