HOF
VAN JUSTITIE EG
6
november 2003
C-243/0150
(Piergiorgio Gambelli
e.a/Italië)
Het verbod onder bedreiging
met strafsancties van weddenschappen op sportevenementen, verzameld in een
lidstaat en via internet verzonden naar een andere lidstaat en een wettelijke regeling van een lidstaat
waarbij het recht om weddenschappen
in te zamelen aan bepaalde organen is voorbehouden, zijn in strijd met het recht
van vestiging en het vrij verrichten van diensten.
Noot
1.
Dit arrest geeft het
juridische kader aan voor de concessieverlening door een lidstaat aan
buitenlandse organisatoren van kansspelen uit andere lidstaten. Zie voor
bespreking van de conclusie van de AG bij dit arrest, mede in het licht van de
Nederlandse situatie, mijn annotatie bij de Ladbrokes-zaak (Vzr.) in IER
2003-3, p. 184-188. Zie voor het hoger beroep (bekrachtiging van de uitspraak in
eerste instantie) in die zaak: IER 2003-6, p. 381-384.
2.
Belangrijk punt voor
de Nederlandse situatie is dat het Hof een verbod voor organisatoren uit andere
lidstaten met een gereglementeerde markt om op een andere nationale markt een
concessie te verkrijgen, in strijd acht met de vrijheid van vestiging en van
dienstverlening. De nationale rechter dient te onderzoeken of de nationale
gegadigden in de praktijk gemakkelijker kunnen voldoen aan de voorwaarden om mee
te dingen aan de exploitatie van weddenschappen op sportevenementen dan
buitenlandse gegadigden. Als dat zo is, is er sprake van discriminatie (r.o.
71). Voorts kunnen die voorwaarden niet worden gerechtvaardigd door het op zich
zelf legitieme doel van fraudebestrijding, nu er andere en lichtere middelen
zijn dan een verbod om fraude te beteugelen (r.o. 74). Nu in ons land bevordering van
deelneming aan buitenlandse loterijen zonder meer is verboden op grond van
artikel 1 van de Wet op de Kansspelen, is dus sprake van strijd met de artikelen
45 en 49 EG.
3.
Het Hof kwalificeert
de activiteiten van Stanley als een dienstverrichting in de zin van artikel 50
EG. De strafbaarstelling van particulieren en tussen-personen in Italië is
derhalve een beperking. Van de aangevoerde rechtvaardigingsgronden voor die
beperkingen deugen er tenminste twee in het geheel niet, te weten afname of
vermindering van belastinginkomsten en van financiering van sociale
activiteiten. De deugdelijkheid van de overige rechtvaardiginggronden
(bescherming van consumenten, fraudebestrijding en het voorkomen dat burgers tot
geldverkwisting door gokken worden aangespoord), moet door de nationale rechter
worden onderzocht. Deze moet bij dat onderzoek rekeningen houden met drie
factoren: de geschiktheid van de beperking, gelet op de aangevoerde
rechtvaardigingsgrond, de non-discriminatoire toepassing ervan en de
proportionaliteit van de beperking.
4.
Geschiktheid houdt
in dat de lidstaat de consument niet aanspoort om deel te nemen aan kansspelen
door op nationaal vlak een beleid van sterke uitbreiding van kansspelen en
weddenschappen te voeren. Wat non-discriminatie inhoudt is hierboven al
besproken. Strafbaarstelling van particulieren kan, gelet op een overheidsbeleid
als hiervoor aangeduid, een onevenredige sanctie opleveren. Strafbaarstelling
van tussenpersonen eveneens, gelet op de reglementering van Stanley’s
activiteiten in Engeland, de legitieme oprichting in Italië van de
tussenpersonen als bijkantoor of filiaal en het gegeven dat voor de
wetswijziging die strafsancties invoerde de juridische situatie dusdanig was dat
tussenpersonen erop mochten vertrouwen dat zij in deze als tussenpersoon mochten
optreden.
5.
Nederland dient dus
allereerst een eind te maken aan de wettelijke blokkering van
kansspel-organisaties uit een andere lidstaat. Dat hoeft niet te betekenen dat
webgambling moet worden toegelaten, nu een verbod van die activiteit
vooralsnog ook voor Nederlandse concessionarissen geldt. Wanneer dat niet meer
zo is, zal de zaak moeilijker liggen.
JK