|
Gevoel
voor exclusiviteit sprak uit een eerdere beslissing
in kort geding van Pres. Rb. Den Haag 7 mei 1997, IER
1997, nr. 4, p. 137-140 (KLM-huisjes).
Goedewagen die die huisjes produceerde en na verbreking
van het contract soortgelijke huisjes gewoon op de markt
brengt, deed daarmee afbreuk aan het exclusieve en
prestigieuze karakter van de KLM-huisjes, omdat bij het
met die huisjes vertrouwde publiek, indien het de huisjes
van Goedewagen in gewone winkels ziet, de indruk kan
ontstaan dat de KLM-huisjes niet meer exclusief voor
uitverkoren KLM-passagiers verkrijgbaar zijn. Mede
bepalend voor de onrechtmatigheid in dat oordeel, was
echter Goedewagen's bekendheid met die exclusiviteit
vanwege zijn eerdere betrokkenheid bij de productie ervan.
Die factor is in dit geval weggevallen. In de eveneens in
dit nummer gepubliceerde uitspraak tussen Bols en Schiphol
wordt met die exclusiviteit korte metten gemaakt: wanneer
er geen sprake is van verwarring, is de zaak daarmee
afgelopen. Het verstoren van het exclusiviteitsconcept dat
KLM mét de huisjes had proberen op te bouwen, is op
zichzelf niet onrechtmatig. KLM moet dus wat anders
verzinnen, omdat inmiddels iedereen zo'n huisje op de
schoorsteen kan zetten, zonder in de Business Class van
KLM te hebben gevlogen. Het auteursrecht helpt daarbij
niet, omdat weliswaar auteursrecht bestaat op de
individuele KLM huisjes, maar er in de zaak
Goedewaagen/Bols door Bols niet is aangegeven op welke
huisjes precies inbreuk is gemaakt. In de zaak
Schiphol/Bols oordeelt het Hof primair dat de KLM huisjes
niet voldoende onderscheidend zijn, omdat er vóór de
transacties tussen Bols en KLM al tal van Delfts blauwe
aardewerken huisjes van hetzelfde formaat als de KLM
huisjes op de markt waren. In dat geval behoeft de rechter
ook niet meer te onderzoeken of er mogelijk verwarring kan
ontstaan.
Het
lijkt vreemd dat iets wat op zichzelf niet onderscheidend
is van de rest van de markt, toch auteursrechtelijk
beschermd kan zijn. Dat komt echter doordat er naar
verschillende factoren wordt gekeken en ook moet worden
gekeken, omdat Bols in deze te weinig heeft gesteld. In
Goedewagen/Bols overweegt het Hof dat de keuzes die door
de maker zijn gedaan met betrekking tot de mate van
gedetailleerdheid, de dimensies en de vlakverdeling van de
KLM huisjes voldoende relevant zijn voor
auteursrechtelijke bescherming, ook al zou de markt
vergeven zijn van dit soort huisjes. Dat laatste kan
hooguit leiden tot een beperkte beschermingsomvang, maar
is geen reden om geen auteursrecht aan te nemen. In
Schiphol/Bols kijkt het Hof echter, voor wat betreft de
vraag naar de onderscheidende kracht van de KLM huisjes,
naar andere factoren, te weten het formaat, de materiaal
keuze en de Delfts blauwe uitvoering. Huisjes van dat
formaat, dat materiaal en die uitvoering zijn alom
verkrijgbaar en de KLM huisjes onderscheiden zich dus niet
van die andere huisjes en zijn dus niet beschermd tegen
nabootsing op die punten. Wat betreft de mate van
detaillering, heeft Bols echter te weinig gesteld en staat
wel vast dat er juist op dat punt (schoorsteen,
kleurstelling, aanwezigheid van uitstekende trappen)
verschillen zijn tussen de huisjes van Schiphol en die van
KLM.
Interessant
zijn de andere pogingen van Bols c.s. om voornoemde
exclusiviteit te beschermen en die alle te maken hebben
met de stelling dat het eigenlijk niet zou moeten gaan om
nabootsing of verveelvoudiging van individuele huisjes,
maar om verstoring, - of misschien beter gezegd: om
verwatering - van het concept van KLM.
Achtereenvolgens wordt aangevoerd dat het bij de huisjes
om een serie zou gaan (Schiphol/Bols), dan wel om een
verzamelwerk in de zin van artikel 5 of om het gegeven dat
alle huisjes tezamen eigenlijk één werk vormen
(Goedewaagen/Bols). Het IE-recht heeft moeite met dat
soort argumenten. In de zaak Unilever/Albert Heijn –
eveneens in dit nummer gepubliceerd – voert Unilever aan
dat, afgezien van merkinbreuk in individuele gevallen,
Albert Heijn op onrechtmatige wijze aanhaakt bij de
bekendheid en de goede reputatie van de merken en de
producten van Unilever. De rechter oordeelt daarop primair
dat voor die onrechtmatigheid toch tenminste sprake moet
zijn van verwarring en dat zulks niet voor alle producten
in het algemeen kan worden bezien, maar per product moet
worden beoordeeld. In Goedewaagen/Bols blijft de rechter
ook bij de stelling dat het auteursrecht alleen bepaalde
werken beschermt: bescherming van de collectie als één
werk zou in feite ontoelaatbare stijlbescherming opleveren
en voor erkenning van het geheel van de huisjes als een
verzamelwerk is te weinig creatieve arbeid verricht.
|