Annotatie bij Europese Hof van Justitie 9 november 2004 (British Horseracing Board/William Hill)
Verschenen in AMI 2005-1, p. 36-37.

P.B. Hugenholtz


De gevolgen voor het omroepbladenmonopolie

De ondergang van het omroepbladenmonopolie is al regelmatig aangekondigd, onder meer door ondergetekende. Hoog tijd deze voorspelling te herhalen. De vier arresten van het Hof van Justitie, die hierboven zijn afgedrukt en door Visser van commentaar voorzien, luiden het definitieve einde in van de juridische bescherming van programmagegevens in Nederland.
Duidelijk blijkt uit de arresten dat producenten van 'event data', zoals programma's van paardenraces en competitieschema's van voetbalwedstrijden, niet op bescherming op grond van het databankenrecht hoeven te rekenen. Voor de programmagegevens van de omroepen zal het niet anders zijn; het Haagse gerechtshof had dat in 2001 (in de zaak NOS/De Telegraaf) al goed gezien.[1]

Kunnen de omroepen dan niet terugvallen op de geschriftenbescherming, hun trouwe makker in de strijd tegen de gegevenspiraterij? Art. 10 lid 4 van de Auteurswet, dat bij de omzetting van de Databankrichtlijn in 1999 werd ingevoerd, lijkt hiervoor inderdaad ruimte te laten.
Geschriftenbescherming van databanken waarin niet substantieel geïnvesteerd is, is nog steeds mogelijk. Maar wie de richtlijn er op naleest, constateert dat er aan deze bepaling iets niet klopt. Het auteursrechtelijke hoofdstuk van de Databankrichtlijn bepaalt in art. 3 lid 1 als volgt: 'Volgens deze richtlijn worden databanken die door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormen, als zodanig door het auteursrecht beschermd. Er worden geen andere criteria toegepast om te bepalen of ze voor die bescherming in aanmerking komen.' De tweede zin maakt duidelijk dat hier sprake is van maximumharmonisatie. Lidstaten mogen bij het toepassen van auteursrechtelijke bescherming van databanken 'geen andere criteria' hanteren. Informatieproducten die voldoen aan de definitie van 'databank', zoals in de richtlijn ruim omschreven,[2] komen voor auteursrechtelijke bescherming enkel in aanmerking als zij 'door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormen.'

Kortom: de richtlijn is in de Nederlandse wet verkeerd geïmplementeerd. De wet had geen ruimte mogen laten voor auteursrechtelijke bescherming van niet-oorspronkelijke databanken, ongeacht of daarin substantieel geïnvesteerd is of juist niet.[3] Programmagegevens komen voor auteursrechtelijke bescherming enkel in aanmerking indien zij aan de Europese oorspronkelijkheidstoets ('eigen intellectuele schepping') voldoen.[4] Voor de omroepen, die zich sinds mensenheugenis op de geschriftenbescherming hebben beroepen, ziet het er met dat al heel somber uit. Er zit voor hen weinig anders op dan voortaan in rechte te stellen dat (a) programmageschriften géén 'databanken' zijn, hetgeen gezien de zeer ruime definitie van dit begrip een boude bewering zou zijn; en/of (b) dat de geschriftenbescherming géén auteursrechtelijke regeling is, hetgeen gezien de overvloedige rechtspraak van de Hoge Raad op dit punt eveneens moeilijk zal zijn vol te houden. Dat wordt voor de NOS-juristen nog een hele kluif.

P.B. Hugenholtz

 


Noten

[1] Hof Den Haag 30 januari 2001, Mediaforum 2001/2, p. 90, m.nt. T.F.W. Overdijk; AMI 2001/3, p. 73, m.nt. H. Cohen Jehoram.
[2] Volgens art. 1 lid 2 van de Databankrichtlijn wordt onder een 'databank' verstaan: 'een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk'. Nota bene: in art. 1 lid 1 (a) van de Nederlandse Databankenwet is de eis van 'substantiële investering' in de definitie van 'databank' geïncorporeerd, hetgeen voor veel verwarring heeft gezorgd.
[3] T. Cohen Jehoram, 'Copyright in non-original-writings. Past – present – future?', in: J.J.C. Kabel & G.J.H.M. Mom, Intellectual property and Information Law . Den Haag: Kluwer Law International 1998, p. 109; P.B. Hugenholtz, 'Het wetsvoorstel implementatie Databank-richtlijn', IER 1998-6, p. 246.
[4] De uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waardoor de dwanglicentie die de NMa ten gunste van De Telegraaf aan de NOS had opgelegd vernietigd werd, zou wel eens een Pyrrusoverwinning kunnen zijn; CBB 15 juli 2004, LJN-nummer AQ1727 (NOS/NMa). Deze uitspraak zal in het eerstvolgende nummer van AMI uitvoerig worden besproken.


Geplaatst 18.02.2005