Zelfregulering of 'domeinnaamruimtelijke ordening'?
Verschenen in Mediaforum 2002-2, p. 39.

R.B. Bakels


Een overheid moet zich liever niet met dingen bemoeien die burgers ook heel goed onderling kunnen regelen. Nog onlangs werd in een kabinetsnota [1] geconstateerd, dat er in het geval van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) is voldaan aan de gestelde voorwaarden voor zelfregulering: het zou gaan om een 'begrensde groep burgers die als geheel voldoende bij de besluitvorming betrokken is', en er zouden geen grondrechten in het geding zijn die specifieke bescherming verlangen.

Daar kan men ook anders over denken. In de eerste plaats moet eigenlijk ook het publiek dat Internet gebruikt als belanghebbende worden gezien. Dat is langzamerhand een groot deel van de bevolking, een 'groep' die door een private organisatie als de SIDN nauwelijks adequaat bij de besluitvorming kan worden betrokken. En bovendien zijn er wel degelijk grondrechten in het geding. Zo moet er zorgvuldig voor gewaakt worden dat ook ideële organisaties op Internet hun stem kunnen laten horen, en gehoord kunnen worden, via een herkenbare domeinnaam.

Sommige voorstanders van overheidsbemoeienis wijzen erop, dat domeinnamen 'nummers' zijn naar de letter van art. 1.1.t van de Telecommunicatiewet. [2] Maar er zijn toch aanzienlijke verschillen tussen de problematiek van de verdeling van (telefoon)nummers en die van de toekenning van domeinnamen. De Telecommunicatiewet schrijft voor dat er bij schaarste een veiling of verloting van nummers plaats dient te vinden. Een (eerlijke) verloting is volstrekt willekeurig, zodat er geen rekening kan worden gehouden met de belangen van het publiek. Dat is gebaat is bij een logische en niet bij een toevallige toekenning van domeinnamen. En een veiling zou ideële gegadigden onaanvaardbaar benadelen ten opzichte van commerciële gegadigden. Bovendien doet zich nog de praktische moeilijkheid voor, dat aanvragen voor domeinnamen één voor één binnenkomen, en ook niet een poosje kunnen worden opgezout: dat zou absurd zijn in de snelle wereld van Internet.

De realiteit van het moment is dat domeinnamen worden geregistreerd zonder enige controle vooraf. Liefst moet dat ook zo blijven: het gaat snel, het is goedkoop, en zo gaat het ook in andere landen. Alleen als de rechtmatigheid in het geding is worden domeinnamen ingetrokken, achteraf, al dan niet na tussenkomst van de rechter.

Een belangrijke vraag is nu, of in bijzondere gevallen niet ook de mogelijkheid zou moeten bestaan om domeinnamen in te trekken als de doelmatigheid op het spel staat, bijvoorbeeld als een 'generieke naam' zoals http://www.merkenbureau.nl op een verwarrende manier wordt gebruikt, of als een particulier een merkhouder in de weg zit, situaties waar het recht nu weinig vat op heeft. Wie een domeinnaam ziet als een 'eigendom' zal hier bezwaar tegen hebben. Maar wie zo'n naam beschouwt als een middel tot een doel, ook ten behoeve van het publiek, zal hier anders tegenaan kijken. In de Telecommunicatiewet is geregeld, dat 'nummers' kunnen worden ingetrokken ter wille van 'het doelmatig gebruik in het algemeen maatschappelijk en economisch belang', en het zou van pas komen als ook domeinnamen eventueel in zulke gevallen zouden kunnen worden ingetrokken.

De SIDN is in de huidige opzet als puur private organisatie niet in een positie om een dergelijke taak te vervullen: dat is iets voor een bestuursorgaan. Denkbaar is dat de SIDN dan maar tot bestuursorgaan wordt gemaakt. Maar wellicht is het beter, om een onderscheid te maken tussen enerzijds de (technische) registratie – de core business van de SIDN – en anderzijds deze bestuurstaak, die - in de terminologie van de Telecommunicatiewet - kan worden aangeduid als de toekenning van domeinnamen, en die laatste taak elders onder te brengen. Het spreekt overigens niet vanzelf dat dat bij de OPTA zou moeten zijn. Dat blijkt uit de gang van zaken bij de toekenning van naamnummers zoals 0800-MEDIAFORUM: [3] die gebeurt weliswaar door de OPTA, maar de OPTA heeft zelf aangegeven zo min mogelijk bemoeienis te willen hebben met de toetsing van de gebruikte namen.

Omdat er aanzienlijke belangen op het spel kunnen staan, is het aan te bevelen om een eventuele wettelijke regeling niet te beperken tot een enkele open norm, zoals nu in de Telecommunicatiewet is gebeurd. De opdracht aan het uitvoerende bestuursorgaan zal vrij nauwkeurig moeten worden vastgelegd, ook al omdat de rechter in het bestuursrecht als regel slechts marginaal toetst, [4] en dus maar in beperkte mate aan de rechtsontwikkeling kan bijdragen.

Aanhangers van het gedachtegoed van de deregulering zullen zich misschien verbazen over zoveel regelzucht. Toch is dit allemaal ook weer niet zo heel esoterisch als men zich bedenkt dat sinds jaar en dag vergelijkbare dingen gebeuren ter wille van de (fysieke) ruimtelijke ordening. Nu de 'naamruimte' van de domeinnamen al bijkans net zo vol raakt als ons dichtbevolkte land wordt de behoefte aan een goede 'domein-naam-ruimtelijke ordening' steeds sterker. Daar ligt toch ook een taak voor de overheid.


[1] Nota toetsing werkwijze Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, <http://www.minvenw.nl/cend/bsg/brieven/data/994684262.doc>.

[2] Nico van Eijk, 'Domeinnamen zijn nummers!', Mediaforum 2000, p. 360-363.

[3] Dit nummer bestaat in werkelijkheid niet. Het woord 'Mediaforum' is te lang voor een naamnummer.

[4] De rechter is geen 'bestuurder plaatsvervanger': ABRS 9 mei 1996, JB 1996, 158 (Kwantum Nederland).


Geplaatst 06.03.2002