|
Herstelvordering bij verminking: die normative Kraft des
Faktischen?
Inleiding
In deze zaak gaat het, wat
het auteursrecht betreft, om een vordering tot herstel op
grond van artikel 25 lid 1 sub d Aw van door WBA, de
verzelfstandigde opvolger van het Gemeentelijk Woningbedrijf
Amsterdam, verminkte detailleringen en kleurstellingen aan het
gebouw Gran Vista aan de Jodenbreestraat te Amsterdam, in het
begin van de jaren tachtig ontworpen door architect Dik
Tuijnman. De aantasting leidde tot een onsamenhangend en
rommelig beeld van de entree en van de binnenhof van het
gebouw.
Herstelvorderingen, c.q.
vorderingen tot een verbod van latere aanpassingen of
gedeeltelijke sloop bij gebouwen kennen een sterk wisselende
afloop. Zie voor een negatieve afloop Krabbendijke, Dakkapel,
De Meerpaal, Röling/Haarlem en voor een positieve afloop
Bonnema/Tietjerkstradeel, Gebouw van IJzer, Verbouwing
computercentrum, Vegter/Friesland Bank en Politiebureau
Maastricht, alle met vindplaats vermeld bij
Spoor/Verkade/Visser, Auteursrecht, p. 382-384. Voorts is
Caris/Eon nog van belang. Is er een lijn te vinden?
Caris/Eon: een uitschieter?
In de recente zaak Caris/Eon
(Pres. Rb. Den Haag 15 september 2004, IER 2005, nr. 1, p.
10-13 met nt. Kabel) overweegt de rechter dat herstel van een
beschadigd kunstwerk geen optie is, omdat de eigenaar van het
werk immers ook het kunstwerk mag slopen – en waarom zou een
vordering tot herstel dan moeten worden toegewezen? Dat
oordeel lijkt dus openbare verminking van een werk in stand te
houden omdat het werk ook in zijn geheel uit het zicht kan
verdwijnen. Die keiharde logica is gebaseerd op een m.i.
onjuiste uitleg door de rechter van het arrest van de Hoge
Raad in de zaak Jelles/Zwolle van 6 februari 2004,
AMI/Informatierecht 2004, nr. 4, p. 140-152 met nt. Seignette;
IER 2004, nr. 2, p. 102-119 met nt. Grosheide. In Caris/Eon
leidt de rechtbank uit Jelles/Zwolle af, dat voor een
herstelvordering dezelfde criteria gelden als voor een
anti-sloopvordering. Dat moet dan tenminste betekenen dat het
afwijzen van een vord e ring tot herstel in geval van
verminking in ieder geval scherp te worden getoetst aan de
voorwaarden voor vernietiging. Het gaat dan vooral om de
gegronde reden voor afbraak. Men kan de uitspraak echter ook
anders lezen: slopen mag omdat zich geen reputatieschade kan
voordoen indien aan de genoemde voorwaarden is voldaan, maar
dat daarmee ook verminken en niet herstellen (maar wel in de
openbaarheid houden) zou mogen, volgt daaruit nu juist niet.
Die laatste opvatting lijkt me de juiste, omdat na de
onzekerheid die bestond getuige de bovengenoemde rechtspraak,
het niet erg voor de hand ligt om de uitspraak van de Hoge
Raad extensief te interpreteren. Dat betekent dus dat de
rechtspraak op verminking gewoon in stand blijft.
Afwijzing: reeds gerealiseerde verbouwing
In Krabbendijke ging het niet
om een aantasting, maar om een wijziging en werd geoordeeld
dat het totale karakter van de school na de (reeds
gerealiseerde) uitbreiding niet was gewijzigd en dat deze
school nog in gelijke mate als voorheen de indruk wekte de
schepping te zijn van de oorspronkelijke architect. In
Dakkapel mankeerde het eveneens aan aantasting en werd de
reeds aangebrachte wijziging te gering bevonden, in De
Meerpaal liep de architect in de val van zijn eigen
multifunctionaliteit die het verbouwingsontwerp min of meer
vanzelfsprekend maakte, in Röling/Haarlem werd het werk niet
als zo'n belangrijk voorbeeld van het oeuvre van de architect
beschouwd dat zijn reputatie zou zijn geschaad door de reeds
aangevangen verbouwing. In het hier besproken geval wordt als
omstandigheid bij het afwijzen van de herstelvordering
meegewogen het feit dat de maker anderhalf jaar lang heeft
gewacht met het instellen van een vordering, nadat hem te
verstaan was gegeven dat de Stichting WBA niet eindeloos kon
wachten (en de wijzigingen aan het gebouw inderdaad al had
gerealiseerd). Op de Meerpaal na, betreft het allemaal
gevallen waarin de litigieuze verbouwing reeds is
gerealiseerd. Bij de Meerpaal is de voorgenomen verbouwing als
het ware impliciet reeds gerealiseerd in het ontwerp van de
architect zelf.
Toewijzing: voorgenomen verbouwing
Bonnema/Tietjerkstradeel
betrof een voorgenomen aantasting die inbreuk maakte op het
gehele concept van het gebouw en datzelfde was het geval bij
de voorgenomen verbouwing van het Gebouw van IJzer, bij de
voorgenomen renovatie in Verbouwing computercentrum en bij
Politiebureau Maastricht. In die laatste zaak was de
kleurstelling van de gevelwand van het gebouw reeds volgens de
wens van de architect hersteld, toen het Hof de zaak
behandelde. Vegter/Friesland Bank, waarin het ontwerp door de
rechter werd gekwalificeerd als een ontmanteling van het
oorspronkelijke gebouw, dwong de Bank tot heropening van het
overleg tussen haar, haar verbouwingsarchitect en de
oorspronkelijke architect Vegter. In al die gevallen ging het
dus om voorgenomen aanpassingen.
Verhouding met welstandswetgeving
Een bijzondere omstandigheid
in dit soort gevallen is nog de verhouding tussen het
publiekrechtelijk (welstands)toezicht en het auteursrechtelijk
(subjectief) droit au respect. Een interessante uitspraak over
de verhouding publiek toezicht en het auteursrechtelijk
verzetsrecht laat zien dat een architect die geen gebruik
heeft gemaakt van de bestuursrechtelijke weg om bezwaar te
maken tegen verbouwing van zijn werk, achteraf geen beroep kan
doen op zijn auteursre
|