Internet op zijn Spaans
Netkwesties 2 mei 2002

E.J. Dommering


 

Een van de leuke dingen van het reizen in het buitenland is het lezen van de plaatselijke kranten. We zijn even verlost van het enge Nederlandse perspectief. Nederland bestaat immers niet of nauwelijks in buitenlandse media. Alleen bij rampen, kabinetcrises of koninklijke huwelijken. Dan wordt er met enige verbazing kennisgenomen van dit eigenaardige land en wordt erover bericht op een afstandelijke toon die ons de spiegel voorhoudt. Ik was kortgeleden in Spanje. Dat heeft een goede krant, El País, die een kleine miljoen lezers bereikt, alleen al in Spanje (dus afgezien van het Zuid Amerikaanse continent). Het heeft een prettig formaat en een brede grondige berichtgeving met veel ouderwetse verslaggeving. Het is de krant die de Nederlandse correspondenten in Spanje samenvatten als er in Spanje iets belangrijks is gebeurd. Het is immers een van de belangrijke functies van Nederlandse buitenlandse correspondenten om ons te vertellen wat er in buitenlandse kranten geschreven wordt.

Enigszins verscholen achter de dagelijkse artikelen over de mislukte Venezuelaanse coup, trof ik een bericht aan over hoe Spanje denkt de E Commerce richtlijn te implementeren, want daarover was in het Spaanse parlement nogal wat commotie ontstaan. De LSSI heet het wetsontwerp, en dat staat voor: La Ley de Servicios de la Sociedad de la Información y el Commercio Electrónico.

Waarover ontstond de opwinding? Toch niet over wat de Minister van Wetenschap en Technologie, die de eerst verantwoordelijke voor het wetsontwerp is, Anna Birulés, op 11 april in het Spaanse Parlement had gezegd. Zij had immers gezegd dat zij het als een eer beschouwde om dit ontwerp aan de volksvertegenwoordiging voor te leggen, een ontwerp dat 'er toe zou bijdragen dat de Spaanse internetondernemingen zich gezond zouden ontwikkelen, en die veiligheid en vertrouwen aan de staatsburgers (los ciudadanos) zou schenken'. Maar alle oppositiepartijen reageerden op deze vrome mededeling met negen (destructieve) amendementen, die alle door de regerende meerderheid werden verworpen, hoewel die wel vond dat er wijzigingen in het ontwerp moesten komen (Het gaat in Spanje wat dit betreft dus net zoals in Nederland). De steen des aanstoots van de oppositie is artikel 8 van het ontwerp waarin staat dat een 'bevoegde autoriteit' (een 'autoridad competente') een webpagina kan sluiten. Dat is een vage term die de weg opent voor bestuurlijke censuur. 'Deze wet die ons gepresenteerd wordt als een vehikel dat de elektronische handel op de rails zet, is in werkelijkheid een wet om controle te krijgen over de inhoud van het Internet,' zei Alfredo Pérez Rubalcaba (dat is geen adelijke titel: in Spanje draag je zowel de naam van je vader als je moeder; chique is het wel), van de socialistische oppositie op 11 april tegen El País. Andere parlementariërs wezen erop dat dit artikel 8 in strijd zou komen met artikel 20 van de Spaanse Constitutie waarin de vrijheid van meningsuiting wordt geregeld.

Vertaald naar Nederlandse verhoudingen zou zo'n vage term als een 'bevoegde autoriteit' betekenen dat een Officier van Justitie, een Politieman of een Burgemeester een Internetpagina die hij 'onrechtmatig' acht zou kunnen sluiten zonder dat er een rechter aan te past komt. Met zo 'n bevoegdheid zouden wij in Nederland niet blij zijn, al zou professor Pim haar waarschijnlijk toejuichen; die vond in de Sound Mix Show van 27 april immers dat politie-agenten een ieder op straat zouden mogen fouilleren als zij, politie-agenten, dat nodig vonden ('Geheel mee eens', riep Melkert daarop in diezelfde show, òf omdat hij ook wel weer eens aan het woord wilde komen òf omdat hij een geslaagde imitatie van deze politicus was, candidaat voor de Sound Mix Show voor politici).

Wat ons bij politie-agenten aanstonds treft als een exorbitante bevoegdheid (iedereen op straat mogen fouilleren), is op Internet kennelijk minder evident. Want de gedachtengang van de Spaanse regering heeft ook al school gemaakt in de juridische vakliteratuur. Zo lees ik in Computerrecht 2002/1, p. 16 [1] dat de Spaanse Juliá-Barceló (een onmiskenbaar Spaanse dubbele naam) en de Nederlandse Koelman in een internationaal tijdschrift hebben voorgesteld dat er een Speciale Instelling zou moeten komen die de webpagina's op onrechtmatigheid zou moeten beoordelen. Een Speciale Instelling kun je wel met Autoridad competente vertalen.

 

 


[1] In een artikel van Z. de Jongh en L. Siemerink, 'Amerikaanse en Finse elementen voor de Nederlandse implementatie van de Richtlijn inzake Elektronische Handel'.


Geplaatst 18.05.2001