|
Kortingsregeling
thuiskopie-tarieven voor Stobi-leden. Door korting te
verzwijgen handelt Stichting de Thuiskopie onrechtmatig.
[Art. 16 c-e Aw]
in
de zaak van
STICHTING DE THUISKOPIE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
procureur mr. E. Grabandt,
tegen
de
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IMATION EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
procureur mr. H.J.A. Knijff.
[…]
2.
De feiten
2.1.
Stichting de Thuiskopie is de collectieve
beheersorganisatie die op grond van artikel 16d van de
Auteurswet 1912 (hierna: “Aw”) en artikel 10 onder e
van de Wet op de naburige rechten (hierna: “WNR”) is
belast met de inning en verdeling van de vergoeding als
bedoeld in artikel 16c Aw en 10 onder e WNR (hierna: “de
thuiskopievergoeding”) en met de vertegenwoordiging van
uitvoerende kunstenaars en makers van auteursrechtelijk
beschermde werken van letterkunde, wetenschap en kunst en
hun rechtsverkrijgenden.
2.2.
In 1991 heeft Stichting de Thuiskopie in samenwerking met
het overlegorgaan van betalingsplichtigen, de Stichting
Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (hierna:
“Stobi”, tot 17 mei 1999 genaamd: FIAR Overlegorgaan
Informatiedragers) een standaardovereenkomst opgesteld
waarin een aantal voorwaarden is vastgelegd met betrekking
tot de inning van de thuiskopievergoeding (hierna: “de
standaard incassoovereenkomst”).
2.3.
In 1992 heeft Stichting de Thuiskopie een convenant met
Stobi gesloten waarin een aantal voorwaarden met
betrekking tot de samenwerking tussen Stichting de
Thuiskopie en Stobi op het gebied van de uitvoering van de
thuiskopieregeling zoals neergelegd in de artikelen 16c
e.v. Aw en 10 onder e WNR , is vastgelegd (hierna: “het
convenant”). Artikel 9 van het convenant luidt als
volgt:
“1.
Bij de berekening van de thuiskopievergoeding, die door
een aan dit Convenant deelnemende aangeslotene van het
FIAR Overlegorgaan verschuldigd is, zal de Stichting een
reductie toepassen van 20%.
2. Ten aanzien van een bepaalde aangeslotene van het
FIAR Overlegorgaan eindigt de reductieregeling met
onmiddellijke ingang,
- indien de incasso-overeenkomst tussen de Stichting en
die aangeslotene wordt
ontbonden of opgezegd.
- indien de deelneming aan dit Convenant eindigt.
3. De Stichting zal geen reductie toepassen zolang de
aangeslotene van het FIAR Overlegorgaan in verzuim
blijft eerdere facturen van de Stichting te voldoen.”
2.4.
Imation is een fabrikant en importeur van blanco
informatiedragers waarop de
thuiskopieregeling van toepassing is.
2.5.
Op 12 oktober 1999 zijn Stichting de Thuiskopie en Imation
de standaard incassoovereenkomst aangegaan.
2.6.
In september 2004 is Imation met terugwerkende kracht tot
1 januari 2001 deelnemer geworden van Stobi. Stobi heeft
Imation bij brief van 7 maart 2005 bevestigd dat Imation
vanaf 1 januari 2001 onvoorwaardelijk deelnemer is.
3.
Het geschil in conventie
3.1.
In conventie vordert Stichting de Thuiskopie betaling door
Imation van een bedrag van EUR 747.141,73, te vermeerderen
met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en de
kosten van de procedure. Aan deze vordering legt Stichting
de Thuiskopie ten grondslag dat Imation de door Stichting
de Thuiskopie vanaf juli 2004 verzonden facturen terzake
van door Imation verschuldigde thuiskopievergoedingen
onbetaald heeft gelaten.
3.2.
Imation beroept zich op verrekening. Imation stelt dat zij
een bedrag gelijk aan het gevorderde bedrag onverschuldigd
aan Stichting de Thuiskopie heeft betaald omdat Imation
met terugwerkende kracht aanspraak maakt op een korting op
de thuiskopievergoeding voor de periode vanaf 1 januari
2001 tot 15 september 2004. Dat recht op korting vloeit
volgens Imation voort uit de besluiten van de Stichting
Onderhandeling Thuiskopievergoeding (hierna: “SONT”),
het convenant en het mededingingsrecht.
4.
Het geschil in reconventie
4.1.
Indien het beroep op verrekening in conventie niet slaagt,
vordert Imation in reconventie betaling door Stichting de
Thuiskopie van een bedrag van EUR 839.895,83. Aan die
vordering legt Imation ten grondslag dat zij krachtens de
besluiten van de SONT en op grond van het convenant met
terugwerkende kracht recht heeft op een korting op de
thuiskopievergoeding voor de periode vanaf 1 januari 2001
tot 15 september 2004.
4.2.
Subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie
onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar, in
strijd met artikel 24 van de Mededingingswet (hierna:
“Mw”) en artikel 81 van het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap (hierna: “EGVerdrag”), voor de
periode vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004 een
hogere thuiskopievergoeding in rekening te brengen dan zij
in rekening heeft gebracht aan (andere) Stobi-leden.
Imation stelt dat de schade die zij daardoor heeft geleden
gelijk is aan de totale korting op de thuiskopievergoeding
die Imation zou hebben kunnen krijgen voor de periode
vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004.
4.3.
Meer subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie
in strijd met de contractuele goede trouw althans de
maatschappelijke zorgvuldigheid heeft gehandeld door
Imation niet te informeren over het bestaan van de voor
Stobi-leden geldende korting op de thuiskopievergoeding.
Imation stelt dat de schade die zij daardoor heeft geleden
gelijk is aan de totale korting op de thuiskopievergoeding
die Imation zou hebben kunnen krijgen voor de periode
vanaf 1 januari 2001 tot 15 september 2004.
4.4.
Stichting de Thuiskopie heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Stichting de Thuiskopie stelt dat Imation niet met
terugwerkende kracht aanspraak kan maken op de korting op
de thuiskopievergoeding. Ten aanzien van de gestelde
schending van het mededingingsrecht stelt Stichting de
Thuiskopie onder meer dat het hanteren van een korting
voor Stobi-leden gerechtvaardigd en in overeenstemming met
de wettelijke taak van Stichting de Thuiskopie is.
Daarnaast stelt Stichting de Thuiskopie dat zijn niet
verplicht was om Imation te informeren over de
kortingsregeling.
5.
De beoordeling
5.1.
De rechtbank stelt vast dat zij op grond van artikel 16g
Aw bevoegd is om kennis te nemen van het geschil in
conventie en reconventie.
in
conventie
5.2.
Niet in geschil is dat Imation facturen die Stichting de
Thuiskopie vanaf juli 2004 heeft verzonden terzake van
door Imation verschuldigde thuiskopievergoedingen,
onbetaald heeft gelaten en dat Stichting de Thuiskopie
dientengevolge een vordering heeft op Imation ter grootte
van het in de dagvaarding genoemde bedrag.
5.3.
Imation beroept zich op verrekening van het gevorderde
bedrag met een vordering uit onverschuldigde betaling die
zij stelt te hebben op Stichting de Thuiskopie. Imation
stelt dat zij in de periode van 1 januari 2001 tot 15
september 2004 een te hoge thuiskopievergoeding heeft
betaald omdat zij met terugwerkende kracht aanspraak zou
maken op een korting op de thuiskopievergoeding. Dat recht
op korting vloeit volgens Imation voort uit de besluiten
van de SONT, het convenant. Voorst stelt Imation dat uit
het mededingingsrecht voortvloeit dat alle
betalingsplichtigen recht hebben op de korting. Hierna
zullen deze drie grondslagen voor de vordering uit
onverschuldigde betaling achtereenvolgens worden
beoordeeld.
SONT-besluiten
5.4. Op grond van artikel 16c lid 2 Aw jo. 10 WNR is
Imation een billijke vergoeding verschuldigd voor de
blanco informatiedragers die zij in het verkeer brengt of
importeert. De hoogte van de vergoeding wordt krachtens
artikel 16e Aw vastgesteld door de SONT. De hoogte van de
vergoeding voor de relevante periode is door de SONT
vastgesteld bij besluiten van 31 oktober 2000 en 8 mei
2003. Die besluiten bevatten tevens de volgende bepalingen
betreffende een kortingsregeling:
“3.
Terzake van de hierboven bedoelde vergoedingen zal voor
Stobi-leden een korting gelden van 20%.
[…]
5. Terzake van de hoogte en de looptijd geldt de
nadrukkelijke voorwaarde dat het tussen rechthebbenden
en betalingsplichtigen gesloten convenant, waarbij aan
Stobi-leden korting wordt verleend, gehandhaafd
blijft.”
5.5.
Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit deze
besluiten niet voort dat Imation met terugwerkende kracht
aanspraak kan maken op een korting op de
thuiskopievergoeding. Met het oog op de rechtszekerheid en
het belang van een efficiënte inning en verdeling van de
thuiskopievergoeding moet worden aangenomen dat de hoogte
van de thuiskopievergoeding niet met terugwerkende kracht
kan worden verlaagd door een handeling van een
betalingsplichtige. Het feit dat Imation met terugwerkende
kracht lid is geworden van Stobi, kan derhalve niet
meebrengen dat de kortingsregeling met terugwerkende
kracht op haar van toepassing is geworden. Het enkele feit
dat Imation niet bekend was en, naar zij stelt, ook niet
bekend had kunnen zijn met de reductieregeling, kan niet
leiden tot een andere uitleg van de SONT-besluiten.
Convenant
5.6. De stelling
van Imation dat zij op grond van het convenant met
terugwerkende kracht recht zou hebben op toepassing van
een korting op de thuiskopievergoeding, strandt op het
feit dat gesteld noch gebleken is dat Imation partij is
bij het convenant. Artikel 9 van het convenant bepaalt dat
Stobi-leden partij kunnen worden bij het convenant door
ondertekening van het convenant. Uit niets blijkt dat
Imation het convenant heeft ondertekend.
5.7.
Voor zover Imation bedoeld heeft te stellen dat de in
artikel 9 van het convenant opgenomen regeling inzake de
korting op de thuiskopievergoeding voor Stobi-leden moet
worden opgevat als een derdenbeding, zoals Stichting de
Thuiskopie heeft aangevoerd, en dat Imation dat beding
heeft aanvaard door lid te worden van Stobi, kan dat er
niet toe leiden dat zij met terugwerkende kracht rechten
kan ontlenen aan het beding. Hoewel, anders dan Stichting
de Thuiskopie heeft aangevoerd, niet is uitgesloten dat
een derde aan een derdenbeding ook rechten kan ontlenen
ten aanzien van de periode vóór aanvaarding, is dat in
dit geval niet in overeenstemming met de strekking van het
beding.
5.8.
De rechtbank is namelijk met Stichting de Thuiskopie van
oordeel dat het beding moet worden begrepen in het licht
van de in de SONT-besluiten vastgelegde reductieregeling.
De preambule van het convenant maakt immers duidelijk dat
het convenant de samenwerking “materialiseert” die de
grondslag vormt voor de toepassing van die
reductieregeling. Derhalve moet worden aangenomen dat de
in het convenant opgenomen reductieregeling gelijk is aan
de in de SONT-besluiten bedoelde reductieregeling en dat
ook de eerstgenoemde regeling derhalve niet met
terugwerkende kracht kan worden toegepast.
Mededingingsrecht
5.9. Voorts stelt
Imation dat Stichting de Thuiskopie misbruik heeft gemaakt
van een economische machtspositie door in het kader van de
SONT alleen Stobi-leden een korting op de
thuiskopievergoeding te geven en zodoende ongelijke
voorwaarden toe te passen op gelijkwaardige prestaties.
Imation stelt dat zij op grond van deze schending van het
mededingingsrecht aanspraak maakt op de korting.
Daargelaten of deze gevolgtrekking juist is, verwerpt de
rechtbank het beroep op het mededingingsrecht reeds op
grond van het navolgende.
5.10.
In het midden kan blijven of Stichting de Thuiskopie een
economische machtspositie heeft en of zij daarvan gebruik
heeft gemaakt bij de vaststelling van de kortingsregeling
in het kader van de SONT. Naar het oordeel van de
rechtbank brengt toepassing van de kortingsregeling in dit
geval geen toepassing van ongelijke voorwaarden voor
gelijkwaardige prestaties mee en is er derhalve geen
sprake van misbruik van een eventuele economische
machtspositie. De prestaties van Stobi-leden en
niet-Stobi-leden zijn namelijk niet gelijkwaardig. Alleen
Stobi-leden leveren een (financiële) bijdrage aan Stobi
en maken zodoende de samenwerking tussen Stobi en
Stichting de Thuiskopie mogelijk. Als onweersproken staat
vast dat die samenwerking tussen Stobi en Stichting de
Thuiskopie, in de vorm van onder meer overleg over de
standaard incasso-overeenkomst, opsporing van
overtredingen en consumentenonderzoek, de uitvoering van
de taak van Stichting de Thuiskopie vergemakkelijkt. Die
voordelen rechtvaardigen het bieden van een korting aan
Stobi-leden.
5.11.
De hoogte van de korting maakt het bovenstaande niet
anders. De rechtbank stelt in dit verband voorop dat de
SONT beleidsruimte heeft om de hoogte van de
thuiskopievergoeding vast te stellen en dat de rechtbank
derhalve terughoudend moet zijn met toetsing van de
SONT-besluiten op dit punt. Naar het oordeel van de
rechtbank is een korting van 20% voor Stobi-leden niet
dermate hoog dat dit de beleidsruimte van de SONT
overschrijdt, laat staan dat de rol van Stichting de
Thuiskopie bij de vaststelling van die korting kan worden
gekwalificeerd als misbruik van de gestelde economische
machtspositie.
Conclusie
5.12. Op grond
van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat Imation
geen aanspraak kan maken op korting op de
thuiskopievergoeding voor de periode van 1 januari 2001
tot en met 15 september 2004 en dat Imation derhalve geen
vordering uit onverschuldigde betaling heeft op Stichting
de Thuiskopie. Daaruit volgt dat het beroep op verrekening
niet kan slagen en dat de vordering van Stichting de
Thuiskopie als overigens onweersproken zal worden
toegewezen.
5.13.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten
zal worden afgewezen. Stichting de Thuiskopie heeft niet
(voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten
daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking
hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele
aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het
inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op
gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.
5.14.
Imation zal als de in het ongelijk gestelde partij in de
proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde
van Stichting de Thuiskopie worden begroot op:
-
dagvaarding EUR 85,60
- vast recht 4.584,00
- salaris procureur 7.740,00 (3 punten × tarief EUR
2.580,00)
Totaal EUR 12.409,60
in
reconventie
Recht
op korting
5.15. Aan haar
reconventionele vordering legt Imation primair ten
grondslag dat zij met terugwerkende kracht recht heeft op
een korting op de thuiskopievergoeding. Die grondslag moet
worden verworpen op grond van hetgeen in conventie is
overwogen.
Schending
mededingingsrecht
5.16. Subsidiair
beroept Imation zich op schending van het
mededingingsrecht. Ook die grondslag moet worden verworpen
op grond van hetgeen in conventie is overwogen.
Schending
informatieplicht
5.17. Meer
subsidiair stelt Imation dat Stichting de Thuiskopie in
strijd met de contractuele goede trouw althans de
maatschappelijke zorgvuldigheid heeft gehandeld door
Imation niet te informeren over het bestaan van de voor
Stobi-leden geldende korting op de thuiskopievergoeding.
5.18.
In het midden kan blijven of Stichting de Thuiskopie
verplicht is uit eigen beweging informatie over de hoogte
van de thuiskopievergoeding, waaronder de
kortingsregeling, te verstrekken. Vast staat namelijk dat
Stichting de Thuiskopie informatie over de
thuiskopievergoeding heeft verstrekt. Imation heeft
onweersproken gesteld dat Stichting de Thuiskopie de
tarieven op haar website heeft vermeld en dat Stichting de
Thuiskopie importeurs en fabrikanten, waaronder Imation,
ook per brief heeft geïnformeerd over die tarieven en
wijzigingen daarin.
5.19.
Het feit dat Stichting de Thuiskopie het op zich heeft
genomen informatie over de thuiskopievergoeding te
verstrekken, brengt mee dat Stichting de Thuiskopie ervoor
zorg dient te dragen dat die informatie juist en volledig
is. Van Stichting de Thuiskopie mag op dit punt bovendien
extra zorgvuldigheid worden geëist. De verstrekte
informatie over de thuiskopievergoeding hangt immers samen
met de inning van die vergoeding, waarmee Stichting de
Thuiskopie overeenkomstig artikel 16d Aw is belast en
waartoe zij als enige gerechtigd is. Die bijzondere
positie van Stichting de Thuiskopie brengt mee dat
partijen zoals Imation in beginsel mogen uitgaan van de
juistheid en volledigheid van de door haar verstrekte
informatie over de thuiskopievergoeding.
5.20.
De door Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie
voldoet niet aan de hierboven genoemde eisen. Imation
heeft onweersproken aangevoerd dat de website en de
brieven van Stichting de Thuiskopie wel de standaard
thuiskopievergoeding, maar niet de korting daarop voor
Stobi-leden vermeldden. Aangezien Stichting de Thuiskopie
op de hoogte was van het bestaan van die korting en wist
of had behoren te weten dat die korting van groot belang
is voor partijen als Imation, had zij ook het daarop
betrekking hebbende deel van de SONT-besluiten dienen op
te nemen in de verstrekte informatie. De rechtbank is
derhalve met Imation van oordeel dat de onvolledigheid van
de verstrekte informatie in strijd is met de redelijkheid
en billijkheid die Stichting de Thuiskopie en Imation als
contractspartijen jegens elkaar in acht dienen te nemen,
althans in strijd is met de maatschappelijke
zorgvuldigheid.
5.21.
De stelling van Stichting de Thuiskopie dat zij niet wist
dat Imation niet op de hoogte was van de kortingsregeling,
kan niet tot een andere conclusie leiden. De gestelde
onwetendheid kan een rol spelen bij de beantwoording van
de vraag of Stichting de Thuiskopie al dan niet verplicht
is partijen als Imation te informeren over de hoogte van
de thuiskopievergoeding. Die onwetendheid ontslaat de
Stichting de Thuiskopie echter niet van de plicht om
volledig te zijn als zij ervoor kiest informatie over de
hoogte van de thuiskopievergoeding te verstrekken.
5.22.
Het verweer van Stichting de Thuiskopie dat Imation zelf
via de SONT of Stobi informatie over de kortingsregeling
had kunnen en behoren te verzamelen, slaagt evenmin. Zoals
hierboven reeds is overwogen, mocht Imation er in beginsel
op vertrouwen dat de informatie die Stichting de
Thuiskopie over de thuiskopievergoeding verstrekte juist
en volledig was. Dat zou slechts anders zijn indien
Imation wist of behoorde te weten dat de informatie niet
volledig was. Daarvan is in het onderhavige geval geen
sprake. Imation heeft onweersproken gesteld dat zij niet
op de hoogte was van het bestaan van de kortingsregeling
en dat zij derhalve niet wist dat de informatie van
Stichting de Thuiskopie op dat punt onvolledig was. Verder
is gesteld noch gebleken dat Imation grond had om te
vermoeden dat de informatie onvolledig was. Integendeel,
gebleken is dat de kortingsregeling ook niet is opgenomen
in de officiële publicaties van de SONT-besluiten in de
Staatscourant. Dat onderstreept dat de niet kan worden
gesteld dat Imation behoorde te weten dat de door
Stichting de Thuiskopie verstrekte informatie onvolledig
was.
Conclusie
5.23. Op grond
van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat
Stichting de Thuiskopie in strijd heeft gehandeld met de
redelijkheid en billijkheid die contractspartijen jegens
elkaar in acht dienen te nemen, althans met de
maatschappelijke zorgvuldigheid. Er is derhalve sprake van
een toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad
van Stichting de Thuiskopie. Daaruit volgt dat de
vordering in reconventie toewijsbaar is. Imation heeft
namelijk onweersproken gesteld dat zij als gevolg van de
toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van
Stichting de Thuiskopie schade heeft geleden ter hoogte
van het in reconventie gevorderde bedrag.
Nevenvorderingen
5.24. De
vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten
zal worden afgewezen. Imation heeft niet (voldoende
onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk
heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op
verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning,
het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen
van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze
samenstellen van het dossier.
5.25.
Stichting de Thuiskopie zal als de in het ongelijk
gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De
kosten aan de zijde van Imation worden begroot op EUR
3.870,00 aan salaris procureur (3 punten × factor 0,5 ×
tarief EUR 2.580,00).
[…]
6.
De beslissing
De
rechtbank
in
conventie
6.1.
veroordeelt Imation om aan Stichting de Thuiskopie te
betalen een bedrag van EUR 747.141,73, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf de datum waarop Imation de
verschuldigde bedragen aan Stichting de Thuiskopie had
dienen te voldoen, te weten op de 15e dag van de tweede
maand na afloop van het betreffende kalenderkwartaal, tot
de dag van volledige betaling;
6.2.
veroordeelt Imation in de proceskosten, aan de zijde van
Stichting de Thuiskopie tot op heden begroot op EUR
12.409,60;
6.3.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar
bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in
reconventie
6.5.
veroordeelt Stichting de Thuiskopie om aan Imation te
betalen een bedrag van EUR 839.895,83, vermeerderd met de
wettelijke rente vanaf 1 januari 2001 tot aan de dag der
algehele voldoending;
6.6.
veroordeelt Stichting de Thuiskopie in de proceskosten,
aan de zijde van Imation tot op heden begroot op EUR
3.870,00;
6.7.
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar
bij voorraad;
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Annotatie
Sinds 1991
bestaat in Nederland de thuiskopieregeling. Voor het
fabriceren en importeren van blanco informatiedragers zijn
de fabrikanten en importeurs een (billijke) vergoeding
verschuldigd aan de Stichting de Thuiskopie (art. 16 c-ga
Auteurswet). Deze stichting is door de minister van
Justitie ex art. 16d Aw als 'eigen-recht'
incasso-organisatie aangewezen en bezit derhalve een
wettelijk monopolie. De tarieven worden vastgesteld door
de Stichting Onderhandelingen Thuiskopie (SONT), waarin de
rechthebbenden en de betalingsplichtigen paritair zijn
vertegenwoordigd. De fabrikanten en importeurs zijn
verenigd in de Stichting Overlegorgaan Blanco
Informatiedragers (STOBI), voorheen FIAR. Stichting de
Thuiskopie en STOBI zijn in 1992 een convenant
overeengekomen, waarin een kortingsregeling is opgenomen.
STOBI-leden krijgen een korting van 20% op de
thuiskopietarieven. Deze kortingsregeling is pas in 2004
door de SONT in de Staatscourant gepubliceerd. Imation is
een grote fabrikant van beschrijfbare media, en sinds 1999
in Nederland actief. Imation is pas in 2004 lid geworden
van de STOBI en beroept zich met terugwerkende kracht op
de kortingsregeling, ter afwering van een vordering van
Stichting de Thuiskopie tot betaling van een groot bedrag
aan achterstallige vergoedingen. Imation werpt diverse
argumenten in de strijd, onder meer de stelling dat
Stichting de Thuiskopie haar had moeten informeren over
het bestaan de kortingsregeling. De rechter stelt Imation
in het gelijk. Door de officiële tarieven bekend te
maken, maar de speciale korting voor STOBI-leden te
verzwijgen, heeft Stichting de Thuiskopie gehandeld “in
strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Stichting
de Thuiskopie en Imation als contractspartijen jegens
elkaar in acht dienen te nemen, althans in strijd met de
maatschappelijke zorgvuldigheid.”
Een
uitspraak waarop dunkt me weinig valt af te dingen,
hooguit dat Stichting de Thuiskopie er nog genadig van af
gekomen is. Dat de Stichting betalingsplichtigen volledig
over de tarieven, inclusief kortingen, moet informeren
spreekt eigenlijk vanzelf. Dat lijkt mij niet enkel een
kwestie van redelijkheid en billijkheid, maar een
bijzondere rechtsplicht die voortvloeit uit de
monopoliepositie van de stichting en de bijzondere taak
die zij op grond van de wet heeft te vervullen. In
Duitsland is een dergelijke verplichting met zoveel
woorden in de wet geregeld. Art. 13 van het Urheberrechtswahrnehmungsgesetz
verplicht iedere rechtenorganisatie om al haar tarieven en
elke tariefswijziging terstond in de Bundesanzeiger
te publiceren.
Hoewel
het in Nederland met het toezicht op het collectieve
beheer de goede kant op gaat, zijn we hier zo ver nog
niet. Een wettelijke publicatieplicht bestaat niet. Wel
heeft het College van Toezicht Auteursrecht (CVTA) sinds
zijn oprichting in 2003 tot wettelijke taak er op toe te
zien dat iedere collectieve beheersorganisatie waarover
hij de scepter zwaait 'gelijke gevallen op gelijke wijze
behandelt' (art. 2 lid 2 Wet toezicht collectieve
beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten).
Blijkens de door het CVTA gepubliceerde jaarverslagen
heeft het College echter nog weinig oog voor het feit dat
de rechtenorganisaties niet al hun tarieven publiceren, en
– zelfs als zij dat wel doen – geheime
kortinsgregelingen met gebruikers overeenkomen. In het
jaarverslag 2005 van het CVTA valt hieromtrent te lezen:
“Het
College ziet thans geen aanleiding om te concluderen dat
gehanteerde tarieven en tariefstructuren onvoldoende
transparant of kenbaar zouden zijn. Eén en ander sluit
niet uit dat in specifieke gevallen, afhankelijk van de
omstandigheden van het geval, de thans gekozen
tariefstructuren en grondslagen leiden tot evident
onredelijke situaties. In dergelijke gevallen kan er
aanleiding bestaan om nader onderzoek te verrichten en
op te treden. Dergelijke concrete gevallen zijn evenwel
nog niet onder de aandacht gebracht.”
Een
snelle rondgang langs de websites van enkele belangrijke
rechtenorganisaties levert het volgende beeld op. De
vernieuwde website van Buma/Stemra bevat allerlei
informatieve brochures met de basistarieven voor onder
meer kerkelijke organisaties, fitnesscentra, dansscholen,
personeelsrestaurants, supermarkten, kinderdagverblijven,
scholen en natuurlijk de horeca, inclusief een handige
'Licentiecalculator', maar niet die voor de omroep en de
platenfabrikanten. De site van SENA bevat een uitvoerige
lijst van tarieven voor openbaar gebruik, variërend van
amateurdansgezelschappen tot zwembaden. Voor muziekgebruik
door de commerciële radio en televisie noemt SENA globale
percentages van de reclame-inkomsten, terwijl met de
publieke omroepen niet nader gespecificeerde lump-sum
afspraken worden gemaakt.[1]
De Stichting Beeldrecht verwijst op haar site, heel
veelbelovend, naar tariefkaarten voor gebruik van kunst in
boeken, kaarten, posters, dag- en weekbladen en het
internet, maar die blijken bij nader inzien niet te zijn
ingevuld.
Van
algehele tarieftransparantie is met dat al dus nauwelijks
sprake. Het is annotator dezes bovendien bekend dat er in
de wereld van het collectieve rechtenbeheer regelmatig
gebruik wordt gemaakt van bijzondere kortingsregelingen,
die veelal met een geheimhoudingsplicht buiten de
openbaarheid worden gehouden. Nu valt er tegen objectief
gerechtvaardige kortingen natuurlijk weinig bezwaar te
maken. Een gebruiker die zijn gebruiksgegevens (bijv.
playlists) in een door de rechtenorganisatie voorschreven
formaat aanlevert, beperkt de administratie- en
transactiekosten van de rechtenorganisatie en verdient dus
een korting. Hetzelfde geldt voor een brancheorganisatie
die al haar leden bindt door middel van een collectieve
regeling.
Waar
wel ernstig bezwaar tegen bestaat is als een
rechtenorganisatie gelijke gevallen ongelijk behandelt en
tariefafspraken geheim houdt, zoals met name in de sfeer
van de omroep regelmatig het geval lijkt te zijn.
Verplichte publicatie van tarieven is daartegen de beste
remedie. Het zou daarom wenselijk zijn als ook in
Nederland een wettelijke publicatieplicht zou worden
ingevoerd. De door de Minister van Justitie voorgenomen
wijziging van de Wet toezicht collectieve
beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, [2]
die er toe strekt het toezicht uit te breiden tot alle
rechtenorganisaties, vormt daartoe een geschikte
aanleiding. Zoals ik eerder in dit blad schreef, [3]
is maximale transparantie niet alleen in het belang van de
gebruikers, maar ook van de rechtenorganisaties zelf. De
legitimiteit van het collectieve rechtenbeheer, die dezer
tijden (te) vaak voorwerp van openbare discussie is, staat
of valt bij de perceptie – bij gebruikers, 'de politiek'
en het algemene publiek – dat de rechtenorganisaties
niets te verbergen hebben.
Noten
[1]
De door NOS aan BUMA en SENA betaalde bedragen zijn
overigens wel te kennen uit de openbare jaarverslagen van
de NOS.
[2] Het voorontwerp is
te vinden op http://www.justitie.nl/images/Wetsvoorstel%20consultatie_tcm34-31200.pdf.
[3] P.B. Hugenholtz , 'Is
concurrentie tussen rechtenorganisaties wenselijk?', AMI
2003-5, p. 203-206.
|