(Noot voor de lezer:
Zie ook
Hoge Raad 19 december 2003 (Buma-Stemra / KaZaA),
LJN-nummer: AN7253, Zaaknr: C02/186HR).
“KaAaA is legaal!”, jubelt
sinds vrijdagochtend
www.solv.nl, de site van het advocatenkantoor dat KaZaA in
haar zaak tegen Buma heeft bijgestaan. In NRC Handelsblad van
19 december noemt advocaat Mr. Chr. Alberdingk Thijm het
arrest van de Hoge Raad “misschien wel de belangrijkste
uitspraak op het gebied van internetrecht”. Ik gun Christiaan
graag zijn overwinning (van harte gefeliciteerd!), maar de
werkelijkheid is minder verpletterend. De Hoge Raad heeft
helemaal niets beslist; BUMA is uitgegleden over een
juridische bananenschil.
Het cassatieberoep van BUMA
richtte zich tegen een arrest van het Amsterdamse gerechtshof
van 28 maart 2002. BUMA had in kort geding gevorderd dat de
software van KaZaA, die peer-to-peer (P2P) uitwisseling
van muziekbestanden mogelijk maakt, zo zou worden aangepast
dat auteursrechtinbreuk door KaZaA-gebruikers zou worden
voorkomen. Maar volgens het hof was zo’n aanpassing praktisch
niet mogelijk; de eis van BUMA werd daarom afgewezen.
Hiertegen richtte zich de
voornaamste cassatieklacht van BUMA. Het hof had haar
vordering verkeerd begrepen. Als aanpassing van de software
niet mogelijk zou zijn, zou verspreiding van het
KaZaA-programma eenvoudig verboden moeten worden, zo betoogde
BUMA. Tevergeefs; volgens de Hoge Raad had het gerechtshof de
vordering BUMA niet zo ruim hoeven uit te leggen. Als BUMA aan
KaZaA een verbod had willen opleggen, had zij daarom maar
moeten vragen.
Meer dan dat heeft de Hoge
Raad vrijdagochtend niet beslist. Over de belangrijke
juridische kwestie of de verspreiding van KaZaA-software
onrechtmatig is, zwijgt de Hoge Raad. “Misschien wel de minst
belangrijke uitspraak op het gebied van het auteursrecht”, zou
ik zeggen; maar daarmee haal je natuurlijk niet de krant.
Blijft over de vraag hoe het
nu verder moet met KaZaA. Doordat de Hoge Raad het beroep van
BUMA heeft afgewezen, is het arrest van het hof overeind
gebleven. In een zogeheten ‘overweging ten overvloede’ heeft
het hof destijds geoordeeld dat de verspreiding van
KaZaA-programmatuur niet onrechtmatig is, omdat de software
niet “uitsluitend” voor inbreukmakende doeleinden wordt
gebruikt. Dat klopt. Via KaZaA worden ook wel eens moppen,
vakantiekiekjes, zelf geproduceerde muziekopnames, oude foto’s
en andere ‘auteursrechtvrije’ zaken verspreid.
P2P-programmatuur heeft daarnaast allerlei volstrekt legale
toepassingen, zoals file sharing van documenten in een
bedrijfsnetwerk.
Maar de werkelijkheid is
natuurlijk anders: KaZaA leeft van de grootschalige
auteursrechtinbreuk. Op een willekeurige doordeweekse dag zijn
meer dan drie miljoen KaZaA-gebruikers online. Het zou me
verbazen als daarvan meer dan een dozijn géén inbreuk pleegt.
Twintig jaar geleden moest
het Amerikaanse hooggerechtshof zich uitspreken over de vraag
of het op de markt brengen van videorecorders – destijds een
nieuw en voor rechthebbenden griezelig verschijnsel – jegens
de filmindustrie onrechtmatig was. De recorders werden immers
vooral gebruikt voor het ‘home tapen’ van speelfilms die op de
televisie werden uitgezonden. Na een spannend juridisch
gevecht besliste het Supreme Court dat de recorders legaal
verkocht mocht worden. Gebleken was dat de omroepen tegen
‘time shifting’, het opnemen van programma’s om ze op een
later tijdstip af te spelen, geen bezwaar hadden. Daarmee
stond vast dat videorecorders “in aanmerkelijk mate voor
niet-inbreukmakende doeleinden” gebruikt werden. Dit criterium
van substantial non-infringing use is sedertdien in de
V.S. de maatstaf waaraan leveranciers van reproductiemiddelen
worden getoetst.
Het is jammer dat de Hoge
Raad door het knullige procederen van BUMA niet aan deze toets
is toegekomen. Zo blijft de vraag open of KaZaA bij het
Amsterdamse hof niet iets te gemakkelijk is weggekomen. Het
wachten is nu op de bodemprocedure die BUMA ongetwijfeld nog
zal aanspannen. Over een jaar of drie weten we pas echt of
KaZaA in Nederland legaal is. |