| Tijdens mijn studie, waaraan
ik een groot deel van de jaren zeventig heb verknoeid, was het
auteursrecht een onbeduidende, enigszins stoffige uithoek van
het privaatrecht. Het handboek waaruit ik deze stof moest
leren, heette ‘Kort commentaar op de Auteurswet 1912’ (van de
legendarische Gerbrandy), en daarmee was niets teveel gezegd.
Het boek was kort en krachtig, en de Auteurswet was –
inderdaad – uit 1912. En als mij iemand vroeg waarin ik
afstudeerde, zei ik meestal ‘ondernemingsrecht’, want
auteursrecht … daar kon een mens toch niet van leven (ik kom
uit Groningen).
Twintig jaar later blijkt er
veel veranderd. Auteursrecht is aan de universiteit (inmiddels
Amsterdam) een van de populairste keuzevakken. Het boek van
Gerbrandy is drie keer zo dik geworden. Ik leef al jaren goed
van het auteursrecht. Alleen de wet is nog steeds van 1912.
Het nieuwe, sexy image van
het auteursrecht is ook in de krantenkolommen zichtbaar. Als
ik in mijn studententijd een berichtje tegenkwam waarin het
woord ‘auteursrecht’ voorkwam, knipte ik het uit. Dat gebeurde
ongeveer drie keer per het jaar (en steeds ging het om de
bescherming van de omroepbladen, een evergreen).
Tegenwoordig staan de kranten bol van het auteursrecht; er
gaat geen dag voorbij zonder de laatste berichten van het
copyrightfront.
De hype rond het auteursrecht
heeft natuurlijk veel te maken met het Internet. Het net roept
nieuwe vragen op waar de wet (die uit 1912) niet altijd
duidelijke antwoorden op geeft. Volgens sommigen komt het
tussen het auteursrecht en het Internet zelfs nooit meer goed.
‘Everything
you always knew about intellectual property is wrong’,
schreef Internet-goeroe
John
Perry Barlow al in 1996. En volgens mijn IViR-collega
Dommering
stroomt het auteursrecht weg door het ‘elektronische
vergiet’.
De afgelopen maand (augustus)
haalde het auteursrecht tweemaal de Nederlandse voorpagina’s:
eerst de
Napster-zaak, daarna de kwestie
Kranten.com.
Napster werd door de Californische rechtbank verboden,
Kranten.com door de Nederlandse rechter gered. Was al die
aandacht in de media, zelfs met aftrek van komkommertijd,
terecht?
Het antwoord van de jurist
zal niet verbazen: ja en neen. Neen, omdat het in beide
gevallen ging om ‘lagere rechtspraak’, uitspraken in eerste
instantie (en in kort geding) gewezen. Voor de
rechtswetenschap en -praktijk heeft dergelijk rechtspraak niet
al te veel betekenis. De gezaghebbende Nederlandse
Jurisprudentie publiceert meestal alleen arresten van de
Hoge Raad – en zeker geen zaak uit Californië.
Ja, omdat het in beide
gevallen ging om een conflict tussen auteursrecht en
informatievrijheid – de spanning tussen ‘eigendom’ van
informatie en free flow of information. Dat is een
onderwerp waarvoor iedere journalist zich zou moeten
interesseren. Minstens zo boeiend is de clash of cultures
op het Internet waarvoor beide zaken symptomatisch zijn. De
normen van het Internet zijn geboren in de jaren zeventig,
toen mijn en dijn verouderde begrippen leken en het
grootkapitaal ons aller grootste vijand was. Met deze
anarchistische ideologie staat het auteursrecht, het
‘eigendomsrecht’ van de informatiemaatschappij, op zeer
gespannen voet. ‘Information
wants to be free’, aldus sprak
John
Perry Barlow, en de ‘netizens’ gedroegen zich er naar.
Volgens Internetpublicist
Francisco van
Jole, die ooit tot de Barlow-gemeente behoorde, is deze
‘free for all’ mentaliteit inmiddels te ver doorgeslagen. In
een spraakmakend stukje in De Volkskrant (21 juli 2000)
spreekt hij van ‘diefstal’ en ‘moreel verval’. Jatten en
graaien zijn op het Internet mos geworden; hoog tijd om het
digitale canaille nieuwe mores te leren.
Heeft Van Jole gelijk? Laten
we beide zaken (Napster
en Kranten.com)
eens naar Nederlands recht onder de loep nemen.
Napster is, evenals Aimster,
Gnutella en Freenet, een ‘peer-to-peer’ communicatiemiddel.
Het stelt gebruikers in staat op grote schaal onderling
MP3-bestanden uit te wisselen. Wie zich bij Napster aanmeldt,
moet aangeven welke delen van zijn harde schijf voor andere
leden van de ‘Napster Music Community’ toegankelijk zullen
zijn. Nadat hij de Napster-browser heeft opgestart, worden
deze directories automatisch doorzocht op beschikbare
muziekbestanden. Deze informatie wordt vervolgens toegevoegd
aan een database waarin de bestandsgegevens van alle
Napster-gebruikers die op dat moment online zijn, verzameld
zijn. De database is op artiest of op titel te doorzoeken.
‘Currently 753.287 files (3,268 gigabyte) available in 4623
libraries’, meldt Napster uitnodigend. Dat is een
indrukwekkende muziekbibliotheek; het valt niet mee een titel
te bedenken die niet onmiddellijk beschikbaar is.
‘Napsteren’ is dus een
kwestie van sharing, van nemen en geven. Mag dat zonder
toestemming van de rechthebbende artiesten en
platenmaatschappijen? Laten we de aandacht eerst richten op de
gebruiker. Om te beginnen het ‘nemen’. Downloaden is
reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel
eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik?
Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende
CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden
ook kunnen.
Maar dan het ‘geven’. Wie
napstert, stelt de inhoud van zijn harde schijf, die zich
gaandeweg met steeds meer MP3-bestanden heeft gevuld, ter
beschikking aan al zijn medegebruikers – inmiddels vele
miljoenen in getal. Een duidelijk geval van openbaarmaking, zo
lijkt me – en daarvoor laat de wet géén ruimte. Conclusie: wie
napstert, is een inbreukmaker. Van Jole heeft gelijk.
Maar hoe zit het nu met
Napster Inc., de exploitant van de
Napster-dienst en leverancier van de (gratis) browser?
Napster reproduceert zelf geen MP3-bestanden; de muziek die
door de gebruikers wordt uitgewisseld wordt niet op een
centrale server vastgehouden. Maakt Napster wellicht openbaar?
Is het publiek maken van een database die verwijst naar elders
opgeslagen, openbaar toegankelijke werken, een daad van
openbaarmaking? Dezelfde vraag staat centraal in de discussie
over het hyperlinken. En daarmee zijn we aangeland bij
Kranten.com.
Kranten.com
is een web site met hyperlinks naar de Nederlandse dagbladen.
De site snelt met regelmaat – naar ik vermoed: volautomatisch
- de koppen van de online edities van de kranten, voegt er
URL’s aan toe, en klaar is Kranten.com. Weer een geval van
digitale diefstal? PCM meende van wel, en sleepte Kranten.com
voor de rechter. Tegenover de Rotterdamse president (mr.
Mendlik) beriep PCM zich op een keur van juridische
argumenten. Voornaamste klacht: ‘deep linken’ (het aanbrengen
van hyperlinks naar achterliggende webpagina’s) is zonder
toestemming niet toegestaan. Maar de
rechter
stuurde PCM met lege handen naar huis: Kranten.com handelt
niet onzorgvuldig, bovendien was niet gebleken dat PCM schade
lijdt.
Volgens Francisco van Jole
heeft Kranten.com hiermee ‘een vrijbrief voor onbeschoftheid’
gekregen (De
Volkskrant, 25 augustus 2000). Nog meer ‘moreel verval’
dus? Jazeker, maar nu is het Van Jole die doorslaat. Zoals
pasbekeerde christenen zich in hun geloofsbelijdenis plegen te
overschreeuwen, zo predikt Van Jole de gospel van de
intellectuele eigendom: te luid en niet altijd in de maat. Het
aanbrengen van hyperlinks, ook naar achterliggende
webpagina’s, is op het Internet een volkomen geaccepteerde
praktijk. Sterker, het world wide web bestaat bij de gratie
van de hyperlink; de voertaal van het web is hypertext mark-up
language (HTML). Wie de hyperlink tot een verboden handeling
verklaart, maakt de gemeenschap van het web monddood.
Ook uit auteursrechtelijk
oogpunt is er met de hyperlink niets mis. De link is een
verwijzing naar een bron, zoals een voetnoot of een
bibliografie, geen verveelvoudiging of openbaarmaking in
auteursrechtelijke zin. Zelfs tegen het stelselmatig ‘linken’
naar andermans pagina’s valt weinig in te brengen;
zoekmachines, elektronische nieuwsbrieven en bronnenwijzers
doen niet anders, en niemand die daar aanstoot aan neemt.
Bovendien: als knipselkranten en persoverzichten
auteursrechtelijk in orde zijn (en dat zijn ze), dan valt
moeilijk in te zien waarom Kranten.com inbreuk pleegt.
Gaat Napster dus ook vrijuit?
Dat valt nog maar te bezien. In de befaamde
Scientology-zaak die in 1999 voor de Haagse rechtbank
diende, besliste de rechter (onder
veel meer) dat de provider die links naar inbreukmakende
web sites verzorgt, onrechtmatig handelt, zodra hij op de
inbreuk is gewezen. Passen wij de Scientology-regel toe op de
Napster-casus, dan ligt de conclusie voor de hand. Na
kennisgeving van inbreuk - zou dat met zoveel miljoenen
inbreukmakers nog nodig zijn? - is Napster aansprakelijk,
tenzij de toegang tot de inbreukmakende MP 3-bestanden (lees:
alle muziek) onmiddellijk wordt afgesloten. Voor
Napster ziet het er, in elk geval naar Nederlands recht, dus
somber uit.
De moraal van dit verhaal
begint zich af te tekenen. Ten eerste: Internetpiraterij is
met het bestaande recht goed aan te pakken; het auteursrecht
gaat langer mee dan Barlow denkt. Ten tweede: het Internet is
geen amorele virtuele vrijplaats waar alles kan en mag, maar
ook geen gesloten inrichting waar de rechthebbenden de lakens
uitdelen. Het is de kunst tussen informatie-eigendom en
informatievrijheid het juiste evenwicht te vinden. Ik ben er
al twintig jaar naar op zoek.
Bernt
Hugenholtz is hoogleraar auteursrecht aan het Instituut
voor Informatierecht (IViR) van de Universiteit van Amsterdam |