Noot bij Rb. Alkmaar 30 november 2000 (mod chip).
Verschijnt in Computerrecht 2001-3.

K.J. Koelman


De geest is uit de fles. Wellicht geïnspireerd door het gekrakeel rond de bescherming van technische voorzieningen in de aanhangige Auteursrechtrichtlijn, is artikel 32a Aw uit zijn sluimer ontwaakt. Steeds vaker komt deze strafbepaling ter sprake. Ze ziet op het opzettelijk verspreiden van kraakmiddelen waarmee de technische beveiliging van computerprogramma's buiten werking kan worden gesteld. In El Cheapo wijdde het Hof Den Haag er een enkele overweging aan, maar werd een beroep op de bepaling verworpen.[1]  In het hier besproken geval wordt zij wel van toepassing geacht. Het betreft een aanbieder van zogenaamde 'mod chips' waarmee de beveiliging van Sony Playstation spelletjes kan worden omzeild. Zo'n chip verandert (modifies) de werking van het spelletjesapparaat zodanig dat álle CD's kunnen worden geladen - ook thuisgebrande en geïmporteerde exemplaren.

Het werkt ongeveer zo: de afspeler wil bij het opstarten van een spel bepaalde informatie ingefluisterd krijgen. Doordat de afspeler de informatie zoekt op een plaats die reguliere CD-branders niet kunnen beschrijven, ontbreekt die informatie op thuisgemaakte kopieën. Het apparaat weigert daardoor om het spel te laden. Aldus wordt het thuiskopiëren van spelletjes ontmoedigd. Bovendien werkt de beveiliging indirect als een barrière tegen parallelimport. In Europa verkochte 'consoles', zoals de apparaten worden genoemd, willen bij het opstarten een code gevoed krijgen die alleen voorkomt op in Europa verkochte CD's. Op elders op de markt gebrachte spelletjes staat een andere regiocode waardoor zij niet op hier aangeschafte spelers kunnen worden gedraaid.[2]  Een mod chip blokkeert de informatiestroom afkomstig van de CD en verstuurt in plaats daarvan geldige opstartinformatie naar de afspeler, zodat gekopieerde en geïmporteerde CD's toch kunnen worden opgestart.

De rechter acht bewezen dat degene die dergelijke chips verkoopt alle bestanddelen van art. 32a Aw vervult. Mod chips verkopen mag dus niet in Nederland, zo lijkt uit deze uitspraak te volgen. Amerikaanse rechters hebben echter geoordeeld dat de verspreiding van technologie die softwarebeveiliging omzeilt niet onrechtmatig is, wanneer de technologie, naast inbreukmakende handelingen, óók handelingen mogelijk maakt die niet op grond van het auteursrecht kunnen worden verboden. Evenals in Nederland, is het maken van back-up kopieën in de Verenigde Staten uitdrukkelijk wettelijk toegestaan. Een techniek die in staat stelt om reservekopieën te maken kan daarom niet worden verboden, zelfs indien daarmee ook kan worden omzeild om verveelvoudigingen te maken die wel een inbreuk opleveren.[3] 

De hier besproken uitspraak laat niet zien of de verdachte een dergelijk verweer heeft gevoerd. Maar de mod chip kan worden gezien als een techniek die óók niet-inbreukmakend gebruik van de spelletjes mogelijk maakt. Niet alleen staat artikel 45k Aw met zoveel woorden toe om back-ups te maken en zou die bepaling betekenisloos zijn wanneer die kopieën niet kunnen worden gedraaid, ook het gebruik van parallelge‹mporteerde programma's levert geen inbreuk op (al kan de rechthebbende onder omstandigheden uiteraard wel optreden tegen de 'parallelimporteur'[4] ). De chip stelt de gebruiker dus in staat tot het verrichten van handelingen die het auteursrecht niet schenden. Als de chip niet mag worden verkocht, kan auteursrechtelijk niet-relevant gebruik niet plaatsvinden. Zou het daadwerkelijk de bedoeling zijn van de wetgever om handelingen waarvan men vindt dat die niet onder de exclusieve rechten van de rechthebbende dienen te vallen, wél technisch te laten controleren en die controle bovendien juridisch te bekrachtigen?

Pas onlangs is men gaan inzien dat de bescherming van technische beveiligingsmaatregelen op gespannen voet staat met de beperkingen van het auteursrecht. Artikel 6 van de aanhangige Auteursrechtrichtlijn wijdt aan dat probleem een apart vierde lid.[5]  Toen de Softwarerichtlijn werd opgesteld, en toen de wetgever die implementeerde in artikel 32a Aw, was men zich van deze frictie nog niet bewust. Het is daarom wellicht niet verwonderlijk dat de Nederlandse en Europese bepalingen weinig duidelijk zijn met betrekking tot de vraag hoe het verbod op omzeilingsmiddelen zich verhoudt tot de beperkingen van het (software-)auteursrecht.

Artikel 32a Aw stelt de verspreiding van middelen die 'uitsluitend bestemd zijn om zonder toestemming van de maker' een technische voorziening ter bescherming van een auteursrechtelijk beschermd computerprogramma te ontwijken strafbaar. Dit kan inhouden dat het niet uitmaakt of de beveiliging inbreuken tegengaat of niet. Welke handeling de technische beveiliging ook belemmert, als zij maar is aangebracht op auteursrechtelijk beschermde software en de omzeiling zonder toestemming van de rechthebbende geschiedt, is de distributie van omzeilingsmiddelen verboden die de betreffende hack mogelijk maken.

Artikel 7 van de Softwarerichtlijn biedt echter meer hoop voor de distributeur van de chips. De Richtlijn spreekt van kraakmiddelen die 'uitsluitend bestemd zijn om de ongeoorloofde verwijdering of ontwijking' van softwarebeveiliging te vergemakkelijken. Wanneer zou het omzeilen van een technische beschermingsmaatregel 'geoorloofd' zijn? Zou dat inderdaad alleen het geval zijn wanneer de rechthebbende daar toestemming voor heeft gegeven, zoals artikel 32a Aw suggereert? Of kan het buiten werking stellen van softwarebeveiliging ook zijn toegestaan op basis van de beperkingen van het recht, en vallen daarom omzeilingsmiddelen niet onder de bepaling die de toegestane omzeiling mogelijk maken?

De Auteursrechtrichtlijn geeft aanleiding voor een bevestigend antwoord op de laatste vraag.[6]  In overweging 50 daarvan wordt gemeld dat de bepaling van de Softwarerichtlijn moet worden gezien als een lex specialis ten opzichte van artikel 6 van Auteursrechtrichtlijn. De laatste bepaling geldt voor technische voorzieningen die op alle andere werktypen dan op computerprogramma's zijn aangebracht. Tevens blijkt uit de overweging dat kraakmiddelen niet onder de Softwarerichtlijn vallen die bepaalde door deze Richtlijn uitgezonderde handelingen mogelijk maken, te weten decompileren en reverse engineering.

Compileren van software - het omzetten van broncode in voor mensen onbegrijpelijke objectcode - kan worden gezien als een technische beveiliging gericht tegen het maken van inbreukmakende bewerkingen. Het is immers onmogelijk om een (zinvolle) bewerking van een programma te maken als men niet over de broncode beschikt. Decompilers - een soort vertaalmachines waarmee objectcode weer in broncode wordt omgezet - kunnen dus worden beschouwd als een kraakmiddel waarmee de beveiliging tegen bewerkingen wordt omzeild. De overweging bij de Auteursrechtrichtlijn laat zien dat de Europese regelgever een dergelijke kwalificatie vreest.

Doordat artikel 6 van de Softwarerichtlijn en artikel 45m Aw stellen dat decompilatie onder omstandigheden is toegestaan, is iedere decompiler per definitie inzetbaar voor zowel wettelijk toegestaan, als voor inbreukmakend gebruik van software. De overweging bij de Auteursrechtrichtlijn geeft aan dat decompilers niet verboden zijn. Dat kan impliceren dat de zinsnede 'uitsluitend bestemd om de ongeoorloofde verwijdering of ontwijking van softwarebeveiliging te vergemakkelijken' in de Softwarerichtlijn, betekent dat omzeilingsmiddelen alleen onder de bepaling vallen, indien zij uitsluitend bestemd zijn om inbreukmakende handelingen te faciliteren. Wanneer zij tevens op basis van het auteursrecht niet te verbieden gebruik van software mogelijk maken, vallen ze er niet onder.

Dat zou goed nieuws zijn voor de verdachte in deze zaak, ware het niet dat de overweging van de Auteursrechtrichtlijn slechts expliciet verwijst naar de beperkingen die decompilatie en reverse engineering billijken en niet naar die welke de back-up toestaat, ook al is die beperking blijkens artikel 9 van de Softwarerichtlijn eveneens van dwingend recht.[7]  De tekst van de Auteursrechtrichtlijn geeft echter geen aanleiding om aan te nemen dat daaruit a contrario volgt dat de bovenvermelde redenering alleen opgaat voor de met name genoemde beperkingen. Veeleer wordt de indruk gewekt dat het slechts voorbeelden betreft en dat ook omzeilingsmiddelen niet onder de Softwarerichtlijn vallen die inzetbaar zijn voor ander dan het specifiek genoemde auteursrechtelijk niet-relevante gebruik. Zelfs als die omzeilingsmiddelen ook in staat stellen tot het verrichten van auteursrechtschendende handelingen. Indien deze interpretatie juist is, behoeft de mod chip op basis van de Softwarerichtlijn niet te worden aangepakt. Aangenomen dat het Nederlandse recht in het licht van die Richtlijn moet worden begrepen, zou het delict in het onderhavige geval niet bewezen geacht hoeven worden.

Overigens kan eenzelfde lijn van redeneren vermoedelijk niet worden opgezet waar het kraakmiddelen betreft die omzeiling vergemakkelijken van beveiligingssystemen die op andere werktypen dan computerprogramma's zijn aangebracht. Het moeilijk leesbare artikel 6 van de Auteursrechtrichtlijn verbiedt kennelijk de omzeiling van technische voorzieningen, ongeacht of die omzeiling dient om een auteursrechtelijk relevante handeling mogelijk te maken of niet. Daardoor zijn in beginsel ook omzeilingsmiddelen verboden die bijvoorbeeld het gebruik van een ge‹mporteerd exemplaar mogelijk maken, al kan de rechthebbende op basis van zijn exclusieve rechten niets doen tegen het gebruik van het exemplaar en kan hij zelfs tegen het importeren niets beginnen. Indien de Europese informatieproducenten straks hun e-books en muziekbestanden beveiligen op een manier vergelijkbaar met die van de spelletjesproducenten, hebben we de Europese binnengrenzen weer terug. Bijvoorbeeld een in Engeland (goedkoper) online aangeboden bestand kan dan wellicht niet worden geopend op een Nederlandse PC, browser of speler, waardoor de markten weer worden gescheiden. Ironisch genoeg kan een Europese richtlijn daaraan bijdragen.

 

[1]  Hof Den Haag, 21 december 2000, Mediaforum 2001-3, p. 87 (De Telegraaf/ NVM) m.nt. M.M.M. van Eechoud. Return to Text

[2]  Op min of meer dezelfde wijze wordt bewerkstelligd dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten aangeschafte DVD's niet werken op in Europa verkochte DVD-spelers (en omgekeerd). Return to Text

[3]  Vault Corp. v. Quaid Software, Inc., 665 F. Supp. 750 (E.D. La. 1987), aff'd, 847 F. 2d 255 (5th Cir. 1988). Ten tijde van deze uitspraak kende de Amerikaanse auteurswet nog geen equivalent van artikel 32a Aw. De beslissing werd genomen op basis van het Amerikaanse equivalent van onze onrechtmatige daad (contributory infringement). In 1998 zijn met de Digital Millennium Copyright Act echter de artikelen 1201-1203 in de auteurswet ingevoegd die uitdrukkelijk omzeilingsmiddelen verbieden. Hoe de situatie is onder de geamendeerde wet, blijft vooralsnog onduidelijk. Return to Text

[4]  Zie over parallelimport uitgebreid H. Cohen Jehoram, Parallelimport, recht en beleid, Deventer: Kluwer 1998. Return to Text

[5]  Zie hierover K.J. Koelman, 'Bescherming van technische voorzieningen', AMI 2001-1, p. 21 e.v. Return to Text

[6]  Hier is gebruik gemaakt van het Gemeenschappelijk Standpunt (EG) nr. 48/2000 door de Raad van 28 september 2000 vastgesteld met het oog op de aanneming van Richtlijn 2000/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, PbEG C 344/1 (1.12.2000) Return to Text

[7]  De beperking ten behoeve van de reservekopie is althans van dwingend recht volgens de Engelse tekst van de Softwarerichtlijn. Daar verwijst artikel 9 naar het tweede (back-up) en derde (decompilatie) lid van artikel 5. De Nederlandse versie van artikel 9 verwijst naar het derde lid van artikel 5 en naar een niet bestaand vijfde lid van dezelfde bepaling.


Geplaatst 05.03.2001