|
De grenzen van de
vrijheid van meningsuiting
Verschenen in Utrechts
Dagblad, 21 juli 2004, BN/De Stem, 22 juli
2004, Limburgs Dagblad, 24 juli 2004 en Het
Parool, 31 juli 2004.
E.J.
Dommering
|
|
De
laatste maanden horen we vaak dat iemand in de media te
ver zou zijn gegaan in zijn uitingsvrijheid. Een rapperslied
waarin Hirshi Ali met de dood wordt bedreigd, raakt
verzeild op het Internet. Bij een demonstratie tegen het
uitzettingsbeleid van de regering zijn het al weer
rappers die de grenzen verkennen door de IND te
vergelijken met 'seriemoordenaars'. In de eerste twee
gevallen volgt zwaar strafrechtelijk optreden. Maar ook
politici weten van wanten: Pronk vergelijkt het
voorgenomen massale uitzettingsbeleid van minister
Verdonk met 'deportaties'. En haar partijgenoot Dijkstal
vindt dat het aangekondigde onderzoek om tot een profiel
van de mate van inburgering van vreemdelingen te komen,
lijkt op het uitdelen van Jodensterren. Verdonk wil niet
meer met hen praten. Jan Mulder kreeg een vermanende
brief van de Minister President, omdat hij tijdens een
uitzending van Villa BVD gezegd had dat Dick Advocaat
gestenigd moest worden voor de wissel die hij tegen de
Tsjechen had toegepast. Dit alles duidt zonder twijfel
op een verharding van het discussieklimaat. Het is een
van de twijfelachtige erfenissen van Pim Fortuyn. Tijd
om even stil te staan bij de vraag wat juridisch de
grenzen zijn van de uitingsvrijheid.
Het
Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg
doet hierover regelmatig voor de staten in Europa
bindende uitspraken. In een lange reeks uitspraken heeft
het de lijn uitgezet dat in het publieke debat
uitspraken kunnen worden gedaan die 'schokken, aanstoot
geven, of verontrusten'. Het gaat dus niet zozeer om de
goede smaak, maar om wat in een agressief politiek
debat, waarin de meningen vaak recht tegenover elkaar
staan, nog kan. Zo heeft het regelmatig weinig
smaakvolle vergelijkingen met het Nazi verleden door de
beugel gelaten, omdat dit soort forse waarde oordelen nu
eenmaal eigen zijn aan het publieke debat. De grens
wordt overschreden als er aangezet wordt tot fysiek
geweld tegen concrete personen. Een andere belangrijke
factor is in welke context en voor welk publiek uitingen
worden gedaan. Als het gebeurt tegenover een publiek dat
kan begrijpen dat er van enige overdrijving sprake is,
kan er meer dan wanneer dat niet zo is. Als we deze
regels toepassen op die hiervoor genoemde gevallen,
ontstaat het volgende beeld. De rappers voeren het
verweer dat degenen die hun uitlatingen in hun half geïmproviseerde
liedjes te ver vinden gaan niets begrijpen van de rapcultuur.
Binnen de context van de rapcultuur kan misschien veel,
het lied tegen Hirshi Ali trad buiten die cultuur
doordat op het Internet voor iedereen toegankelijk werd.
Het kon dus worden opgevat als een fysieke bedreiging.
Bij de demonstratie tegen de IND lag dat al anders,
omdat de rapgroep herkenbaar optrad. Bovendien ging het
om een demonstratie tegen een heftig bekritiseerd
beleid. 'Seriemoordenaars' gaat natuurlijk te ver, maar
het werd geuit tegen een instelling en niet een persoon.
De kwalificaties van Pronk en Dijkstal met een
verwijzing naar een Nazi verleden passen in de
rechtspraak van het Hof waarin forse, dikwijls ook
smakeloze, vergelijkingen werden getolereerd in het
politieke debat. Van Jan Mulder weten we dat hij zich
krachtig uitdrukt als hij het op voetbalgebied ergens
niet mee eens is. We begrijpen dus dat hij een krachtige
mening uitdrukt en niet opwekt om Dick Advocaat met
stenen te bekogelen.
Wanneer
een meningsuiting de grens van het toelaatbare
overschrijdt, mag de overheid daarop reageren met een
sanctie, maar die moet wel proportioneel zijn. De
proportionaliteit van de reacties op de hier besproken
meningen was dikwijls zoek. Een minder vergaand
strafrechtelijk optreden was meer op zijn plaats
geweest. Een minister die niet meer met de
vertegenwoordiger van de belangenorganisatie van de
vreemdelingen wil spreken gaat ook te ver. Dat geldt ook
voor de Minister President die reageert op een uiting in
een televisie uitzending. Wij hebben in Nederland al
lang geleden de censuur op de media afgeschaft.
Is
dit nu een aanmoediging om het in publieke debat maar
grof aan te pakken? Dat is het niet. Er zijn over het
algemeen effectievere stijlmiddelen om een beleid of een
mening aan de kaak te stellen. De kern van de vrijheid
van meningsuiting is dat het over de inhoud en niet over
de vorm moet gaan. Dat laatste gebeurt nu te veel.
|