Strafklacht knevelt pers en politici
opiniepagina NRC Handelsblad 15 mei 2002

E.J. Dommering


 

Begin deze week hebben de in het strafrecht gespecialiseerde advocaten Hammerstein en Spong hun reeds vorige week met veel vertoon van publiciteit aangekondigde strafklacht tegen een aantal leidende politici en de redactie van deze krant ingediend. De aanklacht luidt dat de aangeklaagden zouden hebben aangezet tot haat jegens de vermoorde Pim Fortuyn en daarom door de strafrechter veroordeeld moeten worden wegens het zaaien van haat, zij het dat de indieners nog wel zo voorkomend zijn dat zij de politici en de krant niet de verantwoordelijkheid voor de moord in de schoenen schuiven. Strafrechtelijke 'haatzaai' en 'belediging' delicten hebben een lange geschiedenis in de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting. Zij werden in het verleden in Europa en in de overzeese gebiedsdelen van de koloniale naties dikwijls ingezet als middel van politieke repressie. In het algemeen kan gezegd worden dat het inzetten van het wapen van strafrechtelijke uitingsdelicten een symptoom is voor een (groeiend) klimaat van intolerantie en grote maatschappelijke tegenstellingen. In een land als Oostenrijk met grote tegenstellingen tussen links en rechts, sleepten politici journalisten die kritisch over hen schreven regelmatig voor de strafrechter. Toen Nederland in de jaren zestig op zijn kop stond van anti-Amerikaanse demonstraties tegen de Vietnamoorlog moesten demonstranten zich bij de strafrechter verantwoorden voor de meegevoerde leuze 'Johnson moordenaar', omdat zij een 'bevriend staatshoofd' hadden beledigd. Het betrof een artikel uit het Wetboek van Strafrecht dat voor het laatst was toegepast in de jaren dertig: toen werden er Duitse en Italiaanse staatshoofden beledigd waarmee we na 1940 minder innig bevriend zijn geraakt.

Nederland heeft reeds lang geleden het Europese Verdrag voor de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden onderschreven. Dit verdrag, dat onderdeel uitmaakt van ons geldende recht, kent een artikel 10 waarin de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, wiens uitspraken ook bindend zijn in Nederland, heeft bij de uitleg van dit artikel een aantal duidelijke lijnen uitgezet, die ook door de Nederlandse rechter worden toegepast. Het Hof beschouwt de vrijheid van meningsuiting als de hoeksteen van een vrije democratie. Die vrijheid is er niet alleen om positieve informatie onder de burgers te brengen, maar ook informatie die de burgers schokt en in verwarring brengt. De Pers heeft daarbij een wezenlijke rol. Niet alleen moet zij de informatie opsporen om misstanden bloot te leggen, maar ook heeft zij de plicht informatie, ook als die schokkend is, door te geven. De burgers hebben er recht op om daarvan kennis te nemen. Als het gaat om het publieke debat hanteert het Hof het beginsel dat de publieke figuren die daarin een rol spelen tegen een stootje moeten kunnen, en dat betekent: dat er heftige waarde-oordelen over de partijleiders mogen worden uitgestort. Politici bedienen zich tegenover elkaar dikwijls van waarde-oordelen die een historische lading hebben. In Europa, en zeker in Nederland, is de Tweede Wereldoorlog nog altijd goed voor emotionele springstof in het debat. Het is een beschikbare politieke metafoor, die soms uit de kast wordt gehaald. De Pers en politici, zo heeft het Hof eveneens duidelijk gemaakt, moeten zich kunnen uiten zonder dat er een zware sanctie boven hun hoofd hangt. Zware sancties hebben een potentieel chilling effect. De angst van de sanctie weerhoudt de politici ervan dingen te zeggen en de pers ervan om ze op te schrijven.

Deze beginselen gelden in nog sterkere mate als het gaat om de verkiezingsstrijd, wanneer het politieke debat meestal zijn kookpunt bereikt. Als wij terug kijken op het politieke debat zoals het werd gevoerd totdat het letterlijk werd vermoord, en op wat er daarna is gevolgd, dan kunnen wij daarin hetzelfde patroon onderkennen. De heftige reacties op Fortuyn kwamen los op het moment dat deze zijn interview in de Volkskrant had gegeven waarin hij bepleitte om het anti discriminatie grondwetsartikel af te schaffen. Het is met name dit interview dat hem in de buitenlandse Pers de rechtse naam heeft bezorgd en vergelijkingen met Le Pen en Haider heeft opgeleverd die in de binnenlandse pers en door politici zijn overgenomen. In hun reacties hebben sommige partijleiders en commentatoren stevige waarde-oordelen gebruikt, rakelings lopende langs de kast met metaforen uit WO II. Hoewel hij zijn uitspraken van tijd tot tijd heeft bijgesteld, bleef Fortuyn de confrontatie zoeken en versterkte hij daarmee het debat waarvan hij de kunst beheerste als geen ander onder de partijleiders. Hij werd met een taart bekogeld. Het gooien van een taart is een agressieve vorm van meningsuiting (in de Amerikaanse rechtspraak over free speech heet dat symbolic speech). Dat was niet leuk om te zien, maar we herinnerden ons de taarten die Zalm en Duisenberg deelachtig zijn geworden. De collectieve demonstratie tijdens de begrafenis van Fortuyn ging gepaard met het omhooghouden van spandoeken die in agressiviteit niet voor die taart onderdeden. Het zij zo: in de heftige politieke strijd beschermt de vrijheid van meningsuiting de vrijheid van waarde-oordelen, ook agressieve.

Nederland heeft in de afgelopen periode een het land verscheurende discussie mogen aanschouwen die tegenstellingen heeft blootgelegd die de politieke partijen tot dusver niet in die mate hadden zichtbaar gemaakt. Dank zij de vrijheid van meningsuiting hebben wij als staatsburgers er kennis van kunnen nemen en kunnen wij onze conclusies er uit trekken. Met strafrecht en haatzaaien heeft dat niets te maken, integendeel. Het inzetten van strafrecht op dit moment is een aanslag op de vrijheid van meningsuiting.

 


Geplaatst 18.05.2001