Anonimiteitswet is hard nodig
Verschenen in De Volkskrant, 26 augustus 2003

L.F. Asscher en A.H. Ekker


Anoniem communiceren is een grondrecht. Zo langzamerhand lijkt anonimiteit echter synoniem aan misbruik. Het debat is gereduceerd tot de antithese privacy versus veiligheid. Het internet verdient het dat anonimiteit een nette wettelijke regeling krijgt. Consumenten, internet providers en vooral het publieke debat zijn daarbij gebaat.

Vorige week rekende de Utrechtse politie met hulp van de FBI een 45-jarige man in die Campina afperste door toetjes te vergiftigen. De toetjesterrorist wist de politie lang te ontlopen door gebruik te maken van een 'anonymizer'. Dat is een computerprogramma dat internetsporen uitwist.

Deze brute afperser lijkt de vrees te bevestigen dat het internet uitsluitend bevolkt wordt door pedofielen, fraudeurs en terroristen. Al sinds de doorbraak als massamedium wordt het internet te pas en te onpas geassocieerd met ernstige misdrijven en het verval van normen en waarden. De regels van het strafrecht lijken in de digitale omgeving minder makkelijk te handhaven.

De negatieve associaties zijn begrijpelijk en verklaarbaar. Het internet biedt meer dan traditionele communicatietechnologieën de mogelijkheid om met anderen te communiceren zonder dat men de eigen identiteit hoeft prijs te geven. De nadelen van anonimiteit liggen voor de hand. De anonymus kan straffeloos allerlei onzin uitkramen of zich schuldig maken aan bedreiging en belediging. De slachtoffers van dergelijke uitingen kunnen nergens verhaal halen. Zij kunnen niemand ter verantwoording roepen. Dat is een volstrekt onbevredigende uitkomst in een rechtsstaat.

Doordat een ernstig misdrijf zoals de Campinazaak veel media-aandacht krijgt, dreigt het probleem van de onvindbare dader al gauw de reputatie van het medium te besmetten. Hierdoor belandt het internet, en dan vooral de anonieme communicatie die dit medium mogelijk maakt, zelf in de beklaagdenbank.

Ten onrechte! De voordelen van anonimiteit blijven vaak onderbelicht. Het internet kan als vrij communicatiemedium alleen blijven bestaan wanneer de onschuldige internetgebruiker het enorme potentieel van waardevolle informatie en communicatie kan benutten zonder gehinderd te worden door het idee dat de overheid en andere pottenkijkers continu over zijn schouder meegluren. Anonimiteit stelt de gebruiker in staat zijn eigen privacy te beschermen en verstoken te blijven van spam en allerlei andere ongewenste informatie.

Bovendien heeft anonimiteit een onmiskenbaar maatschappelijk nut. Het openbare debat is gebaat bij een vrije uitwisseling van ideeën en informatie. Allerlei kritische geluiden zouden niet gehoord worden wanneer de afzender te allen tijde verplicht zou zijn om zich met naam en toenaam bekend te maken. De anonymus zal in sommige gevallen alleen eerlijk en ongegeneerd voor zijn mening durven uitkomen als hij niet hoeft te vrezen voor represailles van kwaadwillende overheidsinstanties, zijn werkgever, of de buren.

Anonimiteit is een belangrijke waarborg voor de anonieme klokkenluider die maatschappelijke misstanden aan de kaak stelt, voor de vertolker van de niet politiek correcte mening en voor de criticus van een totalitair regime in China, Birma of Iran. Een volwassen democratische samenleving moet zo stevig zijn dat zij anonieme uitingen niet alleen tolereert maar ze zelfs waardeert en beschermt als onderdeel van de meningsvorming.

Het dilemma tussen enerzijds de roep om law and order en anderzijds de bescherming van privacy en communicatievrijheid wordt door de Nederlandse wetgever onvoldoende onderkend. Er bestaat vooral een groot wettelijk vacuüm waar het de handhaving van private belangen betreft. Dit terwijl juist daar allerlei lastige afwegingen moeten worden gemaakt.

Illustratief is het offensief van de muziekindustrie, die de verspreiding van digitale muziekbestanden probeert tegen te gaan door internetgebruikers te ontmaskeren en te beboeten. In de toekomst zullen zich meer van dit soort problemen voor gaan doen. Kan iemand die zich door een uitlating op het Internet beledigd voelt een provider via de rechter dwingen om de identiteit van de afzender te onthullen? En een bedrijf dat te kampen heeft met dalende beurskoersen als gevolg van misleidende financiële tips van een sluwe speculant? In de rechtspraak bestaat geen duidelijkheid.

Zolang dat gat in de regelgeving niet wordt gevuld blijven de Internetproviders in een onaangename spagaat steken. Zij zijn wettelijk en contractueel verplicht om de privacy van hun klanten te beschermen maar moeten tegelijkertijd meewerken aan de handhaving van het strafrecht en gerechtvaardigde private belangen. Wanneer moeten zij identificerende gegevens afgeven? Kunnen ze door hun klanten voor de rechter worden gesleept wanneer achteraf blijkt dat die gegevens ten onrechte werden verstrekt?

Het is tijd dat de wetgever het belang van anonimiteit eindelijk expliciet aanvaardt en duidelijk vastlegt. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld onder welke voorwaarden anonimiteit kan worden opgeheven. Zo'n regeling moet er voor zorgen dat anonimiteit snel kan worden opgeheven bij een verdenking van een ernstig strafbaar feit. Maar er moet ook een garantie bestaan dat de provider niet bij het minste of geringste de identiteit van de surfer onthult. Dat betekent dat als het gaat om schending van auteursrechten eerst maar moet worden aangetoond dat het echt noodzakelijk is de identiteit van een gebruiker te kennen. De rechter moet dan de grondrechten van de anonieme gebruiker afwegen tegen de mogelijke rechten van bijvoorbeeld de muziekindustrie.

Bij gebreke van een wettelijke regeling blijft het beeld bestaan van cyberspace als een duistere, wetteloze plek waar de griezels anoniem op de loer liggen. Dat beeld is net zo symplistisch en stompzinnig als de fictie van een utopische heilstaat waar geen overheid meer nodig is. Verdedigers van privacy en anonimiteit verworden in de beeldvorming al gauw tot handlangers van boeven of tot naïeve activisten. Gewone internetgebruikers , providers en uiteindelijk het debat zelf zijn de belangrijkste slachtoffers van een luie wetgever. Een heldere anonimiteitswet moet voorkomen dat naast toetjes ook het imago van het Internet verder vergiftigd wordt.


Geplaatst 02.09.2003