|
|
|
|
|
Publicaties
|
(met A.W. Hins)
Kroniek van het Nederlandse mediarecht 2006-2011,
Auteurs & Media, 2011-3, p. 287-305.
Analyse van de
belangrijkste ontwikkelingen in Nederland voor in de
eerste plaats een Belgisch publiek.
Zie ook de eerdere
kronieken:
23.11.2011
|
Gijzeling
van een journalist die weigert zijn bron te noemen, NJCM-Bulletin
2008-1, p. 75-89.
Op 22 september 2000
besloot het Gerechtshof Amsterdam de journalist Koen
Voskuil, van het gratis verspreide dagblad Sp!ts, te
gijzelen omdat hij weigerde de bron te noemen van door
hem gepubliceerde informatie. Dat besluit vormde een
inbreuk op de in artikel 10 EVRM gegarandeerde
informatievrijheid, die naar het oordeel van het EHRM
niet werd gerechtvaardigd door de beperkingsclausules
van artikel 10, tweede lid, EVRM. De door het
gerechtshof aangevoerde reden, het waarborgen van een
eerlijk proces aan de verdachte Mink K en twee
medeverdachten, was niet relevant. De andere reden die
het gerechtshof noemde, de integriteit van de politie
(en dus het achterhalen van de identiteit van de
politiebeamte die de bron van de journalist was
geweest) was niet voldoende om het belang van de
bronbescherming opzij te zetten. Het EHRM is er
verbaasd over hoe ver men in Nederland bereid is te
gaan om de identiteit van een klokkenluider te
achterhalen en de mogelijkheden waarover de
autoriteiten daarvoor beschikken. Dat heeft niet
alleen een afschrikkend effect op de vrije
journalistiek, maar óók op iedereen die met
misstanden in zijn omgeving naar buiten wil komen door
die ter kennis van de media te brengen. Het EHRM
constateert tevens een schending van artikel 5 EVRM.
07.02.2008
|
De
scoop van Hendrik Arie Lunshof, journalist, Pro
Memorie, 2007-2, p. 329-347.
We zouden het
tegenwoordig een 'scoop' noemen. In de naoorlogse
periode van strijd tussen voor- en tegenstanders van
dekolonisatie publiceerde Elseviers Weekblad
van 11 januari 1947 grote stukken uit de geheime
notulen van de conferentie in Linggadjati. Die
onthulling zou de Nederlandse onderhandelaars, onder
wie Luitenant-Gouverneur-Generaal Huib van Mook en
oud-minister-president Willem Schermerhorn, als
verraders en verkwanselaars van de Kroon moeten
ontmaskeren. Hendrik Arie (Henk) Lunshof,
hoofdredacteur van het weekblad, had de notulen één
nacht mogen inzien en had ze als een gek zitten
overschrijven. Hij schreef daarmee persgeschiedenis,
want een dergelijke spectaculaire onthulling was nog
zelden vertoond. Lunshof schreef ook persgeschiedenis
doordat zijn weigering de naam te noemen van wie hij
de notulen toegespeeld had gekregen, leidde tot een
arrest van de Hoge Raad, waarin zijn beroep op een
journalistiek verschoningsrecht werd afgewezen. Dat
arrest was een halve eeuw bepalend voor de rechtspraak
in Nederland op dit punt. In deze bijdrage wordt dit
stukje persgeschiedenis én een stukje
persrechtsgeschiedenis wat nader onder de loep
genomen. Ik besluit met enkele lijnen naar het heden
en weer terug.
18.01.2008
|
| Misstanden
moeten aan het licht komen: een wet op het
verschoningsrecht van journalisten is niet nodig, Trouw,
28 november 2007, p. 8.
29.11.2007
|
Vrijheid van
nieuwsgaring, Den Haag: Boom Juridische uitgevers
2006 (ISBN 9054546727), 418 p.
De inhoudsopgave en inleiding zijn
hier
beschikbaar. Het boek is te bestellen op de website van Boom
Juridische uitgevers.
01.09.2006
|
| Annotatie
bij Hoge Raad 2
september 2005 (Ostade Blade / Staat), Mediaforum,
2005-10, p. 341-345.
24.01.2006
|
Het
portret van Mohammed B, NJB, 2005-18, p.
938-943.
De media moeten zich
bij de bepaling van hun beleid door journalistieke
overwegingen laten leiden en hoeven niet (altijd)
bevreesd te zijn gerechtelijke procedures te gaan
verliezen. Toegespitst op de zaak-Mohammed B. wordt
hier betoogd, dat de rechtspraak van zowel de Hoge
Raad als die van het EHRM voldoende aanknopingspunten
biedt voor het standpunt dat publicatie (in de context
van een zakelijke berichtgeving) van een portret van
een verdachte in een strafzaak die de samenleving zeer
ernstig heeft geschokt, niet onrechtmatig zal zijn
jegens de verdachte, sterker dat een verbod in strijd
zou zijn met de informatievrijheid die in artikel 10
EVRM is gegarandeerd. Dit geldt ook met betrekking tot
uitzending via televisie van de rechtszaak die straks
tegen Mohammed B. zal plaats hebben.
17.05.2005
|
| Annotatie
bij Caroline von Hannover vs. Duitsland, Mediaforum,
2004-7/8, nr. 27.
14.09.2004
|
| Inzoomen
op De Eikenhorst: Over maken en openbaar maken,
Den Haag: Boom Juridische uitgevers (2004).
22.06.2004
|
| Laat
de klok maar luiden. En andere korte stukken over
vrijheid van meningsuiting, Den Haag: Boom
Juridische uitgevers (2004).
22.06.2004
|
Vrijheid van
nieuwsgaring en toegang tot informatie, in A.W.
Hins & A.J.
Nieuwenhuis (red.), Van ontvanger naar zender,
Opstellen aangeboden aan prof.mr. J.M. de Meij,
Amsterdam: Otto Cramwinckel (2003), p. 341-356.
Geplaatst
08.01.2004
|
Het
Wassenaars fotografeerverbod, annotatie bij Vzr. Rb.
's-Gravenhage 6 augustus 2003, NJCM-bulletin,
2004-1.
Geplaatst
08.01.2004
|
(met Dirk Visser) Portretrecht
voor iedereen. Het boek is te bestellen bij www.metsenschilt.com.
Hoofdstuk
1 van het boek is beschikbaar.
Wanneer kunnen
bekende Nederlanders bezwaar maken tegen publicatie
van hun portret in krant, tijdschrift of op televisie?
En hoe zit het met 'gewone' Nederlanders? In een
tiental verhalen zetten Gerard Schuijt en Dirk Visser
op luchtige wijze uiteen wat het portretrecht inhoudt.
De verhalen in Potretrecht voor iedereen zijn
levensecht. Zij zijn allemaal ontleend aan bekende,
voor de rechter uitgevochten conflicten. Een
aansprekend en telkens weer actueel onderwerp wordt op
een heldere manier voor iedereen toegankelijk
gemaakt.
Geplaatst 01.04.2003
|
‘Het
censuurverbod in de Nederlandse grondwet en de
rechtspraak’, te verschijnen in: Censures/Censuur,
Larcier België, 16 mei 2003 (260 p.).
Artikel over censuur
t.b.v. bundel n.a.v. congres Censures/Censuur,
16 mei 2003, Universitaire Stichting Brussel
(inlichtingen: clotilde.legreve@larcier.be).
N.B. Na het ter
perse gaan van bovenstaand artikel, verscheen HR 2 mei
2003, http://www.rechtspraak.nl,
LJN-nr. AF3416 (óók in Mediaforum
2003-6, nr 30 met annotatie
van G.A.I. Schuijt.)
De Hoge Raad acht geen grond aan te nemen dat het
in artikel 7 Grondwet neergelegde verbod van censuur -
het voorafgaande toezicht op een voorgenomen uiting -
in de weg zou staan aan de bevoegdheid van de rechter
met het oog op een effectieve rechtsbescherming een
uiting die jegens een ander onrechtmatig is, te
verbieden. Wel moet deze beperking getoetst worden aan
artikel 10 lid 2 EVRM. De noodzakelijkheid van deze
beperking in een democratische samenleving kan worden
vastgesteld indien met voldoende mate van
nauwkeurigheid vaststaat wat de inhoud van het
desbetreffende programma-onderdeel is.
Geplaatst 25.07.2003
|
| ‘Van
Open Barend Biesheuvel tot Worldwide Wallage’, NJB
2002-2, p. 75-78.
Geplaatst 13.01.2002
|
| ‘Kroniek
van het Nederlandse mediarecht 1998-2001’, Auteurs
& Media 2001-3
Geplaatst 07.10.2001
|
Noot
bij
HR
9 januari 2001 (strafzaak uitlatingen Van Dijke), Mediaforum
2001, nr. 7.
Geplaatst 26.02.2001
|
'Le
droit d'auteur des journalistes', Les Cahiers des
Propriété Intellectuelle 2000-2, p. 495-505.
Geplaatst 14.02.2001
|
| Noot
bij de beschikkingen
van het Amsterdamse Hof in de gijzelingszaak van Koen
Voskuil, een journalist die zijn bron weigert te
noemen, Mediaforum 2000-11/12.
Geplaatst 30.10.2000
|
'Nogmaals
artikel 7 Auteurswet en de wetenschappelijke werknemers',
Informatierecht/AMI 1999-7, p. 101-109.
Dit artikel in het
augustus/septembernummer van Informatierecht/AMI
heeft nogal de aandacht getrokken. Schuijt rakelt een
oude discussie op, houdt een aantal in die discussie
gebruikte argumenten tegen het licht en schrijft hij
deze te licht bevonden te hebben. Anders dan door
velen tot nu toe is gesteld, berust volgens Schuijt
het auteursrecht op in het kader van hun dienstverband
gemaakte werken niet bij de medewerkers maar bij de
universiteiten. Toch hoeft dit volgens hem geen gevaar
op te leveren voor de academische vrijheid. Mede
vanwege omdat bij de overeengekomen cao voor de
universiteiten is afgesproken dat er over het
auteursrecht van de wetenschappelijke werknemers
afzonderlijk gesproken zal worden, heeft Schuijt
enkele uitgangspunten voor dat overleg neergezet.
Geplaatst 12.10.1999
|
De
annotatie
in Mediaforum 1999-1 bij het vonnis in kort
geding:
Huibregtsen
vs. De Volkskrant, met
commentaar
van prof. mr. E.J. Dommering.
Geplaatst 18.12.1998
|
'Kroniek
van het Nederlandse mediarecht 1995-1998',
verschenen in Auteurs & Media 1998-3, p.
213-223 (ook verkrijgbaar als
Word-document).
In deze kroniek
krijgen ontwikkelingen in het Nederlandse omroeprecht
ruime aandacht. Daarna komen kort aan de orde het
institutionele persrecht en juridische ontwikkelingen
met betrekking tot het internet. Vervolgens worden
ontwikkelingen in de rechtspraak op het gebied van de
ongeoorloofde publicaties beschreven. Tot slot een
zéér korte verwijzing naar het reclamerecht.
Geplaatst 17.04.2001
|
'Recht,
roddels en royalties na de dood van Diana en Dodi'
(schriftelijke bewerking van een voordracht) 1998.
De dood van prinses
Diana is, zoals het er thans naar uit ziet, ten
onrechte in de schoenen geschoven van de paparazzi.
Ten onrechte veroorzaakte haar dood dan ook de golf
van verontwaardiging over de pers en ten onrechte werd
er geroepen om strengere codes voor journalisten. In
deze schriftelijke bewerking van een voordracht
'Recht, roddels en royalties na de dood van Diana en
Dodi' gaat Schuijt in op het conflict tussen de
persvrijheid en de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer. De vrijheid van meningsuiting is niet
altijd een rechtvaardiging voor wat journalisten doen
en wat de media publiceren. Bekende persoonlijkheden
zullen zich echter niet kunnen onttrekken aan de
belangstelling van de media. Strengere codes zullen
geen soelaas bieden, stelt hij aan het slot.
Geplaatst 17.03.1998
|
'Reality
tv. Nieuwe kost voor de privacybescherming en het
portretrecht', (actuele bewerking), NJB
1996-6, p. 341-346.
Reality tv is een
nieuw soort van televisieprogramma's. Slachtoffers van
deze wijze van televisiemaken komen ongewild op de
buis en voelen zich aangetast in hun persoonlijke
levenssfeer. Andere slachtoffers geven toestemming tot
uitzending van de opnamen maar krijgen daar later
spijt van. Hoe reageert de rechtspraak op deze nieuwe
problemen van privacybescherming en portretrecht? Hoe
beoordeelt de rechter het werken met verborgen camera
en hoe overvaljournalistiek? De rechter moet varen
tussen de Scylla en de Charibdis van twee
grondrechten, de vrijheid van de media en het recht op
bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Geplaatst 18.03.1998
|
'De
rechter en de verborgen camera: recente en eerdere
rechtspraak', (actuele bewerking) Informatierecht/AMI
1996-5, p. 83-86.
Mogen journalisten
reportages maken met een verborgen camera en een
verborgen microfoon? De Raad voor de Journalistiek
oordeelde in 1996, dat dat slechts geoorloofd is in
uitzonderlijke omstandigheden. Naast de vraag of de
candid camera - en in het algemeen
undercoverjournalistiek - naar maatstaven van
journalistieke ethiek geoorloofd is, is er de vraag of
het recht zich erover uitspreekt. Schuijt analyseert
de - overigens beperkte - rechtspraak. Daaruit is een
algemene regel af te leiden.
Geplaatst 31.03.1998
|
'Hoge Raad
niet meer bang voor de uitingsvrijheid?', Informatierecht/AMI
1996-2, p. 23-30.
Een kroniek van de
rechtspraak van de Hoge Raad terzake van onrechtmatige
publicaties, afgezet tegen de jurisprudentie van het
EHRM over artikel 10 EVRM over de jaren 1990 tot 1995.
Voorafgegaan door een eerdere
kroniek over de jaren 1983 tot 1990 in Informatierecht/AMI
1990-5, p. 83-88.
Geplaatst 22.06.1998
|
'Journalistieke
ethiek en recht', (actuele bewerking) in:
M.L. Snijders & J. van Dijk (red.), Ethiek in de
journalistiek, Amsterdam: Cramwinckel 1995, p. 81-97.
De beoordeling van
publicaties en journalistieke gedragingen door de
rechter verschilt van de beoordeling door de Raad voor
de Journalistiek. De Raad voor de Journalistiek oordeelt
aan de hand van journalistiek-ethische normen. De
rechter hanteert een rechtsnorm en is daardoor gebonden
aan artikel 10 EVRM, dat de uitingsvrijheid garandeert.
Een en ander wordt aan de hand van een aantal uitspraken
aangetoond.
Geplaatst 13.03.1998
|
|
Bijgewerkt
03.07.2012
|
|
|
|