|
Vraag
1: Mag een journalist altijd over het privé-leven van een
politicus publiceren als hij daarvoor toestemming heeft?
Antwoord:
In beginsel heeft de geïnterviewde het in de hand om zelf
te bepalen wat er van hetgeen hij/zij (hierna: hij) aan
een journalist(e) (hierna: journalist) zegt, wordt
gepubliceerd. Dat is een kwestie van afspraak tussen de
interviewer en de geïnterviewde. De regel dat een
afspraak bindt is ook van toepassing op de pers. Soms
gelden er ongeschreven codes. Zo geldt in het café
Nieuwspoort naast het Parlement, waar de parlementaire
pers en parlementariërs elkaar dagelijks ontmoeten, de
regel dat hetgeen daar wordt gezegd niet wordt
gepubliceerd. Als het gesprek tussen Oudkerk en Van Royen
daar zou hebben plaatsgevonden zou die code zijn
geschonden. Het vond echter plaats in een openbaar café.
Vraag
2: Welke eisen moeten er worden gesteld aan de toestemming
om te publiceren?
Antwoord:
Een gegeven toestemming dient ondubbelzinnig te zijn. Er
zijn allerlei precedenten bekend uit de rechtspraak dat de
toestemming waar de media zich op beriepen er niet was. Zo
is er het geval van de op de televisie vertoonde
stripteasewedstrijd in een nachtclub, waar het af en toe
in de club omroepen dat er tijdens de wedstrijd werd
gefilmd, niet werd opgevat als een ondubbelzinnige
toestemming voor uitzending van de zich ontkledende
slachtoffers. Wanneer Oudkerk in een café waar de muziek
steeds luider staat mededelingen doet over zijn privé-leven,
en de journalist begint daarbij de bewegingen te maken van
over het toetsenbord glijdende vingers, is dat geen
ondubbelzinnige toestemming omdat de misverstanden door
geluidsoverlast waarin nuances van mededelingen verloren
gaan en de mogelijk ironisch bedoelde typebeweging voor
het oprapen liggen. Zorgvuldig journalistiek gebruik vergt
in een dergelijk geval verificatie achteraf bij de geïnterviewde.
Zorgvuldig politiek gedrag vergt voorzichtigheid vooraf
bij het gesprek.
Vraag
3: Mag een krant over privé-zaken publiceren, ook als hij
daarvoor geen toestemming heeft?
Antwoord:
Over privé-zaken mag alleen worden gepubliceerd als het
om gedragingen in de privé-sfeer gaat die hun
weerslag kunnen hebben op het ongestoord publiek
functioneren. De privé-sfeer zelf is een duidelijke
grens. De pers heeft in de badkamer van het prinselijk
paar niets te zoeken. Naar mate personen in hun publieke
functie meer de aandacht trekken neemt de aandacht van de
roddelpers voor elk feit in de privé-sfeer toe.
Dit leidt tot stelselmatige privacyschendingen waarvoor in
Nederland door rechters in het algemeen te weinig
schadevergoeding wordt toegekend. In het geval van Oudkerk
ging het om gedragingen in de privé-sfeer die hun
weerslag op zijn politiek functioneren hadden. Dat
seksuele schandalen en politieke schandalen hand in hand
gaan is zo oud als Rome (lezing van de Annalen van Tacitus
is in deze barre tijden aan te bevelen). Echter: de krant
die weet dat een afspraak over vertrouwelijkheid met de
journalist van de krant kan zijn geschonden, heeft
natuurlijk ook met die afspraak te maken. Zie verder onder
2.
Vraag
4: Is een columnist een journalist?
Antwoord:
Een columnist is een 'hofnar' die satirisch commentaar
geeft op de werkelijkheid. De werkelijkheid is het gegeven
dat (veronderstellenderwijs) als uitgangspunt wordt
genomen, waarop de columnist voortborduurt met een eigen
mening en met gebruikmaking van satirische stijlmiddelen
(omkering, overdrijving, contrast, enz.). De hofnar bericht
niet over de werkelijkheid, maar reageert op de
werkelijkheid. Hij is dus geen journalist. Juridisch
worden columns daarom beoordeeld als waarde-oordelen
waarbij grote stijlvrijheden passen. Dit wordt ook wel de columnistenvrijheid
genoemd. Veel van wat zich thans in de Nederlandse pers
naar de typografische vorm (kader, cursief) als column
aandient, is dat niet. Dikwijls bevatten zij beweringen
over feiten die uit eigen nieuwsgaring zijn verkregen.
Veel van deze zogenaamde columns vormen daarom een
combinatie van twee kwaden: slechte journalistiek
(beschuldigingen op basis van niet geverifieerde feiten)
en slechte satire (er valt niet om te lachen). Het is niet
toevallig dat de Nederlandse rechter recentelijk het
beroep van columnisten op de columnistenvrijheid van de
tafel veegde, omdat het geen columns waren maar ongegronde
zware beschuldigingen. De
column van Van Royen over Oudkerk voldeed niet aan de
definitie van een column. De verwarring ten top over wat
een column is, demonstreerde de redactie van Het Parool
door zich bij publicatie achter de feiten die in de
zogenaamde column werden gepresenteerd, te scharen.
Vraag
5: Mag een werkgever voor het gebruik van een door hem aan
de werknemer ter beschikking gestelde PC regels stellen?
Antwoord:
De werkgever mag inderdaad regels stellen aan het gebruik
op de werkplek van door hem ter beschikking gestelde
individuele computers (PC's) en collectieve computerruimte
(netwerk, web, e-mail). Als de werkgever een PC voor
werken thuis ter beschikking stelt wordt het moeilijker om
de grens te bepalen. Bovendien levert controle
(bijvoorbeeld door het monitoren van surfgedrag vanuit de
werkplek thuis) een zwaardere privacy inbreuk op dan op de
werkplek, omdat de werknemer thuis de grens tussen privé
en werk niet strak trekt. Tegenwoordig doen werkgevers er
dan ook alles aan om de ter beschikking gestelde PC thuis
softwarematig zo in te richten dat privé gebruik
praktisch onmogelijk is. Dat is een vorm van technische
beveiliging die thans vooral in het auteursrecht de
aandacht trekt.
Vraag
6: Wat zijn de regels voor de controle op de naleving van
die gebruiksregels?
Antwoord:
De werkgever die controleregels opstelt moet deze van te
voren duidelijk kenbaar maken en nauwkeurig schriftelijk
vastleggen, zo heeft het College Bescherming
Persoonsgegevens al in het verleden duidelijk geadviseerd.
Deze regels moeten er dus ook zijn voor reparatie en
controle van PC's die thuis worden gebruikt. Wanneer
tijdens een reparatie van een onklare 'thuis PC' stiekem
wordt gecontroleerd op surfgedrag (zoals kennelijk in het
geval Oudkerk) is dat dus een inbreuk op de privacy.
Overigens wordt het risico dat een PC besmet wordt met een
gevaarlijk virus vergroot door het surfen op sex sites.
Vraag
7: Heeft Oudkerk, behalve zijn eigen privé-leven, ook
andere privacyrechten geschonden?
Antwoord:
Oudkerk heeft zijn eigen privé-leven onvoldoende
beveiligd door daarover in een openbaar café mededelingen
te doen tegenover iemand die naarstig op zoek is naar
materiaal voor leuke stukjes. Daarna heeft hij de
openbaarheid gezocht waarin hij steeds meer details over
zijn privé-leven heeft moeten prijsgeven. Door zijn
gedrag heeft hij het risico dat het privé-leven van
anderen (leden van zijn gezin) erbij werd betrokken
vergroot, al heeft hij geprobeerd het privé-leven van
zijn naasten er buiten te houden. Dat neemt niet weg dat
de publicatie van de foto van zijn vrouw door De Telegraaf
schending van de onder vraag 3 geformuleerde regel was.
Vraag
9: Is het privé-leven en het openbare leven door Internet
en andere elektronische media veranderd?
Antwoord:
U stelt een goede vraag en het antwoord op de vraag luidt
bevestigend. In mediaprogramma's (Big Brother)
geven personen steeds meer prijs van hun privacy, op
websites wordt letterlijk een blik in de slaapkamer
gegund. Het privé-leven is steeds meer een openbaar
spektakel dat de actoren de illusie geeft van beroemdheid.
Publieke macht in handen van degenen die er niet voor zijn
opgeleid leidt dikwijls tot verandering van privé-gedrag
('Weet je wel wie ik ben'). Oudkerk verklaarde op een van
de vele persconferenties die hij had georganiseerd dat hij
er nog eens goed over moest nadenken welke krachten de
macht in hem had wakker geroepen (“Wethouder Tarzan
begon enige tijd na zijn ambtsaanvaarding vreemd gedrag te
vertonen. Sommigen hadden hem al aan de gordijnen door de
slaapkamer zien slingeren”). Ook de kwaliteit van de
publieke discussie en de spelregels die daarvoor in een rationele
discussie gelden, raakt in de verloedering. De media
verlenen steeds meer ongefilterde toegang aan iedere
verbale uiting. SMS-berichten kennen geen blad voor de
mond. De toegang tot het web via e-mail en
discussieplaatsen, levert ongeremde uitingen op. De veel
geciteerde webpagina hooker.nl is een mengsel van
consumenteninformatie en verbale seks. De hoofdrolspelers
in 'de affaire' geven het voorbeeld. Van Royen maakt van
Oudkerk's bekentenis in twee columns een smeuïg verhaal
over vrije seks, Oudkerk publiceert in zijn column in
Spits ongefilterd alle SMS en e-mail die hij heeft
ontvangen als bewijs voor zijn gelijk. We dachten
vroeger dat de omroep ons zou opvoeden tot vrome
staatsburgers en het Internet ons de definitieve
individuele autonomie zou schenken, maar wat we er nu van
zien is een ongeregelde straatdemocratie waarin geen van
die hiervoor geformuleerde regels nog worden nageleefd.
Vraag
10: Waarom krijgen de media altijd de schuld?
Antwoord:
Ook dit is zo oud als Rome. De boodschapper van het kwaad
heeft het altijd gedaan. Een deel van de commentaren op de
affaire geven dan ook (voorspelbaar) de media de schuld.
Media doen niets anders dan het morele gehalte van de
samenleving reflecteren en in een democratie is dat zelfs
hun taak. Toch nemen zij steeds minder de hiervoor
geformuleerde regels in acht. In die zin zijn zij de weg
kwijt. Daarnaast is er een ander, merkwaardig
verschijnsel. Nadat zij hun taak hebben verricht en de
valse standbeelden door hun toedoen zijn omgehaald,
krijgen zij last van wroeging. Dan beginnen zij
programma's met filosofische prietpraat over zich zelf en
anderen te organiseren. Dit is even zorgelijk als de
opkomst van de straatdemocratie gesignaleerd onder 9. |