| Voor zoekenden in de
huizenwoestijn heeft het Web zo zijn voordelen: koukleumend de
displays in vensters van makelaardijen bekijken hoeft niet
meer, onder het genot van een lauwe koffie stapels brochures
doornemen in de wachtkamer van de makelaar evenmin.
Belangstellenden kunnen op internet gratis zoeken in het
woningbestand van de NVM-makelaars (30.000 tot 40.000
objecten, iedere dag automatisch bijgewerkt, aldus NVM’s
website). De concurrerende LMV-makelaars zetten tegen de 6.000
panden te kijk (www.lmv.nl of
www.huislijn.nl); via de
portal
www.woonkrant.nl (onderdeel van Telegraafnet) is onder
meer het woningbestand van het NWI te raadplegen.
Kleinschaliger initiatieven zijn er ook: House Online
geeft via www.koophuizen.com informatie over ruim 500
objecten; particulieren kunnen hun woning op laten nemen in
het virtuele Koopwoningenregister (www.kwr.com).
En zo zijn er ongetwijfeld nog veel meer sites waar vastgoed
in de etalage staat.
Gedaagde De Telegraaf runt
El Cheapo (www.elcheapo.nl),
een site die zich profileert als koopjesjager op diverse
gebieden. Onder opgave van criteria als plaats, prijsklasse en
type woning (vrijstaand, flat etc.) kan de surfer er zoeken
naar woningen die op sites van anderen (o.a. ook
Telegraafnet-sites) te koop staan. De hitlijst die zo’n
zoekactie oplevert bevat kolommen waarin opgenomen: naam van
de site waar informatie over de woning te vinden is (met
hyperlink), plaats, straat, type woning, prijs (met hyperlink)
en beschikbaarheid foto. De surfer kan de lijst naar keuze
laten sorteren. Zit er een interessant object bij, dan kan via
de hyperlink worden doorgeklikt naar de pagina van de site
waarop meer informatie over het object staat (deep link; de
homepage van de betreffende site wordt dus overgeslagen; of er
ook sprake is van frame-linking, waarbij de site van de NVM in
een kader binnen de El Cheapo hit lijst verschijnt, is me niet
duidelijk). De NVM wil liever dat surfers via de voordeur van
haar website binnenkomen en vordert een verbod op inbreuk op
haar intellectuele eigendomsrechten, met name het
databankenrecht.
Of de NVM door het gratis en
zonder beveiliging (middels paswoord o.i.d.) op het web zetten
van het woningbestand van de aangesloten makelaars niet
impliciet toestemming heeft gegeven voor het laten doorzoeken
van het bestand en daarnaar verwijzen middels links door
(gespecialiseerde) zoekmachines komt niet aan de orde. Hoewel
daartoe uitgenodigd door de gedaagde gaat de president ook
niet echt in op de verhouding
databankenrecht-informatievrijheid, deze komt slechts
zijdelings aan de orde in het op geërgerde toon geformuleerde
Ten Overvloede. De vage normen in de Databankenwet (Dw)
–courtesy richtlijn 96/6/EG- maken een
informatievrijheid-vriendelijke interpretatie weliswaar
mogelijk, bovenstaande uitspraak doet echter het ergste vrezen
voor de reikwijdte van de Dw. Wellicht is een mooie overweging
over informatievrijheid, databanken en internet in zo’n pril
stadium ook wel wat veel gevraagd; het monster uit Brussel kan
hopelijk later wat getemd.
De president komt tot de
conclusie dat
1) het woningbestand van de NVM-makelaars een databank is die
van een substantiële investering getuigt (art. 1 lid 1 sub a
Dw) en
2) El Cheapo door zoekacties uit te voeren voor gebruikers een
in kwantitatief (en in de regel ook kwalitatief) substantieel
deel van de databank opvraagt en hergebruikt.
Ergo, de databank is beschermd op grond van het sui generis
databankenrecht en El Cheapo verricht aan de NVM voorbehouden
handelingen. Bij beide oordelen zijn wel wat vraagtekens te
plaatsen.
Wanneer is sprake van de
benodigde substantiële investeringen?
Ten eerste het oordeel dat de
databank er een is ‘waarvan de verkrijging, de controle of de
presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief
opzicht getuigt van een substantiële investering’ (art. 1 lid
1 sub a Dw). Een opmerking vooraf: wat het criterium
‘kwalitatief substantiële investering’ in de Richtlijn en nu
dus in de Databankenwet doet heb ik nooit goed begrepen. Wat
duidt hier op ‘kwaliteit’? Moeilijk aan te komen gegevens?
Volledige gegevens? Betrouwbare gegevens? Ingewikkelde
gegevens? Productie of beheer die hoogopgeleide arbeid
vereist? Dat vertaalt zich in de praktijk toch in hogere
productiekosten d.w.z. kwantitatief hogere investeringen. Dat
‘kwalitatief’ en eigenlijk dus ook ‘kwantitatief’ had er wat
mij betreft wel uit mogen blijven, temeer daar investeringen
omvat ‘geld en/of tijd, moeite en energie’ (overweging 40
Databankrichtlijn).
Geld telt het makkelijkst.
Het wekt dan ook geen verbazing dat de president zich beperkt
tot een analyse van de kwantitatieve investeringen. Waar
bestaan die uit? Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel
vroeg de Tweede Kamer zich af wat de consequentie is van
investeringen die niet primair gericht zijn op het maken van
de databank als zodanig. Tellen die mee voor het bepalen van
het substantiële karakter? Als voorbeeld werd onder meer
genoemd een verzameling omroepprogrammagegevens (spin-off van
de tv-programmering), en een verzameling namen/nummers van
sterren (ontdekt dankzij grote investeringen in een
telescoop). Volgens de minister luidt het antwoord ontkennend.
Alleen de investeringen die gericht zijn op de productie van
de databank zelf tellen mee; de rechter zal in de praktijk aan
de hand van de concrete feiten moeten beslissen (zie D.J.G.
Visser & D.W.F. Verkade, Inleiding en parlementaire
geschiedenis databankenwet, Den Haag: Boom 1999, p.
57-59).
De Rotterdamse president
volgde de opvatting van de minister onlangs, in AD e.a./
Eureka e.a. (Mediaforum 2000-10, nr. 61 m.nt. T.
Overdijk). In KPN/XSO daarentegen, oordeelde de Haagse
president (Numann) dat niet valt in te zien waarom de
investering die KPN doet in het aanleggen en instandhouden van
nummerbestanden (ten behoeve van de kernactiviteit d.w.z. het
aanbieden van telefoniediensten, dus los van de investeringen
die daarbij komen om telefoongidsen op papier, cd-rom of
on-line te produceren en aan te bieden) niet beloond kan
worden met databankbescherming (Pres. Rb. Den Haag 14 januari
2000, Mediaforum 2000-2, nr. 64 m.n.t. P.B. Hugenholtz,
r.o. 7). Daarmee zegt de Haagse rechtbank dus eigenlijk dat
investeringen die niet primair gericht zijn op de productie
van de databank wel degelijk meetellen.
Ook de president in
bovenstaande zaak lijkt die opvatting toegedaan. NVM Makelaars
hebben allemaal een NVM-box, dat is computerapparatuur waarmee
ze dagelijks mutaties in hun aanbod doorgeven. Die boxen
kosten samen 31 miljoen, maar ze zijn natuurlijk niet
ontwikkeld en aangeschaft zodat u en ik op het web in een up
to date woningbestand kunnen zoeken. De boxen (zijn die
overigens wel door eisers -de NVM- betaald, of betreft
het investeringen van de individuele makelaars?) zijn
onderdeel van het informatiesysteem dat de makelaars gebruiken
om hun werk te doen: bemiddelen bij (ver)koop van onroerend
goed. In dat opzicht kan men het bestand dat via de website
van de NVM te raadplegen is een spin-off noemen.
Beide benaderingen
(investering moet wel, danwel niet, primair gericht zijn op
het maken van een databank) hebben hun nadelen. Tellen alle
investeringen die enigszins in verband staan met de databank
mee, dan is zo’n beetje elke verzameling beschermd. Wordt er
daarentegen wél gekeken naar het primaire doel van de
investering, dan zal het al of niet beschermd zijn in de
praktijk afhankelijk zijn van de vraag of de databank bestemd
is voor publicatie -net als bij de geschriftenbescherming- of
commerciële exploitatie anderszins.
Van zo’n beetje alle
gegevensverzamelingen die niet uitdrukkelijk met het oog op
publicatie/externe exploitatie zijn gemaakt, kan men namelijk
wel beweren dat ze (grotendeels) het resultaat zijn van
investeringen ten behoeve van een andere (hoofd)activiteit.
Bestanden met klantgegevens dienen voor bijvoorbeeld
debiteurenadministratie, marktonderzoek, klantenbindingacties
etc. Bestanden met (leverbare) voorraden worden primair
opgezet voor voorraadbeheer, verkoop e.d. Investeringen in
dergelijke bestanden worden so wie so gedaan, omdat het de
(interne) efficiency verbetert, los van eventuele
intellectuele eigendomsrechten.
Het niet meetellen van
dergelijke investeringen past op het eerste gezicht wel bij
het doel van databankenbescherming zoals dat door de Europese
wetgever is aangegeven, namelijk dat de databankindustrie moet
kunnen concurreren met de VS en Japan, en dat daarvoor
(geharmoniseerde) bescherming nodig is om te zorgen dat er
investeringen in databanken worden gedaan (overweging 11-12
Databankrichtlijn 96/9/EG). Aan de andere kant doet het toch
wel vreemd aan dat het NVM-bestand niet beschermd zou zijn,
maar een vergelijkbaar bestand opgezet door iemand die de
informatie uit het woningbestand bijeenbrengt door de etalages
van makelaars langs te gaan wel, alleen omdat de laatste dat
bestand aanlegt met als doel het (gratis of tegen betaling)
ter beschikking te stellen aan het publiek. Het publicabel
maken van een bestaand intern bestand zal overigens ook de
nodige investeringen kosten, waardoor de databank ook al onder
het bereik van de Databankenwet komt.
Wat is een substantieel
deel van de databank?
Wat meetelt voor een
substantiële d.w.z. beschermingswaardige investering is
rijkelijk vaag, wat men dient te verstaan onder opvraging of
hergebruik van een substantieel deel van een databank is
minstens even problematisch.
De president redeneert aldus. Het NVM-bestand bevat 45.000
bestandsgegevens (records, mve). De gebruiker die een
zoekopdracht geeft zal dat ofwel zo ruim doen dat El Cheapo
een kwantitatief substantieel deel van de databank
opvraagt/hergebruikt, ofwel zo gedetailleerd doen dat El
Cheapo een kwalitatief substantieel deel van de databank
opvraagt/hergebruikt. Bij een ruime zoekactie komen volgens de
president zo’n 10 records van de 45.000 te voorschijn. Een
kwantitatief substantieel deel is dus 0.22‰ (inderdaad,
promille). Een nog geringer aantal hits -mits het resultaat
van een gerichte zoekactie, en gezien de aard van de gegevens-
levert een kwalitatief substantieel deel op, want hoe
nauwkeuriger het resultaat, hoe meer waarde het heeft voor de
huizenzoeker dus hoe kwalitatief beter. Zodoende is het
genereren van 1 hit op 45.000 records (0.045 promille) al
voldoende om van inbreuk op NVM’s databankrecht te spreken.
Cette jugement a des
conséquences énormes. Mijn zoekopdracht was: de vertaling
vinden voor de woorden in het zinnetje ‘deze uitspraak heeft
grote gevolgen’. Nut: illustreren dat het criterium zoals door
de president uitgewerkt vreemde resultaten oplevert.
Zoekresultaat: 0.06 promille van de lemma’s van het Groot
Woordenboek Nederlands-Frans van Van Dale, tweede druk
(verkrijgbaar als papieren en elektronische databank). Volgens
de president heb ik hiermee een kwalit
|