|
|
|
Annotatie bij EHRM 8 juli 2008 (Vajnai)
Verschenen in NJ
2009, 371, p. 3663-3668
E.J. Dommering
|
|
1.
De vijfpuntige rode ster heeft in Hongarije een
belast historisch verleden. Het wordt gezien
als een totalitair symbool
en daarom is het dragen daarvan verboden.
Een dergelijke strafbepaling is minder vreemd dan zij lijkt. Het Nederlandse
Wetboek van Strafrecht kent nog altijd een overtreding tegen de openbare
orde in artikel 453a dat strafbaar stelt
in het openbaar kledingstukken of opzichtige onderscheidingstekens
te dragen die uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven.’
Je zou het de hakenkruisbepaling kunnen noemen, maar zij zou ook van toepassing
kunnen zijn op Sovjet rode sterren. Op 21 februari 2003 demonstreerde de
Arbeiderspartij (Munkáspárt) in Budapest. Vajnai, die vicevoorzitter
van die partij was, sprak daar en
hij droeg op zijn jas de rode ster. Daarvoor
werd hij vervolgd en veroordeeld, maar niet nadat de Rechtbank in Budapest
nog een zinloze prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie had gesteld
of het non discriminatiebepaling van het EG Verdrag zich tegen de toepassing
van deze bepaling verzette, nu het tonen van de communistische ster in andere
Lidstaten niet strafbaar is gesteld. Het Hongaarse Constitutionele Hof oordeelde
dat de historische ervaring in Hongarije en het gevaar die de constitutionele
waarden van het land zouden lopen als er een demonstratie zou worden gehouden
die uitdrukking gaf aan ideologieën van het vorige regime, objectief
een rechtvaardiging vormden voor een verbod
en een veroordeling.
2.
De Hongaarse regering beriep zich in Straatsburg op de jurisprudentie waarin
het Hof strafrechtelijke repressie van extreem rechtse groeperingen door
de vingers had gezien (onder meer de Franse verbodsbepaling tegen Holocaust
ontkenning, de zaken
Garaudy van 24 juni 2003,
appl. 65 831/01 en
Lehideux & Isorni,
23 september 1998, Judgements and
Decisions 1998-VII).
Het Hof antwoordt daarop in ro 24 dat het daar in wezen om misbruikzaken
onder artikel 17 EVRM ging: groepen met totalitaire motieven die zich op
artikel 10 EVRM beriepen
ter rechtvaardiging van uitingen die geen ander doel dienden dan uitdrukking
te geven aan minachting voor
slachtoffers van het Nazi regiem. Hier ging het om een legitieme politieke
demonstatie.
3. Bij de beoordeling van de zaak
betrekt het Hof de volgende factoren.
Vajnai oefende geen
publieke functie uit maar participeerde als een politicus aan een demonstratie (ro 49). De
rode
ster heeft geen
ondubbelzinnige betekenis. Zij verwijst zowel naar het totalitaire Sovjetverleden
als naar de internationale
arbeidersbeweging
(ro 52). Het Sovjetverleden
is ver genoeg weg om nog te vrezen voor de openbare orde. Bij delen van de bevolking (nog)
levende angstgevoelens
zijn daar om onvoldoende, want dan maak je je afhankelijk van een intolerante minderheid (the hackler’s veto’ , dat ik maar vertaal met het
opgestoken vingertje’)
(55-57). De conclusie is dat
een verbod dat het enkele dragen van een rode ster verbiedt zonder naar
de context te kijken, te ruim is (ro
54).
4. Terugkerend tot het politieke uniformverbod
van artikel 4 53a
Sr, moet de conclusie luiden dat
de toepassing van deze bepaling beperkt is tot die gevallen waarin sprake
is van vijandige propaganda tegen bepaalde groepen. Ik geef in dit
verband nog twee betekenisvolle citaten uit het arrest: Utmost care
must be observed in applying any restrictions, especially when the case involves
symbols which have multiple meanings. In such situations, the Court perceives
the risk that a blanket ban on such symbols may also restrict the use in
contexts in which no restriction would be justified (ro 51).’ En: In
these connection the Court emphasises that only by a careful examination
of the context in which the offending words appear that one can draw a meaningful
distinction between language which is shocking and offensive which
is protected by article 10 and that which forfeits
its right to tolerance in a democratic society. (ro 53).’ In Nederland hebben steeds meer
mensen moeite om de grens van de vrijheid van meningsuiting te bepalen. Het
Hof geeft hier heldere criteria: je kunt het recht verspelen door verkeerd
gebruik en dan verspeel je
ook het recht op
tolerantie.
|
|
|
Geplaatst
16.09.2009
|
|
|