|
Het auteursrecht geeft
de mogelijkheid informatiegoederen (teksten, foto's)
waarvan de pers zich bedient, te beschermen. De
bescherming ligt in de originele vormgeving van het
product, ook wel de 'expressie' genoemd. Je zou dit de
huid van de informatie kunnen noemen. Het voorkomt dat
informatie 'met huid en haar' kan worden overgenomen
(letterlijk gekopieerd). Het huidige auteursrecht
verschaft daardoor aan de rechthebbende een middel om
voor ieder hergebruik van informatie een nieuwe
vergoeding te vragen. Hergebruik kan bestaan in
kopiëren in hetzelfde medium of hergebruik in een ander
medium. Voor hergebruik is toestemming van de auteur
nodig. De vraag die daarbij rijst is of de rechthebbende
(en dat behoeft niet dezelfde als de auteur te zijn:
denk aan een uitgever die de rechten van de auteur
verwierf) daarvoor steeds een nieuwe toestemming van de
auteur nodig heeft of dat hij deze reeds bij eerste
publicatie had gekregen. Dat gaat over de omvang van
de licentie die de auteur heeft verstrekt.
Informatie is ook een
(semi)collectief goed. Ik noem het (semi)collectief,
omdat het wel de eigenschappen heeft om het als een
exclusief product te verhandelen, maar toch collectieve
aspecten behoudt. De informatie (feiten, kennis) die in
de vormgeving is verborgen, is immers vrij toegankelijk
en opnieuw te gebruiken. De pers maakt daarvan vrijelijk
gebruik, omdat het verzamelen van informatie een
belangrijke activiteit van de pers is. In toenemende
mate wordt daarbij een beroep gedaan op databanken die
sinds de Databankenrichtlijn een eigen
bescherming hebben. Deze komt hierop neer dat
informatieverzamelingen waarin veel is geïnvesteerd,
ook als zij geen oorspronkelijke expressie vertonen,
beschermd worden. Daardoor kan voorkomen worden dat
substantiële overnames uit de databank vrij kunnen
plaatsvinden. Het (semi)collectieve karakter van
informatie heeft van oudsher erkenning gevonden in het
vrije overnamerecht van de pers ten behoeve van de
nieuwsvoorziening en het citaatrecht. Daardoor is het
toegestaan stukjes informatie (inclusief de expressie)
vrij over te nemen ter bescherming van de 'free flow of
information'. Dit overnamerecht heeft door internet
een andere dimensie gekregen.
Multimediale
licenties en producten
Kranten hebben
redacteuren in dienst. Wat deze in dienst produceren
valt krachtens artikel 7 van de Auteurswet de werkgever
toe, in de wandeling ook wel het werkgevers-auteursrecht
genoemd. Dat geldt niet voor freelancers en daarvan
lopen er in de krantenwereld nogal wat rond. Al in 1997
startte een aantal freelancers een procedure tegen de
Volkskrant, omdat zij er bezwaar tegen maakten dat
hun stukjes op een verzamel cd-rom en op de website
waren te raadplegen. Zij stelden dat de toestemming die
zij voor de publicatie van hun stuk in de krant hadden
gegeven niet impliceerde dat zij ook in verder
elektronisch gebruik hadden toegestemd. De Rechtbank te
Amsterdam stelde hen in het gelijk. [1]
Deze zaak leert dat een
krant niet meer hetzelfde papieren product is, maar
voortaan multimediaal is geworden. Dat heeft
verschillende consequenties. Allereerst voor de
vaststelling van de vergoedingen en de omvang van de
licenties. De exploitatie van een werk of een productie
is door de opkomst van multimedia niet meer aan één
bepaald medium of een bepaalde presentatievorm gebonden.
Maar de exploitatievorm is heel verschillend al naar
gelang het medium. Een omroepproductie of een
voetbalwedstrijd wordt in een omroepmedium integraal
geëxploiteerd maar op een website of een cd-rom als
hoogtepunt of als flits. Wat moet de prijs voor het
hergebruik van een stukje uit een krant op een website
zijn? Bovendien kunnen deze gedigitaliseerde producten
dan weer simpeler worden toegevoegd aan een nieuw
verzamelwerk. Auteurs en producenten zullen zich daar
terdege rekenschap van moeten geven. Uitgevers zullen
proberen alle licenties voor alle media in handen te
krijgen. Alleen dan kunnen zij immers met
grootgebruikers paraplu-licenties voor alle vormen van
mediaal gebruik aanbieden. Een producent koopt van een
auteur informatie die multimediaal moet kunnen worden
geëxploiteerd.Hij zal de reikwijdte van de licentie
willen bepalen tenzij de auteur (of een groep waarin hij
participeert) sterk genoeg is om zelf zijn
licentiebeleid te bepalen. Dit doet een discussie
ontstaan om de rechtspositie van de auteur in het
auteursrecht te versterken. [2]
Het heeft ook
consequenties voor de aard van het product dat een
uitgever gaat verkopen. De krant wordt ook elektronisch
aangeboden. Dit biedt uitgevers de mogelijkheid 'oude'
en 'nieuwe' economie te combineren. Zij hebben een
bestaande abonnementsrelatie met een gebruiker voor een
papieren product (bijvoorbeeld de krant) en die kunnen
zij op deze manier geleidelijk aan transformeren in een
abonnement voor een multimediaal product. Op den duur
koopt de gebruiker dan een licentie voor het gebruik van
informatie in papieren of elektronische vorm voor
zichzelf of in een besloten gebruikersgroep. Het
verschil tussen oud en nieuw is dat bij het papieren
product een exemplaar werd gekocht, terwijl het verdere
hergebruik via het fotokopieerapparaat werd gereguleerd
door het auteursrecht (overigens weinig succesvol
getuige de hoge transactiekosten van reproregelingen).
In de nieuwe situatie wordt een licentie gekocht voor
alle vormen van gebruik binnen een bepaalde privé-sfeer
of een organisatie, ongeacht of er nu gekopieerd wordt,
een cd-rom in een netwerk wordt geplaatst of informatie
wordt gedownload.
Bij deze
exploitatievorm creëert de uitgever contractueel en met
behulp van het auteursrecht een vorm van exclusief
gebruik waarin geen onderscheid meer wordt gemaakt naar
de presentatievorm waarin informatie wordt gebruikt. Er
is dus ook geen onderscheid meer tussen een origineel en
een kopie. Kopiëren is een notie uit de 'oude'
economie. [3]
Toegang tot
feitenbestanden en nieuwsexcepties
De computer en
telecommunicatiemiddelen geven toegang tot een
overweldigende hoeveelheid feitelijke bestanden die door
anderen geordend zijn. De elektronische toegankelijkheid
en overdraagbaarheid leiden tot een ingrijpende
verandering van onze klassieke auteursrechtelijke noties
over de exploitatie van databestanden. De kranten
moesten in de papierenwereld gedogen dat knipselkranten
die een dwarsdoorsnede van de actuele berichtgeving op
bepaalde onderwerpen vormden, met een beroep op het
overnamerecht van de pers vrij gemaakt konden worden. [4] In
een elektronische omgeving veranderde dat. Toen de
bibliotheken dezelfde knipselkranten wilden omzetten in
een cd-rom waarop alle recensies per auteur uit de
verschillende kranten werden gerangschikt over een reeks
van jaren, bevonden zij zich in dezelfde positie als de
uitgevers van de kranten die de stukjes van de
freelancers zonder vergoeding op een schijfje wilden
zetten. Inmiddels is er ook het databankenrecht dat de
investering in het opzetten van een databank beoogt te
beschermen.
Twee recente
voorbeelden uit de rechtspraktijk laten zien hoe, mede
onder invloed van het internet, de grenzen verschuiven.
De eerste zaak is de kranten.com zaak die de
publiciteit heeft gehaald. Eureka Internetdiensten deed
het volgende. Onder het adres kranten.com kon je naar de
pagina 'landelijke kranten'. Daar waren lijsten van
nieuwsberichten die dagelijks werden aangevuld,
opgenomen. Die lijsten waren samengesteld uit de
homepages van de kranten. Klikte je een onderwerp aan op
de krantensite van Eureka, dan werd je rechtstreeks naar
het desbetreffende bericht op de website van de
betrokken krant geleid, met voorbijgaan van de homepage
en de 'portal' van de betrokken krant. 'Ruzie in
Amsterdamse gemeenteraad over aanleg Noord-Zuidlijn',
bracht je dus onmiddellijk bij het desbetreffende
bericht in het Parool zonder dat je de homepage met
reclame en portal-links van het Parool had gezien. De
inzet van het geding was of deze zogenaamde 'deep links'
een inbreuk op het auteurs- of databankenrecht van de
krant vormden. De President van de Rechtbank te
Rotterdam oordeelde in kort geding dat dat niet zo was.
'Deep linken' werd in dit geval geschaard onder de free
flow of information. [5]
In een andere zaak was
het de Telegraaf die voor een nieuwe site El
Cheapo putte uit de website van de Nederlandse
Vereniging van Makelaars (nvm). Op de site van de
Telegraaf kon je onder de rubriek 'wonen' zoeken
naar een favoriet huis door gewenste kenmerken in te
tikken. De zoekmachine ging dan op het internet zoeken
en kopieerde daarbij ondermeer items van de website van
de nvm. De nvm vond dat een inbreuk op haar
databankenrecht, omdat zij haar eigen site met huizen,
ten koste van hoge investeringen, had georganiseerd. De
President in Den Haag vond dat ook en vond de
onttrekking substantieel, ook al ging het maar om een
paar huizen-items van de website van nvm. [6]
Beide zaken laten zien
dat de regels voor het vrij overnemen van informatie op
het internet opnieuw moeten worden getoetst en herijkt.
Dat doet niet af aan het fundamentele beginsel van free
flow of information zoals we dat in de papierenwereld
hebben ontwikkeld. We zullen alleen nieuwe kwalitatieve
criteria moeten ontwikkelen.
Conclusie
Het internet
confronteert de nieuwsmedia met belangrijke nieuwe
vragen hoe zij informatie moeten exploiteren. Aan de
kant van de informatieleveranciers zullen zij steeds
vaker multimediale deals moeten sluiten. Dat betekent
dat de relatie tussen de auteur en de uitgever daardoor
fundamenteel verandert De auteur moet voortaan
'informatie' verkopen, maar het is de vraag of hij de
onderhandelingspositie heeft de omvang van de licentie
te bepalen. Aan de kant van de exploitatie zullen zij
zich steeds scherper moeten afvragen in welke gevallen
ze kiezen voor het collectieve karakter van het goed
informatie, in juridische termen de free flow of
information, en in welke gevallen voor exclusiviteit,
waarvoor bij hergebruik opnieuw moet worden betaald. Zij
zullen een 'mix' van oude en nieuwe economie moeten
maken. De geweldige mogelijkheden van elektronische
databanken en transmissiemiddelen (kortgezegd: het
internet) dwingen tot een nauwkeurige afweging hoeveel
vrij moet worden gelaten om de netwerkeffecten van het
gebruik van informatie te benutten. Rechtenbeheer wordt
daardoor steeds meer een onderdeel van een integraal en
multimediaal informatiebeheer.
De problematiek van de
auteurs en de uitgevers op internet kan worden
samengevat met de vraag: 'Hoe lang laat ik mij op het
internet verlinken?'
|