Noot bij Hof Leeuwarden 27 november 2002 (Wegener e.a./Hunter Select)
Verschenen in AMI 2003-2, p. 59-63

P.B. Hugenholtz


Overname van personeelsadvertenties uit kranten in online vacaturebank. Is de vacaturerubriek een 'databank' in de zin van de Databankenwet? Het Hof oordeelt in afwijking van de rechter in eerste aanleg van wel. De wettelijke definitie impliceert geen eis van 'snel en efficiënt kunnen raadplegen van de opgeslagen informatie'. Overname van de zakelijke inhoud van de advertenties is 'hergebruiken' van een 'substantieel deel' van een databank.
[art. 1.1 sub a en 2.1 Dw]

Voor de feiten in deze geruchtmakende zaak zij verwezen naar het vonnis van de Voorzieningenrechter te Groningen, met voortreffelijk noot van Koelman gepubliceerd in AMI 2002/5, p. 196-198. Ik citeer uit het vonnis (ro.1.c en d):
'Gedaagde is exploitant van de website http://www.nationalevacaturebank.nl. Gedaagde biedt op haar website een groot aantal vacaturemeldingen aan, waarvan een deel afkomstig is uit de dagbladen – met name de zaterdageditie - van eiseressen 1 t/m 6. Gedaagde neemt uit de advertenties de essentiële delen over, zoals naam en adres van de adverteerder, de functie, delen van de functieomschrijving, salaris, werkgever en de naam en telefoonnummer van de contactpersoon. Gedaagde vermeldt niet de bron.'

Eisers, een achttal dagbladbedrijven, beroepen zich op het databankenrecht met betrekking tot de vacaturerubrieken van de dagbladen. Centraal in het arrest staat de vraag of deze rubrieken als 'databank' in de zin van de Databankenwet (Dw) zijn aan te merken. Art. 1 lid 1 Dw definieert een 'databank' als 'een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering.' [1]

Volgens de voorzieningenrechter voldeden de dagbladen niet aan deze definitie. De ordening die in een krant is aangebracht zou onvoldoende zijn voor 'het snel en efficiënt kunnen raadplegen van de opgeslagen informatie' (Rb., ro. 4.2). De afzonderlijke vacaturerubrieken waren naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin als (afzonderlijke) databanken te kwalificeren. Immers, 'voor het opsporen van een specifiek gewenste personeelsadvertentie is enig zoekwerk vereist niettegenstaande er bij deze deelverzameling – net als bij de krant in zijn geheel – sprake is van een zekere ordening' (Rb., ro. 4.2). Eenvoudiger gezegd: de inhoud van een dagblad is onvoldoende doorzoekbaar.

Dat lieten eisers zich geen tweemaal zeggen. Vóór de zaak in appel bepleit werd, kregen de redacties instructie de vacaturerubrieken waar mogelijk te indexeren (Hof, ro. 8). Met succes: naar het oordeel van het Hof is nu wèl in voldoende mate sprake van 'systematische of methodische ordening'. Daarbij overweegt het Hof dat dit vereiste niet een eis van 'snel en efficiënt kunnen raadplegen van de opgeslagen informatie' impliceert (Hof, ro. 9). Het Hof plaatst deze overweging, mijns inziens ten onrechte, in het kader van de toetsing aan de eis van systematische of methodische ordening. De mate van 'doorzoekbaarheid' van een databank is veeleer een aspect van het criterium van 'afzonderlijke toegankelijkheid (vgl. Hof, ro. 10).

Hoe dit ook zij, het oordeel van het Hof komt, gezien de ruime wettelijke begripsomschrijving, niet geheel onverwacht. De vrees, die tijdens congressen over het databankenrecht regelmatig wordt geuit, dat het databankenrecht op den duur alle mogelijke informatieproducten – en daarmee het gehele terrein van de intellectuele eigendom – zal absorberen, begint gaandeweg realiteit te worden. Websites, omroepprogrammabladen, telefoonboeken, wettenbundels, bloemlezingen, wedstrijdschema's, ja zelfs de 'discriminator' in een snoepmachine (een chip die ingeworpen munten herkent), werden in de afgelopen jaren door rechters in Europa tot 'databanken' uitgeroepen. [2] Het wachten is nu nog op de eerste geïndexeerde speelfilm, het gerubriceerde programmaformat of de van trefwoorden voorziene methode van zakendoen.

Het arrest van het Hof roept nog meer boeiende vragen op, met name ten aanzien van de beschermingsomvang van het databankenrecht. Terecht stelt het Hof voorop dat de ratio van het recht is 'de bescherming van de aanzienlijke investering die de productie van een databank vergt' (ro. 5). Nadat het Hof (in ro. 12) heeft vastgesteld dat de dagbladuitgevers 'substantieel' hebben geïnvesteerd in de gedrukte advertenties, met name in zetwerk, automatisering, advertentie- en paginaopmaak, volgt (in ro. 15) het oordeel dat Hunter Select zich aan ongeautoriseerd 'hergebruiken' heeft schuldig gemaakt, doordat zij uit de kranten 'de essentiële informatie' heeft overgenomen. Deze 'essentiële informatie' is, zo blijkt uit het vonnis a quo, de zakelijke inhoud van de advertenties (naam en adres van de adverteerder, de functie, delen van de functieomschrijving, salaris, werkgever, enz.). Wie beide rechtsoverwegingen naast elkaar legt, constateert dat hetgeen door Hunter is hergebruikt juist niet het object van de investering van de uitgevers is geweest. De dagbladen krijgen de advertentieteksten, incl. de daarin vervatte 'essentiële informatie', door de adverteerders aangeleverd; de uitgevers beperken zich tot enig opmaak- en zetwerk.

In het auteursrecht bestaat er een natuurlijke relatie tussen de (mate van) originaliteit van een werk en de beschermingsomvang ervan. Wat niet origineel is aan een werk, mag zonder toestemming worden overgenomen. Ook elders in het recht van intellectuele eigendom geldt een één-op-één relatie tussen beschermingsobject en -omvang. De beschermingsomvang van een octrooi wordt bepaald door de mate van inventiviteit van de uitvinding; die van een merk door het onderscheidend vermogen ervan. Zou voor het databankenrecht, de nieuwste loot aan de boom van intellectuele eigendom, niet hetzelfde moeten gelden?

Het Hof beziet, mijns inziens ten onrechte, de reikwijdte van het databankenrecht geheel los van het object – en dus de bestaansgrond – ervan. Gedaagden ontlenen aan de personeelsrubrieken van de kranten weliswaar de 'essentiële informatie', maar juist daarin is door de eisers geen cent geïnvesteerd. De inhoud van de advertenties wordt de uitgevers op een presenteerblaadje aangereikt. Als daarin al is 'geïnvesteerd', betreft het investeringen die aan de adverteerders, niet aan de dagbladen, zijn toe te rekenen. [3] In wezen rekt het Hof het databankenrecht op tot een exclusief recht op economisch waardevolle gegevens. Een dergelijke uitleg staat echter haaks op Overwegingen 45 en 46 van de Databankrichtlijn, waaruit blijkt dat het recht zich niet uitstrekt tot de verzamelde gegevens als zodanig. [4]

Een laatste kritische kanttekening betreft de wijze waarop het Hof met de investeringseis is omgesprongen. Terecht wordt het beroep van gedaagde op de 'spin-off' theorie verworpen (de vacaturerubriek is geen bijproduct van een krant), maar dat er door dagbladen substantieel is geïnvesteerd, wordt mijns inziens veel te gemakkelijk aangenomen. Ongetwijfeld maken de dagbladen voor het opmaken en zetten van de advertenties de nodige kosten, maar dat zijn wel kosten die aan de adverteerders al bij voorbaat in rekening zijn gebracht. Zijn dat de 'investeringen' die de Databankenwet beoogt te beschermen? Behoort degeen die geen enkel investeringsrisico draagt met een databankenrecht beloond te worden? Ik meen van niet.

P.B. Hugenholtz


[1] Zie over dit begrip A.A. Quaedvlieg, Informatierecht/AMI 2000/9, p. 177-186 en (zeer uitgebreid) E. Derclaye, 'What is a Database?', Journal of Intellectual Property Law, Vol. 5 (2002), No. 6, p. 981-1011.

[2] Zie het overzicht van rechtspraak in Europa in 'The Database Right File', http://www.ivir.nl/files/database/index.html.

[3] Hof van Beroep Parijs 18 juni 1999, RIDA 2000 (183), p. 316-329 (Groupe Moniteur); en Oberlandesgericht Düsseldorf 29 juni 1999 (Baumarkt.de), http://www.netlaw.de/urteile/olgd_2.htm.

[4] Zie P.B.Hugenholtz, 'De “spin-off theorie” ontsponnen, AMI 2002/5, p. 161-166.

 


Geplaatst 17.06.2003