| Evenals gewone software,
kent ook open source software auteurs. Vaak zijn bij open
source software meerdere auteurs betrokken omdat open source
software zich kenmerkt door de mogelijkheid voor gebruikers om
eigen versies of toevoegingen op bestaande open source
software te schrijven. Voor een afnemer van de software is het
dan ook relevant om te weten wie de “maker” van een open
source programma is omdat dit degene is van wie hij een
licentie op de software moet verkrijgen.
Sinds het begin van de jaren
negentig heeft open source software aan bekendheid en
populariteit gewonnen. Eerst binnen de groep mensen die
software ontwikkelt, later op de servermarkt, en de laatste
tijd zelfs op de eindgebruikersmarkt. Met name de opkomst van
het besturingssysteem Linux heeft open source software
wereldwijd grote naamsbekendheid gegeven.
Er zijn allerlei organisaties
opgericht om het gebruik van open source software te
stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn de Free Software
Foundation (FSF)[1]
en het Open Source Initiativ
(OSI).[2] Beiden zijn
not-for-profit organisaties met als doelstelling het
stimuleren van het gebruik van software waar de broncode aan
de gebruiker ter beschikking wordt gesteld en waar de
gebruiker de mogelijkheden heeft de broncode aan te passen.[3]
Uit het feit dat de FSF is opgericht in 1985, en dus al 18
jaar actief is, blijkt dat open source sofware niet zomaar een
hype van de laatste jaren is, maar dat er nogal wat tijd
verstreken is voordat open source software doorbrak bij het
grote publiek.[4]
Niet alleen in de private
sector, ook in de publieke sector is de belangstelling voor
open source software sterk toegenomen. Eind 2002 heeft het
kamerlid Vendrik een motie voorgesteld waarin hij de regering
verzocht ervoor te zorgen dat in 2006 alle door de publieke
sector gebruikte software aan open standaarden voldoet.[5]
Tevens verzocht hij de regering “actief de verspreiding en
ontwikkeling van open broncode[6]
in de publieke sector te stimuleren en hiervoor concrete en
ambitieuze doelstellingen te formuleren”. Naar aanleiding van
dit verzoek zijn de ministeries van Binnenlandse Zaken en
Economische Zaken het programma “open standaarden en open
source software voor de overheid” gestart.[7]
Blijkbaar zijn er vele partijen die, om economische danwel
pragmatische overwegingen, interesse hebben in open source
software.[8]
Centraal in dit artikel staan
de auteursrechtelijke aspecten van open source software.
Allereerst zal ik aangeven wat open source software nu precies
is. Vervolgens zal ik enkele belangrijke aspecten uit de
Auteurswet behandelen. In het laatste deel van het artikel
wordt de relatie gelegd tussen de Auteurswet en open source
software en worden er enkele aandachtspunten bij open source
licenties voor afnemers genoemd.
1. Wat is open source
software
Wat is nu open source
software? De belangrijkste verschillen, die tot uitdrukking
komen in de bij een programma behorende licentie, tussen open
source software en “gesloten” software zijn:
1. Bij open source software
wordt de broncode vrijelijk ter beschikking gesteld.
2. Bij open source software mag de gebruiker de broncode
aanpassen aan zijn eigen wensen, en deze wijzingen (al dan
niet tezamen met het originele programma) verder verspreiden.
Het eerste verschil heeft
betrekking op de ter beschikking stelling van de source code.
Bij “gesloten” software verkrijgt de gebruiker alleen de
objectcode (ofwel de binaries in de vorm van nullen en enen).
Dit zijn de instructies die de computer nodig heeft om het
programma te kunnen draaien. De broncode (ofwel source code)
is het programma in een hogere, voor mensen begrijpelijke
programmeertaal (zoals C++, Pascal en Java).
Het tweede verschil betreft
de toekenning van de bevoegdheden door de licentie behorende
bij een programma. Bij open source software krijgt de
gebruiker de bevoegdheid om de source code van een programma
verder te verspreiden, om de source code van een programma te
wijzigingen om hem zo aan te kunnen passen aan zijn eigen
wensen en om de wijzigingen (al dan niet tezamen met het
programma) te verspreiden. Bij gesloten software krijgt de
gebruiker deze bevoegdheden niet vanzelfsprekend.
Het proces om software te
wijzigen verloop als volgt. De enige manier om software te
wijzigen geschiedt door het wijzigen van de onderliggende
code, de source code. Vervolgens wordt een compiler gebruikt
om het programma te compileren.[9]
Het resultaat zijn nieuwe binaries en een aangepast programma.
Een voorbeeld van een source code is:
Int main (void)
{
printf (“hello world\n)\”);
return 0 ;
}
Na het compileren wordt een
Hello.exe file verkregen, bijvoorbeeld:
76 47 80 3E 7D 00 03 72 40 77
07 80 3E 7E 00 1E
v G .> } . . r @ w . . > ~ . .
Op grond van de Auteurswet
(verder Aw) heeft de gebruiker van een programma onder
bepaalde voorwaarden het recht om een programma te
decompileren.[10] Met
decompileren kan je in principe de source code van het
programma verkrijgen. Echter, het is bijna onmogelijk om met
decompileren de originele source code te verkrijgen. Hiernaast
ontbreken bij decompilatie meestal de aanvullende verklaringen
die een programmeur in de source code heeft opgenomen en die
zeer waardevol kunnen zijn in het geval iemand een programma
aan wil passen.
2. Voorbeelden van Open
Source Software
Open source programma's komen
in verschillende omgevingen rond de computer voor. Voorbeelden
van veel gebruikte open source software zijn de Apache Web
Server,[11] de mailserver
Sendmail,[12] de Domain
Name Server BIND (Berkeley Internet Name Daemon)[13]
en het besturingssysteem Linux.[14]
Dat het hier niet gaat om
zomaar een aantal programmaatjes blijkt uit vele onderzoeken.[15]
Meer dan de helft (62%) van de webservers in de publieke en
private sector draaide in 2001 op Apache en een groot aantal
van alle e-mails komt in aanraking met Sendmail. Ook het
programma Linux mag zich in toenemende populariteit verheugen,
volgens onderzoek draait 55% van de computers in de
servermarkt op Linux.
In de praktijk komt nog een
aantal vormen van software voor waar de naam impliceert dat
het om open source software zou kunnen gaan, maar waar dit
niet het geval is. Voorbeelden hiervan zijn “freeware” en
“shareware”. Bij deze categorieën software mag de software (de
binaries) wel vrij verspreid worden, maar krijgt de gebruiker
niet de beschikking over de source code en er is dus geen
sprake van open source software.
Twee voorbeelden van
programma's die op open source software lijken, maar het niet
zijn, betreffen het “Shared Source programma” en het
“Government Security Program” van Microsoft.
Bij het Shared Source
programma deelt Microsoft de source code met gebruikers. Het
programma bevat een groot scala aan software licenties die in
de toegekende bevoegdheden aan de licentienemer niet allemaal
even ver gaan.[16]
Hiernaast heeft Microsoft,
speciaal voor overheden, het “Government Security Program” op
14 januari 2003 in het leven geroepen. Nationale overheden
worden door dit programma in staat gesteld de source code en
andere technische informatie van Windows 2000, XP, Server 2003
en CE in te zien. De naam van het programma geeft al aan dat
dit inzien van de source code geschiedt in het kader van
'beveiliging'; overheden kunnen dan zelf de kwaliteit van de
beveiligingsvoorzieningen van het Windowsplatform beoordelen.
Tot nog toe hebben China, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en
de NATO gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.[17]
3. De Nederlandse
Auteurswet
Degene die een
computerprogramma maakt, wordt beschermd door het
auteursrecht. Artikel 1 Aw definieert het auteursrecht als:
“het uitsluitend recht
van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap, of
kunst, of van diens rechtverkrijgenden
om dit openbaar te maken en
te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen bij de wet
gesteld”
De maker is degene die
de geestelijk vader of schepper van het werk is.[18]
De maker en de rechthebbende hoeven niet altijd in dezelfde
persoon verenigd te zijn. De Aw kent een aantal uitzonderingen
waar een ander dan de geestelijk vader of schepper van het
werk als auteursrechthebbende wordt aangemerkt. Eén van deze
uitzonderingen betreft werken gemaakt onder leiding van de
werkgever. In paragraaf 4 wordt nader op deze uitzondering in
relatie tot open source software ingegaan.
Om de bescherming van het
auteursrecht te genieten, moet er sprake zijn van een “werk
van letterkunde, wetenschap of kunst” in de zin van
de Aw. Voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat het
werk 'tot uitdrukking' is gebracht (zintuiglijk waarneembaar)
en dat het werk 'oorspronkelijk' is (er moet sprake zijn van
een eigen en persoonlijk karakter van het werk en het werk
moet het stempel van de maker dragen[19]
).
Op grond van de Aw verkrijgt
de auteursrechthebbende drie rechten:
1. het recht tot
verveelvoudiging van het werk
2. het recht tot openbaarmaking van het werk
3. persoonlijkheidsrechten
De rechten tot het
verveelvoudigen en het openbaar maken van een programma komen
exclusief aan de auteursrechthebbende toe. Het gevolg hiervan
is, dat als een ander één van deze handelingen wil verrichten,
hij toestemming van de auteursrechthebbende nodig heeft.
Het eerste begrip, “verveelvoudigen”
kan zowel betrekking hebben op het vervaardigen van
(stoffelijke) exemplaren waarin het werk is vastgelegd
(bijvoorbeeld kopiëren), als op het vertalen of bewerken van
een werk.
Het tweede begrip, “openbaarmaking” kan onderverdeeld
worden in stoffelijke en onstoffelijke openbaarmaking.
Stoffelijke openbaarmaking is enkel mogelijk in het geval een
werk in een waarneembare vorm is vastgelegd en kan bestaan uit
verspreiden, verbreiden, verhuren of uitlenen. Een
onstoffelijke openbaarmaking heeft betrekking op een op- of
uitvoering van een werk.
De “persoonlijkheidsrechten”
worden genoemd in artikel 25 Aw. De achtergrond van deze
rechten ligt in de bescherming van de ideële band tussen de
maker en het werk. De maker kan deze rechten niet overdragen,
in enkele gevallen kan hij er wel afstand van doen.
Voorbeelden van het persoonlijkheidsrecht zijn het recht op
naamsvermelding en het recht om zich tegen wijziging in het
werk te verzetten.
Aan de bij de wet
gestelde beperkingen, die genoemd worden in de artikelen 15
tot en met 25a van de Aw, wordt in dit artikel geen aandacht
besteed.[20]
4. Open source software en
auteursrecht
In deze paragraaf wordt de
relatie tussen open source software en het auteursrecht
onderzocht. Achtereenvolgens komen aan bod de “maker”, het
“werk” en tenslotte de rechten die de maker van een werk
verkrijgt (verveelvoudigen, openbaarmaken en zijn
persoonlijkheidsrecht).
a. Maker
Door de onconventionele
bouwwijze van open source software kunnen zich enkele
interessante vragen op het gebied van het makerschap voordoen.
De kern van het bouwen van open source software is dat de
groep makers in principe onbegrensd is. Het staat iedereen die
iets bij wil dragen aan een project vrij dit ook daadwerkelijk
te doen.[21] Vaak is er
wel een groep van personen die beslist welke wijzigingen
opgenomen worden in stabiele versies van het programma en
welke wijzigingen minder relevant (of zelfs slecht)
zijn.[22]
De eerste kwestie betreft de
vraag of er sprake is van een gemeenschappelijk auteursrecht
van meerdere makers op één werk, of dat er sprake is van een
combinatie van werken in het geval dat er meerdere mensen aan
een programma bijgedragen hebben. Om deze vraag te kunnen
beantwoorden heeft de rechtspraak het
“scheidbaarheidscriterium” ontwikkeld:[23]
“Beslissend voor een
gemeenschappelijk auteursrecht van de makers tezamen is, of
het werk is ontstaan door een zodanige samenwerking van de
auteurs, dat ieders afzonderlijke bijdrage daarvan niet meer
te scheiden is en buiten het verband van het geheel dan ook
geen voorwerp van afzonderlijke beoordeling kan zijn”
In het betreffende arrest
ging het over de vraag of film en filmmuziek scheidbaar zijn.
De Hoge Raad antwoordde hierop in bevestigende zin. Als de
elementen scheidbaar zijn, is er sprake van een combinatie van
werken. Als de elementen niet scheidbaar zijn, dan is er
sprake van een gemeenschappelijk auteursrecht van de auteurs.
Bij een open source programma
zal de makerschap-vraag dus afhangen van de vraag of er sprake
is van een los onderdeel danwel een “onscheidbaar” geheel. In
het geval dat iemand een applicatie schrijft, is het goed
verdedigbaar dat deze los te zien is van het andere werk. Aan
de andere kant is de applicatie soms met het oog op gebruik
door een bepaald programma geschreven. Is er in dat geval dan
sprake van “onscheidbaarheid”? In de praktijk is het vaak niet
altijd even duidelijk of er sprake is van “scheidbaarheid” van
de delen van een programma.
De vraag of er sprake is van
meerdere makers en één werk of meerdere makers en een
combinatie van werken komt met name tot uitdrukking in de
uitoefening van de rechten met betrekking tot het werk,
bijvoorbeeld het verlenen van een licentie. Dit dient in
beginsel door alle auteurs gezamenlijk te geschieden. In het
geval van open source software zou dit nogal wat problemen op
kunnen leveren omdat er vaak heel veel bijdragers zijn en het
praktisch ondoenlijk is om bij verlening van iedere licentie
toestemming van alle auteurs te verkrijgen.[24]
Hiernaast ontstaat bij de
ontwikkeling van open source software de vraag, of er sprake
kan zijn van de situatie dat het werk tot stand gebracht is
naar het ontwerp van een ander zoals omschreven in artikel 6
Aw.[25] In het geval dat
er ook sprake is van leiding of toezicht van deze ander, dan
wordt deze als leidinggever en als maker van het werk
aangemerkt. Uit rechtspraak blijkt dat de leidinggever of
ontwerper als maker te beschouwen is, in die gevallen waarin
deze de uitvoerder zodanig door leiding en toezicht heeft
geïnspireerd dat er bij de uitvoerder geen sprake is van een
eigen schepping.[26] Het
is op grond van artikel 6 Aw bij een open source project dan
ook maar de vraag of degene die de wijziging heeft gemaakt,
ook daadwerkelijk als maker aangemerkt kan worden. Het hangt
van de omstandigheden van het geval af of de wijziging van een
bepaald persoon tot stand is gekomen onder leiding en toezicht
van een ander.
b. Werk
De Aw geeft aan dat
“computerprogramma's en het voorbereidend materiaal” als een
werk worden beschouwd en dus auteursrechtelijk beschermd
kunnen worden.[27]
c.
Verveelvoudiging/openbaarmaking en licenties
Als iemand een
softwareprogramma (ook dus als het open source is!) wil
gebruiken, dan heeft hij toestemming van de
auteursrechthebbende nodig omdat hij door het programma te
gebruiken het programma verveelvoudigd en openbaar maakt. De
auteursrechthebbende kan in dat geval besluiten een
gebruiksrecht op zijn werk aan de gebruikers van zijn
programma te verlenen in de vorm van een licentie.
Naast de rechten die een licentienemer op grond van de
verstrekte licentie verkrijgt, komen hem ook enkele rechten
toe op grond van de artikelen 45h -45n Aw.[28]
Het bijzondere van licenties
die betrekking hebben op open source software is dat zij veel
meer rechten verlenen dan de zogenaamde closed source
licenties, zoals het recht tot het wijzigen van de source
code. Aan de andere kant leggen open source software licenties
soms verregaande verplichtingen aan de licentienemer op die
bijvoorbeeld betrekking hebben op de verdere verspreiding van
het werk, zoals het “copyleft”[29]
vereiste dat de GPL stelt. Het Open Source Initiativ heeft een
aantal voorwaarden opgesteld waaraan open source licenties
volgens hen dienen te voldoen voordat zij zich open source
mogen noemen:[30]
1. vrije verspreiding van de
software;
2. het programma moet de broncode bevatten en moet vrije
verspreiding toestaan, zowel in broncode als in gecompileerde
vorm;
3. de licentie moet aanpassingen van het originele programma
en afgeleide werken toestaan, en deze moeten onder dezelfde
voorwaarden kunnen worden verspreid als het originele
programma;
4. de integriteit van de broncode moet gewaarborgd zijn, in de
source code wordt daarom aangegeven wie wát en wanneer
gewijzigd heeft;
5. geen discriminatie tegen personen of groepen;
6. geen discriminatie tegen toepassingsgebieden;
7. de rechten die bij de licentie horen moeten ook van
toepassing zijn op iedereen naar wie het programma is
verspreid, zonder dat een extra licentie nodig is;
8. de licentie mag
niet specifiek voor 1 product gelden;
9. de licentie mag andere software niet beïnvloeden;
10. de licentie moet technologie-neutraal zijn.
Enkele licenties die veel
gebruikt worden en die volgens het Open Source Initiativ aan
deze voorwaarden voldoen zijn de Berkeley Software
Distribution License! (BSD),[31]
Mozilla Public License (MPL) en de GNU General Public License
(GPL). De GPL is in 1989 opgesteld en gaat dus al een flink
aantal jaren mee, BSD en MPL stammen uit 1998.
Het grootste verschil tussen
de licenties heeft betrekking op de verspreiding van de
wijzigingen die iemand heeft gemaakt. Er zijn drie situaties
denkbaar bij de verdere verspreiding van open source software
door de licentienemer:
1. verspreiding van het originele programma;
2. verspreiding van het originele programma + de wijzigingen;
3. verspreiding van de wijzigingen.
Bij de tweede en de derde categorie gaat het dus om een werk
dat voortbouwt op het originele werk, dit heet een
afgeleid werk.
De BSD licentie staat de
gebruiker toe om een afgeleid werk te maken maar hij heeft
zelf de keus onder welke licentie hij zijn afgeleide werk wil
gaan verspreiden. Hij kan dus besluiten zijn software “closed
source” te maken, te verspreiden onder dezelfde licentie,
ofwel te verspreiden onder de GPL.
De GPL vereist dat zowel de
verspreiding van het originele werk als de verspreiding van
afgeleide werken onder de GPL geschiedt. Hiernaast staat de
GPL niet toe dat iemand bij de verspreiding van een werk
waarop de GPL van toepassing is verklaard, additionele
beperkingen aan de GPL toevoegt.
Het vereiste dat het
originele programma “free” blijft en dat alle afgeleide
werken van het originele programma ook “free” zijn, wordt
“copyleft” genoemd. De GPL is dus copyleft, BSD is
“non-copyleft”.
Tussen deze twee uitersten
bestaat ook nog een tussencategorie. Deze vorm komt tot
uitdrukking in de Mozilla Public License. De MPL geeft aan dat
zij van toepassing is op de “covered code”, hieronder wordt
verstaan de originele code, wijzigingen op deze code of de
combinatie van de originele code + wijzigingen. De licentie
maakt binnen “covered code” een onderscheid tussen:
1. source code
2. executables (elke andere vorm dan source code)
Voor de source code van
het originele werk, de wijzigingen daarop en de (combinatie
van het originele werk met de wijzigingen, geldt dat deze
altijd “free” dient te zijn.
Voor de executables geldt dat iemand zelf
mag weten onder welke licentie hij de executables verspreidt;
dit kan dus open source zijn, maar dit hoeft niet. Iemand kan
besluiten de executables als closed source te gaan verspreiden
(artikel 3.6 van de MPL).
Ook de MPL staat de
licentienemer niet toe additionele beperkingen aan de licentie
toe te voegen. Wel bestaat de bevoegdheid additionele rechten
op te nemen (artikel 3.1 MPL).
Een apart onderwerp betreft
de samenloop van licenties. Omdat de GPL niet toestaat
dat de gebruiker additionele beperkingen aan de GPL toevoegt,
heeft dit tot gevolg dat source code waarop de GPL van
toepassing is, niet gecombineerd kan worden met source code
waarop bijvoorbeeld de MPL van toepassing is.
Om aan de behoefte in de
praktijk tegemoet te komen om code te combineren, heeft
Mozilla een “relicensing project” gestart.[32]
Mozilla heeft twee licenties gemaakt die van toepassing zijn
op de Mozilla source code:
- MPL 1.1 / GPL 2.0/ LGPL
2.1
- MPL 1.1 / GPL 2.0
Deze licenties geven de
gebruiker de bevoegdheid, om code die zij hebben verkregen (en
gewijzigd) op grond van de MPL, verder te verspreiden onder de
GPL of de LGPL.
d. persoonlijkheidsrechten
De persoonlijkheidsrechten
die de maker van een werk heeft, worden uiteen gezet in
artikel 25 lid 1 Aw. De auteur kan zich, zelfs na overdracht,
verzetten tegen:
a. openbaarmaking van
het werk zonder vermelding van zijn naam of andere
aanduiding als maker, tenzij het verzet onredelijk is;
b. openbaarmaking van het werk onder een andere naam en
wijzigingen in de benaming van het werk (titel) of in de
auteursaanduiding;
c. wijziging in het werk zelf;
d. misvorming, verminking of andere aantasting van het werk
welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van
de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.
De Auteurswet geeft de
auteursrechthebbende de bevoegdheid om van sommige van deze
rechten bij overeenkomst afstand te doen, dit kan bijvoorbeeld
geschieden bij de verlening van de licentie. De auteur kan
afstand doen van de rechten genoemd in sub a, b en c. Er is
echter geen afstand mogelijk van het recht zich te verzetten
tegen misvorming, verminking of andere aantasting van het werk
(sub d). Wat de auteursrechthebbende ook doet (dus ook als hij
zijn auteursrecht overdraagt), dit recht behoud hij te allen
tijde.
Als een auteursrechthebbende
een open source licentie van toepassing verklaart op zijn
werk, en dus uitdrukkelijk wijziging van het werk toestaat,
dan impliceert dit mijns inziens dat hij afstand heeft gedaan
van zijn recht om zich tegen wijzigingen in het werk te
verzetten.
Op grond van zijn recht zich
tegen verminking die nadeel toebrengt aan de eer of goede naam
van de maker te verzetten (sub d), zou een auteur zijn door de
licentie verschafte rechten echter weer teniet kunnen doen.
Wat de auteur met de
ene hand heeft gegeven (het recht tot wijziging van de source
code), kan hij met de andere hand aldus terug nemen in het
geval dat hij van mening is dat de wijziging leidt tot
aantasting van het werk welke nadeel toebrengt aan zijn eer of
goede naam. Helaas is er nog geen jurisprudentie in Nederland
over dit onderwerp. Als een gebruiker iets wijzigt in een open
source programma, dan zou de auteursrechthebbende op het
originele werk op grond van zijn persoonlijkheidsrecht
(artikel 25 sub d Aw) hiertegen kunnen ageren.
5. Aandachtspunten bij
open source licenties
Een eerste aandachtspunt voor
een gebruiker van open source software betreft het feit dat
open source software licenties de gebruiker de beschikking
geeft over de source code en de mogelijkheid deze te wijzigen
en te verspreiden. Dit alles wordt echter niet zonder meer
toegestaan. Er zijn strikte eisen waaraan iemand moet voldoen
om verder te mogen verspreiden. Verspreiding mag soms alleen
onder dezelfde licentie als het originele programma en de
wijzigingen moeten in de documentatie behorende bij de
software worden bijgehouden.
Een tweede belangrijk
aandachtspunt voor gebruikers betreft het feit dat licenties
behorende bij open source software vaak geen
onderhoudsbepalingen bevat. Tevens sluit de licentie vaak
iedere aansprakelijkheid van de leverancier uit. Een gebruiker
van open source software dient hierop bedacht te zijn en
aanvullende maatregelen te treffen. In de praktijk zijn er
vele bedrijven die in het gat van het onderhoud in de markt
springen. Zij verstrekken handleidingen bij de software en
kunnen onderhoud leveren.[33]
In de praktijk bestaat nog
grote onduidelijkheid of open source sofware nu goedkoper is
dan closed source software. Het voordeel van het kunnen
beschikken over de source code is dat men dan de mogelijkheid
heeft het programma aan te passen aan de eigen wensen, en zich
kan vergewissen van de veiligheid van het programma (men weet
precies wat er in de source code staat). Dit zal echter wel
bepaalde kosten met zich meebrengen. Deze en andere te
verwachten kosten met betrekking tot implementatie, onderhoud,
garantie en aansprakelijkheid zullen afgewogen dienen te
worden tegen de lagere licentiekosten.
6. Conclusie
Auteursrecht en open source
software zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op
computerprogrammatuur rust volgens de Auteurswet immers
auteursrecht. In het geval dat iemand een computerprogramma
wil gebruiken, maakt hij inbreuk op de exclusieve rechten van
de auteursrechthebbende tot het verveelvoudigen en
openbaarmaken van een werk.
Om te zorgen dat een
gebruiker een computerprogramma rechtmatig kan gebruiken,
dient hij een licentie van de auteursrechthebbende te
verkrijgen. Van belang is dat hij van de juiste persoon zijn
licentie verkrijgt in het geval dat er bijvoorbeeld sprake is
van meerdere makers van één werk of van meerdere makers en een
combinatie van werken, en in het geval er sprake is van
leiding geven zoals omschreven in artikel 6 Aw.
Naast de exclusieve rechten tot
verveelvoudigen en openbaarmaken bezit de maker van een
programma ook een persoonlijkheidsrecht. Op grond van dit
recht zou de maker het recht wat hij met de ene hand heeft
gegeven aan de licentienemer (het recht tot wijziging van de
software) terug kunnen nemen met de andere hand omdat hij niet
van alle persoonlijkheidsrechten afstand kan doen. Wat de
praktische consequenties hiervan zijn, is op dit moment
onduidelijk.
Een belangrijk
aandachtspunt ten slotte bij open source software licenties
betreft de omstandigheid dat de licentie vaak iedere
aansprakelijkheid van de leverancier uitsluit en dat er geen
onderhoud geleverd wordt. Een licentienemer dient op deze
gebieden aanvullende maatregelen te treffen.
Noten
[1]
http://www.fst.org
[2]
http://www.opensource.org
[3] De FSF gebruikt
de term "free software'; OSI gebruikt de term "open source
software" voor de software. De FSF vereist dat een programma
aan het "copyleft" vereiste dient te voldoen voordat sprake is
van free software.
[4] OSI is in 1998
opgericht. Daar waar de FSF zeer pragmatisch is ingesteld, is
OSI minder pragmatisch en houdt zij meer rekening met de
marketingaspecten van open source software.
[5] Kamerstukken
112002103, 28600 XIII, nr. 30.
[6] Bedoeld wordt “open
source software”.
[7] Kamerstukken
112002/03, nr. 825.
[8] Onder economische
motieven kunnen eventuele kostenbesparingen en de
onafhankelijkheid van bepaalde leveranciers begrepen worden.
Onder pragmatische motieven kan begrepen worden het idee van
de FSF dat alle software "free" dient te zijn zodat iedereen
van de software kan profiteren. In het vervolg van dit artikel
zullen deze onderwerpen slechts zijdelings aan bod komen.
[9] Elke programmeertaal
heeft zijn eigen compiler; voor C is er de C compiler, voor
Java een Java compiler etc.
[10] Artikel 45m Aw staat
decompileren toe indien de handelingen onmisbaar zijn om de
informatie te verkrijgen die nodig is om de interoperabiliteit
van een onafhankelijk vervaardigd programma met andere
computerprogramma's tot stand te brengen.
[11]
http://www.apache.org
[12]
http://www.sendmail.org
[13]
http://www.bind.org
[14]
http://www.linux.org
[15] Vergelijk
het door IDA in juni 2001 verrichte onderzoek in opdracht van
de Europese Commissie "Study into the use of Open Source
Software in the Public Sector, part 2, Use of Open Source in
Europe'; het onderzoek van Netcraft op
http://www.netcraft.com/survey/
en ten slotte "Using Open Source
Software in the South African Government, a proposed strategy
compiled by the Government Information Technology Officers'
Council (te vinden op
http://www.oss.gov.za/).
[16] De shared source
license voor Windows CE.NET bijvoorbeeld staat de gebruiker
toe afgeleide werken te maken en te verspreiden indien sprake
is van niet-commercieel gebruik. Het OEM (Original Equipment
Manufacturer) source licensing program staat de gebruiker
echter niet toe de source code te wijzigen.
[17]
http://www.microsoft.com
[18] Zie de
artikelen 3- 9 Aw.
[19] Hoge Raad 4
januari 1991, NJ 1991, 608 (van Dale/Romme).
[20] De artikelen 15- 25a
Aw hebben o.a. betrekking op citeren, overnemen voor
onderwijsdoeleinden en de verveelvoudiging voor eigen gebruik.
[21] Zie ook de artikelen
"The cathedral and the bazaar" en "Homesteading on the
noosphere" van E. Raymond op
http://www.catb.org/-esr.
[22] Zo bestaan
er twee versies van de "kernel" van Linux; een 'productie' en
een 'ontwikkel' versie, zie
http://www.linuxhq.com/kernel/index.html Bij Mozilla
is er sprake van coördinatie van het project door een groepje
mensen dat de "Staff" genoemd wordt, zie
http://www.mozilla.org.
[23] Hoge Raad 25
maart 1949, NJ 1950, 643 (La belle et la bête).
[24] Uit artikel 26 Aw
blijkt dat de handhaving van het recht door ieder der makers
kan geschieden, tenzij zij anders overeenkomen. De exploitatie
dient echter gezamenlijk plaats te vinden, voor deze situatie
heeft de wet geen uitzondering opgenomen. Vgi. Spoor &
Verkade, Auteursrecht, tweede druk, Deventer: Kluwer 1993, nrs
24 en 268.
[25] Artikel 6 Aw luidt:
"Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van
een ander en onder diens leiding of toezicht, dan wordt deze
als de maker van dat werk aangemerkt'.
[26] Hoge Raad 28 juni
1940, NJ 1941, 110 (Fire over England).
[27] Artikel 10 lid 1 sub
12 Aw.
[28] De artikelen zien
bijvoorbeeld op de noodzakelijke verveelvoudiging van een werk
voor het met dat werk beoogde gebruik, het maken van een
reservekopie, het bestuderen van de werking van het werk
teneinde de daaraan ten grondslag liggende ideeën te
achterhalen, en het vertalen van de codevorm om de informatie
te verkrijgen teneinde interoperabiliteit van dat programma
met andere programma's tot stand te brengen. Voor de inhoud
van de betreffende artikelen verwijs ik naar de Auteurswet.
[29] "Copyleft" betekent
dat het originele werk en alle afgeleiden daarvan altijd
"free" dienen te blijven. Vgl.
http://www.fsf.org/copyleftlcopyleft.html.
[30] versie 1.9
Open source detinition is te vinden op
http://www.opensource.org.
[31] De BSD
licentie is vergelijkbaar met de MIT licentie. De MIT licentie
is te vinden op http://www.
opensource. org.
[32] Zie
http://www.mozilla.org/MPUlicense-policy.html.
[33] Voorbeelden
van dit soort bedrijven zijn Red Hat (http://www.redhat.com)
en Caldera (http://www.caldera.com). |