| Op 28 april hebben
Groot-Brittanië, Frankrijk, Ierland en Zweden bij de Raad van
de Europese Unie een voorstel ingediend om de
telecommunicatiegegevens van alle 450 miljoen Europese burgers
tussen één en drie jaar te bewaren. Doel van de maatregel is
de bestrijding van misdaad en terrorisme. Een bewaarplicht
hing al langer in de lucht, maar heeft na de aanslagen in
Madrid meer prioriteit gekregen. Het voorstel is van
toepassing op alle zogenaamde verkeersgegevens: gegevens die
worden gegenereerd bij het gebruik van mobiele en vaste
telefonie, het internet en bij de verzending van elektronische
berichten. Daarbij gaat het onder andere om duur, tijdstip,
volume en routering van de communicatie en de locatie van de
gebruiker.
Wie beschikt over
verkeersgegevens weet niet alleen veel over het
communicatiegedrag van een persoon maar soms ook over ander
gedrag en zelfs over de inhoud van communicatie. Zo kan men
bij mobiele communicatie niet alleen achterhalen dat Jantje
Pietje om zes uur 's avonds heeft opgebeld maar ook dat hij
zich toen op het Museumplein te Amsterdam bevond. Combineert
men verkeersgegevens met aanvullende informatie over zender of
ontvanger dan kan men vaak ook vaststellen waarover is
gecommuniceerd: Jantje belde met zijn advocaat, psycholoog of
huisarts. Ook internetverkeersgegevens zeggen veel over de
inhoud van communicatie. Zo worden de gegevens in de adresbalk
van uw browser aangemerkt als verkeersgegevens omdat zij
verwijzen naar de locatie van de geraadpleegde informatie. Bij
een zoekmachine, zoals Google, worden de gebruikte zoektermen
ook in de adresbalk weergegeven. Verkeersgegevens kunnen al
met al een indringend beeld geven van feitelijk gedrag, het
sociale netwerk waarin men zich bevindt, en
communicatiehandelingen. Kennisname van deze informatie is
daarom misschien wel een even zware inbreuk op de privacy als
kennisname van de inhoud.
De bewaarplicht zal
traceerbaarheid en reproduceerbaarheid van
communicatiehandelingen tot hoofdregel maken.
Telefonie-aanbieders en internetproviders zullen worden
gedwongen de architectuur van hun systemen zodanig aan te
passen dat grootschalige registratie en opslag mogelijk zijn.
Het karakter van elektronische communicatie verandert daarmee
voorgoed. Waarborgen, zoals die in het strafrecht gelden bij
het aftappen van telefonie, ontbreken. Voor aftappen is een
redelijke en voorafgaande verdenking van een strafbaar feit
altijd een vereiste geweest. Deze eis geldt niet voor de
bewaarplicht. Ook onverdachte burgers worden, zonder dat zij
dat weten, geregistreerd. Gerichte opsporing wordt zodoende
vervangen door algemeen toezicht. Dit toezicht is continu,
ondoorzichtig en onmerkbaar. De virtuele registratie die van
de bewaarplicht het gevolg zal zijn verschilt daarmee op
essentiële punten van de identificatieplicht die wij sinds
kort kennen in de fysieke wereld. Deze revolutie voltrekt zich
in relatieve stilte en met een beperkte democratische
legitimatie. Het Europees Parlement wordt alleen pro forma om
advies gevraagd; de ministers beslissen. Ook in nationale
parlementen is aan de bewaarplicht weinig aandacht besteed.
Het recht op privacy, het
communicatiegeheim en de vrijheid van meningsuiting zijn
bedoeld om burgers te beschermen tegen machtsuitoefening door
de overheid. Dit betekent dat bij de overheid de bewijslast
ligt om aan te tonen dat een maatregel die deze rechten
beperkt, noodzakelijk is in het algemeen belang. In dit licht
is het verbazingwekkend dat er nauwelijks discussie is gevoerd
over effectiviteit en proportionaliteit. Het is onduidelijk
hoe vaak verkeersgegevens in de huidige situatie daadwerkelijk
leiden tot opsporing en vervolging van delicten. Evenmin is
aangetoond dat een bewaarplicht de pakkans vergroot.
Wetgevingsjurist Alexander Patijn rekende in het blad
Computerrecht onlangs voor dat naar verwachting niet meer dan
0.02% van de bewaarde gegevens bruikbaar is in een strafzaak.
Hiervan uitgaande moet het voorstel op zijn minst draconisch
worden genoemd. De kosten van de bewaarplicht worden overigens
via providers en telefonieaanbieders doorberekend aan de
klant.
Veel burgers zijn bereid een
deel van hun privacy af te staan in ruil voor meer veiligheid.
“Wie niets te verbergen heeft, heeft immers niets te vrezen.”
Als men geconfronteerd wordt met een concrete beperking van de
privacy, dan wordt doorgaans een veel principiëler standpunt
ingenomen. Illustratief is de verontwaardiging over de
verstrekking van passagiersgegevens door
luchtvaartmaatschappijen aan de Amerikaanse overheid. Toen
onlangs bleek dat KPN gegevens van abonnees met een geheim
nummer al geruime tijd doorverkoopt voor marketingdoeleinden
ontstond ook een rel. De bewaarplicht verhoogt het risico op
dergelijke voorvallen. Enige voorzichtigheid lijkt dus op zijn
plaats te zijn. Heeft u echt niets te verbergen? Vertrouwt u
de overheid en uw telecomaanbieder voldoende om ze op uw
gegevens te laten passen? Krijgt u er daadwerkelijk meer
veiligheid voor terug? Bent u bereid om voor de bewaarplicht
te betalen? Over deze vragen dient een diepgaander
maatschappelijke discussie te worden gevoerd. Als wij de
grenzen van onze privacy volledig laten bepalen door de stand
van de techniek en de waan van de dag, dan komt ooit het
moment dat politie en justitie voortdurend over onze schouder
meekijken. |