Boerkaverbod is juridisch onwerkbaar
De bekorte versie van dit artikel is verschenen in NRC Handelsblad op 21 november 2006.

E.J. Dommering


Het kabinet heeft op de valreep voor de verkiezingen aangekondigd een wetsvoorstel te zullen indienen dat het dragen van boerka's (een het gehele lichaam bedekkende gewaad met slechts een reepje gaas voor de ogen) in de openbare ruimte gaat verbieden. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan een vorig jaar in december aangenomen motie Wilders, die een kamermeerderheid behaalde door steun van het CDA, de VVD, de LPF en de groep Nawijn. Wilders had deze motie gemotiveerd met het argument dat het dragen van de boerka 'middeleeuws en vrouwonvriendelijk' is. Het kabinet meent dat er geen juridische belemmeringen tegen het invoeren van een dergelijk verbod zijn. Uitvoering van dit voornemen leidt naar mijn mening tot een in de praktijk niet toe te passen regeling, tast een fundamenteel recht op anonimiteit van de burger aan en levert geen bijdrage aan de emancipatie van de vrouw die al dan niet vrijwillig een vorm van Islam aanhangt die tot dit kledingvoorschrift leidt. Al met al is het, na de door politici aangestuurde discussie wie wanneer wie een hand moet geven, een nieuw voorbeeld van een afnemend klimaat van tolerantie, een rechtsgoed waarop Nederland zich eeuwen heeft laten voorstaan en waar het in het buitenland om was geroemd.

Het kabinet heeft in een toelichting meegedeeld dat er geen juridische belemmeringen zouden zijn als een verbod 'godsdienstneutraal' wordt geformuleerd. Dat wordt nog een heel juridisch kunststuk, want er zijn tal van situaties waarin personen zich in het openbaar in min of meer verhulde vorm vertonen. Het kabinet kwam bij de presentatie van het plan al meteen met de uitzondering van het carnaval. Die uitzondering herstelt een tientallen jaren geleden afgeschafte traditie in het vaderlandse staatsrecht, omdat wij in jaren zestig van de vorige eeuw een processieverbod kende dat alleen gold buiten van oudsher katholieke gebieden in Nederland. Maar het is ingewikkelder dan dat, te beginnen bij grote zonnebrillen, hoofddeksels die over de ogen vallen, sjaals tot over de neus, geverfde haren, naakt zonnen op het strand met een handdoek over het hoofd, en, niet te vergeten, Sinterklaas en Zwarte Piet. En dan zijn er natuurlijk de auto's met zwarte geblindeerde ramen, de gemotoriseerde boerka's waarmee de (tijdelijk) rijken en de maffia door het verkeer rollen. De toepassing van dit verbod in de praktijk wordt voor juristen dus een hilarische bezigheid, zoveel is wel zeker.

Het gaat echter om een veel fundamentelere vraag. In deze tijd waarin slechts terreurbestrijding telt, wordt anonimiteit alleen gezien als middel om criminaliteit te bedrijven. Vermomming en het aannemen van valse hoedanigheden zijn inderdaad veel toegepaste wapens bij de misdaad. Anonimiteit is echter een tweesnijdend zwaard. Het is ook een middel van de burger om zich tegen (overheids)macht en opdringerigheid van derden te beschermen. Zo heeft de burger recht op een geheim telefoonnummer en blokkering van caller identification bij telefoneren, en kan hij zich van schuilnamen en geheime adressen bedienen. Op internet is de alias een geliefkoosd middel om vrij te kunnen communiceren. Een abstracte definitie van een boerka loopt het gevaar ook deze virtuele boerka's te treffen, want op internet kan een vrouw zich daarmee niet alleen geheel afschermen, maar zich zelfs als man voordoen, 'middeleeuwser en vrouwonvriendelijker' dan dat is niet denkbaar. Het is duidelijk dat de boerka in de Islamitische kring waarin zij wordt voorgeschreven die afschermfunctie heeft, zoals de lichaambedekkende kledingvoorschriften voor vrouwen in orthodox-christelijke kring. Het boerkaverbod als onderdeel van een algemene aanval tegen anonimiteit van de burger past in de sluipende trend van de controlestaat die in Europa, gedekt door parlementaire meerderheden, zonder slag of stoot wordt ingevoerd: de burger moet in alle omstandigheden een snel en efficiënt te identificeren object worden.

De vrouw die in Nederland een boerka draagt is het onmiddellijke slachtoffer, zoveel is ook wel zeker. De vrouw die een boerka draagt doet dat omdat zij er zelf in gelooft of onder druk van sociale controle of dwang van haar echtgenoot. We weten dat verboden mensen niet van hun geloof afhelpen, ze daar juist in sterkt. Als er enigerlei vorm van dwang in het spel is, zal dat een klimaat van huisarrest stimuleren. In alle gevallen is het effect van het verbod dat de betrokkene in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt, zonder dat enig zichtbaar of op termijn te incasseren voordeel van een integratie of emancipatie voor de Westerse samenleving wordt behaald.

In Nederland hebben wij tot dusver een redelijk compromis bereikt in het gebruik van de openbare ruimte waarin, behalve allerlei varianten van het christelijke geloof, ook allerlei varianten van de Islam moeten participeren. Aan het eerste zijn wij wel gewend, aan het tweede nog niet. We stellen voorschriften ten aanzien van de kleding in openbare ambten en verbieden bepaalde vormen van kleding (waaronder de boerka) die de voortgang van het onderwijs belemmeren. Voorts gelden er beperkingen in situaties waarin legitimatie verplicht is. We zijn daarin belangrijk veel flexibeler dan bijvoorbeeld Frankrijk dat door zijn rigide traditie van laïcisme op een verkrampte manier met de openbare ruimte omgaat. De Nederlandse opstelling past ook in de traditie van de handelsnatie die internationaal georiënteerd is (de 'VOC mentaliteit') en tolerant tegenover ander religieuze en levensbeschouwelijke opvattingen. Dit imago is in het buitenland de laatste twee jaar behoorlijk beschadigd. De aankondiging van het kabinetsvoornemen alleen al heeft, volgens de eerste berichten, nieuwe schade aan dat beeld in het buitenland toegebracht.


Geplaatst 23.11.2006