Annotatie bij Rb. 's-Gravenhage 29 november 2006 (Stichting De Thuiskopie / Imation Europe)
Verschenen in AMI 2007-1, p. 17-21.

P.B. Hugenholtz


Kortingsregeling thuiskopie-tarieven voor Stobi-leden. Door korting te verzwijgen handelt Stichting de Thuiskopie onrechtmatig.
[Art. 16 c-e Aw]

in de zaak van
STICHTING DE THUISKOPIE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
procureur mr. E. Grabandt,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IMATION EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
procureur mr. H.J.A. Knijff.

[…]

2. De feiten

2.1. Stichting de Thuiskopie is de collectieve beheersorganisatie die op grond van artikel 16d van de Auteurswet 1912 (hierna: “Aw”) en artikel 10 onder e van de Wet op de naburige rechten (hierna: “WNR”) is belast met de inning en verdeling van de vergoeding als bedoeld in artikel 16c Aw en 10 onder e WNR (hierna: “de thuiskopievergoeding”) en met de vertegenwoordiging van uitvoerende kunstenaars en makers van auteursrechtelijk beschermde werken van letterkunde, wetenschap en kunst en hun rechtsverkrijgenden.

2.2. In 1991 heeft Stichting de Thuiskopie in samenwerking met het overlegorgaan van betalingsplichtigen, de Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (hierna: “Stobi”, tot 17 mei 1999 genaamd: FIAR Overlegorgaan Informatiedragers) een standaardovereenkomst opgesteld waarin een aantal voorwaarden is vastgelegd met betrekking tot de inning van de thuiskopievergoeding (hierna: “de standaard incassoovereenkomst”).

2.3. In 1992 heeft Stichting de Thuiskopie een convenant met Stobi gesloten waarin een aantal voorwaarden met betrekking tot de samenwerking tussen Stichting de Thuiskopie en Stobi op het gebied van de uitvoering van de thuiskopieregeling zoals neergelegd in de artikelen 16c e.v. Aw en 10 onder e WNR , is vastgelegd (hierna: “het convenant”). Artikel 9 van het convenant luidt als volgt:

“1. Bij de berekening van de thuiskopievergoeding, die door een aan dit Convenant deelnemende aangeslotene van het FIAR Overlegorgaan verschuldigd is, zal de Stichting een reductie toepassen van 20%.
2. Ten aanzien van een bepaalde aangeslotene van het FIAR Overlegorgaan eindigt de reductieregeling met onmiddellijke ingang,
- indien de incasso-overeenkomst tussen de Stichting en die aangeslotene
wordt ontbonden of opgezegd.
- indien de deelneming aan dit Convenant eindigt.
3. De Stichting zal geen reductie toepassen zolang de aangeslotene van het FIAR Overlegorgaan in verzuim blijft eerdere facturen van de Stichting te voldoen.”

2.4. Imation is een fabrikant en importeur van blanco informatiedragers waarop de
thuiskopieregeling van toepassing is.

2.5. Op 12 oktober 1999 zijn Stichting de Thuiskopie en Imation de standaard incassoovereenkomst aangegaan.

2.6. In september 2004 is Imation met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 deelnemer geworden van Stobi. Stobi heeft Imation bij brief van 7 maart 2005 bevestigd dat Imation vanaf 1 januari 2001 onvoorwaardelijk deelnemer is.

3. Het geschil in conventie

3.1. In conventie vordert Stichting de Thuiskopie betaling door Imation van een bedrag van EUR 747.141,73, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en de kosten van de procedure. Aan deze vordering legt Stichting de Thuiskopie ten grondslag dat Imation de door Stichting de Thuiskopie vanaf juli 2004 verzonden facturen terzake van door Imation verschuldigde thuiskopievergoedingen onbetaald heeft gelaten.

3.2. Imation beroept zich op verrekening. Imation stelt dat zij een bedrag gelijk aan het gevorderde bedrag onverschuldigd aan Stichting de Thuiskopie heeft betaald omdat Imation met terugwerkende kracht aanspraak maakt op een korting op de thuiskopievergoeding voor de periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004. Dat recht op korting vloeit volgens Imation voort uit de besluiten van de Stichting Onderhandeling Thuiskopievergoeding (hierna: “SONT”), het convenant en het mededingingsrecht.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Indien het beroep op verrekening in conventie niet slaagt, vordert Imation in reconventie betaling door Stichting de Thuiskopie van een bedrag van EUR 839.895,83. Aan die vordering legt Imation ten grondslag dat zij krachtens de besluiten van de SONT en op grond van het convenant met terugwerkende kracht recht heeft op een korting op de thuiskopievergoeding voor de periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004.

4.2. Subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar, in strijd met artikel 24 van de Mededingingswet (hierna: “Mw”) en artikel 81 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: “EGVerdrag”), voor de periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004 een hogere thuiskopievergoeding in rekening te brengen dan zij in rekening heeft gebracht aan (andere) Stobi-leden. Imation stelt dat de schade die zij daardoor heeft geleden gelijk is aan de totale korting op de thuiskopievergoeding die Imation zou hebben kunnen krijgen voor de periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004.

4.3. Meer subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie in strijd met de contractuele goede trouw althans de maatschappelijke zorgvuldigheid heeft gehandeld door Imation niet te informeren over het bestaan van de voor Stobi-leden geldende korting op de thuiskopievergoeding. Imation stelt dat de schade die zij daardoor heeft geleden gelijk is aan de totale korting op de thuiskopievergoeding die Imation zou hebben kunnen krijgen voor de periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004.

4.4. Stichting de Thuiskopie heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Stichting de Thuiskopie stelt dat Imation niet met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op de korting op de thuiskopievergoeding. Ten aanzien van de gestelde schending van het mededingingsrecht stelt Stichting de Thuiskopie onder meer dat het hanteren van een korting voor Stobi-leden gerechtvaardigd en in overeenstemming met de wettelijke taak van Stichting de Thuiskopie is. Daarnaast stelt Stichting de Thuiskopie dat zijn niet verplicht was om Imation te informeren over de kortingsregeling.

5. De beoordeling

5.1. De rechtbank stelt vast dat zij op grond van artikel 16g Aw bevoegd is om kennis te nemen van het geschil in conventie en reconventie.

in conventie

5.2. Niet in geschil is dat Imation facturen die Stichting de Thuiskopie vanaf juli 2004 heeft verzonden terzake van door Imation verschuldigde thuiskopievergoedingen, onbetaald heeft gelaten en dat Stichting de Thuiskopie dientengevolge een vordering heeft op Imation ter grootte van het in de dagvaarding genoemde bedrag.

5.3. Imation beroept zich op verrekening van het gevorderde bedrag met een vordering uit onverschuldigde betaling die zij stelt te hebben op Stichting de Thuiskopie. Imation stelt dat zij in de periode van 1 januari 2001 tot 15 september 2004 een te hoge thuiskopievergoeding heeft betaald omdat zij met terugwerkende kracht aanspraak zou maken op een korting op de thuiskopievergoeding. Dat recht op korting vloeit volgens Imation voort uit de besluiten van de SONT, het convenant. Voorst stelt Imation dat uit het mededingingsrecht voortvloeit dat alle betalingsplichtigen recht hebben op de korting. Hierna zullen deze drie grondslagen voor de vordering uit onverschuldigde betaling achtereenvolgens worden beoordeeld.

SONT-besluiten
5.4. Op grond van artikel 16c lid 2 Aw jo. 10 WNR is Imation een billijke vergoeding verschuldigd voor de blanco informatiedragers die zij in het verkeer brengt of importeert. De hoogte van de vergoeding wordt krachtens artikel 16e Aw vastgesteld door de SONT. De hoogte van de vergoeding voor de relevante periode is door de SONT vastgesteld bij besluiten van 31 oktober 2000 en 8 mei 2003. Die besluiten bevatten tevens de volgende bepalingen betreffende een kortingsregeling:

“3. Terzake van de hierboven bedoelde vergoedingen zal voor Stobi-leden een korting gelden van 20%.
[…]
5. Terzake van de hoogte en de looptijd geldt de nadrukkelijke voorwaarde dat het tussen rechthebbenden en betalingsplichtigen gesloten convenant, waarbij aan Stobi-leden korting wordt verleend, gehandhaafd blijft.”

5.5. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit deze besluiten niet voort dat Imation met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op een korting op de thuiskopievergoeding. Met het oog op de rechtszekerheid en het belang van een efficiënte inning en verdeling van de thuiskopievergoeding moet worden aangenomen dat de hoogte van de thuiskopievergoeding niet met terugwerkende kracht kan worden verlaagd door een handeling van een betalingsplichtige. Het feit dat Imation met terugwerkende kracht lid is geworden van Stobi, kan derhalve niet meebrengen dat de kortingsregeling met terugwerkende kracht op haar van toepassing is geworden. Het enkele feit dat Imation niet bekend was en, naar zij stelt, ook niet bekend had kunnen zijn met de reductieregeling, kan niet leiden tot een andere uitleg van de SONT-besluiten.

Convenant
5.6. De stelling van Imation dat zij op grond van het convenant met terugwerkende kracht recht zou hebben op toepassing van een korting op de thuiskopievergoeding, strandt op het feit dat gesteld noch gebleken is dat Imation partij is bij het convenant. Artikel 9 van het convenant bepaalt dat Stobi-leden partij kunnen worden bij het convenant door ondertekening van het convenant. Uit niets blijkt dat Imation het convenant heeft ondertekend.

5.7. Voor zover Imation bedoeld heeft te stellen dat de in artikel 9 van het convenant opgenomen regeling inzake de korting op de thuiskopievergoeding voor Stobi-leden moet worden opgevat als een derdenbeding, zoals Stichting de Thuiskopie heeft aangevoerd, en dat Imation dat beding heeft aanvaard door lid te worden van Stobi, kan dat er niet toe leiden dat zij met terugwerkende kracht rechten kan ontlenen aan het beding. Hoewel, anders dan Stichting de Thuiskopie heeft aangevoerd, niet is uitgesloten dat een derde aan een derdenbeding ook rechten kan ontlenen ten aanzien van de periode vóór aanvaarding, is dat in dit geval niet in overeenstemming met de strekking van het beding.

5.8. De rechtbank is namelijk met Stichting de Thuiskopie van oordeel dat het beding moet worden begrepen in het licht van de in de SONT-besluiten vastgelegde reductieregeling. De preambule van het convenant maakt immers duidelijk dat het convenant de samenwerking “materialiseert” die de grondslag vormt voor de toepassing van die reductieregeling. Derhalve moet worden aangenomen dat de in het convenant opgenomen reductieregeling gelijk is aan de in de SONT-besluiten bedoelde reductieregeling en dat ook de eerstgenoemde regeling derhalve niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast.

Mededingingsrecht
5.9. Voorts stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie misbruik heeft gemaakt van een economische machtspositie door in het kader van de SONT alleen Stobi-leden een korting op de thuiskopievergoeding te geven en zodoende ongelijke voorwaarden toe te passen op gelijkwaardige prestaties. Imation stelt dat zij op grond van deze schending van het mededingingsrecht aanspraak maakt op de korting. Daargelaten of deze gevolgtrekking juist is, verwerpt de rechtbank het beroep op het mededingingsrecht reeds op grond van het navolgende.

5.10. In het midden kan blijven of Stichting de Thuiskopie een economische machtspositie heeft en of zij daarvan gebruik heeft gemaakt bij de vaststelling van de kortingsregeling in het kader van de SONT. Naar het oordeel van de rechtbank brengt toepassing van de kortingsregeling in dit geval geen toepassing van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties mee en is er derhalve geen sprake van misbruik van een eventuele economische machtspositie. De prestaties van Stobi-leden en niet-Stobi-leden zijn namelijk niet gelijkwaardig. Alleen Stobi-leden leveren een (financiële) bijdrage aan Stobi en maken zodoende de samenwerking tussen Stobi en Stichting de Thuiskopie mogelijk. Als onweersproken staat vast dat die samenwerking tussen Stobi en Stichting de Thuiskopie, in de vorm van onder meer overleg over de standaard incasso-overeenkomst, opsporing van overtredingen en consumentenonderzoek, de uitvoering van de taak van Stichting de Thuiskopie vergemakkelijkt. Die voordelen rechtvaardigen het bieden van een korting aan Stobi-leden.

5.11. De hoogte van de korting maakt het bovenstaande niet anders. De rechtbank stelt in dit verband voorop dat de SONT beleidsruimte heeft om de hoogte van de thuiskopievergoeding vast te stellen en dat de rechtbank derhalve terughoudend moet zijn met toetsing van de SONT-besluiten op dit punt. Naar het oordeel van de rechtbank is een korting van 20% voor Stobi-leden niet dermate hoog dat dit de beleidsruimte van de SONT overschrijdt, laat staan dat de rol van Stichting de Thuiskopie bij de vaststelling van die korting kan worden gekwalificeerd als misbruik van de gestelde economische machtspositie.

Conclusie
5.12. Op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat Imation geen aanspraak kan maken op korting op de thuiskopievergoeding voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 15 september 2004 en dat Imation derhalve geen vordering uit onverschuldigde betaling heeft op Stichting de Thuiskopie. Daaruit volgt dat het beroep op verrekening niet kan slagen en dat de vordering van Stichting de Thuiskopie als overigens onweersproken zal worden toegewezen.

5.13. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Stichting de Thuiskopie heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

5.14. Imation zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting de Thuiskopie worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,60
- vast recht 4.584,00
- salaris procureur 7.740,00 (3 punten × tarief EUR 2.580,00)
Totaal EUR 12.409,60

in reconventie

Recht op korting
5.15. Aan haar reconventionele vordering legt Imation primair ten grondslag dat zij met terugwerkende kracht recht heeft op een korting op de thuiskopievergoeding. Die grondslag moet worden verworpen op grond van hetgeen in conventie is overwogen.

Schending mededingingsrecht
5.16. Subsidiair beroept Imation zich op schending van het mededingingsrecht. Ook die grondslag moet worden verworpen op grond van hetgeen in conventie is overwogen.

Schending informatieplicht
5.17. Meer subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie in strijd met de contractuele goede trouw althans de maatschappelijke zorgvuldigheid heeft gehandeld door Imation niet te informeren over het bestaan van de voor Stobi-leden geldende korting op de thuiskopievergoeding.

5.18. In het midden kan blijven of Stichting de Thuiskopie verplicht is uit eigen beweging informatie over de hoogte van de thuiskopievergoeding, waaronder de kortingsregeling, te verstrekken. Vast staat namelijk dat Stichting de Thuiskopie informatie over de thuiskopievergoeding heeft verstrekt. Imation heeft onweersproken gesteld dat Stichting de Thuiskopie de tarieven op haar website heeft vermeld en dat Stichting de Thuiskopie importeurs en fabrikanten, waaronder Imation, ook per brief heeft geïnformeerd over die tarieven en wijzigingen daarin.

5.19. Het feit dat Stichting de Thuiskopie het op zich heeft genomen informatie over de thuiskopievergoeding te verstrekken, brengt mee dat Stichting de Thuiskopie ervoor zorg dient te dragen dat die informatie juist en volledig is. Van Stichting de Thuiskopie mag op dit punt bovendien extra zorgvuldigheid worden geëist. De verstrekte informatie over de thuiskopievergoeding hangt immers samen met de inning van die vergoeding, waarmee Stichting de Thuiskopie overeenkomstig artikel 16d Aw is belast en waartoe zij als enige gerechtigd is. Die bijzondere positie van Stichting de Thuiskopie brengt mee dat partijen zoals Imation in beginsel mogen uitgaan van de juistheid en volledigheid van de door haar verstrekte informatie over de thuiskopievergoeding.

5.20. De door Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie voldoet niet aan de hierboven genoemde eisen. Imation heeft onweersproken aangevoerd dat de website en de brieven van Stichting de Thuiskopie wel de standaard thuiskopievergoeding, maar niet de korting daarop voor Stobi-leden vermeldden. Aangezien Stichting de Thuiskopie op de hoogte was van het bestaan van die korting en wist of had behoren te weten dat die korting van groot belang is voor partijen als Imation, had zij ook het daarop betrekking hebbende deel van de SONT-besluiten dienen op te nemen in de verstrekte informatie. De rechtbank is derhalve met Imation van oordeel dat de onvolledigheid van de verstrekte informatie in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Stichting de Thuiskopie en Imation als contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

5.21. De stelling van Stichting de Thuiskopie dat zij niet wist dat Imation niet op de hoogte was van de kortingsregeling, kan niet tot een andere conclusie leiden. De gestelde onwetendheid kan een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of Stichting de Thuiskopie al dan niet verplicht is partijen als Imation te informeren over de hoogte van de thuiskopievergoeding. Die onwetendheid ontslaat de Stichting de Thuiskopie echter niet van de plicht om volledig te zijn als zij ervoor kiest informatie over de hoogte van de thuiskopievergoeding te verstrekken.

5.22. Het verweer van Stichting de Thuiskopie dat Imation zelf via de SONT of Stobi informatie over de kortingsregeling had kunnen en behoren te verzamelen, slaagt evenmin. Zoals hierboven reeds is overwogen, mocht Imation er in beginsel op vertrouwen dat de informatie die Stichting de Thuiskopie over de thuiskopievergoeding verstrekte juist en volledig was. Dat zou slechts anders zijn indien Imation wist of behoorde te weten dat de informatie niet volledig was. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Imation heeft onweersproken gesteld dat zij niet op de hoogte was van het bestaan van de kortingsregeling en dat zij derhalve niet wist dat de informatie van Stichting de Thuiskopie op dat punt onvolledig was. Verder is gesteld noch gebleken dat Imation grond had om te vermoeden dat de informatie onvolledig was. Integendeel, gebleken is dat de kortingsregeling ook niet is opgenomen in de officiële publicaties van de SONT-besluiten in de Staatscourant. Dat onderstreept dat de niet kan worden gesteld dat Imation behoorde te weten dat de door Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie onvolledig was.

Conclusie
5.23. Op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat Stichting de Thuiskopie in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid die contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Er is derhalve sprake van een toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad van Stichting de Thuiskopie. Daaruit volgt dat de vordering in reconventie toewijsbaar is. Imation heeft namelijk onweersproken gesteld dat zij als gevolg van de toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van Stichting de Thuiskopie schade heeft geleden ter hoogte van het in reconventie gevorderde bedrag.

Nevenvorderingen
5.24. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Imation heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

5.25. Stichting de Thuiskopie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Imation worden begroot op EUR 3.870,00 aan salaris procureur (3 punten × factor 0,5 × tarief EUR 2.580,00).

[…]

6. De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1. veroordeelt Imation om aan Stichting de Thuiskopie te betalen een bedrag van EUR 747.141,73, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop Imation de verschuldigde bedragen aan Stichting de Thuiskopie had dienen te voldoen, te weten op de 15e dag van de tweede maand na afloop van het betreffende kalenderkwartaal, tot de dag van volledige betaling;

6.2. veroordeelt Imation in de proceskosten, aan de zijde van Stichting de Thuiskopie tot op heden begroot op EUR 12.409,60;

6.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

6.5. veroordeelt Stichting de Thuiskopie om aan Imation te betalen een bedrag van EUR 839.895,83, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2001 tot aan de dag der algehele voldoending;

6.6. veroordeelt Stichting de Thuiskopie in de proceskosten, aan de zijde van Imation tot op heden begroot op EUR 3.870,00;

6.7. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Annotatie
Sinds 1991 bestaat in Nederland de thuiskopieregeling. Voor het fabriceren en importeren van blanco informatiedragers zijn de fabrikanten en importeurs een (billijke) vergoeding verschuldigd aan de Stichting de Thuiskopie (art. 16 c-ga Auteurswet). Deze stichting is door de minister van Justitie ex art. 16d Aw als 'eigen-recht' incasso-organisatie aangewezen en bezit derhalve een wettelijk monopolie. De tarieven worden vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Thuiskopie (SONT), waarin de rechthebbenden en de betalingsplichtigen paritair zijn vertegenwoordigd. De fabrikanten en importeurs zijn verenigd in de Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (STOBI), voorheen FIAR. Stichting de Thuiskopie en STOBI zijn in 1992 een convenant overeengekomen, waarin een kortingsregeling is opgenomen. STOBI-leden krijgen een korting van 20% op de thuiskopietarieven. Deze kortingsregeling is pas in 2004 door de SONT in de Staatscourant gepubliceerd. Imation is een grote fabrikant van beschrijfbare media, en sinds 1999 in Nederland actief. Imation is pas in 2004 lid geworden van de STOBI en beroept zich met terugwerkende kracht op de kortingsregeling, ter afwering van een vordering van Stichting de Thuiskopie tot betaling van een groot bedrag aan achterstallige vergoedingen. Imation werpt diverse argumenten in de strijd, onder meer de stelling dat Stichting de Thuiskopie haar had moeten informeren over het bestaan de kortingsregeling. De rechter stelt Imation in het gelijk. Door de officiële tarieven bekend te maken, maar de speciale korting voor STOBI-leden te verzwijgen, heeft Stichting de Thuiskopie gehandeld “in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Stichting de Thuiskopie en Imation als contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen, althans in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid.”

Een uitspraak waarop dunkt me weinig valt af te dingen, hooguit dat Stichting de Thuiskopie er nog genadig van af gekomen is. Dat de Stichting betalingsplichtigen volledig over de tarieven, inclusief kortingen, moet informeren spreekt eigenlijk vanzelf. Dat lijkt mij niet enkel een kwestie van redelijkheid en billijkheid, maar een bijzondere rechtsplicht die voortvloeit uit de monopoliepositie van de stichting en de bijzondere taak die zij op grond van de wet heeft te vervullen. In Duitsland is een dergelijke verplichting met zoveel woorden in de wet geregeld. Art. 13 van het Urheberrechtswahrnehmungsgesetz verplicht iedere rechtenorganisatie om al haar tarieven en elke tariefswijziging terstond in de Bundesanzeiger te publiceren.

Hoewel het in Nederland met het toezicht op het collectieve beheer de goede kant op gaat, zijn we hier zo ver nog niet. Een wettelijke publicatieplicht bestaat niet. Wel heeft het College van Toezicht Auteursrecht (CVTA) sinds zijn oprichting in 2003 tot wettelijke taak er op toe te zien dat iedere collectieve beheersorganisatie waarover hij de scepter zwaait 'gelijke gevallen op gelijke wijze behandelt' (art. 2 lid 2 Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten). Blijkens de door het CVTA gepubliceerde jaarverslagen heeft het College echter nog weinig oog voor het feit dat de rechtenorganisaties niet al hun tarieven publiceren, en – zelfs als zij dat wel doen – geheime kortinsgregelingen met gebruikers overeenkomen. In het jaarverslag 2005 van het CVTA valt hieromtrent te lezen:

“Het College ziet thans geen aanleiding om te concluderen dat gehanteerde tarieven en tariefstructuren onvoldoende transparant of kenbaar zouden zijn. Eén en ander sluit niet uit dat in specifieke gevallen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, de thans gekozen tariefstructuren en grondslagen leiden tot evident onredelijke situaties. In dergelijke gevallen kan er aanleiding bestaan om nader onderzoek te verrichten en op te treden. Dergelijke concrete gevallen zijn evenwel nog niet onder de aandacht gebracht.”

Een snelle rondgang langs de websites van enkele belangrijke rechtenorganisaties levert het volgende beeld op. De vernieuwde website van Buma/Stemra bevat allerlei informatieve brochures met de basistarieven voor onder meer kerkelijke organisaties, fitnesscentra, dansscholen, personeelsrestaurants, supermarkten, kinderdagverblijven, scholen en natuurlijk de horeca, inclusief een handige 'Licentiecalculator', maar niet die voor de omroep en de platenfabrikanten. De site van SENA bevat een uitvoerige lijst van tarieven voor openbaar gebruik, variërend van amateurdansgezelschappen tot zwembaden. Voor muziekgebruik door de commerciële radio en televisie noemt SENA globale percentages van de reclame-inkomsten, terwijl met de publieke omroepen niet nader gespecificeerde lump-sum afspraken worden gemaakt.[1] De Stichting Beeldrecht verwijst op haar site, heel veelbelovend, naar tariefkaarten voor gebruik van kunst in boeken, kaarten, posters, dag- en weekbladen en het internet, maar die blijken bij nader inzien niet te zijn ingevuld.

Van algehele tarieftransparantie is met dat al dus nauwelijks sprake. Het is annotator dezes bovendien bekend dat er in de wereld van het collectieve rechtenbeheer regelmatig gebruik wordt gemaakt van bijzondere kortingsregelingen, die veelal met een geheimhoudingsplicht buiten de openbaarheid worden gehouden. Nu valt er tegen objectief gerechtvaardige kortingen natuurlijk weinig bezwaar te maken. Een gebruiker die zijn gebruiksgegevens (bijv. playlists) in een door de rechtenorganisatie voorschreven formaat aanlevert, beperkt de administratie- en transactiekosten van de rechtenorganisatie en verdient dus een korting. Hetzelfde geldt voor een brancheorganisatie die al haar leden bindt door middel van een collectieve regeling.

Waar wel ernstig bezwaar tegen bestaat is als een rechtenorganisatie gelijke gevallen ongelijk behandelt en tariefafspraken geheim houdt, zoals met name in de sfeer van de omroep regelmatig het geval lijkt te zijn. Verplichte publicatie van tarieven is daartegen de beste remedie. Het zou daarom wenselijk zijn als ook in Nederland een wettelijke publicatieplicht zou worden ingevoerd. De door de Minister van Justitie voorgenomen wijziging van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, [2] die er toe strekt het toezicht uit te breiden tot alle rechtenorganisaties, vormt daartoe een geschikte aanleiding. Zoals ik eerder in dit blad schreef, [3] is maximale transparantie niet alleen in het belang van de gebruikers, maar ook van de rechtenorganisaties zelf. De legitimiteit van het collectieve rechtenbeheer, die dezer tijden (te) vaak voorwerp van openbare discussie is, staat of valt bij de perceptie – bij gebruikers, 'de politiek' en het algemene publiek – dat de rechtenorganisaties niets te verbergen hebben.

Noten

[1] De door NOS aan BUMA en SENA betaalde bedragen zijn overigens wel te kennen uit de openbare jaarverslagen van de NOS.
[2] Het voorontwerp is te vinden op http://www.justitie.nl/images/Wetsvoorstel%20consultatie_tcm34-31200.pdf
.
[3] P.B. Hugenholtz , 'Is concurrentie tussen rechtenorganisaties wenselijk?', AMI 2003-5, p. 203-206.


Geplaatst 19.02.2008