| De gevolgen voor het
omroepbladenmonopolie
De ondergang van het
omroepbladenmonopolie is al regelmatig aangekondigd, onder
meer door ondergetekende. Hoog tijd deze voorspelling te
herhalen. De vier arresten van het Hof van Justitie, die
hierboven zijn afgedrukt en door Visser van commentaar
voorzien, luiden het definitieve einde in van de juridische
bescherming van programmagegevens in Nederland.
Duidelijk blijkt uit de arresten dat producenten van 'event
data', zoals programma's van paardenraces en
competitieschema's van voetbalwedstrijden, niet op bescherming
op grond van het databankenrecht hoeven te rekenen. Voor de
programmagegevens van de omroepen zal het niet anders zijn;
het Haagse gerechtshof had dat in 2001 (in de zaak NOS/De
Telegraaf) al goed gezien.[1]
Kunnen de omroepen dan niet
terugvallen op de geschriftenbescherming, hun trouwe makker in
de strijd tegen de gegevenspiraterij? Art. 10 lid 4 van de
Auteurswet, dat bij de omzetting van de Databankrichtlijn in
1999 werd ingevoerd, lijkt hiervoor inderdaad ruimte te laten.
Geschriftenbescherming van
databanken waarin niet substantieel geïnvesteerd is, is
nog steeds mogelijk. Maar wie de richtlijn er op naleest,
constateert dat er aan deze bepaling iets niet klopt. Het
auteursrechtelijke hoofdstuk van de Databankrichtlijn bepaalt
in art. 3 lid 1 als volgt: 'Volgens deze richtlijn worden
databanken die door de keuze of de rangschikking van de stof
een eigen intellectuele schepping van de maker vormen, als
zodanig door het auteursrecht beschermd. Er worden geen andere
criteria toegepast om te bepalen of ze voor die bescherming in
aanmerking komen.' De tweede zin maakt duidelijk dat hier
sprake is van maximumharmonisatie. Lidstaten mogen bij het
toepassen van auteursrechtelijke bescherming van databanken
'geen andere criteria' hanteren. Informatieproducten die
voldoen aan de definitie van 'databank', zoals in de richtlijn
ruim omschreven,[2] komen
voor auteursrechtelijke bescherming enkel in aanmerking als
zij 'door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen
intellectuele schepping van de maker vormen.'
Kortom: de richtlijn is in de
Nederlandse wet verkeerd geïmplementeerd. De wet had geen
ruimte mogen laten voor auteursrechtelijke bescherming van
niet-oorspronkelijke databanken, ongeacht of daarin
substantieel geïnvesteerd is of juist niet.[3]
Programmagegevens komen voor auteursrechtelijke bescherming
enkel in aanmerking indien zij aan de Europese
oorspronkelijkheidstoets ('eigen intellectuele schepping')
voldoen.[4] Voor de
omroepen, die zich sinds mensenheugenis op de
geschriftenbescherming hebben beroepen, ziet het er met dat al
heel somber uit. Er zit voor hen weinig anders op dan voortaan
in rechte te stellen dat (a) programmageschriften géén
'databanken' zijn, hetgeen gezien de zeer ruime definitie van
dit begrip een boude bewering zou zijn; en/of (b) dat de
geschriftenbescherming géén auteursrechtelijke regeling is,
hetgeen gezien de overvloedige rechtspraak van de Hoge Raad op
dit punt eveneens moeilijk zal zijn vol te houden. Dat wordt
voor de NOS-juristen nog een hele kluif.
P.B. Hugenholtz
Noten
[1] Hof Den Haag 30 januari
2001, Mediaforum 2001/2, p. 90, m.nt. T.F.W. Overdijk;
AMI 2001/3, p. 73, m.nt. H. Cohen Jehoram.
[2] Volgens art. 1 lid 2
van de Databankrichtlijn wordt onder een 'databank' verstaan:
'een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige
elementen, systematisch of methodisch geordend, en
afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins
toegankelijk'. Nota bene: in art. 1 lid 1 (a) van de
Nederlandse Databankenwet is de eis van 'substantiële
investering' in de definitie van 'databank' geïncorporeerd,
hetgeen voor veel verwarring heeft gezorgd.
[3] T. Cohen Jehoram,
'Copyright in non-original-writings. Past – present –
future?', in: J.J.C. Kabel & G.J.H.M. Mom, Intellectual
property and Information Law . Den Haag: Kluwer Law
International 1998, p. 109; P.B. Hugenholtz, 'Het wetsvoorstel
implementatie Databank-richtlijn', IER 1998-6, p. 246.
[4] De uitspraak van het
College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waardoor de
dwanglicentie die de NMa ten gunste van De Telegraaf aan de
NOS had opgelegd vernietigd werd, zou wel eens een
Pyrrusoverwinning kunnen zijn; CBB 15 juli 2004, LJN-nummer
AQ1727 (NOS/NMa). Deze uitspraak zal in het eerstvolgende
nummer van AMI uitvoerig worden besproken.
|