|
Er is
een nieuwe Chinese Muur. De nieuwe Chinese muur heeft zich aangepast aan
onze tijd: zij is groter dan de oude, strekt zich uit tot alle grenzen van
het immense Chinese rijk, is onzichtbaar maar weerbarstiger dan de stenen.
De nieuwe Chinese Muur is een bevel van de Chinese regering aan Google zijn
nieuwe Chinese zoekmachine Google.cn te censureren. Daarin mogen geen zoekwoorden
voorkomen zoals Tiananmen (van het plein in Peking waar in 1989 de slachting
van de studentendemonstratie plaatsvond), massamoord, onafhankelijkheid,
Tibet, Taiwan en rechten van de mens. Ik heb zelfs ergens gelezen dat 'rechten
van de mens' wel voorkomt, maar bij aanklikken je meteen parkeert op de site
van de regerende communistische partij. Google heeft aan het bevel van de
Chinese regering gevolg gegeven. Zij heeft zich verdedigd met de stelling
dat filtering tegen haar beginselen ingaat, maar dat het helemaal
niet ontsluiten van informatie erger is. Zonder
deze knieval was zij niet op de Chinese markt toegelaten. Zij heeft er aan
toegevoegd dat zij geen individuele communicatiediensten aanbiedt, zoals
blogs en email, omdat dit haar in de moeilijke positie zou hebben geplaatst
dat zij dissidenten had moeten weigeren. Google heeft, aldus haar woordvoerders,
gekozen voor het minste kwaad. Anders had zij de Chinezen veel informatie
moeten onthouden, die zij nu wel kan ontsluiten. Yahoo is Google voorgegaan.
Haar Chinese zoekmachine wordt allang gecensureerd. Zij biedt ook individuele
communicatiediensten aan. Daarmee heeft haar filiaal in Hong Kong vorig jaar
de journalist Shi Tao verlinkt, die via zijn site zogenaamde staatsgeheimen
(lees: de Communistische regering onwelgevallige berichten) zou hebben verspreid.
Op verzoek van de Chinese overheid heeft zij alle individuele communicatiegegevens
van de journalist verstrekt, die vervolgens kon worden opgespoord. Shi Tao
zit nu een gevangenisstraf van tien jaar uit. Het verhaal
van Google.cn heeft een Chinese, een wereldwijde en een Europese strekking.
De Chinese invalshoek toont ons de schaduwzijde van de bejubelde economische
boom van het nieuwe Chinese kapitalisme. Het nieuwe China gaat de wereldmarkt
veroveren, in China ontsluit zich een enorme markt. Hijgend van opwinding
lopen de jonge Europese toeristen door Shanghai. Hier zal het de komende
tien jaar gaan gebeuren. Het zal ook een omwenteling in Europa betekenen.
Binnenkort zullen de Japanse toeristen door cohorten Chinezen uit de Venetiaanse
gondels worden geduwd.
Onder dit stralende sprookje ligt
echter een rationeel akkoord tussen de middenklasse met de communistische
partij: wij de markt, jullie de politieke macht,
cuius regio, eius religio. Dat is de spreuk waarmee
wij in Europa in 1555 in de vrede van Augsburg de godsdienstoorlogen beslechtten:
wie de macht heeft over het gebied, bepaalt de godsdienst in dat gebied.
In China: in het economische domein bepaalt de kapitalistische middenklasse
de ideologie, in het politieke domein de communistische partij. Optimisten,
onder wie zich inmiddels de Microsoft koning Bill Gates heeft geschaard,
denken dat het kapitalisme vanzelf het politieke domein zal veroveren en
de democratie zal invoeren. Pessimisten beschouwen het als de bevestiging
van de autoritaire Aziatische variant van een vrije markteconomie, een blijvende
waterscheiding tussen vrije economie en autoritaire politiek.
De politieke machthebbers in China
beheersen al jaren de informatiestromen. Informatie is immers altijd een
potentiële ondermijning van politieke macht. Satellietschotels en inkomend
omroepverkeer wordt in China van oudsher gecontroleerd. Murdoch is met zijn
op China gerichte televisiezenders al veel eerder voor censuur door de knieën
gegaan. Internetcafés zijn vergunningplichtig, het gebruik aldaar
geregistreerd. De toegang tot nieuws wordt gehinderd, als het politiek onwelgevallig
nieuws is. Maar de politieke machthebbers zijn bang; zij willen de informatie
zelf ook niet meer zien. Zo las ik onlangs dat de trottoirbankjes voor een
van de grote hotels in Shanghai zijn verwijderd, omdat het stadsbestuur in
dat hotel met belangrijke mensen vergadert, en maar liever geen uitzicht
heeft op arme mensen op een bankje voor de deur. En zij zijn ook bang voor
het Internet. Misschien dat de optimisten gelijk krijgen en dat de situatie
lijkt op het prerevolutionaire Frankrijk van de 18e
eeuw. In die periode werd de repressie van informatie in Frankrijk steeds
verder opgevoerd, maar dat kon niet verhinderen dat zij van buitenaf via
illegale import van alle kanten naar binnen spoot.
Maar nu de wereldwijde invalshoek.
Op de internationale VN conferentie in Tunis in november 2005 over de wereldwijde
regulering van het Internet stonden verschillende blokken tegenover elkaar.
Er waren de niet democratische landen (waaronder China) die een wereldwijde
regeling wilden, niet alleen op het niveau van de telecommunicatie (kort
gezegd de adressering via het domeinnamensysteem) maar ook op het niveau
van de informatiestromen zelf. De andere groep wilde een wereldregulering
van de telecommunicatie. Geen van beide kreeg gelijk. Het Internet blijft
stevig in Amerikaanse handen. Binnen de Amerikaanse democratische traditie
weet Google de Amerikaanse regering nog te weerstaan door niet te doen, wat
Yahoo in China deed: het afstaan van inloggegevens om inzicht te krijgen
in het communicatiegedrag van Googlegebruikers (het surfgedrag naar pornosites).
Toch blijft Internet een wereldwijd communicatiesysteem dat in de Amerikaanse
invloedssfeer ligt. Op de markt van ontsluiting van informatie (de zoekmachines)
blijven de Amerikaanse spelers dominant. Als de Amerikaanse democratie niet
meer functioneert is er een dreiging van censuur uit die hoek.
Op Europees niveau zien wij dat Europese
overheden de controle op Internet verhogen. De Franse Yahoozaak heeft de
aandacht getrokken. Een Franse rechter liet op verzoek van een Joodse belangenorganisatie
een Neo Nazi site voor het Franse publiek afsluiten. De zaak onderscheidt
zich in gunstige zin van de Chinese variant dat er een rechter aan te pas
is gekomen. Toch wordt in Europa buiten de rechter om de druk opgevoerd.
Dat brengt mij tenslotte bij Nederland.
Eind januari werd bekend dat de doorgifte
van zogenaamde haatzaai satellietzenders (Al Manar en Sahar TV) op last van
minister Donner werd geblokkeerd. De minister moest toegeven dat deze maatregel
een wassen neus is, omdat de zenders via Internet nog steeds zijn te bekijken
door Islamitische jongeren, die zoals minister Remkes dat eens heeft uitgedrukt,
op bovenkamertjes voor hun PC schermen zitten te radicaliseren. Er is nu
de extra attractie aan toegevoegd dat zin naar verboden zenders mogen kijken.
Maar voegde Donner er omineus aan toe: dat Internetprobleem moeten we in
EG verband aanpakken. In Nederland is er, met name vanuit CDA kring, een
toenemende druk om uitingen in de media en ook op Internet te reguleren.
Terrorisme bestrijding is hier het slagwoord, maar in feite gaat het om beperkingen
op vrije woorden die niet passen in de officiële strijd tegen de radicale
Islam. Het is dus een ideologische kwestie; in mijn ogen zijn we getuige
van een moderne godsdienstoorlog. En daarbij hoort, zo weten wij uit de geschiedenis,
censuur en repressie.
Het CDA heeft een rapport geproduceerd
onder de titel “Alles van Waarde is Weerbaar”, waarin de verlanglijst van
het CDA is opgenomen. Weliswaar gaat dat voor een groot deel over antiterreur
maatregelen, maar er zijn er toch een aantal die zien op de vrijheid van
meningsuiting, met name de wens om een verbod op de verheerlijking van het
terrorisme doorgevoerd te zien, een voorstel waarop al uit brede kring kritiek
is geuit. De minister van Justitie richtte zich recent op satellietzenders.
Het uiteindelijke doelwit is het Internet. Maar ook
hier gaat het naar mijn mening, zoals bij de Chinese machthebbers, om angst.
De titel van het CDA rapport is een verbastering van een dichtregel uit een
gedicht van Lucebert. De dichtregel luidt: “Alles van waarde is weerloos”
en het gedicht heeft een geheel andere strekking, dan de titel van het CDA
rapport doet vermoeden. De verwijzing naar Lucebert heeft mij wel geïnspireerd
tot een citaat uit de bundel Ongebundelde Gedichten,
als afsluiting van deze inleiding. Het is het derde deel van de
Drie liederen uit de perfecte misdaad. Het heet
het Slaapliedje der Reactie
en het drukt het soort angst uit waar ik het hier over heb uit: Slaapliedje
der Reactie
Zangstem
met orkest:
“Wees geduldig
en tevree
goedgelovig en gedwee
vraag niet
naar dingen die bestaan
vraag om
genade of de maan”
koor:
want
die naar kwade zaken zoekt
is gevaarlijk en vervloekt
en wie kwade
namen weet en noemt
is gevaarlijk
en verdoemd”
Wij zullen in een tijd dat de regering
het taalgebruik op straat wil reguleren, de poëzie nog hard nodig hebben. Tot slot
nog een praktische mededeling: wanneer U in zoekmachines naar dit stuk verwijst
wilt u dan de woorden 'China', 'angst','godsdienst',' terrorisme', en 'Dommering'
blokkeren.
|