|
1.
Na het optreden van minister Rita Verdonk in de media kort na de Schipholbrand,
waarin zij het handelen
van het personeel
adequaat’ had genoemd,
verscheen er op 11 november 2005 (twee weken na de ramp)
in de straten van Nijmegen een affiche met de tekst:
Reisbureau Rita,
Arrestatie-deportatie-crematie
Adequaat tot het bittere einde’
2.
De verdachte werd vervolgd voor overtreding van artikel 261 Sr (belediging), maar hij wordt
van rechtsvervolging ontslagen, omdat het Hof met toepassing van artikel
10 EVRM ontwikkelde jurisprudentie over de geoorloofde kritiek op publieke figuren de boodschap op
het affiche rekent tot het publieke debat.
Er zijn vele beslissingen waarin het Europese Hof dit heeft uitgesproken.
Ik verwijs voor de bespreking daarvan naar de conclusie van de Advocaat Generaal
en mijn eerdere annotaties op dit punt, opgenomen in De Europese rechter
en het vrije waardeoordeel’, in: Egbert Dommering,
De achtervolging van Prometheus, Amsterdam: Otto Cramwinckel 2008,
p. 149-152.
3.
De HR bevestigt de beslissing van het Hof. In ro 3.4. somt de HR de omstandigheden
op die van belang zijn: het gaat om de betrokkenheid van de minister bij
de brand op Schiphol
(optreden als politicus), de poster bevat een standpuntbepaling ten aanzien van het vreemdelingenbeleid
waarvoor zij als minister verantwoordelijkheid droeg
(mening, publiek debat, vrij waardeoordeel), de Onderzoeksraad voor de veiligheid had in september 2006 geconcludeerd
dat een aantal overheidsinstanties tekort waren geschoten in veiligheidmaatregelen,
anders gezegd: niet adequaat hadden gehandeld
(feitelijke grondslag voor het waardeoordeel), de toonzetting van de poster
was spottend
(vrijheid van keuze bij de vorm)
en riep niet op tot geweld
(geen aanval op personen of groepen).
4.
De zaak laat zien hoezeer
deze beslissingen
afhankelijk zijn van concrete omstandigheden.
Ik verwijs naar mijn noot bij de zaak
Leroy
(NJ 2009
, 378).
De minister heeft deze ongenadige satire over zich afgeroepen door op het moment dat de brand
op Schiphol nog maar nauwelijks geblust was
en er geen enkel onderzoek was gedaan, in de media te verklaren dat er adequaat’ was gehandeld. Dat
was letterlijk een onvergetelijke’ uitlating en iedereen in Nederland die de
Nijmeegse affiche
zag, associeerde de tekst met die uitlating.
De verbinding met de reclametekst van een reisbureau, kan nu wel door de
beugel, maar het gebruik van een reclametekst ging bij de cartoon over
9/11 te ver. Zou een politieke groepering
na de brand op Schiphol
een affiche hebben opgehangen met een tekst Net goed’, dan was
dat racisme geweest (de zaak
Norwood).
|