Publicaties
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Annotatie bij HR 16 juni 2009 (Rita Verdonk Affiche)
Verschenen in NJ 2009, 379, p. 3766-3773

E.J. Dommering


1. Na het optreden van minister Rita Verdonk in de media kort na de Schipholbrand, waarin zij het handelen van het personeel ’adequaat’ had genoemd, verscheen er op 11 november 2005 (twee weken na de ramp) in de straten van Nijmegen een affiche met de tekst:

’Reisbureau Rita,
Arrestatie-deportatie-crematie
Adequaat tot het bittere einde’

2. De verdachte werd vervolgd voor overtreding van artikel 261 Sr (belediging), maar hij wordt van rechtsvervolging ontslagen, omdat het Hof met toepassing van artikel 10 EVRM ontwikkelde jurisprudentie over de geoorloofde kritiek op publieke figuren de boodschap op het affiche rekent tot het publieke debat. Er zijn vele beslissingen waarin het Europese Hof dit heeft uitgesproken. Ik verwijs voor de bespreking daarvan naar de conclusie van de Advocaat Generaal en mijn eerdere annotaties op dit punt, opgenomen in ’De Europese rechter en het vrije waardeoordeel’, in: Egbert Dommering, De achtervolging van Prometheus, Amsterdam: Otto Cramwinckel 2008, p. 149-152.

3. De HR bevestigt de beslissing van het Hof. In ro 3.4. somt de HR de omstandigheden op die van belang zijn: het gaat om de betrokkenheid van de minister bij de brand op Schiphol (optreden als politicus), de poster bevat een standpuntbepaling ten aanzien van het vreemdelingenbeleid waarvoor zij als minister verantwoordelijkheid droeg (mening, publiek debat, vrij waardeoordeel), de Onderzoeksraad voor de veiligheid had in september 2006 geconcludeerd dat een aantal overheidsinstanties tekort waren geschoten in veiligheidmaatregelen, anders gezegd: niet adequaat hadden gehandeld (feitelijke grondslag voor het waardeoordeel), de toonzetting van de poster was spottend (vrijheid van keuze bij de vorm) en riep niet op tot geweld (geen aanval op personen of groepen).

4. De zaak laat zien hoezeer deze beslissingen afhankelijk zijn van concrete omstandigheden. Ik verwijs naar mijn noot bij de zaak Leroy (NJ 2009 , 378). De minister heeft deze ongenadige satire over zich afgeroepen door op het moment dat de brand op Schiphol nog maar nauwelijks geblust was en er geen enkel onderzoek was gedaan, in de media te verklaren dat er ’adequaat’ was gehandeld. Dat was letterlijk een ’onvergetelijke’ uitlating en iedereen in Nederland die de Nijmeegse affiche zag, associeerde de tekst met die uitlating. De verbinding met de reclametekst van een reisbureau, kan nu wel door de beugel, maar het gebruik van een reclametekst ging bij de cartoon over 9/11 te ver. Zou een politieke groepering na de brand op Schiphol een affiche hebben opgehangen met een tekst ’Net goed’, dan was dat racisme geweest (de zaak Norwood).


Geplaatst 16.09.2009