|
Begin deze week hebben de in het strafrecht
gespecialiseerde advocaten Hammerstein en Spong hun reeds vorige week met veel
vertoon van publiciteit aangekondigde strafklacht tegen een aantal leidende
politici en de redactie van deze krant ingediend. De aanklacht luidt dat de
aangeklaagden zouden hebben aangezet tot haat jegens de vermoorde Pim Fortuyn en
daarom door de strafrechter veroordeeld moeten worden wegens het zaaien van
haat, zij het dat de indieners nog wel zo voorkomend zijn dat zij de politici en
de krant niet de verantwoordelijkheid voor de moord in de schoenen schuiven.
Strafrechtelijke 'haatzaai' en 'belediging' delicten hebben een lange
geschiedenis in de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting. Zij werden
in het verleden in Europa en in de overzeese gebiedsdelen van de koloniale
naties dikwijls ingezet als middel van politieke repressie. In het algemeen kan
gezegd worden dat het inzetten van het wapen van strafrechtelijke
uitingsdelicten een symptoom is voor een (groeiend) klimaat van intolerantie en
grote maatschappelijke tegenstellingen. In een land als Oostenrijk met grote
tegenstellingen tussen links en rechts, sleepten politici journalisten die
kritisch over hen schreven regelmatig voor de strafrechter. Toen Nederland in de
jaren zestig op zijn kop stond van anti-Amerikaanse demonstraties tegen de
Vietnamoorlog moesten demonstranten zich bij de strafrechter verantwoorden voor
de meegevoerde leuze 'Johnson moordenaar', omdat zij een 'bevriend staatshoofd'
hadden beledigd. Het betrof een artikel uit het Wetboek van Strafrecht dat voor
het laatst was toegepast in de jaren dertig: toen werden er Duitse en Italiaanse
staatshoofden beledigd waarmee we na 1940 minder innig bevriend zijn geraakt.
Nederland heeft reeds lang geleden het Europese
Verdrag voor de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden onderschreven.
Dit verdrag, dat onderdeel uitmaakt van ons geldende recht, kent een artikel 10
waarin de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd. Het Europese Hof voor de
Rechten van de Mens, wiens uitspraken ook bindend zijn in Nederland, heeft bij
de uitleg van dit artikel een aantal duidelijke lijnen uitgezet, die ook door de
Nederlandse rechter worden toegepast. Het Hof beschouwt de vrijheid van
meningsuiting als de hoeksteen van een vrije democratie. Die vrijheid is er niet
alleen om positieve informatie onder de burgers te brengen, maar ook informatie
die de burgers schokt en in verwarring brengt. De Pers heeft daarbij een
wezenlijke rol. Niet alleen moet zij de informatie opsporen om misstanden bloot
te leggen, maar ook heeft zij de plicht informatie, ook als die schokkend is,
door te geven. De burgers hebben er recht op om daarvan kennis te nemen. Als het
gaat om het publieke debat hanteert het Hof het beginsel dat de publieke figuren
die daarin een rol spelen tegen een stootje moeten kunnen, en dat betekent: dat
er heftige waarde-oordelen over de partijleiders mogen worden uitgestort.
Politici bedienen zich tegenover elkaar dikwijls van waarde-oordelen die een
historische lading hebben. In Europa, en zeker in Nederland, is de Tweede
Wereldoorlog nog altijd goed voor emotionele springstof in het debat. Het is een
beschikbare politieke metafoor, die soms uit de kast wordt gehaald. De Pers en
politici, zo heeft het Hof eveneens duidelijk gemaakt, moeten zich kunnen uiten
zonder dat er een zware sanctie boven hun hoofd hangt. Zware sancties hebben een
potentieel chilling effect. De angst van de sanctie weerhoudt de politici
ervan dingen te zeggen en de pers ervan om ze op te schrijven.
Deze beginselen gelden in nog sterkere mate als
het gaat om de verkiezingsstrijd, wanneer het politieke debat meestal zijn
kookpunt bereikt. Als wij terug kijken op het politieke debat zoals het werd
gevoerd totdat het letterlijk werd vermoord, en op wat er daarna is gevolgd, dan
kunnen wij daarin hetzelfde patroon onderkennen. De heftige reacties op Fortuyn
kwamen los op het moment dat deze zijn interview in de Volkskrant had gegeven
waarin hij bepleitte om het anti discriminatie grondwetsartikel af te schaffen.
Het is met name dit interview dat hem in de buitenlandse Pers de rechtse naam
heeft bezorgd en vergelijkingen met Le Pen en Haider heeft opgeleverd die in de
binnenlandse pers en door politici zijn overgenomen. In hun reacties hebben
sommige partijleiders en commentatoren stevige waarde-oordelen gebruikt,
rakelings lopende langs de kast met metaforen uit WO II. Hoewel hij zijn
uitspraken van tijd tot tijd heeft bijgesteld, bleef Fortuyn de confrontatie
zoeken en versterkte hij daarmee het debat waarvan hij de kunst beheerste als
geen ander onder de partijleiders. Hij werd met een taart bekogeld. Het gooien
van een taart is een agressieve vorm van meningsuiting (in de Amerikaanse
rechtspraak over free speech heet dat symbolic speech). Dat was
niet leuk om te zien, maar we herinnerden ons de taarten die Zalm en Duisenberg
deelachtig zijn geworden. De collectieve demonstratie tijdens de begrafenis van
Fortuyn ging gepaard met het omhooghouden van spandoeken die in agressiviteit
niet voor die taart onderdeden. Het zij zo: in de heftige politieke strijd
beschermt de vrijheid van meningsuiting de vrijheid van waarde-oordelen, ook
agressieve.
Nederland heeft in de afgelopen periode een het
land verscheurende discussie mogen aanschouwen die tegenstellingen heeft
blootgelegd die de politieke partijen tot dusver niet in die mate hadden
zichtbaar gemaakt. Dank zij de vrijheid van meningsuiting hebben wij als
staatsburgers er kennis van kunnen nemen en kunnen wij onze conclusies er uit
trekken. Met strafrecht en haatzaaien heeft dat niets te maken, integendeel. Het
inzetten van strafrecht op dit moment is een aanslag op de vrijheid van
meningsuiting.
|