Nog even en de politie kijkt voortdurend mee:
Verplichte registratie van alle telefonie- en internetgegevens creëert spionagenetwerk van ongeëvenaarde omvang

Verschenen in Het Parool 3 juli 2004.

Anton Ekker


 
Op 28 april hebben Groot-Brittanië, Frankrijk, Ierland en Zweden bij de Raad van de Europese Unie een voorstel ingediend om de telecommunicatiegegevens van alle 450 miljoen Europese burgers tussen één en drie jaar te bewaren. Doel van de maatregel is de bestrijding van misdaad en terrorisme. Een bewaarplicht hing al langer in de lucht, maar heeft na de aanslagen in Madrid meer prioriteit gekregen. Het voorstel is van toepassing op alle zogenaamde verkeersgegevens: gegevens die worden gegenereerd bij het gebruik van mobiele en vaste telefonie, het internet en bij de verzending van elektronische berichten. Daarbij gaat het onder andere om duur, tijdstip, volume en routering van de communicatie en de locatie van de gebruiker.

Wie beschikt over verkeersgegevens weet niet alleen veel over het communicatiegedrag van een persoon maar soms ook over ander gedrag en zelfs over de inhoud van communicatie. Zo kan men bij mobiele communicatie niet alleen achterhalen dat Jantje Pietje om zes uur 's avonds heeft opgebeld maar ook dat hij zich toen op het Museumplein te Amsterdam bevond. Combineert men verkeersgegevens met aanvullende informatie over zender of ontvanger dan kan men vaak ook vaststellen waarover is gecommuniceerd: Jantje belde met zijn advocaat, psycholoog of huisarts. Ook internetverkeersgegevens zeggen veel over de inhoud van communicatie. Zo worden de gegevens in de adresbalk van uw browser aangemerkt als verkeersgegevens omdat zij verwijzen naar de locatie van de geraadpleegde informatie. Bij een zoekmachine, zoals Google, worden de gebruikte zoektermen ook in de adresbalk weergegeven. Verkeersgegevens kunnen al met al een indringend beeld geven van feitelijk gedrag, het sociale netwerk waarin men zich bevindt, en communicatiehandelingen. Kennisname van deze informatie is daarom misschien wel een even zware inbreuk op de privacy als kennisname van de inhoud.

De bewaarplicht zal traceerbaarheid en reproduceerbaarheid van communicatiehandelingen tot hoofdregel maken. Telefonie-aanbieders en internetproviders zullen worden gedwongen de architectuur van hun systemen zodanig aan te passen dat grootschalige registratie en opslag mogelijk zijn. Het karakter van elektronische communicatie verandert daarmee voorgoed. Waarborgen, zoals die in het strafrecht gelden bij het aftappen van telefonie, ontbreken. Voor aftappen is een redelijke en voorafgaande verdenking van een strafbaar feit altijd een vereiste geweest. Deze eis geldt niet voor de bewaarplicht. Ook onverdachte burgers worden, zonder dat zij dat weten, geregistreerd. Gerichte opsporing wordt zodoende vervangen door algemeen toezicht. Dit toezicht is continu, ondoorzichtig en onmerkbaar. De virtuele registratie die van de bewaarplicht het gevolg zal zijn verschilt daarmee op essentiële punten van de identificatieplicht die wij sinds kort kennen in de fysieke wereld. Deze revolutie voltrekt zich in relatieve stilte en met een beperkte democratische legitimatie. Het Europees Parlement wordt alleen pro forma om advies gevraagd; de ministers beslissen. Ook in nationale parlementen is aan de bewaarplicht weinig aandacht besteed.

Het recht op privacy, het communicatiegeheim en de vrijheid van meningsuiting zijn bedoeld om burgers te beschermen tegen machtsuitoefening door de overheid. Dit betekent dat bij de overheid de bewijslast ligt om aan te tonen dat een maatregel die deze rechten beperkt, noodzakelijk is in het algemeen belang. In dit licht is het verbazingwekkend dat er nauwelijks discussie is gevoerd over effectiviteit en proportionaliteit. Het is onduidelijk hoe vaak verkeersgegevens in de huidige situatie daadwerkelijk leiden tot opsporing en vervolging van delicten. Evenmin is aangetoond dat een bewaarplicht de pakkans vergroot. Wetgevingsjurist Alexander Patijn rekende in het blad Computerrecht onlangs voor dat naar verwachting niet meer dan 0.02% van de bewaarde gegevens bruikbaar is in een strafzaak. Hiervan uitgaande moet het voorstel op zijn minst draconisch worden genoemd. De kosten van de bewaarplicht worden overigens via providers en telefonieaanbieders doorberekend aan de klant.

Veel burgers zijn bereid een deel van hun privacy af te staan in ruil voor meer veiligheid. “Wie niets te verbergen heeft, heeft immers niets te vrezen.” Als men geconfronteerd wordt met een concrete beperking van de privacy, dan wordt doorgaans een veel principiëler standpunt ingenomen. Illustratief is de verontwaardiging over de verstrekking van passagiersgegevens door luchtvaartmaatschappijen aan de Amerikaanse overheid. Toen onlangs bleek dat KPN gegevens van abonnees met een geheim nummer al geruime tijd doorverkoopt voor marketingdoeleinden ontstond ook een rel. De bewaarplicht verhoogt het risico op dergelijke voorvallen. Enige voorzichtigheid lijkt dus op zijn plaats te zijn. Heeft u echt niets te verbergen? Vertrouwt u de overheid en uw telecomaanbieder voldoende om ze op uw gegevens te laten passen? Krijgt u er daadwerkelijk meer veiligheid voor terug? Bent u bereid om voor de bewaarplicht te betalen? Over deze vragen dient een diepgaander maatschappelijke discussie te worden gevoerd. Als wij de grenzen van onze privacy volledig laten bepalen door de stand van de techniek en de waan van de dag, dan komt ooit het moment dat politie en justitie voortdurend over onze schouder meekijken.


Geplaatst 06.07.2004